Zoekresultaten 21861-21880 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.190
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:104
Klacht tegen verpleegkundige. De klacht heeft betrekking op de (inmiddels overleden) moeder van klager die verbleef in de verzorgingsinstelling waar verweerster werkzaam is. Klager verwijt verweerster dat zij heeft verzuimd gevolg te geven aan het behandelverbod en het team daarover onvoldoende heeft geïnstrueerd en voorts dat zij de rol van klager als wettelijk vertegenwoordiger niet heeft gerespecteerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht af gewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.221
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:105
Klacht tegen psychiater. Klager, voormalig werkgever van verweerder, verwijt verweerder dat hij een persoonlijke relatie met een patiënte is aangegaan en voorts dat hij over de vele contacten met patiënte niets althans te weinig in het dossier heeft genoteerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard. Aan verweerder is, vanwege het feit dat hij reeds was uitgeschreven uit het BIG-register, opgelegd de ontzegging van het recht zich wederom in dat register in te schrijven. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing uitsluitend voor wat betreft de maatregel en legt aan verweerder de maatregel van ontzegging voor de duur van een jaar van het recht wederom in het register te worden ingeschreven voor de duur van een jaar.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:106 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.275
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:106
Regionaal Tuchtcollege heeft (in twee afzonderlijke beslissingen) klachten tegen psychotherapeut / psychiater over een te ver gaande persoonlijke / vriendschappelijke relatie met klager en over de wijze van beëindiging van de behandelrelatie gegrond verklaard en aan verweerder in eerste aanleg zowel in zijn hoedanigheid van psychotherapeut als psychiater de maatregel van berisping opgelegd. Verweerder in eerste aanleg erkent dat hij als psychiater niet juist heeft gehandeld en stelt geen beroep in tegen de beslissing met betrekking tot zijn handelen als psychiater. Hij vindt echter dat aan hem ten onrechte in zijn hoedanigheid van psychotherapeut een berisping is opgelegd, omdat hij klager in de betreffende periode alleen als psychiater behandelde. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de psychotherapeut onduidelijkheid heeft laten bestaan of hij klager behandelde als psychotherapeut of als psychiater, door in zijn correspondentie geen duidelijk onderscheid te maken tussen zijn beide hoedanigheden, in die correspondentie niet duidelijk te zijn over de behandeling die hij aan klager gaf en door geen behandelingsovereenkomst(en) met klager op te stellen. Deze onduidelijkheid komt voor rekening en risico van de psychotherapeut. Het beroep wordt verworpen en de opgelegde maatregel gehandhaafd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:96 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-774
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:96
Naar het oordeel van de raad heeft verweerster geen misverstand laten ontstaan over haar hoedanigheid waarin zij voor haar cliënt is opgetreden, namelijk eerst als de adviseur van haar cliënt (executeur) en later als zijn advocaat. In haar correspondentie aan de advocaat van klager is zij daarover voldoende duidelijk geweest. Dat de inhoud van de diverse e-mails of stukken van haar cliënt, of het feit dat hij zijn e-mails regelmatig ook in cc aan verweerster heeft toegestuurd, daarover verwarring kan hebben doen ontstaan bij klager en zijn advocaat, kan verweerster niet worden toegerekend. Voorts bestond geen aanleiding voor verweerster om zich als advocaat te onttrekken in de procedures van de executeur tegen klager, tevens erfgenaam. Niet is gebleken dat verweerster op enig moment de belangen van de erfgenamen, waaronder klager, heeft behartigd. De executeur vertegenwoordigt immers de erflater, niet de erfgenamen. Dat betekent dat een executeur zich dan ook door een advocaat mag laten bijstaan in geschillen met (mede)erfgenamen, zoals in de onderhavige kwestie ook is gebeurd. Verdere klacht over uitlatingen van verweerster over schikkingsonderhandelingen eveneens ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:50 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-926/DB/LI
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:50
Van een advocaat mag worden verwacht dat hij zich professioneel gedraagt. Onvoldoende concreet aangetoond dat het verloop van een gesprek de advocaat tuchtrechtelijk valt aan te rekenen. Klaagster niet-ontvankelijk in een klacht over de status van een kantoor in Duitsland, dit betreft het algemeen belang. Beëindiging werkzaamheden niet op een ontijdig moment. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.120 en C2017.128
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:100
Klacht tegen psychiater. Klager is bekend met een autistische stoornis en onder behandeling bij de GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is. Klager verwijt verweerster samengevat dat zij nalatig en onzorgvuldig jegens klager heeft gehandeld, onjuiste medicatie heeft voorgeschreven, de afbouw daarvan niet heeft begeleid en de behandeling niet op de juiste wijze heeft overgedragen aan de huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het klachtonderdeel dat betrekking heeft op de afbouw van de medicatie en de overdracht van de behandeling gegrond verklaard en aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd. De overige twee klachtonderdelen zijn door het Regionaal Tuchtcollege ongegrond verklaard. Het beroep van klager richt zich tegen de ongegrondverklaring; verweerder komt in beroep tegen de gegrondverklaring. Beide beroepen worden door het Centraal Tuchtcollege verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:107 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.439
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:107
Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is door verweerder in opdracht van de IND onderzocht om te beoordelen of door de IND bij het horen van klaagster rekening gehouden diende te worden met mogelijke beperkingen. Klaagster verwijt verweerder (1) dat het gesprek (te) kort heeft geduurd en (2) dat verweerder niet of onvoldoende onderzoek naar de psychische klachten van klaagster heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep van klaagster slaagt voor wat betreft het tweede klachtonderdeel. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg, verklaart het tweede klachtonderdeel gegrond en legt aan verweerder de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:97 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-553
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:97
De raad oordeelt het verzet ongegrond tegen de eigen advocaat, die in hoger beroep op een bepaald onderwerp geen grief heeft aangevoerd, ondanks verzoeken van klaagster daartoe. Voldoende zorgvuldig gehandeld jegens klaagster.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17245
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 18-04-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:41
Psychiater, die diende te beoordelen of klaagster geschikt is om een rijbewijs te hebben volgens de Regeling eisen geschiktheid 2000, wordt verweten dat hij een onjuiste diagnose (alcoholmisbruik in ruime zin) heeft gesteld, bij het stellen van de diagnose onzorgvuldig heeft gehandeld en dat de rapportage gebreken vertoont. Aanwijzingen zowel voor als tegen alcoholmisbruik. Rapportage en conclusie voldoen aan de maatstaf. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:99 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.119
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:99
Klacht tegen verpleegkundige. Klager is bekend met een autistische stoornis en onder behandeling bij de GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is. Klager verwijt verweerster samengevat dat zij nalatig en onzorgvuldig jegens klager heeft gehandeld, aangifte bij de politie heeft gedaan en daarbij haar beroepsgeheim heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard en aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klager komt in principaal beroep voor zover de klacht ongegrond is verklaard; het incidenteel beroep van verweerster richt zich tegen het gegrond verklaarde deel. Beide beroepen worden door het Centraal Tuchtcollege verworpen en de maatregel van waarschuwing blijft in stand.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:51 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-011/DB/LI
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:51
Advocaat heeft de belangen van haar cliënte behartigd. Verzoek om vervangende toestemming aan de rechtbank gelet op de omstandigheden van de zaak niet onbegrijpelijk. Belangen van klager niet nodeloos geschaad. Klager heeft de dag nadat een verzoek om vervangende toestemming aan de rechtbank is gedaan toestemming verleend tot inschrijving van zijn dochter bij een middelbare school. Informatie dat die toestemming niet was verleend was op de dag van indiening van het verzoek niet onjuist. Op de klacht over mededelingen ten aanzien van de relatie tussen de advocaat en haar cliënte is reeds eerder door de tuchtrechter beslist. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk. Gedeeltelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:101 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.122
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:101
De aangeklaagde arts/medisch adviseur was destijds ingeschreven als chirurg en gespecialiseerd in colectorale chirurgie. Verweerder is door de medisch adviseur van de verzekeraar van de artsen en de medisch adviseur van de klager gevraagd om als onafhankelijk arts te rapporteren. De klacht betreft het expertiserapport dat verweerder heeft opgesteld. Klager verwijt verweerder dat hij niet als een onafhankelijk deskundige te werk is gegaan. Volgens klager zijn er namelijk fouten gemaakt in de diagnostiek. Er was geen sprake van een fissuur en de fistel die er wel was is gemist. Bij de operatie is een beginnersfout gemaakt die alleen door een onervaren arts-assistent kan worden gemaakt en daardoor is klagers continentiestoornis ontstaan. De arts-assistent was te onervaren om de ingreep uit te voeren. Verder verwijt klager verweerder dat hij in zijn rapportage niet heeft gemeld dat klager niet is geïnformeerd over het risico van continentiestoornissen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt deze uitspraak.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:108 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.470
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:108
klaagster verwijt verweerder, werkzaam als arbo-arts, -zakelijk weergegeven - dat hij zonder aanvullende informatie op te vragen bij klaagsters huisarts en de behandelende specialisten en zonder haar te onderzoeken heeft geconcludeerd dat de oorzaak van klaagsters ziekte een gevolg is van een arbeidsconflict (pesten) in plaats van een gevolg van haar medische klachten (frequente diarree door lactose intolerantie). Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt deze uitspraak. Klaagster wordt voorts niet-ontvankelijk verklaard in haar in beroep aangevoerde nieuwe klachten.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1799
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 18-04-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:42
Bedrijfsarts wordt verweten dat hij heeft nagelaten een diagnose te stellen, te informeren naar de daarvoor relevante gegevens en een gebrek heeft aan empathisch vermogen. College: arbeidsconflict. Conform STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten had de bedrijfsarts eerst moeten beoordelen of sprake was van arbeidsongeschiktheid door ziekte of gebrek. In het medisch dossier is hierover niets vermeld en de bedrijfsarts heeft niet op andere wijze aannemelijk gemaakt dat hij klagers hoofdpijnklachten naar behoren heeft uitgevraagd. Deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:52 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-850/DB/OB
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:52
Het staat klaagster vrij de klacht opnieuw in te dienen indien hierover door de tuchtrechter nog geen tuchtrechtelijk oordeel is gegeven, mits de klacht voldoet aan de daartoe door de wet gestelde vormvereisten en binnen de in artikel 49 lid 1 sub a Advocatenwet bedoelde gestelde termijn. De geheimhoudingsplicht van een advocaat geldt tegenover zijn cliënt niet ten opzichte van de wederpartij. Advocaat heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op verzoek van haar cliënt heeft gecorrespondeerd met een door klager daartoe aangewezen derde. Dat, zoals klaagster stelt, informatie uit de brief aan die derde bekend is geworden bij anderen dan de heer vd V valt verweerster tuchtrechtelijk niet aan te rekenen. Klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.148
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:102
Klaagster heeft eerder een onderbeenamputatie aan beide benen ondergaan en tevens amputatie van de vingers. Zij heeft het multidisciplinair spreekuur van de aangeklaagde revalidatiearts met de chirurg bijgewoond om te informeren naar een osseo-geïntegreerde klikprothese aan beide benen in plaats van kokerprotheses. Beide benen moesten daarvoor 20 cm worden ingekort en er zou een cutaan stoma worden aangelegd. Zij kreeg klachten van de stoma en wilde op zeker moment ook van de klikprotheses af. Later kwam klaagster op deze beslissing terug. Klaagster verwijt de revalidatiearts dat hij : 1. klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgestelde behandeling, voordelen en nadelen van de behandeling, mogelijke complicaties en vereiste nazorg. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van informed consent; 2. geen adequate oplossing voor de bij klaagster opgetreden complicaties heeft geboden en daarmee niet heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting; 3. een operatieve ingreep heeft uitgevoerd, terwijl hij geen chirurg is maar revalidatiearts. De revalidatiearts mist de voor deze ingreep benodigde bekwaamheid; 4. geen adequate revalidatie heeft toegepast bij de aandoening die klaagster heeft. Hierdoor is haar herstel moeizaam en langdurig verlopen en heeft zij onnodig pijn geleden; 5. niet aan zijn dossierplicht heeft voldaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt die uitspraak.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17247
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 18-04-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:43
Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat hij zonder klaagsters medische gegevens en zonder enig onderzoek een foute diagnose bij klaagster heeft gesteld en heeft geweigerd klaagsters dossier op te sturen. Bedrijfsarts mocht voorlopige conclusie trekken op basis anamnese en waarneming in afwachting definitieve beoordeling belastbaarheid. Opvragen informatie bij klaagsters huisarts was zorgvuldig. Niet verwijtbaar dat bedrijfsarts onder deze omstandigheden niet zelf lichamelijk onderzoek heeft gedaan. Verplichting tot op verzoek van een werknemer tijdig toezenden van medisch dossier rust op de bedrijfsarts zelf. Hij kan zich daarbij niet verschuilen achter (onvolkomenheden van) het administratieve systeem van de organisatie waarbinnen hij werkt. Dat vijf weken verstreken zijn tussen verzoek van gemachtigde klaagster tot toezending medisch dossier en brief van arbodienst hoe klaagster medisch dossier kon opvragen, is niet tijdig en valt bedrijfsarts aan te rekenen. Bedrijfsarts had klaagsters gemachtigde bij ontbreken machtiging er direct op kunnen wijzen hoe klaagster wel haar medisch dossier kon opvragen. Deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:53 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-591/DB/ZWB
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:53
De voorzitter is op grond van artikel 46 lid 1 Advocatenwet bevoegd om op grond van het door de deken aan de raad toegezonden dossier en zonder partijen te horen te besluiten dat een klacht kennelijk ongegrond is. Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.149
- Datum publicatie: 18-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:103
Klaagster heeft eerder een onderbeenamputatie aan beide benen ondergaan en tevens amputatie van de vingers. Zij heeft het multidisciplinair spreekuur van verweerder, chirurg, en van de revalidatiearts (C2017.148) bijgewoond om te informeren naar een osseogeïntegreerde klikprothese aan beide benen in plaats van kokerprotheses. Beide benen moesten daarvoor 20 cm worden ingekort en er werd een cutaan stoma aangelegd. Op enig moment kreeg klaagster klachten van de stoma en wilde zij ook van de klikprotheses af. Op deze beslissing is klaagster later terug gekomen. Klaagster verwijt verweerder dat hij: 1. klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgestelde behandeling; 2. klaagster nodeloos lang heeft laten wachten zonder een oplossing te bieden voor haar complicatie, als gevolg waarvan zij ernstige onnodige pijnen heeft geleden en niet in staat was om protheses te dragen; 3. klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgestelde behandeling en het behandelplan. Daarnaast werd deze behandeling telkens op korte termijn gewijzigd; 4. geen adequate oplossing voor de bij klaagster opgetreden complicaties heeft geboden en daarmee niet heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting; 5. heeft nagelaten om mee te werken aan een second opinion; 6. ten onrechte heeft genoteerd dat klaagster psychische klachten zou hebben; 7. niet aan zijn dossierplicht heeft voldaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt die uitspraak.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/280
- Datum publicatie: 17-04-2018
- Datum uitspraak: 17-04-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:48
Klagers verwijten verweerder, kort samengevat grove nalatigheid, arrogantie en het missen van een diagnose. Ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1093
- Pagina: 1094
- Pagina: 1095
- ...
- Pagina: 2408
- Volgende pagina zoekresultaten