Zoekresultaten 22001-22020 van de 48312 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 322/2017
- Datum publicatie: 20-04-2018
- Datum uitspraak: 20-04-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:86
Klacht werkgever tegen verpleegkundige over seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens patiënte. Aansluitende op een klinische behandeling is de verpleegkundige een persoonlijke relatie aangegaan met een (bijna 40 jaar jongere) psychiatrische patiënte, die elders bij de instelling in ambulante zorg was gegaan. Er was intensief, seksueel getint Whatsapp-verkeer. Naar het oordeel van het college is gevaar voor herhaling aanwezig omdat verweerder geen openheid heeft betracht en niet kan reflecteren op met name het risico op beschadiging van een kwetsbare patiënte. Maatregel van doorhaling plus schorsing als voorlopig voorziening en publicatie.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:90 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-461
- Datum publicatie: 20-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:90
Ongegrond verzet. Anders dan klagers menen, is het niet aan de raad om de verzetgronden uit de door klagers aangeleverde grote hoeveelheden stukken en bijlagen (van bijna 1000 pagina’s) te filteren. Rechtsgebied: faillissementsrecht
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:226 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-612
- Datum publicatie: 20-04-2018
- Datum uitspraak: 16-10-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:226
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen deken kennelijk ongegrond. Geen afgeleide verantwoordelijkheid van verweerder voor handelen van de voormalige deken, en als dit wel zo zou zijn is de klacht kennelijk niet ontvankelijk, nu reeds is beslist op een eerdere en zelfde klacht over de voormalige deken, althans kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:57 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-991/DB/LI
- Datum publicatie: 20-04-2018
- Datum uitspraak: 09-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:57
Klaagster verwijt verweerder dat hij in een procedure die is aangevangen bij dagvaarding van september 2011 bewust onjuiste stellingen heeft ingenomen. Bij brief van 3 juni 2015 heeft klaagster verweerder uitdrukkelijk aansprakelijk gesteld voor alle schade die klaagster zou hebben geleden als gevolg van het in die brief beschreven handelen van verweerder. De raad is van oordeel dat de termijn van 1 jaar bedoeld in artikel 46g lid 2 Advocatenwet op dat moment is aangevangen. Nu de klacht ruim na het verstrijken van die termijn is ingediend, is klaagster niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 155/2017
- Datum publicatie: 20-04-2018
- Datum uitspraak: 20-04-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:87
Klacht bestaande uit verschillende klachtonderdelen gericht tegen een verpleegkundig specialist. De klachtonderdelen die betrekking hebben op (het bespreken van) het gebruik van mirtazapine en Risperdal en (on)duidelijkheid over het hoofdbehandelaarschap zijn gegrond. De overige klachtonderdelen slagen niet. Volgt waarschuwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:21 Accountantskamer Zwolle 17/1246 en 17/1247 Wtra AK
- Datum publicatie: 20-04-2018
- Datum uitspraak: 20-04-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:21
Uiteenlopende klachten tegen samenstellend accountant ongegrond. Klachten over handelen als voorzitter van interne klachtencommissie ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:91 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-612
- Datum publicatie: 20-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:91
Ongegrond verzet. Rechtsgebied: civiel overig
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:58 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-912/DB/LI
- Datum publicatie: 20-04-2018
- Datum uitspraak: 09-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:58
Klaagster verwijt verweerder niet alle stukken in het geding te hebben gebracht, de zakelijke betaal- en spaarrekening niet in de verdeling te hebben betrokken, er niet voor te hebben gezorgd dat zij haar geld uit de woning zou krijgen, een getuige te hebben opgeroepen waarvan verweerder wist dat deze niet zou verschijnen, vragen onbeantwoord te laten en te laat een toevoeging te hebben aangevraagd. Klacht op alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 144/2017
- Datum publicatie: 20-04-2018
- Datum uitspraak: 20-04-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:88
Klacht tegen gz-psycholoog. Klagers waren weekend- en vakantiepleegouders van een kind, dat onder voogdij stond van de jeudzorgorganisatie waarbij verweerster werkzaam was als behandelcoördinator. Op een gegeven moment krijgen klagers, die van niets wisten, van de gezinshuisouders en de voogd te horen dat het kind niet meer bij hen zou komen te logeren. Verweerster belt nadien over wijze van afscheid nemen. Klacht gegrond wat betreft onzorgvuldige wijze van beëindiging pleegzorg en van de communicatie hierover. Voor het overige ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/446
- Datum publicatie: 20-04-2018
- Datum uitspraak: 20-04-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:40
Klacht gericht tegen een physician assistant over de behandeling door het genderteam. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 290/2017
- Datum publicatie: 20-04-2018
- Datum uitspraak: 20-04-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:89
Klager verwijt verweerster dat (a) zij zijn medische klachten onjuist heeft behandeld. Ook verwijt klager verweerster dat (b) zij hem niet voldoende over de diagnose, de behandelkeuze en de mogelijke gevolgen hiervan heeft geïnformeerd. Afwijzing klacht.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:81 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-133/DH/DH
- Datum publicatie: 19-04-2018
- Datum uitspraak: 18-04-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:81
voorzittersbeslissing, klacht over kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:82 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-134/DH/DH
- Datum publicatie: 19-04-2018
- Datum uitspraak: 18-04-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:82
voorzittersbeslissing, klacht over kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:83 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-218/DH/DH
- Datum publicatie: 19-04-2018
- Datum uitspraak: 18-04-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:83
Voorzittersbeslissing. Klacht over kwaliteit van dienstverlening is niet ontvankelijk. Klacht over opschorting van werkzaamheden wegens een geschil over een declaratie is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.190
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:104
Klacht tegen verpleegkundige. De klacht heeft betrekking op de (inmiddels overleden) moeder van klager die verbleef in de verzorgingsinstelling waar verweerster werkzaam is. Klager verwijt verweerster dat zij heeft verzuimd gevolg te geven aan het behandelverbod en het team daarover onvoldoende heeft geïnstrueerd en voorts dat zij de rol van klager als wettelijk vertegenwoordiger niet heeft gerespecteerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht af gewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.221
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:105
Klacht tegen psychiater. Klager, voormalig werkgever van verweerder, verwijt verweerder dat hij een persoonlijke relatie met een patiënte is aangegaan en voorts dat hij over de vele contacten met patiënte niets althans te weinig in het dossier heeft genoteerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard. Aan verweerder is, vanwege het feit dat hij reeds was uitgeschreven uit het BIG-register, opgelegd de ontzegging van het recht zich wederom in dat register in te schrijven. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing uitsluitend voor wat betreft de maatregel en legt aan verweerder de maatregel van ontzegging voor de duur van een jaar van het recht wederom in het register te worden ingeschreven voor de duur van een jaar.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:106 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.275
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:106
Regionaal Tuchtcollege heeft (in twee afzonderlijke beslissingen) klachten tegen psychotherapeut / psychiater over een te ver gaande persoonlijke / vriendschappelijke relatie met klager en over de wijze van beëindiging van de behandelrelatie gegrond verklaard en aan verweerder in eerste aanleg zowel in zijn hoedanigheid van psychotherapeut als psychiater de maatregel van berisping opgelegd. Verweerder in eerste aanleg erkent dat hij als psychiater niet juist heeft gehandeld en stelt geen beroep in tegen de beslissing met betrekking tot zijn handelen als psychiater. Hij vindt echter dat aan hem ten onrechte in zijn hoedanigheid van psychotherapeut een berisping is opgelegd, omdat hij klager in de betreffende periode alleen als psychiater behandelde. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de psychotherapeut onduidelijkheid heeft laten bestaan of hij klager behandelde als psychotherapeut of als psychiater, door in zijn correspondentie geen duidelijk onderscheid te maken tussen zijn beide hoedanigheden, in die correspondentie niet duidelijk te zijn over de behandeling die hij aan klager gaf en door geen behandelingsovereenkomst(en) met klager op te stellen. Deze onduidelijkheid komt voor rekening en risico van de psychotherapeut. Het beroep wordt verworpen en de opgelegde maatregel gehandhaafd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:96 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-774
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:96
Naar het oordeel van de raad heeft verweerster geen misverstand laten ontstaan over haar hoedanigheid waarin zij voor haar cliënt is opgetreden, namelijk eerst als de adviseur van haar cliënt (executeur) en later als zijn advocaat. In haar correspondentie aan de advocaat van klager is zij daarover voldoende duidelijk geweest. Dat de inhoud van de diverse e-mails of stukken van haar cliënt, of het feit dat hij zijn e-mails regelmatig ook in cc aan verweerster heeft toegestuurd, daarover verwarring kan hebben doen ontstaan bij klager en zijn advocaat, kan verweerster niet worden toegerekend. Voorts bestond geen aanleiding voor verweerster om zich als advocaat te onttrekken in de procedures van de executeur tegen klager, tevens erfgenaam. Niet is gebleken dat verweerster op enig moment de belangen van de erfgenamen, waaronder klager, heeft behartigd. De executeur vertegenwoordigt immers de erflater, niet de erfgenamen. Dat betekent dat een executeur zich dan ook door een advocaat mag laten bijstaan in geschillen met (mede)erfgenamen, zoals in de onderhavige kwestie ook is gebeurd. Verdere klacht over uitlatingen van verweerster over schikkingsonderhandelingen eveneens ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:50 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-926/DB/LI
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:50
Van een advocaat mag worden verwacht dat hij zich professioneel gedraagt. Onvoldoende concreet aangetoond dat het verloop van een gesprek de advocaat tuchtrechtelijk valt aan te rekenen. Klaagster niet-ontvankelijk in een klacht over de status van een kantoor in Duitsland, dit betreft het algemeen belang. Beëindiging werkzaamheden niet op een ontijdig moment. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.120 en C2017.128
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:100
Klacht tegen psychiater. Klager is bekend met een autistische stoornis en onder behandeling bij de GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is. Klager verwijt verweerster samengevat dat zij nalatig en onzorgvuldig jegens klager heeft gehandeld, onjuiste medicatie heeft voorgeschreven, de afbouw daarvan niet heeft begeleid en de behandeling niet op de juiste wijze heeft overgedragen aan de huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het klachtonderdeel dat betrekking heeft op de afbouw van de medicatie en de overdracht van de behandeling gegrond verklaard en aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd. De overige twee klachtonderdelen zijn door het Regionaal Tuchtcollege ongegrond verklaard. Het beroep van klager richt zich tegen de ongegrondverklaring; verweerder komt in beroep tegen de gegrondverklaring. Beide beroepen worden door het Centraal Tuchtcollege verworpen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1100
- Pagina: 1101
- Pagina: 1102
- ...
- Pagina: 2416
- Volgende pagina zoekresultaten