Zoekresultaten 22001-22020 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:21 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.263

    Klacht tegen sociaal-psychiatrisch verpleegkundige. Klager woonde op hetzelfde adres als zijn moeder. Verweerder is teamleider van de afdeling van de GGD die aan klagers moeder bemoeizorg aanbood en leidinggevende van de medewerkers van die afdeling. In juli 2011 heeft een medewerker (eveneens aangeklaagd: C2017.253) een onaangekondigd huisbezoek gebracht aan klager en zijn moeder. Klager verwijt verweerder dat hij als teamleider en direct leidinggevende onzorgvuldig jegens klager en zijn moeder heeft gehandeld door: 1) hen niet te informeren over de onaangekondigde huisbezoeken die hebben plaatsgevonden en de privacy te schenden; 2) hen niet te informeren dat er een medisch dossier over hen is aangelegd; 3) het medisch dossier zonder rechtsgrond aan te leggen; 4) dat hij klager onbehoorlijk heeft bejegend door de inhoud van de door zijn medewerkers opgestelde medische verklaring te accorderen terwijl de verklaring niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en verweerder klager nooit heeft gezien; 5) in het bijzijn van een beveiligingsmedewerker over de inhoud van het medisch dossier met klager heeft gesproken; 6) de klacht van klager van 20 juli 2012 niet heeft onderzocht. Het RTG Amsterdam heeft de klacht afgewezen. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:15 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.195

    Klacht tegen psychiater. Klaagster verwijt verweerder, psychiater, dat hij: 1. ten onrechte een verklaring van wilsbekwaamheid heeft afgegeven aan haar (inmiddels overleden) echtgenoot, en 2. geen onderzoek naar de wilsbekwaamheid heeft verricht zoals dat van een behoorlijk psychiater mag worden verwacht. De echtgenoot heeft met deze verklaring zijn testament gewijzigd en zijn (aanzienlijke) vermogen nagelaten aan goede doelen. Klaagster is een civiele procedure gestart tegen de twee goede doelen die als enig erfgenamen zijn benoemd in het testament met als inzet de nietigverklaring van het testament wegens wilsonbekwaamheid. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het eerste klachtonderdeel ongegrond verklaard en het tweede klachtonderdeel gegrond verklaard. Aan de psychiater is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt ten aanzien van de vraag of het rapport van de psychiater voldoet aan de daaraan te stellen eisen deels anders dan het Regionaal Tuchtcollege, maar laat de maatregel van waarschuwing in stand.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:22 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.264

    Klacht tegen psychiater. Klager woonde op hetzelfde adres als zijn moeder. Verweerder is als eerste geneeskundige verbonden aan een afdeling van GGD die is belast met bemoeizorg. Hij is verantwoordelijk voor BOPZ-dossiers, handelt bij een dreigend conflict van plichten, spreekt medewerkers aan op hun functioneren en controleert of protocollen up to date zijn. Hij is tevens aanspreekpunt voor beleidsvragen en vragen over kwaliteit van zorg. In mei en juli 2011 zijn er onaangekondigd huisbezoeken gebracht aan klager en zijn moeder, onder meer door een medewerker van deze afdeling (eveneens aangeklaagd: C2017.253). Klager verwijt de arts dat hij als eindverantwoordelijk psychiater onzorgvuldig jegens klager en zijn moeder heeft gehandeld door: 1) hen niet te informeren over de huisbezoeken die hebben plaatsgevonden en de privacy te schenden; 2) hen niet te informeren dat er een medisch dossier over hen is aangelegd; 3) de medische dossiers zonder rechtsgrond aan te leggen; 4) dat hij klager onbehoorlijk heeft bejegend door de inhoud van de door zijn medewerker opgestelde medische verklaring te accorderen terwijl de verklaring niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en verweerder klager nooit heeft gezien; 5) de klacht van klager van 20 juli 2012 niet heeft onderzocht en klager niet op de hoogte heeft gesteld van de afhandeling van de klacht. 6) De afgifte van het dossier van de moeder ten onrechte heeft geweigerd. Het RTG Amsterdam wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. Binnen de specifieke context van deze situatie waarbij iemand van meet af aan stelt dat hij een machtiging van zijn moeder heeft, maar deze bij herhaling weigert over te leggen, hoefde de arts niet na te gaan of sprake was van veronderstelde toestemming.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:16 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.214

    Dat de rapportage van de verzekeringsarts inhoudelijk (sterk) afwijkt van een kort daarvoor opgestelde rapportage, terwijl de verzekeringsarts beschikte over dezelfde medische informatie, maakt niet dat de verzekeringsarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het is aan de verzekeringsarts om een zelfstandig oordeel te vellen als het gaat om het vaststellen van beperkingen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:10 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.092 en c2017.129

    Klacht tegen psychiater. Klaagster is door de psychiater onderzocht op alcoholmisbruik in het kader van de vorderingsprocedure (art. 130 tot 134a Wegenverkeerswet). Klaagsters klacht betreft de inzage, afschrift en vernietiging van het medisch dossier, het verstrekken van onvoldoende en onjuiste informatie aan klaagster, het gebruik maken van een niet bekwame en bevoegde psycholoog en onzorgvuldige rapportage, alsmede onzorgvuldige verzending van de (concept) rapportages. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de psychiater een maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart nog een klachtonderdeel gegrond, maar handhaaft de waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.270

    Klaagster is als bestuurder van een auto door de politie aangehouden met een alcoholpromillage van 1,875. De psychiater heeft in opdracht van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen onderzocht of klaagster geschikt is om een rijbewijs te hebben. Zij heeft gerapporteerd dat de psychiatrische diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ moet worden gesteld. Klaagster verwijt de psychiater, voor zover in beroep van belang, dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld en dat zij bij het stellen van de diagnose onzorgvuldig, nalatig en mogelijk ook onrechtmatig heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft deze klachtonderdelen (gedeeltelijk) gegrond verklaard en aan de psychiater de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het onderzoek van de psychiater de tuchtrechtelijke toets der kritiek kan doorstaan en dat de psychiater in redelijkheid tot haar conclusie heeft kunnen komen. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wordt, voor zover aan het oordeel van het Centraal Tuchtcollege onderworpen, vernietigd en de klachtonderdelen worden, in zoverre opnieuw rechtdoende, alsnog ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:17 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.227

    Klacht tegen gz-psycholoog. Verweerster is betrokken bij de behandeling van de meerderjarige dochter van klaagster. Klaagster heeft na een gesprek met verweerster in het kader van systeemtherapie aan verweerster laten weten haar deelname aan de systeemtherapie te staken. Verweerster heeft de dochter van klaagster hierover ingelicht. Klaagster heeft drie klachtonderdelen geformuleerd. In een daarvan verwijt zij verweerster haar beroepsgeheim jegens klaagster te hebben geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft dat klachtonderdeel gegrond verklaard, aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. Het beroep van verweerster wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:11 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.095

    Klager heeft de gz-psycholoog opdracht gegeven een contra-expertise voor hem te verrichten ten behoeve van de behandeling van zijn strafzaak in beroep. Klager verwijt de gz-psycholoog, voor zover in beroep van belang, dat hij niet binnen de afgesproken termijn van drie maanden het rapport heeft voltooid en dat hij klager niet serieus heeft genomen nadat hij de overeenkomst had opgezegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen gegrond verklaard en de gz-psycholoog gewaarschuwd. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de gz-psycholoog op meerdere punten is tekort geschoten jegens klager, dat hij onvoldoende blijk heeft gegeven van het vermogen te reflecteren op eigen handelen en dat hij gelet op deze omstandigheden in samenhang bezien laakbaar heeft gehandeld. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wordt, voor zover de gz-psycholoog daarin is gewaarschuwd, vernietigd en de gz-psycholoog wordt, in zoverre doet het Centraal Tuchtcollege opnieuw recht, berispt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:24 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.241

    Klacht tegen chirurg over operatie in verband met carpaal tunnel syndroom en triggerfinger. Na de operatie heeft klaagster klachten die duiden op beschadiging van de nervus ulnaris. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat de klachten over dossiervorming, de manier waarop de operatie is uitgevoerd en informed consent gegrond. Het Centraal Tuchtcollege overweegt hierbij dat aannemelijk is dat de chirurg tijdens de operatie zonder medische noodzaak buiten het operatiegebied is geweest en de nervus ulnaris heeft geraakt, en dat door gebrekkige verslaglegging (te summier operatieverslag) niet vast te stellen is dat de chirurg de operatie (desondanks) correct heeft uitgevoerd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:9 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.453

    Klacht tegen psychiater. De klacht betreft de ex-echtgenote van klager die onder behandeling was bij de psychiater en inmiddels is overleden. Na het overlijden heeft de psychiater op verzoek van de tweede echtgenoot van patiënte een verklaring verstrekt die is gebruikt in een procedure over de zakelijke afwikkeling van de nalatenschap van patiënte. De klacht betreft het schenden van het beroepsgeheim na overlijden van de patiënte en het afgeven van een geneeskundige verklaring waarin een van de kinderen van patiënte wordt genoemd en het niet reageren op verzoeken van klager om uitleg over de door de psychiater verstrekte verklaring. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in de klachtonderdelen 1 en 2 niet-ontvankelijk verklaard en klachtonderdeel 3 afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager ontvankelijk in de klachtonderdelen 1 en 2 en verklaart deze klachtonderdelen gegrond. Klachtonderdeel 3 verklaart het Centraal Tuchtcollege evenals het Regionaal Tuchtcollege ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:18 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.230

    De arts is niet tekortgeschoten in de op hem rustende verplichtingen inzake de overdracht van het medisch dossier van klager. Het medisch dossier is onder verantwoordelijkheid van de arts vanuit het onder zijn verantwoordelijkheid beheerde archief naar een andere arts gegaan zonder dat onbevoegden daar toegang toe hebben gehad. Van een schending van het medisch beroepsgeheim is geen sprake.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:12 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.096

    Klager heeft de psychiater opdracht gegeven een contra-expertise voor hem te verrichten ten behoeve van de behandeling van zijn strafzaak in beroep. Klager verwijt de psychiater, voor zover in beroep van belang, dat hij niet binnen de afgesproken termijn van drie maanden het rapport heeft voltooid en dat hij klager niet serieus heeft genomen nadat hij de overeenkomst had opgezegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen gegrond verklaard en de psychiater gewaarschuwd. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de psychiater op meerdere punten is tekortgeschoten jegens klager, dat hij onvoldoende blijk heeft gegeven van het vermogen te reflecteren op eigen handelen en dat hij gelet op deze omstandigheden in samenhang bezien laakbaar heeft gehandeld. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wordt, voor zover de psychiater daarin is gewaarschuwd, vernietigd en de psychiater wordt, in zoverre doet het Centraal Tuchtcollege opnieuw recht, berispt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/267

    Klagers zijn familielede van een overleden patiënte. Klagers verwijten verweerder dat hij patiënte heeft geopereerd zonder dat hij voorafgaand met de familie heeft gesproken en geen informed consent gegeven. Ook heeft hij hen niet op de hoogte gehouden van het verloop van de operatie. Klagers voelen zich ook onheus bejegend. Deels gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:6 Raad van Discipline Amsterdam 17-814/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij met betrekking tot grievende uitlatingen deels gegrond. Klacht ongegrond voor zover erover wordt geklaagd dat verweerder feitelijke gegevens heeft verstrekt waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat deze onjuist zijn. Gezien specifieke omstandigheden geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 101/2017

    Klaagster verwijt verweerder (psychotherapeut) dat hij een niet tijdige, onvolledige en niet objectieve second opinion heeft gedaan. Zij verwijt verweerder voorts dat haar hulpvraag werd genegeerd door haar af te kappen en voor acute zorg te verwijzen naar haar huisarts. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:1 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170280

    Dekenbezwaar. Hoger beroep tegen de beslissing van de raad van 28 augustus 2017, waarbij verweerder is geschrapt. Het hoger beroep is op 5 oktober 2017 ontvangen en derhalve na de appeltermijn. Verweerder doet een beroep op verschoonbare termijnoverschrijding nu hij binnen 14 dagen na kennisneming van de beslissing beroep heeft ingesteld. Dat beroep wordt verworpen. Daargelaten of de op 28 augustus 2017 aangetekend aan verweerder verzonden beslissing van de raad hem buiten zijn schuld niet heeft bereikt, staat in elk geval vast dat verweerder op 22 september 2017 nog een aantal dagen voor het aflopen van de beroepstermijn de beslissing per mail heeft ontvangen. Verweerder was dus nog in de gelegenheid om tijdig beroep aan te tekenen. Dat hij naar eigen zeggen van 20 tot 26 september 2017 afwezig is geweest en in die periode zijn e-mail niet heeft gelezen komt voor zijn risico: hij behoorde er als advocaat voor te zorgen dat zijn post tijdens enkele dagen afwezigheid werd gelezen, door hemzelf of een waarnemer. Verweerder is mitsdien niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/125

    Klaagster verwijt verweerder, chirurg, onder meer dat hij zonder deugdelijk vooronderzoek is overgegaan tot operatie, dat hij te vroeg is overgegaan tot operatie in verband met aanhoudende refluxklachten, geen schriftelijk informed consent heeft overlegd en zich buiten zijn vakgebied heeft uitgelaten over mogelijke medische problematiek. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 210/2017

    Klacht tegen psychiater. Het verwijt is dat de psychiater klaagster onvoldoende heeft gehoord, geholpen en dat hij haar onvoldoende zorg heeft verleend. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 111/2017

    Klaagster verwijt de huisarts dat deze haar onvoldoende zorg heeft geboden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-150

    Gegronde klacht tegen een neuroloog. De neuroloog valt tuchtrechtelijk te verwijten dat hij te lange tijd zonder deugdelijke grond afhoudend heeft gereageerd op het verzoek om een second opinion. Ook leefstijl- en bewegingsadviezen kunnen deel uitmaken van de gezondheidstoestand van patiënt en aldus vallen onder het begrip second opinion. De uitkomst van een second opinion hoeft niet altijd een antwoord op een gestelde vraag te zijn, maar kan ook een bevestiging en/of geruststelling zijn. Waarschuwing.