Zoekresultaten 21521-21540 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 298/2017

    “Klacht tegen revalidatiearts. De revalidatiebehandeling is te vroeg gestaakt. De revalidatiearts is eindverantwoordelijk. Waarschuwing.”

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 242/2017

    “Verweerder heeft zonder voldoende eigen onderzoek een shin-splintoperatie uitgevoerd. klacht gegrond, waarschuwing.”

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-009

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. Het College is van oordeel dat de tandarts in redelijkheid tot zijn voorstel kon komen om tot extractie over te gaan, in combinatie met een frameprothese. De tandarts mocht in redelijkheid tot de afweging komen zich niet te kunnen vinden in de adviezen van een kaakchirurg en twee andere tandartsen ten aanzien van het gebit van klager. Daarbij komt dat endodontische behandeling in casu extra gecompliceerd was als gevolg van de aanwezige kronen, de smalle wortels en de parodontale situatie van het onderfront twijfelachtig was. Klager heeft toestemming gegeven voor de door verweerder voorgestelde behandeling. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-198

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. De lezingen van partijen over het voldoende uitleggen van het gewijzigde behandelplan en de instemming van klaagster staan lijnrecht tegenover elkaar. De overgelegde stukken bieden op dit punt onvoldoende houvast. Daarnaast is niet gebleken van een noemenswaardig lengteverschil, een onacceptabele ruimte tussen de twee kronen of een niet goed aan het tandvlees aansluitende brug. Ook niet gebleken dat de tandarts zich in liet met onjuiste facturering. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:116 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-154

    Voorzittersbeslissing. Verweerster en een toenmalig kantoorgenoot hebben een cliënt bijgestaan in diens bestuursrechtelijke geschil. Klager heeft verweerster verzocht om informatie over die kwestie, wat verweerster hem niet (volledig) heeft verstrekt. De voorzitter is van oordeel dat de nog altijd voortdurende geheimhoudingsverplichting van verweerster jegens haar inmiddels overleden cliënt haar niet toestaat om informatie uit dat dossier met derden te delen. Daarbij is de voorzitter van oordeel dat verweerster op zorgvuldige wijze met klager en later met zijn advocaat heeft gecommuniceerd en zich, tot het moment van haar aansprakelijkheidsstelling wegens vermeende onrechtmatige daad, meer dan welwillend jegens klager en zijn advocaat heeft opgesteld en daarbij voldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze haar aansprakelijkheidsstelling verder zal worden afgewikkeld. Verweerster mocht aldus weigeren om de vragen van klager te beantwoorden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:118 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-547

    Verzetbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:229 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-547

    Voorzittersbeslissing; de voorzitter oordeelt klager ontvankelijk in zijn klacht. Weliswaar is eerder over hetzelfde feitencomplex geklaagd, maar die eerdere klacht heeft niet geleid tot een onherroepelijke eindbeslissing, zodat de situatie van het ne bis in idem-beginsel ex art. 47b Advocatenwet zich niet voordoet. Slordigheid, traagheid en niet adequaat handelen voor verweerster voor haar cliënt in geschil met verzekeraar kan de voorzitter niet vaststellen. Verweerster diende zich na de door haar geconstateerde vertrouwensbreuk aan de zaak te onttrekken en heeft dat ex gedragsregel 9 lid 2 op zorgvuldige wijze gedaan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:89 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180002

    Tussenbeslissing. Verweerster heeft (in opdracht van haar cliënt) een persoonlijk onderzoek laten verrichten naar klaagster (wederpartij cliënt), hetgeen heeft geleid tot een observatierapport. Het hof acht het, in tegenstelling tot de raad, voor de beoordeling van het tuchtrechtelijke handelen van verweerster niet van belang wie de opdracht tot het observatierapport heeft gegeven. Wel acht het hof van belang of er voldoende redenen waren voor het laten uitvoeren van zo een onderzoek dat zo diep ingrijpt op de persoonlijke levenssfeer van klagers. Teneinde deze vraag te kunnen beantwoorden heeft het hof nadere informatie van verweerster nodig. Hiertoe heeft het hof verweerster verzocht antwoord te geven op diverse vragen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 226/2017

    Klacht tegen verzekeringsarts UWV over deskundigenoordeel op verzoek van klager naar aanleiding van een verschil van mening met zijn werkgever over geschiktheid voor eigen werk. Het college acht de klachten hierover ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:142 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.444

    “De specialist ouderengeneeskunde was op de hoogte van de grote bezorgdheid van de familie, maar heeft geen aanleiding gezien om zelf contact met klager en familie op te nemen om van hen te vernemen waarom zij zo bezorgd waren. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de specialist ouderengeneeskunde heeft geluisterd naar de zorgen van de familie. Er waren te veel signalen die hadden moeten leiden tot ongerustheid bij de specialist ouderengeneeskunde. De specialist ouderengeneeskunde had, op zijn laatst toen patiënte duidelijk zieker werd, met klager in contact moeten treden over de ernst van de situatie en op eigen initiatief opname in het ziekenhuis moeten voorstellen. Hij heeft dit evenwel nagelaten. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep en legt maatregel van waarschuwing op.”

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:83 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170299

    Klacht over advocaat optredend als bemiddelaar in de echtscheiding tussen klager en zijn toenmalige echtgenote. Ook wanneer een advocaat optreedt in een andere hoedanigheid dan die van advocaat, blijft voor hem het advocatentuchtrecht gelden. Er zijn voldoende aanknopingspunten tussen de prive-gedragingen en de uitoefening van de advocatenpraktijk van verweerder. Van strijd met artikel 8 EVRM is geen sprake. Het valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij heeft nagelaten klager te adviseren een advocaat in te schakelen. Verweerder heeft zonder toestemming van klager gesprekken opgenomen. Klacht is gegrond. Waarschuwing. Kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2016:8 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 15/02

    Hond. (Over)behandeling met antibiotica.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.404

    Klacht tegen psychiater. Verweerster is door het gerechtshof gevraagd samen met een gz-psycholoog een multidisciplinair onderzoek te doen naar de geestesvermogens van klager ten tijde van een aan hem ten laste gelegd delict. Klager verwijt verweerster kort gezegd dat het onderzoek onzorgvuldig en de diagnose onjuist is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:110 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-157

    Voorzittersbeslissing. In het onderhavige geval gaat het om een privé kwestie van verweerder die, samen met de andere buren van de overleden oom van klager, met klager in een juridisch geschil verwikkeld is geraakt over de aankoop en waardering van een aangrenzend stuk grond van de erflater. Doordat verweerder in deze privé kwestie in correspondentie met derden gebruik heeft gemaakt van het briefpapier van zijn advocatenkantoor en namens zijn kantoor opdrachten aan derden heeft verstrekt, zijn er naar het oordeel van de voorzitter voldoende aanknopingspunten en is sprake van (schijn van) dusdanige verwevenheid met de praktijkuitoefening van verweerder als advocaat om de verweten gedragingen van verweerder privé te toetsen aan het tuchtrecht voor advocaten en dus aan de maatstaven genoemd in artikel 46 Advocatenwet. De juistheid van de verwijten dat klager door de gewraakte handelwijze van verweerder financieel is benadeeld, dat sprake is van fraude en belangenverstrengeling en onheuse aantijgingen of omkoping van een getuige tegenover de gemotiveerde betwisting door verweerder, niet vast te stellen. Klachten kennelijk ongegrond. Voor schadevergoeding geen plaats in tuchtrecht.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2017:1 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 17/05 VB 17/06

    Kat. Dierenartsen worden diverse verwijten gemaakt die verband houden met de verstrekking van een Seresto teken- en vlooienband voor de kat van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 17/001CMT

    Voordracht IGJ bij het college van Medisch Toezicht met betrekking tot een arts wegens ongeschiktheid het beroep uit te oefenen. Verslaving en andere ongeschiktheid. Arts niet verschenen. Medisch onderzoek niet noodzakelijk. Hoewel de wet daar op dit moment niet in voorziet, spreekt het CMT met onmiddellijke ingang een verbod op herinschrijving uit, omdat de arts voornemens is in het buitenland verder te werken op basis van zijn inmiddels in Nederland verlopen inschrijving als arts.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:90 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170341

    Een advocaat kan niet worden verplicht een (appel)procedure te voeren indien die advocaat geen mogelijkheden ziet deze met succes te voeren. Uit het dossier volgt dat advocaat veelvuldig met klaagster heeft gecommuniceerd. Klacht ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.445

    Ondanks zorgelijke signalen heeft de verpleegkundige nagelaten de verzorgende de opdracht te geven extra controles uit te voeren en heeft de verpleegkundige evenmin ruggenspraak gehouden met de behandelend arts. Door dit na te laten heeft de verpleegkundige tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Beroep gegrond, waarschuwing, omdat verpleegkundige ter terechtzitting geen blijk heeft gegeven van inzicht in haar handelen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:84 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170114

    Klacht over advocaat van de wederpartij. De klacht dat verweerder heeft geprocedeerd namens eisers terwijl hij niet voor alle eisers beschikte over procesvolmachten, wordt in hoger beroep alsnog ongegrond verklaard. Kernwaarde partijdigheid. Verweerder is uitgegaan van de informatie die zijn cliënt over eisers, namens wie hij in rechte zou optreden, aan hem heeft verschaft. Als aan die informatie gebreken kleven in die zin dat artikel 7 lid 1 Voda niet zou zijn nageleefd, is dat in eerste instantie een kwestie die in de relatie advocaat-cliënt speelt en niet een belang van de wederpartij. De wederpartij kan eerst met succes klagen wanneer verweerder onnodig grievend is geweest, feiten heeft geponeerd waarvan hij de onwaarheid kent of redelijkerwijs kan kennen dan wel dat hij bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van de wederpartij niet onnodig of onevenredig heeft geschaad zonder redelijk doel. Daarvan is in dit geval geen sprake. Vernietiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:97 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170108

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de raad om aan verweerder de maatregel van waarschuwing op te leggen. Klager kan op grond van de wet niet van deze beslissing in hoger beroep komen, zodat hij niet-ontvankelijk is in zijn beroep.