Zoekresultaten 22001-22020 van de 48142 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:64 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-710

    Verweerder heeft blijkens de klacht van klager tijdens de behandeling van een strafzaak tegen klager achtergrondinformatie over klager niet naar voren gebracht. Hij heeft klager geadviseerd niets te vertellen over zijn nare levensloop. Verweerder erkent dat hij dat gedaan heeft omdat een dergelijk verweer niet paste in het overige – vrijspraak- verweer dat verweerder in overleg met klager voerde. Overigens is bedoelde achtergrondinformatie tijdens de strafzitting wel degelijk aan de orde geweest. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is aannemelijk geworden dat klager instemde met de aanpak van verweerder. De klacht is daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:58 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-374

    Klacht tegen eigen advocaat gegrond. Verweerder heeft nagelaten namens klagers een conclusie van dupliek in te dienen waarna vonnis is gewezen. Verweerder heeft weliswaar gesteld wel een conclusie te hebben geschreven maar deze stelling is met geen enkel bewijsstuk onderbouwd. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:65 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-465

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster wilde aanvullend betaald worden na het maken van een fixed fee afspraak omdat de zaak tegenviel. Door zich te onttrekken aan de zaak nadat haar duidelijk was dat klaagster geen andere betalingsafspraak wilde, heeft verweerster ten onrechte het financiële risico op haar cliënt afgewenteld. Daarnaast heeft verweerster, tegen de uitdrukkelijke wens van klaagster in, onvoldoende gecommuniceerd over een conceptprocesstuk. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-392

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door zijn berichten aan de rechtbank niet ook in kopie en per gelijke post aan de gemachtigde van klaagster te richten, nu hem bekend kon zijn dat klaagster zich door een gemachtigde liet bijstaan. Daarnaast heeft verweerder nagelaten om in het verzoekschrift te vermelden dat klaagster werd bijgestaan door een gemachtigde. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:220 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-880

    Wraking. Verzoeker heeft tijdens de behandeling van zijn verzetzaak de behandelende raad verzocht om aangifte wegens meineed te doen tegen een met name genoemd persoon. Dit is door de behandelende raad geweigerd, waarna de raad is gewraakt. Het wrakingsverzoek is eerst buiten behandeling gesteld en na de zitting alsnog door de wrakingskamer schriftelijk afgedaan, zonder zitting (art.4 wrakingsprotocol). Het door verzoeker tegen verweerders aangevoerde bezwaar faalt. De bevoegdheid om aangifte te doen is geregeld in artikel 161 van het Wetboek van Strafvordering. In verband met dit wetsartikel heeft de Hoge Raad bepaald in zijn arrest van 30 maart 1998, NJ 1998, 554, dat het de rechter niet vrijstaat om aangifte te doen naar aanleiding van een mondelinge behandeling op een openbare zitting. Naar het oordeel van de wrakingskamer is dit voor de tuchtrechter niet anders. Overigens bestaat er alleen een bevoegdheid tot het doen van aangifte als men kennis draagt van een strafbaar feit. Of er sprake was van tuchtrechtelijk verwijt, en daarmee mogelijk van een strafbaar feit, diende nu juist door verweerders onderzocht te worden, waarmee aangifte “op voorhand” natuurlijk niet te verenigen is, nog daargelaten het feit dat de tuchtrechter, zoals hiervoor overwogen, daartoe geen bevoegdheid heeft. Wrakingsverzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:53 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1046

    Voorzittersbeslissing: klacht tegen eigen advocaat. Klacht deels niet-ontvankelijk nu daarover al eerder en onherroepelijk door de raad is beslist. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond wegens het ontbreken van een feitelijke grondslag.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:66 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-354

    Klaagster die langdurig ziek was is in een arbeidsgeschil verwikkeld geraakt met haar werkgever, cliënte van verweerder. De vraag die tuchtrechtelijk ter beoordeling voor lag is of verweerster, ongeacht wat het UWV daarover heeft geschreven, zich er zelf van had moeten vergewissen of zij de door haar ontvangen medische en daarmee privacygevoelige gegevens van klaagster in de bezwaarprocedure bij het UWV wel mocht gebruiken en als producties mocht overleggen bij het verweerschrift in de andere procedure – arbeidsgeschil - tussen partijen bij het gerechtshof. De raad beantwoordt dit bevestigend. Klaagster heeft daarvoor geen toestemming gegeven. Weliswaar heeft verweerster kort daarna de bewuste producties alsnog teruggetrokken, maar tijdens de zitting bij het hof heeft verweerster, zoals blijkt uit haar pleitnota, naar het oordeel van de raad te veel informatie over de medische situatie van klaagster met het hof gedeeld, daarmee haar – door de deken geadviseerde - terugtrekking van de gewraakte bijlagen weer ontkrachtend. Daarnaast wordt verweerster tuchtrechtelijk verweten dat zij in de procedure bij het hof feitelijke onwaarheden heeft geponeerd over de ziekte van klaagster. Het standpunt daarover in deze procedure van verweerster valt niet te rijmen met het door haar in de procedure bij het hof ingenomen standpunt. Klachten in zoverre gegrond. Maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:221 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-415

    Klacht tegen advocaat wederpartij ongegrond. Naar het oordeel van de raad mocht verweerster als partijdig belangenbehartiger de stellingen en feiten namens haar cliënt in de procedure aanvoeren zoals zij dat heeft gedaan. Niet gebleken dat verweerster klaagster (onnodig) heeft beledigd, bewust onwaarheden heeft verkondigd of de procedure heeft willen blokkeren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:60 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-185

    Wrakingsverzoek tegen twee leden van de raad kennelijk ongegrond. Uit de omstandigheid dat de voorzitter ter zitting niet direct en alleen (zonder de overige leden van de raad) op het verzoek van verzoeker om zijn probleem op te lossen heeft willen beslissen, volgt geen (vrees voor) rechterlijke partijdigheid. Datzelfde geldt voor het feit dat een ander lid van de raad al eerder over een klacht van verzoeker heeft (mede)beslist. Dat deze tuchtrechter stukken aan verzoeker heeft teruggegeven die de voorzitter na de schorsing van de behandeling ter zitting heeft geweigerd is evenmin een grond voor wraking.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:54 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-345

    Klager stelt dat de voorzitter zijn klacht ten onrecht kennelijk ongegrond heeft verklaard. De klacht tegen verweerster is wel degelijk gegrond. Verweerster heeft het vertrouwen in de advocatuur geschaad door te liegen onder ede tijdens het getuigenverhoor bij de rechtbank. Omdat niet is komen vast te staan dat verweerster gelogen heeft is de klacht terecht kennelijk ongegrond verklaard en ook het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:67 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-390

    Betreft een klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft terecht aangenomen dat hij niet op de mogelijkheid van een toevoeging hoefde te wijzen omdat het om een puur zakelijk geschil ging terwijl niet gebleken is dat de uitkomst van de procedure gevolgen had voor het voortbestaan van de onderneming van klager. Bovendien verleende verweerder klager al 25 jaar op betalende basis rechtsbijstand en er was geen reden om aan te nemen dat klager thans voor een toevoeging in aanmerking zou komen. Ten aanzien van de kwaliteit van de werkzaamheden is niet gebleken dat die beneden de maat is geweest en dat verweerder de procedure verkeerd heeft aangepakt. Verweerder is niet tekort geschoten in de voorlichting over de kansen van klager in de procedure. Diverse onderwerpen zijn besproken, zoals volgt uit een e-mail van verweerder die klager heeft ontvangen. Verder is niet gebleken dat verweerder de door klager verstrekte informatie onvoldoende heeft verwerkt. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:61 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-418

    Verweerder heeft een “second opinion” gegeven over een geschil van klaagster met een aantal familieleden. Verweerder is van mening dat een procedure tegen deze familieleden over de meeste aspecten van deze zaak weinig kans op succes zal hebben. Over het strafrechtelijke aspect laat hij zich niet uit omdat hij geen deskundige op dat terrein is. Klaagster is het oneens met opvattingen van verweerder. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder niet tuchtrechtelijk onjuist gehandeld door zijn opinie weer te geven zoals hij dat gedaan heeft. De klacht is dus ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:55 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-329

    Aan de vraag of verweerder zijn geheimhoudingsplicht jegens zijn voormalig cliënt heeft geschonden, komt de raad niet toe nu de raad niet kan vaststellen of verweerder ter zake tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-116a

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Een aantal klachtonderdelen kan de chirurg niet verweten worden, omdat hij desbetreffende periode op vakantie was. Binnen de beroepsgroep is het gebruikelijk om bij een ophoping van vocht in de buik deze eerst proberen te verwijderen door middel van drains. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-116b

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Geen medische indicatie om onmiddellijk een echo te maken. Binnen de beroepsgroep is het gebruikelijk om bij een ophoping van vocht in de buik deze eerst proberen te verwijderen door middel van drains. De regie, communicatie en klachtbehandeling binnen het ziekenhuis had beter gekund. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-116c

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Geen medische indicatie om onmiddellijk een echo te maken. Binnen de beroepsgroep is het gebruikelijk om bij een ophoping van vocht in de buik deze eerst proberen te verwijderen door middel van drains. De regie, communicatie en klachtbehandeling binnen het ziekenhuis had beter gekund. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-116d

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Geen medische indicatie om onmiddellijk een echo te maken. Binnen de beroepsgroep is het gebruikelijk om bij een ophoping van vocht in de buik deze eerst proberen te verwijderen door middel van drains. De regie, communicatie en klachtbehandeling binnen het ziekenhuis had beter gekund. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 050/2017

    Klacht tegen fysiotherapeut vanwege het aanschaffen en uitproberen van orthopedisch schoeisel bij een wilsonbekwame patiënte tegen de wil van de curator. Het college oordeelt dat verweerder hiermee niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld nu de beslissing hierover in een multidisciplinair overleg was genomen onder verantwoordelijkheid van de arts verstandelijk gehandicapten. Ook overigens is niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.431

    Klaagster is in 2013 thuis bezocht door de aangeklaagde psychiater en een sociaal psychiatrisch verpleegkundige. De psychiater is werkzaam in een team van een instelling voor geestelijke gezondheid dat gericht is op zorgmijders. Aanleiding voor het bezoek was gelegen in klachten omtrent geluidsoverlast en vermoedens van een psychotisch toestandsbeeld bij klaagster. De psychiater heeft geconcludeerd dat sprake was van een paranoïd psychotisch beeld met complottheorieën en (reuk/tactiele) hallucinaties. Klaagster verwijt de psychiater: 1. dat hij haar tijdens het bezoek niet juist heeft ingelicht over zijn functie en haar onder valse voorwendselen heeft overgehaald zich door TOP te laten begeleiden; 2. dat bij de instelling een valselijk medisch dossier is opgemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond zonder nader onderzoek af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:98 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.466

    Klacht tegen huisarts. Klager verwijt huisarts dat deze niet adequaat heeft gereageerd op neurologische uitvalsverschijnselen. Hierdoor werd klager te laat verwezen naar een neuroloog en werd te laat vastgesteld dat er bij klager sprake was van een CVA. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ten aanzien van het handelen van de huisarts op 3 november 2016 gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege acht klager in zijn beroep ontvankelijk en acht de klacht ook ten aanzien van het handelen van de huisarts na 3 november 2016 gegrond. Geen omstandigheden aanwezig om een andere maatregel op te leggen dan een waarschuwing.