Zoekresultaten 21581-21600 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:3 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/32

    De klacht heeft betrekking op een bij een hond uitgevoerde TPO-operatie (Triple Pelvic Osteotomy). Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/476VP

    De IGJ dient een klacht in tegen een verpleegkundige. De IGJ verwijt verweerster dat zij ten opzichte van een patiënt de grenzen van de professionele relatie niet in acht heeft genomen door een intieme / seksuele relatie met de patiënt aan te gaan. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-019

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Dat de huisarts niet meteen een röntgenfoto van de neus heeft laten maken toen klager op de HAP verscheen met een scheur in zijn neus, is niet onzorgvuldig. De huisarts heeft in het dossier een herinnering aan de eigen huisarts van klager om later een röntgenfoto te laten maken aangetekend. Onheuse bejegening is niet vast komen te staan. Wel verwijtbaar is de nazorg met betrekking tot de wondlijm die in het oog van klager terecht is gekomen bij het dichtplakken van de snee op de neus. Hij heeft nagelaten klager te verwijzen naar een oogarts of de huisarts. Het advies om thuis het oog met water te spoelen was niet voldoende. Laatste klachtonderdeel gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/07

    Klager is van mening dat hij hoogstwaarschijnlijk lijdt aan Mucormycose (een zeldzame maar ernstige schimmelaandoening waarbij de bloedvatwanden van vooral de sinussen, hersenen en longen zijn aangetast) en hij wenst hiervoor een medicinale behandeling te krijgen. Verweerder heeft klager die behandeling geweigerd omdat er geen enkele aanwijzing is voor de diagnose Mucormycose en dat verwijt klager hem. De klacht is in zijn geheel ongegrond verklaard en afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/394

    Klager dient mede namens zijn vrouw een klacht in betreffende de behandeling van hun zoon. De zoon van klagers is op 3 juni 2017 aan epilepsie overleden. Klager verwijt verweerder (neuroloog) onjuiste en onvolledige informatie te hebben verstrekt over de risico's van epilepsie. Tevens verwijten zij verweerder dat er geen lichamelijk onderzoek is verricht waardoor mogelijke hartproblemen niet zijn onderzocht. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-007

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft met zijn verklaring zoals gebruikt in de echtscheidingsprocedure niet gehandeld in strijd met de tweede tuchtnorm, omdat het geen gedragingen zijn die betrekking hebben op het verlenen van individuele gezondheidszorg of die een wezenlijke weerslag hebben op de individuele gezondheidszorg. Het feit dat de huisarts zich boven aan de brief als arts heeft gepresenteerd, maakt dit oordeel niet anders. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-289

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Niet is gebleken dat de bedrijfsarts dwingend of uit commercieel belang heeft verwezen naar een bepaalde psycholoog. Dat na verloop van tijd blijkt dat de behandeling van klaagster langduriger is dan destijds door de bedrijfsarts was ingeschat, maakt niet dat zij in maart 2017 met haar verwijzing naar een bepaalde psycholoog verwijtbaar heeft gehandeld. Anders dan klaagster betoogt kan de opgelopen v ertraging niet tot gevolg hebben dat het belastbaarheidsonderzoek wordt opgeschoven, dit dient voor het moment van 52 weken ziekte te zijn uitgevoerd. Overige klachtonderdelen eveneens ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/01

    Klager, een bedrijfsarts, is het niet eens met het door verweerder, een arts van het UWV, onder supervisie van een verzekeringsarts gegeven oordeel over klagers werkzaamheden ten behoeve van de begeleiding en re-integratie van een zieke werknemer. In het bijzonder kan klager zich niet vinden in het feit dat zijn inspanningen zijn geduid als ‘niet adequaat’. Volgens klager zou verweerder en met hem het UWV deze term niet mogen bezigen. Het college stelt vast dat de term ‘(niet) adequaat’ door het UWV is neergelegd in beleidsregels. Verweerder heeft de beoordeling verricht binnen de aan hem opgedragen taak en met inachtneming van deze beleidsregels van het UWV. Daarvan kan, zo oordeelt het college, verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. De vraag of het UWV deze term in zijn beleidsregels mag opnemen en mag laten hanteren door zijn verzekeringsartsen kan het college niet beantwoorden. Het college oordeelt dat dit is voorbehouden aan de bestuursrechter. De klacht wordt in zijn geheel ongegrond verklaard en afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-247

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De verwijten omtrent de inhoud en wijze van de mondelinge communicatie kunnen zich moeilijk op juistheid laten beoordelen, de lezingen van partijen lopen uiteen. Verweerder heeft een adequate probleemanalyse van het fysieke spreekuur opgesteld. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-274

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. De verzekeringsarts heeft gelet op de beschikbaarheid van recente medische informatie in het dossier, de door klager tijdens het spreekuur verschafte informatie en tijdens het spreekuur verrichte onderzoek een consistent en inzichtelijke beoordeling gemaakt, waarop hij zijn conclusie dat er geen medische noodzaak bestond voor een bruikleenauto heeft kunnen baseren. Overige klachtonderdelen ook ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/02

    Klager, een bedrijfsarts, is het niet eens met het door verweerster, in haar hoedanigheid van supervisor van een verzekeringsarts van het UWV, gegeven oordeel over zijn werkzaamheden ten behoeve van de begeleiding en re-integratie van een zieke werknemer. In het bijzonder kan klager zich niet vinden in het feit dat zijn inspanningen zijn geduid als ‘niet adequaat’. Volgens klager zou verweerster en met haar het UWV deze term niet mogen bezigen. Het college stelt vast dat de term ‘(niet) adequaat’ door het UWV is neergelegd in beleidsregels. Verweerster heeft de beoordeling verricht binnen de aan haar opgedragen taak en met inachtneming van deze beleidsregels van het UWV. Daarvan kan, zo oordeelt het college, verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. De vraag of het UWV deze term in haar beleidsregels mag opnemen en mag laten hanteren door zijn verzekeringsartsen kan het college niet beantwoorden. Het college oordeelt dat dit is voorbehouden aan de bestuursrechter. De klacht wordt in zijn geheel ongegrond verklaard en afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:71 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-276/DB/ZWB

    Feitelijke grondslag van de klacht is niet komen vast te staan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/475

    Klagers achten verweerder (gynaecoloog) hoofdverantwoordelijk voor het perinataal overlijden van hun dochter. Klagers verwijten verweerder dat hij alle zorg heeft onthouden en dat hun dochter tengevolge hiervan is overleden. Tevens verwijten zij hem het niet melden van het perinataal overlijden als calamiteit bij de IGZ. Deels gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-278

    Ongegronde klacht tegen een arts maatschappij en gezondheid. Klager wenste in aanmerking te komen voor ontheffing van het inburgeringsexamen, de arts heeft hiertoe een medisch rapport opgesteld. De arts heeft erkent feitelijke onjuistheden in het rapport te hebben opgenomen. Dit getuigt van slordigheid, maar niet dermate ernstig voor een tuchtrechtelijk verwijt. De overwegingen konden wel uitvoeriger in het rapport kunnen worden verwoord, maar zij heeft verder een consistente en voldoende inzichtelijke beoordeling gemaakt dat er geen duidelijke medische aanwijzingen waren voor beperkingen op grond waarvan klager het inburgeringsexamen niet zou halen binnen vijf jaar. Een eventuele vertraging in de verzending van het rapport kan de arts niet worden aangerekend. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/96

    Klacht tegen huisarts. Verweerder is in het kader van een juridische procedure over de voogdij ten aanzien van de kinderen van klaagster en haar ex-echtgenoot gebeld door een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming. Verweerder heeft desgevraagd informatie verstrekt over klaagster. De kinderen zijn vervolgens niet bij klaagster, maar bij haar ex-echtgenoot geplaatst. Klaagster verwijt verweerder dat hij (1) een onjuiste verklaring over haar heeft afgelegd en (2) zijn beroepsgeheim heeft geschonden. De klacht is gegrond. Het college waarschuwt verweerder.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:2 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/3 2017/4 2017/5 2017/48

    Klachten tegen 4 dierenartsen die betrekking hebben op een bij een hond uitgevoerde laparoscopische sterilisatie, waarbij er in de visie van klaagster verwijtbaar onjuist c.q. nalatig moet zijn gehandeld, ook ten aanzien van de verleende nazorg, met het overlijden van de hond tot gevolg. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/451

    Klaagster verwijt verweerder dat hij haar niet heeft geïnformeerd over haar recht om in de eerste lijn te bevallen en zonder informatie en informed consent strippen heeft uitgevoerd. Verweerder voert verweer. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:30 Accountantskamer Zwolle 17/2423 Wtra AK

    Door geen zorgtoeslag aan te vragen voor zijn cliënt heeft betrokkene het fundamentele beginsel ‘vakbekwaamheid en zorgvuldigheid’ als bedoeld in artikel 2 onder d van de VGBA geschonden, zodat de klacht in zoverre gegrond wordt verklaard. In de specifieke omstandigheden van dit geval is naar het oordeel van de Accountantskamer echter sprake van een zodanig geringe (tuchtrechtelijke) verwijtbaarheid dat het opleggen van een maatregel niet aangewezen is.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:31 Accountantskamer Zwolle 17/1549 Wtra AK

    Op grond van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid dient een accountant voordat hij een opdracht tot het samenstellen van jaarrekeningen opzegt of wijzigt, eerst zijn bevindingen aan zijn opdrachtgever te rapporteren en deze voldoende duidelijk mede te delen welke gevolgen hij daaraan overweegt te verbinden. Standaard 4410 (zoals destijds geldend) bevat in paragraaf 14,15 en 16 specifieke regels voor het teruggeven van een samenstellingsopdracht. Betrokkene stelt dat hij de opdracht heeft teruggegeven althans dat de opdracht is gewijzigd. De Ack laat in het midden of voor het teruggeven voldoende grond was. Zij volstaat met de vaststelling dat betrokkene niet de in standaard 4410 voorgeschreven stappen heeft gevolgd alvorens de opdracht terug te geven. Betrokkene heeft zijn opdrachtgever ook niet voldoende duidelijk meegedeeld dat diens weigering om nadere informatie te verschaffen voor hem aanleiding zou zijn de opdracht niet verder uit te voeren en terug te geven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:117 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-062

    Voorzittersbeslissing. Niet is komen vast te staan dat verweerder (als advocaat van de ex-echtgenoot van klaagster in een strafzaak) klagers zwart heeft gemaakt of zich niet collegiaal heeft gedragen jegens de advocaat van klaagster door op de laatste termijndag en onaangekondigd hoger beroep in te stellen.