Zoekresultaten 21981-22000 van de 48269 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:99 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.119
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:99
Klacht tegen verpleegkundige. Klager is bekend met een autistische stoornis en onder behandeling bij de GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is. Klager verwijt verweerster samengevat dat zij nalatig en onzorgvuldig jegens klager heeft gehandeld, aangifte bij de politie heeft gedaan en daarbij haar beroepsgeheim heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard en aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klager komt in principaal beroep voor zover de klacht ongegrond is verklaard; het incidenteel beroep van verweerster richt zich tegen het gegrond verklaarde deel. Beide beroepen worden door het Centraal Tuchtcollege verworpen en de maatregel van waarschuwing blijft in stand.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:51 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-011/DB/LI
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:51
Advocaat heeft de belangen van haar cliënte behartigd. Verzoek om vervangende toestemming aan de rechtbank gelet op de omstandigheden van de zaak niet onbegrijpelijk. Belangen van klager niet nodeloos geschaad. Klager heeft de dag nadat een verzoek om vervangende toestemming aan de rechtbank is gedaan toestemming verleend tot inschrijving van zijn dochter bij een middelbare school. Informatie dat die toestemming niet was verleend was op de dag van indiening van het verzoek niet onjuist. Op de klacht over mededelingen ten aanzien van de relatie tussen de advocaat en haar cliënte is reeds eerder door de tuchtrechter beslist. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk. Gedeeltelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:101 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.122
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:101
De aangeklaagde arts/medisch adviseur was destijds ingeschreven als chirurg en gespecialiseerd in colectorale chirurgie. Verweerder is door de medisch adviseur van de verzekeraar van de artsen en de medisch adviseur van de klager gevraagd om als onafhankelijk arts te rapporteren. De klacht betreft het expertiserapport dat verweerder heeft opgesteld. Klager verwijt verweerder dat hij niet als een onafhankelijk deskundige te werk is gegaan. Volgens klager zijn er namelijk fouten gemaakt in de diagnostiek. Er was geen sprake van een fissuur en de fistel die er wel was is gemist. Bij de operatie is een beginnersfout gemaakt die alleen door een onervaren arts-assistent kan worden gemaakt en daardoor is klagers continentiestoornis ontstaan. De arts-assistent was te onervaren om de ingreep uit te voeren. Verder verwijt klager verweerder dat hij in zijn rapportage niet heeft gemeld dat klager niet is geïnformeerd over het risico van continentiestoornissen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt deze uitspraak.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:108 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.470
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:108
klaagster verwijt verweerder, werkzaam als arbo-arts, -zakelijk weergegeven - dat hij zonder aanvullende informatie op te vragen bij klaagsters huisarts en de behandelende specialisten en zonder haar te onderzoeken heeft geconcludeerd dat de oorzaak van klaagsters ziekte een gevolg is van een arbeidsconflict (pesten) in plaats van een gevolg van haar medische klachten (frequente diarree door lactose intolerantie). Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt deze uitspraak. Klaagster wordt voorts niet-ontvankelijk verklaard in haar in beroep aangevoerde nieuwe klachten.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1799
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 18-04-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:42
Bedrijfsarts wordt verweten dat hij heeft nagelaten een diagnose te stellen, te informeren naar de daarvoor relevante gegevens en een gebrek heeft aan empathisch vermogen. College: arbeidsconflict. Conform STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten had de bedrijfsarts eerst moeten beoordelen of sprake was van arbeidsongeschiktheid door ziekte of gebrek. In het medisch dossier is hierover niets vermeld en de bedrijfsarts heeft niet op andere wijze aannemelijk gemaakt dat hij klagers hoofdpijnklachten naar behoren heeft uitgevraagd. Deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:52 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-850/DB/OB
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:52
Het staat klaagster vrij de klacht opnieuw in te dienen indien hierover door de tuchtrechter nog geen tuchtrechtelijk oordeel is gegeven, mits de klacht voldoet aan de daartoe door de wet gestelde vormvereisten en binnen de in artikel 49 lid 1 sub a Advocatenwet bedoelde gestelde termijn. De geheimhoudingsplicht van een advocaat geldt tegenover zijn cliënt niet ten opzichte van de wederpartij. Advocaat heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op verzoek van haar cliënt heeft gecorrespondeerd met een door klager daartoe aangewezen derde. Dat, zoals klaagster stelt, informatie uit de brief aan die derde bekend is geworden bij anderen dan de heer vd V valt verweerster tuchtrechtelijk niet aan te rekenen. Klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.148
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:102
Klaagster heeft eerder een onderbeenamputatie aan beide benen ondergaan en tevens amputatie van de vingers. Zij heeft het multidisciplinair spreekuur van de aangeklaagde revalidatiearts met de chirurg bijgewoond om te informeren naar een osseo-geïntegreerde klikprothese aan beide benen in plaats van kokerprotheses. Beide benen moesten daarvoor 20 cm worden ingekort en er zou een cutaan stoma worden aangelegd. Zij kreeg klachten van de stoma en wilde op zeker moment ook van de klikprotheses af. Later kwam klaagster op deze beslissing terug. Klaagster verwijt de revalidatiearts dat hij : 1. klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgestelde behandeling, voordelen en nadelen van de behandeling, mogelijke complicaties en vereiste nazorg. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van informed consent; 2. geen adequate oplossing voor de bij klaagster opgetreden complicaties heeft geboden en daarmee niet heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting; 3. een operatieve ingreep heeft uitgevoerd, terwijl hij geen chirurg is maar revalidatiearts. De revalidatiearts mist de voor deze ingreep benodigde bekwaamheid; 4. geen adequate revalidatie heeft toegepast bij de aandoening die klaagster heeft. Hierdoor is haar herstel moeizaam en langdurig verlopen en heeft zij onnodig pijn geleden; 5. niet aan zijn dossierplicht heeft voldaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt die uitspraak.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17247
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 18-04-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:43
Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat hij zonder klaagsters medische gegevens en zonder enig onderzoek een foute diagnose bij klaagster heeft gesteld en heeft geweigerd klaagsters dossier op te sturen. Bedrijfsarts mocht voorlopige conclusie trekken op basis anamnese en waarneming in afwachting definitieve beoordeling belastbaarheid. Opvragen informatie bij klaagsters huisarts was zorgvuldig. Niet verwijtbaar dat bedrijfsarts onder deze omstandigheden niet zelf lichamelijk onderzoek heeft gedaan. Verplichting tot op verzoek van een werknemer tijdig toezenden van medisch dossier rust op de bedrijfsarts zelf. Hij kan zich daarbij niet verschuilen achter (onvolkomenheden van) het administratieve systeem van de organisatie waarbinnen hij werkt. Dat vijf weken verstreken zijn tussen verzoek van gemachtigde klaagster tot toezending medisch dossier en brief van arbodienst hoe klaagster medisch dossier kon opvragen, is niet tijdig en valt bedrijfsarts aan te rekenen. Bedrijfsarts had klaagsters gemachtigde bij ontbreken machtiging er direct op kunnen wijzen hoe klaagster wel haar medisch dossier kon opvragen. Deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:53 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-591/DB/ZWB
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:53
De voorzitter is op grond van artikel 46 lid 1 Advocatenwet bevoegd om op grond van het door de deken aan de raad toegezonden dossier en zonder partijen te horen te besluiten dat een klacht kennelijk ongegrond is. Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.149
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:103
Klaagster heeft eerder een onderbeenamputatie aan beide benen ondergaan en tevens amputatie van de vingers. Zij heeft het multidisciplinair spreekuur van verweerder, chirurg, en van de revalidatiearts (C2017.148) bijgewoond om te informeren naar een osseogeïntegreerde klikprothese aan beide benen in plaats van kokerprotheses. Beide benen moesten daarvoor 20 cm worden ingekort en er werd een cutaan stoma aangelegd. Op enig moment kreeg klaagster klachten van de stoma en wilde zij ook van de klikprotheses af. Op deze beslissing is klaagster later terug gekomen. Klaagster verwijt verweerder dat hij: 1. klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgestelde behandeling; 2. klaagster nodeloos lang heeft laten wachten zonder een oplossing te bieden voor haar complicatie, als gevolg waarvan zij ernstige onnodige pijnen heeft geleden en niet in staat was om protheses te dragen; 3. klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgestelde behandeling en het behandelplan. Daarnaast werd deze behandeling telkens op korte termijn gewijzigd; 4. geen adequate oplossing voor de bij klaagster opgetreden complicaties heeft geboden en daarmee niet heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting; 5. heeft nagelaten om mee te werken aan een second opinion; 6. ten onrechte heeft genoteerd dat klaagster psychische klachten zou hebben; 7. niet aan zijn dossierplicht heeft voldaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt die uitspraak.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/280
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:48
Klagers verwijten verweerder, kort samengevat grove nalatigheid, arrogantie en het missen van een diagnose. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/154
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:20
Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster is tijdens haar zwangerschap vanwege haar belaste obstetrische geschiedenis verwezen naar het ziekenhuis. Verweerster deed de intake en werd daarmee hoofdbehandelaar. Hierna is klaagster meemalen gezien in het ziekenhuis, echter niet meer door verweerster. Uiteindelijk is klaagster bevallen via een spoedsectio van een kindje dat na reanimatie hersendood bleek te zijn en enkele dagen later overleed. Klagers (klaagster en haar echtgenoot) verwijten verweerster dat zij als hoofdbehandelaar onvoldoende de regie heeft gevoerd ten aanzien van de behandeling. Het college is van oordeel dat behandeling van klaagster door een behandelteam niet op onzorgvuldige wijze is geschied en dat niet gebleken is dat deze wijze van behandeling het beloop van de zwangerschap ongunstig heeft beïnvloed. De klacht is daardoor ongegrond. Deze procedure hangt samen met de procedures met de kenmerken V2017/02, G2017/153 en G2017/155.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/155
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:21
Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster is gedurende haar zwangerschap meermalen gezien, door onder meer verweerster, wegens vaginaal bloedverlies. Uiteindelijk is klaagster bevallen via een spoedsectio van een kindje dat na reanimatie hersendood bleek te zijn en enkele dagen later overleed. Klagers (klaagster en haar echtgenoot) verwijten verweerster dat zij onvoldoende onderzoek heeft verricht. Het college is van oordeel dat het verwijt onterecht is. De klacht is daardoor in zijn geheel ongegrond. Deze procedure hangt samen met de procedures met de kenmerken V2017/02, G2017/153 en G2017/154.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/173
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:22
Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster heeft zich tot een AIOS gynaecologie gewend met vaginaal bloedverlies. Volgens klaagster heeft zij een ovariumcarcinoom en had zij onmiddellijk geholpen moeten worden. De AIOS heeft echter een vervolgafspraak gemaakt. Daarnaast heeft de AIOS verzuimd een echo te maken. De AIOS heeft een brief naar de huisarts gestuurd over het voorgaande die tevens door verweerster is ondertekend. Daarom maakt klaagster verweerster dezelfde verwijten als de betreffende AIOS (de procedure tegen de AIOS heeft kenmerk G2017/174). Het college is van oordeel dat de AIOS gezien de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hierbij speelt mee dat niet is vastgesteld dat bij klaagster sprake is van een ovariumcarcinoom en klaagster heeft geweigerd zich fysiek te laten onderzoeken. Verweerster heeft als supervisor van de AIOS evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/126T
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:39
Klaagster was tandartsassistente in de praktijk van verweerder en verwijt hem seksueel grensoverschrijdend gedrag. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/174
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:23
Klacht tegen voormalig AIOS gynaecologie. Klaagster heeft zich tot verweerster gewend met vaginaal bloedverlies. Volgens klaagster heeft zij een ovariumcarcinoom en had zij onmiddellijk geholpen moeten worden. Verweerster heeft echter een vervolgafspraak gemaakt. Daarnaast heeft verweerster verzuimd een echo te maken. Tevens verwijt klaagster verweerster dat het verslag van het consult onvolledig is. Het college is van oordeel dat verweerster gezien de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hierbij speelt mee dat niet is vastgesteld dat bij klaagster sprake is van een ovariumcarcinoom en klaagster heeft geweigerd zich fysiek te laten onderzoeken. Wat het verslag van het consult betreft, is het college van oordeel dat het aan verweerster is om te bepalen wat zij daarin vastlegt. Zij is niet gehouden de letterlijke weergave van klaagster te volgen. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-205
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:48
Deels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Vast is komen te staan dat er gedurende de behandelrelatie sprake was van seksueel contact tussen klaagster en de fysiotherapeut, terwijl de fysiotherapeut wist dat klaagster onder behandeling was van een psycholoog. Het seksueel contact heeft gedurende meerdere jaren en structureel tijdens behandelcontacten plaatsgevonden en is niet door de fysiotherapeut zelf beëindigd. De fysiotherapeut toont weinig inzicht in zijn eigen handelen en zelfreflectie. Ook sprake van gebrekkige dossiervoering en onjuiste declaraties. Doorhaling van de inschrijving in het BIG-register.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen V2017/02
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:18
Klacht tegen verloskundige. Verweerster heeft een vaginaal toucher verricht bij klaagster toen zij bijna 39 weken zwanger was. Aanleiding hiervoor was vaginaal bloedverlies. Vervolgens heeft verweerster de gynaecoloog gebeld en is er een spoedsectio verricht. Het kindje dat geboren werd, bleek na reanimatie hersendood te zijn en overleed enkele dagen later. Klagers (klaagster en haar echtgenoot) zijn van mening dat verweerster het vaginaal toucher niet had mogen verrichten. Zij achten het niet onwaarschijnlijk dat dit het fatale beloop heeft bespoedigd of zelfs veroorzaakt. Het college is van oordeel dat er juist een medische indicatie was voor een vaginaal toucher en dat niet gebleken is dat dit op onzorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Evenmin is gebleken dat het vaginaal toucher om een andere reden het beloop van de zwangerschap negatief heeft beïnvloed. De klacht is ongegrond. Deze procedure hangt samen met de procedures met de kenmerken G2017/153, G2017/154 en G2017/155.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-248
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:49
Gegronde klacht tegen een apotheker. De apotheker heeft zonder toestemming van klager zijn reisdocument en afleverhistorie van medicatie aan een derde meegegeven. Het in een gesloten enveloppe meegeven van deze medische informatie is niet voldoende om de privacy van een patiënt te waarborgen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/153
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:19
Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster is gedurende haar zwangerschap meermalen gezien, door onder andere verweerder, wegens vaginaal bloedverlies. Uiteindelijk is klaagster bevallen via een spoedsectio van een kindje dat na reanimatie hersendood bleek te zijn en enkele dagen later overleed. Klagers (klaagster en haar echtgenoot) verwijten verweerder onder meer dat hij onvoldoende onderzoek heeft verricht en te lang heeft vastgehouden aan een foute diagnose. Het college is van oordeel dat de verwijten onterecht zijn. De klacht is daardoor in zijn geheel ongegrond. Deze procedure hangt samen met de procedures met de kenmerken V2017/02, G2017/154 en G2017/155.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1099
- Pagina: 1100
- Pagina: 1101
- ...
- Pagina: 2414
- Volgende pagina zoekresultaten