Zoekresultaten 21981-22000 van de 46479 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:141 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-092/DB/MN

    Klaagster verwijt verweerster dat zij haar werkzaamheden als bijzondere curator over de minderjarige kinderen van klaagster niet naar behoren heeft verricht. Verweerster heeft steeds in het belang van de minderjarige kinderen opgetreden en dat is niet altijd gelijk aan het belang van klaagster. De voorzitter heeft de klachten van klaagster terecht ongegrond bevonden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 16220

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde na plotseling overlijden van patiënte, ingediend door echtgenoot, ongegrond. Verweerder is zorgvuldig te werk gegaan, heeft voldoende aandacht aan de patiënte en haar gezondheidssituatie gegeven en op grond van de bevindingen de juiste acties ondernomen. Geen aanwijzingen dat signalen gemist zijn. Geen reden voor doorverwijzing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:240 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.076

    Klacht tegen psychiater. In 2003 is bij klager de diagnose schizofrenie, paranoïde type gesteld. Verweerder heeft deze diagnose in 2014 onderschreven. Klager verwijt verweerder het stellen van een foute diagnose. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep van klager wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:142 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-287/DB/OB

    Klacht over eigen advocaat inzake kwaliteit dienstverlening. Verweerder tekort geschoten in communicatie en zorg voor cliënte en haar vier jaar in het ongewisse gelaten. Ziekte van advocaat geen excuus. Verweerder is 71 jaar en geen advocaat meer. Gezien omstandigheden volstaat berisping. Klacht gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TNORDHA:2017:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-21

    Samengevat ziet de klacht op de lakse houding van de notaris dat hij niet tijdig heeft gereageerd op de rapportage van klaagster alsmede het plegen van diverse normovertredingen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 16222

    Klacht tegen verpleegkundige na plotseling overlijden van patiënte, ingediend door dochter, ongegrond. Lezingen over feitelijke gang van zaken lopen uiteen. Lezing van klaagster wordt niet gestaafd door zorgdossier. Door verweerster uitgevoerde controles gaven geen afwijkend beeld en noopten niet tot (onmiddellijke) inschakeling van een arts.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:147 Raad van Discipline 's-Gravenhage 16-1018/DH/DH

    Beslissing op verzet. Evenals de voorzitter is de raad van oordeel dat verweerster bij het behartigen van de belangen van haar cliënt binnen de grenzen van professioneel gedrag is gebleven. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:167 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170085-B

    Nu klagers hun klacht hebben ingetrokken en naar het oordeel van het hof geen omstandigheden aanwezig zijn die voortzetting als bedoeld in artikel 47a Advocatenwet vergen, heeft het hof de beslissing van de raad vernietigd en verstaan dat op de klacht niet behoeft te worden beslist.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:161 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170045

    De grieven 2 en 3 (slot) richten zich tegen de overweging van de raad dat de raad het aannemelijk acht dat klaagster in de bespreking van 13 februari 2014 voldoende over de procedure is geïnformeerd. Onder de door het hof geschetste omstandigheden houdt het hof het ervoor dat verweerder niet vooraf met klaagster heeft besproken dat ter gelegenheid van de comparitie ook haar zaak tegen haar ex-partner en de kwestie tussen haar en de ouders van haar ex-partner aan de orde zouden kunnen komen en onderwerp van een alomvattende schikking zouden kunnen zijn. Daarvan uitgaande is zij tevens onvoldoende geïnformeerd akkoord gegaan met het haar door verweerder gegeven advies niet ter comparitie te verschijnen. In zoverre treft verweerder een tuchtrechtelijk verwijt en is klachtonderdeel 1 gegrond. De grieven 2 en 3 (slot) slagen dan ook. De overige grieven slagen niet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:174 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170121

    Tussenbeslissing. Dekenbezwaar. Verweerder is niet ter zitting van het hof verschenen. Het hof ziet in de gegeven omstandigheden - verweerder heeft geen afstand gedaan van zijn recht om mondeling gehoord te worden, er is sprake van een ongelukkige gebeurtenis aan zijde verweerder, de raad heeft een zware maatregel (schrapping) opgelegd en het hof heeft vragen voor verweerder - aanleiding om een nieuwe mondelinge behandeling te gelasten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:168 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170108

    Beroep op doorbreking van het appelverbod van artikel 46h lid 7 Advocatenwet wegens schending fundamentele rechtsbeginselen. Dit beroep wordt verworpen. Klachten over de motivering van de beslissing, het niet verstrekken van het proces-verbaal door de raad, het gestelde verzuim van de deken om een tweetal brieven niet aan de raad te overleggen, de verenigbaarheid van de functie van deken, advocaat en curator en dat advocaten in strijd met het EVRM en BuPo-verdrag lid kunnen zijn van een rechterlijk college als de raad leveren geen grond voor doorbreking op. Onvoldoende onderbouwd met welke bepaling van Gemeenschapsrecht artikel 46h lid 7 Advocatenwet strijdig zou zijn.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:161 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-027/DH/RO

    Beslissing op verzet. Klacht tegen deken. Het is juist dat een klager de door hem betrokken stellingen met bewijs dient te schragen. Verweerder heeft klager daar dan ook terecht – en in het belang van klager – op gewezen. Verweerder heeft bovendien voldoende ruimte geboden voor hoor en wederhoor en de te volgen procedure zeer duidelijk aan klager uitgelegd. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:162 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170144

    Art. 13-beklag Met de deken is het hof van oordeel dat uit de door klaagster overgelegde stukken niet kan worden afgeleid dat klaagster enige vordering heeft op enige (rechts)persoon of (rechts)personen in verband met de nalatenschap van haar ouders. Het is daarom niet gebleken dat klaagster de bijstand van een advocaat nodig heeft. De deken had daarmee gegronde reden om het verzoek van klaagster af te wijzen. Volgt ongegrondverklaring van de klacht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:175 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170129

    Klacht van bewindvoerder. Ontvankelijk. Voor het voeren ven een gerechtelijke procedure had in dit geval de verweerder machtiging van de kantonrechter moeten vragen, omdat de goederen van zijn cliënt onder bewind stonden. Verweerder heeft verzuimd die machtiging te vragen waardoor zijn cliënt in een kort gedingprocedure niet-ontvankelijk is verklaard. Die procedure was derhalve bij voorbaat kansloos. Het strategisch belang en de omstandigheid dat na de zitting alsnog een schikkig is bereikt vormen geen rechtvaardiging. Tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerder mocht geen aanspraak maken op griffierecht nu het kort geding kansloos was. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:169 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170107

    Beroep op doorbreking van het appelverbod van artikel 46h lid 7 Advocatenwet wegens schending fundamentele rechtsbeginselen. Dit beroep wordt verworpen. Klachten over de motivering van de beslissing, het niet verstrekken van het proces-verbaal door de raad, het gestelde verzuim van de deken om een tweetal brieven niet aan de raad te overleggen, de verenigbaarheid van de functie van deken, advocaat en curator en dat advocaten in strijd met het EVRM en BuPo-verdrag lid kunnen zijn van een rechterlijk college als de raad leveren geen grond voor doorbreking op. Onvoldoende onderbouwd met welke bepaling van Gemeenschapsrecht artikel 46h lid 7 Advocatenwet strijdig zou zijn.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:194 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-274/DH/DH

    Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door personen die door de wederpartij als getuige waren aangezegd, te horen in de zin van gedragsregel 16. Klacht over het ter zitting vertonen van storend gedrag ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:163 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170140

    Art. 13-beklag Gelet op de e-mail van de door de deken al eerder aangewezen advocaat mr. S heeft de deken op goede gronden het verzoek om (opnieuw) een advocaat aan te wijzen afgewezen, nu de door klaagster voorgenomen procedure(s) als kansloos moeten worden aangemerkt. Klaagster heeft niets aangevoerd op grond waarvan de analyse van mr. S als onjuist zou moeten worden aangemerkt. Het hof merkt daarbij nog op dat, nu dergelijke procedures volgens klaagster bij de kantonrechter zouden moeten worden gevoerd, verplichte vertegenwoordiging door een advocaat niet aan de orde is. Volgt ongegrondverklaring van het beklag.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:176 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170074

    Klager verwijt verweerder op te hebben getreden voor de stichting zonder dat klager, in zijn hoedanigheid van voorzitter van die stichting, daarvoor toestemming heeft gegeven. Klacht in hoger beroep alsnog ongegrond. Verweerder is bij aanvang van de opdracht nagegaan wie bevoegd was om de stichting te vertegenwoordigen en heeft op basis van de statuten en het uittreksel uit het handelsregister geconcludeerd dat de secretaris/penningmeester bevoegd was. De formulering in de statuten laat ruimte aan de interpretatie van verweerder daarvan. Bovendien had verweerder lange tijd geen reden om te twijfelen aan de bevoegdheid. Vernietiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:157 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170085-A

    Nu klagers hun klacht hebben ingetrokken en naar het oordeel van het hof geen omstandigheden aanwezig zijn die voortzetting als bedoeld in artikel 47a Advocatenwet vergen, heeft het hof de beslissing van de raad vernietigd en verstaan dat op de klacht niet behoeft te worden beslist.

  • ECLI:NL:TAHVD:2017:170 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170025

    Beslissing op verzet tegen de beslissing van de voorzitter om het hoger beroep van klaagster af te wijzen. Beroep op doorbreking van het appelverbod van artikel 46h lid 7 Advocatenwet wegens schending fundamentele rechtsbeginselen. Dit beroep wordt afgewezen. Klachten over de motivering van de beslissing en het niet verstrekken van het proces-verbaal door de raad leveren geen grond voor doorbreking op. Dat de verzetbeslissing van de raad is ondertekend door een andere griffier dan degene die bij de mondelinge behandeling aanwezig was leidt niet tot nietigheid van de beslissing. Onvoldoende onderbouwd met welke bepaling van Gemeenschapsrecht artikel 46h lid 7 Advocatenwet strijdig zou zijn. Het verzet is ongegrond.