Zoekresultaten 21981-22000 van de 48142 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:54 Raad van Discipline Amsterdam 17-994/A/A

    Deels gegronde klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door onvoldoende de leiding te nemen in de zaak van klager. Berisping en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 332/2017

    Klacht tegen huisarts. Bejegeningsklacht. Niet kan worden vastgesteld of verweerder een bepaalde opmerking al dan niet heeft gemaakt en wie als eerste aan de orde heeft gesteld dat klager een nieuwe huisarts zou zoeken. Het bespreekbaar maken van de vertrouwensvraag zou ook niet onredelijk zijn geweest. Ten aanzien van bij klager bestaande handklachten valt niet in te zien dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld of anderszins onvoldoende zorg heeft verleend.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:8 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329961 / KL RK 17-198

    Met betrekking tot het verwijt dat de notaris klager niet heeft laten weten dat het bedrag van de makelaarskosten niet was uitbetaald, heeft de notaris gewezen op de volmacht die klager aan de SNS Bank had gegeven. Deze volmacht betrof niet alleen de eigendomsoverdracht zelf, maar ook de algehele financiële afwikkeling daarvan. De kamer is van oordeel dat het gelet op deze volmacht op de weg van de SNS Bank had gelegen om klager ervan in kennis te stellen dat vanwege een executoriaal derdenbeslag het bedrag van de makelaarskosten bij de notaris in depot werd gehouden. Dit betekent dat het de notaris niet tuchtrechtelijk verweten kan worden dat hij hierover geen contact heeft gezocht met klager.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:30 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/626081 DW RK 17/323

    Anders dan de voorzitter in de beslissing van 14 maart 2017 in rechtsoverweging 4.3 heeft overwogen, overweegt de kamer dat de vergissing van de gerechtsdeurwaarder om één van de drie dossiers na het vonnis van de kantonrechter niet te sluiten wel degelijk tuchtrechtelijk laakbaar is. De kamer is van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder niet heeft voldaan aan artikel 4 van de Verordering beroeps- en gedragsregels van de Gerechtsdeurwaarders en kennelijk gebruik heeft gemaakt van een niet sluitend computersysteem. De gerechtsdeurwaarder had tevens alvorens klager te dagvaarden beter moeten onderzoeken of de vordering nog daadwerkelijk open stond. Niet gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder dit heeft gedaan. Verzet gegrond met oplegging van geldboete € 250,--.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:37 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/629758 / DW RK 17/563

    Klager zou onjuist zijn geïnformeerd over het kind geboden budget. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:55 Raad van Discipline Amsterdam 18-088/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klagers zijn niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. De vraag of een klacht tijdig is ingediend hangt niet af van het moment waarop in rechte is komen vast te staan dat wat de klager heeft geconstateerd over het handelen of nalaten van de advocaat juist is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:63 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-115/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. De klacht van advocaat en ex werkgever komt er in de kern op neer dat verweerder (advocaat en ex-werknemer) heeft samengespannen tegen klager en klager nadeel heeft willen toebrengen. De klacht is gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:31 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/632621 / DW RK 17/734

    Vordering zorgverzekeraar. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:38 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/627273 / DW RK 17/412

    De kamer is van oordeel dat het in dit geval op de weg van de gerechtsdeurwaarder had gelegen om bij de opdrachtgever na te gaan of het standpunt van klager dat er inmiddels bij het Hof was geschikt juist was en de bewijslast niet bij klager neer te leggen. Dit mede gelet op de omstandigheid dat klager het rolnummer van de zaak aan de medewerker heeft doorgegeven en daarmee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een zaak was, hetgeen bovendien door het noemen van het nummer eenvoudig te verifiëren was. Verzet gegrond, geen termen aanwezig voor het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:56 Raad van Discipline Amsterdam 17-916/A/A

    Gegronde klacht over eigen advocaat. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder klager afdoende heeft geadviseerd over de aanpak van de zaak. Verder blijkt nergens uit dat verweerder met klager heeft afgestemd welke argumenten hij wel en niet zou aanvoeren. Hetzelfde geldt voor de aangeleverde stukken: ook daarvan blijkt niet dat verweerder met klager heeft afgestemd welke stukken hij wel en niet zou inbrengen. Een redelijk handelend en redelijk bekwaam advocaat had dat wel gedaan. De raad ziet af van het opleggen van een maatregel, nu aan een eerder over verweerder ingediend dekenbezwaar (mede) hetzelfde feitencomplex ten grondslag ligt als aan deze zaak.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:64 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-819/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over kwaliteit van dienstverlening en over bejegening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:32 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/612695 / DW RK 16/813

    De gerechtsdeurwaarder wel degelijk binnen een redelijke termijn steeds op de verzoeken van klager om informatie heeft gereageerd. De gerechtsdeurwaarder is bij een onder bewind gestelde in beginsel verplicht om met of via de bewindvoerder te communiceren. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door klager naar zijn bewindvoerder te verwijzen voor (verzoeken om) informatie terzake zijn dossiers. Het is uiteindelijk aan de werkgever van klager om de beslagvrije voet op correcte wijze toe te passen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:26 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/611683 / RK DW 16/734

    De door de gerechtsdeurwaarder in rekening gebrachte kosten berusten op door de overheid vastgestelde en in het Besluit tarieven ambtshandeling gerechtsdeurwaarders neergelegde tarieven. Niet gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder andere of hogere kosten in rekening heeft gebracht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:223 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-172

    Klacht tegen patroon en stagiaire. Een opdrachtbevestiging is niet vereist, maar een advocaat is wel verplicht de voorwaarden waaronder hij de opdracht aanvaardt vooraf te bespreken met de cliënt. Daartoe behoren o.a. de financiële consequenties van de zaak. In dit geval is niet komen vast te staan dat die zijn besproken, zodat risico van ontbreken van bewijs voor rekening van de advocaat komt. De mogelijkheid van gefinancierde rechtshulp dient in beginsel met de cliënt te worden besproken. Nu dit niet is komen vast te staan, komt het ontbreken van bewijs eveneens voor risico van de advocaat. De kwaliteit van de rechtshulp is beneden de maat, omdat niet gebleken is dat de advocaat gedegen voorlichting heeft gegeven over mogelijke scenario's, strategieën en slagingskansen. Klacht over optreden van de advocaat jegens de gemachtigde van klager, is niet-ontvankelijk wegens ontbreken van eigen belang van klager. Als de advocaat de zaak niet zelf behandelt, maar dit een kantoorgenoot (in dit geval een stagiaire) laat doen, dient hij dit vooraf met zijn cliënt te bespreken. Verder dient een advocaat schikkingsvoorstellen vooraf met zijn cliënt te bespreken, ook als deze slechts dienen als "proefballon". Klacht deels gegrond, deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk. Maatregel opgelegd aan patroon: voorwaardelijke schorsing van twee weken en kostenveroordeling, aan stagiaire: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:222 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-270

    Klager is verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. Verweerster staat zijn echtgenote bij. Klager verwijt verweerster opruiende taal te gebruiken, mee te werken aan het geven van een verkeerde voorstelling van zaken aan de rechter en de rechter onjuiste informatie te verstrekken. Ook intimideert en dreigt verweerster. Bovendien zet verweerster zich onvoldoende in om het (echtscheidings-)geschil in der minne op te lossen. De raad is van oordeel dat verweerster geacht wordt terughoudend op te treden teneinde onnodige escalatie van de in dit soort zaken vaak aanwezige emoties te vermijden. Verweerster heeft er blijk van gegeven zich onvoldoende bewust te zijn van haar eigen verantwoordelijkheid op dit punt. Door de wijze waarop zij bij de aanzegging van een Kort Geding gewag heeft gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van de pers en van het feit dat haar cliënte “geen blad voor de mond” zou nemen, heeft zij impliciet gedreigd om zaken die in de relatie tussen klager en zijn vrouw speelde openbaar te maken wetende dat dit schade zou kunnen toebrengen aan klager. Dit onderdeel van klacht is daarom gegrond. Omdat er nog niet eerder disciplinaire maatregelen tegen verweerster zijn genomen volstaat de raad met een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:2 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/12 en 13

    Wraking. Verzoek afgewezen en bepaald dat volgend verzoek tot wraking niet in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:62 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-936

    Het dekenbezwaar tegen verweerder is gegrond verklaard. Verweerder zei zijn cliënte toe werkzaamheden voor haar te zullen verrichte op basis van een toevoeging. De toevoeging werd aanvankelijk geweigerd. Daarom sloot verweerder met zijn cliënte een overeenkomst op grond waarvan zij moest betalen voor verweerders werkzaamheden. Verweerder zond een nota voor die werkzaamheden die door zijn cliënte betaald werd. Achteraf werd er toch een toevoeging met terugwerkende kracht aan de cliënte afgegeven. Zij vroeg toen om terugbetaling van het door haar betaalde bedrag. Verweerder weigerde dat met onder andere het argument dat hij geen partij was bij het aanvragen en toekennen van de toevoeging. Die aanvraag/toekenning heeft naar de mening van verweerder geen verandering gebracht in de civiele relatie die hij met zijn cliënte had. De cliënte riep de bemiddeling van de deken in. Deze diende over verweerders weigering een dekenbezwaar in. De raad acht het bezwaar gegrond en legt een voorwaardelijke boete op met als doel terugbetaling van het betaalde honorarium te bewerkstelligen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:56 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-699

    Klacht tegen advocaat wederpartij ongegrond. Hoewel verweerder ook had kunnen volstaan met een enkele mededeling aan de bindend adviseur dat en wanneer het kort geding precies plaats zou vinden, kan niet worden gezegd dat verweerder door de toezending (in cc) van de dagvaarding aan de bindend adviseur de grenzen van de hem toekomende ruime vrijheid als advocaat van de wederpartij heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:63 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-888

    Verweerder heeft naar het oordeel van de deken zijn mobiele telefoon met geheimhoudernummer ter beschikking heeft gesteld aan zijn inverzekeringgestelde cliënt. Dit is strijd met artikel 6.11 VODA waarin staat dat een advocaat ervoor moet zorgen dat een persoon zonder een verschoningsrecht of zonder een van een advocaat afgeleid verschoningsrecht, geen gebruikmaakt van een dergelijke telefoon. Het feit dat verweerder bij het door zijn cliënt gevoerde telefoongesprek aanwezig was en de regie had van het gesprek doet daar naar het oordeel van de raad niet aan af. de raad verklaart het bezwaar gegrond zonder oplegging van een maatregel omdat verweerder er blijk van heeft gegeven de juistheid van het bezwaar van de deken in te zien.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:57 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-492

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager is niet-ontvankelijk voor zover hij het bestaan van een rechtsgeldige opdracht van de wedepartij aan verweerster betwist. Klager heeft daarbij onvoldoende persoonlijk belang. Daarnaast is niet gebleken dat verweerster onwaarheden heeft verkondigd of klager heeft aangezet tot fiscale fraude door het doen van bepaalde voorstellen tijdens de onderhandelingen. Klacht in zoverre ongegrond.