We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 2081-2100 van de 47643 resultaten

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:61 Accountantskamer Zwolle 24/2784 Wtra AK 24/3919 Wtra AK

    Ongegronde klacht. Klaagster verhuurde aan een ondernemer 10 visstekken aan een recreatieplas. De ondernemer stelt dat klaagster haar verplichtingen uit de huurovereenkomst niet is nagekomen waardoor hij schade heeft geleden. In opdracht van de ondernemer heeft betrokkene de schade begroot. Volgens klaagster heeft betrokkene daarbij niet zorgvuldig gehandeld, onder meer omdat hij geen hoor en wederhoor heeft toegepast. De Accountantskamer oordeelt dat klaagster gelet op het gevoerde verweer en de overgelegde rapporten niet aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene bij het opstellen van zijn schaderapporten steken heeft laten vallen of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2706

    Klacht tegen een internist-oncoloog. Klaagster is van juni 2020 tot en met mei 2021 in verband met borstkanker in behandeling geweest in het ziekenhuis waar de internist werkzaam is. Nadat klaagster eind januari 2021 is geopereerd, heeft het multidisciplinaire behandelteam klaagster radiotherapie en chemotherapie geadviseerd. Voor de chemotherapie is klaagster verwezen naar de internist. Klaagster verwijt de internist dat hij haar chemotherapie heeft geadviseerd, terwijl dat niet bij klaagsters persoonlijkheid past. Klaagster meent dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de gevolgen van de chemotherapie. Over haar twijfels was geen gesprek mogelijk en haar vragen werden afgekapt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2572

    Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een psychiater. De familie verwijt de psychiater kort gezegd dat er onvoldoende aandacht is geweest voor de lichamelijke klachten van patiënte en dat de herhaalde zorgen die de familie heeft geuit over de benauwdheid van patiënte en het verzoek om een longarts te consulteren niet serieus zijn genomen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard vanwege verjaring. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klagers ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2573

    Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een psychiater. De familie verwijt de psychiater kort gezegd dat er onvoldoende aandacht is geweest voor de lichamelijke klachten van patiënte en dat de herhaalde zorgen die de familie heeft geuit over de benauwdheid van patiënte en het verzoek om een longarts te consulteren niet serieus zijn genomen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard vanwege verjaring. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klagers ingestelde beroep tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:177 Hof van Discipline 's Gravenhage 250084

    Verweerder, de advocaat van de wederpartij van klaagster, heeft in een familierechtelijk geschil een F9-formulier niet direct in afschrift naar klaagsters advocaat gestuurd. Volgens de raad van discipline (hierna: de raad) was dat gezien de specifieke omstandigheden niet klachtwaardig. Verweerder had klaagsters advocaat daarover wel kunnen inlichten. Er valt hem echter geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2663

    Familie van een in 2014 overleden patiënte klaagt tegen een arts die destijds als arts (niet in opleiding tot specialist) en nog maar kort werkzaam was op de afdeling van het ziekenhuis. De klacht gaat onder meer over onvoldoende lichamelijk onderzoek, het niet stellen van een differentiaal diagnose, het kiezen van een expectatief beleid en het voorschrijven van slaapmedicatie. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard voor zover de klacht ziet op handelen of nalaten vóór 6 maart 2014 en de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het door klagers ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:60 Accountantskamer Zwolle 24/4266 Wtra AK 25/1501 Wtra AK

    Klacht over het handelen van betrokkene in zijn nevenfunctie als lid c.q. voorzitter van een toezichthoudend orgaan van een stichting. Klager meent dat betrokkene in die rol niet in het algemeen belang heeft gehandeld noch in het belang van de stichting en daarmee als accountant is tekortgeschoten in de uitoefening van deze functie. De Accountantskamer verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk omdat de gedragingen waarover wordt geklaagd meer dan tien jaar voor de datum waarop de klacht is ingediend hebben plaatsgevonden. De klacht is voor het overige ongegrond. Niet gebleken is dat betrokkene heeft gehandeld in strijd met enig fundamenteel beginsel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2705

    Klacht tegen een chirurg. Klaagster is van juni 2020 tot en met mei 2021 in verband met borstkanker in behandeling geweest in het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam is. de chirurg heeft klaagster eind januari 2021 geopereerd. Begin februari 2021 heeft een nabespreking plaatsgevonden. De chirurg heeft klaagster medegedeeld dat zij – in samenspraak met het multidisciplinaire behandelteam – radiotherapie en chemotherapie adviseerde, waarna klaagster is verwezen naar de radiotherapeut en de internist. Klaagster verwijt de chirurg dat zij haar chemotherapie heeft geadviseerd, terwijl dat niet bij klaagsters persoonlijkheid past. Klaagster meent dat zij onvoldoende is geïnformeerd over de gevolgen van de chemotherapie. Over haar twijfels was geen gesprek mogelijk en haar vragen werden afgekapt. Klaagster verwijt de chirurg ook dat het medisch dossier fouten bevat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:162 Raad van Discipline Amsterdam 25-298/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is deels gegrond. Verweerder heeft klager niet op de hoogte gehouden van het procesverloop, hij heeft gemaakte afspraken niet schriftelijk vastgelegd, niet gereageerd op e-mails en herhaalde verzoeken om contact van klager, klager niet geïnformeerd over zijn hoger beroepsmogelijkheden en hem onjuist geïnformeerd over de mogelijkheid tot indiening van stukken. Verweerder is daarmee tekortgeschoten in de behartiging van de belangen van klager en dat is onzorgvuldig en onbetamelijk. De verweten gedragingen raken aan de kernwaarden deskundigheid en integriteit. Alhoewel verweerder ter zitting wel enig inzicht heeft gegeven in zijn handelen, neemt dit niet weg dat zijn gedragingen ernstig verwijtbaar zijn. Mede gelet ook op de eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen van verweerder acht de raad het opleggen van een voorwaardelijke schorsing van vier weken thans passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:163 Raad van Discipline Amsterdam 25-282/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond. Verweerder kon en mocht er naar het oordeel van de raad vanuit gaan dat klager 1 niet werd bijgestaan door een advocaat. Dat er voor verweerder redenen bestonden om aan te nemen dat dit anders was en dat hij klager 1 daarom niet rechtstreeks had mogen aanschrijven, is door klagers verder niet onderbouwd en dit is de raad ook overigens niet gebleken. Van een schending van de gedragsregel 25 is geen sprake. Evenmin is het de raad gebleken dat verweerder de rechter feiten heeft voorgehouden waarvan hij de onwaarheid kende of kon kennen. Van een schending van gedragsregel 8 is daarom ook geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:164 Raad van Discipline Amsterdam 25-232/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ongegrond. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad geen onduidelijkheid laten bestaan over zijn optreden als advocaat van (mede) de Commissarissen. Evenmin is de raad gebleken dat verweerder hierover op enig moment onwaarheden zou hebben verkondigd. Van een schending van de gedragsregels 8 en 9 is geen sprake. Daarnaast heeft verweerder in zijn berichten aan klager steeds toegelicht waarom hij van mening was dat klager gedragsregel 25 schond. Dat klager het hiermee niet eens was en dat hierover een verschil van inzicht tussen hen bestond, betekent niet dat verweerder gedragsregel 24 zou hebben geschonden of dat hij met de berichten hierover aan klager op enige andere wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:160 Raad van Discipline Amsterdam 25-126/A/A

    Raadsbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:161 Raad van Discipline Amsterdam 25-223/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8173

    Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. Klager heeft een MRI-scan laten verrichten bij een diagnostisch centrum. Verweerder beoordeelt als zelfstandig gevestigd radioloog in opdracht van dit diagnostisch centrum MRI-scans. In die hoedanigheid heeft hij ook de MRI-scan van klager beoordeeld. Klager maakt de radioloog meerdere verwijten over deze beoordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:175 Hof van Discipline 's Gravenhage 250301

    Afwijzing verzoek verwijzing. Een duidelijke klachtomschrijving ontbreekt zodat niet duidelijk is welk tuchtrechtelijk verwijt klaagster maakt aan verweerster. De algemene klacht-omschrijving richt zich op de werkwijze van de Orde van Advocaten (en verweerster) bij de behandeling van een verzoek van klaagster tot aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). Dit verzoek is evenwel niet door klaagster inhoudelijk behandeld maar door de deken van een andere orde. Klachten die klaagster heeft over de wijze waarop verweerster zich jegens klaagster heeft opgesteld of heeft gehandeld, kan klaagster indienen bij de Orde van advocaten te Amsterdam op basis van de interne klachtenregeling van die Orde. Het klachtrecht in de zin van de Advocatenwet is niet bedoeld om de werkwijze van de Amsterdamse orde van advocaten aan de orde te stellen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8172

    Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. De radioloog heeft een röntgenfoto van de borstkas (x-thorax) en een röntgenfoto van het borstbeen (x-sternum) van klager beoordeeld. De klacht heeft betrekking op deze beoordeling en de verslaglegging daarvan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:176 Hof van Discipline 's Gravenhage 250299

    Naar het oordeel van de voorzitter is van een duidelijke, concreet onderbouwde klacht over verweerster geen sprake. Verweerster heeft overeenkomstig artikel 13 Advocatenwet een advocaat aangewezen aan klaagster en daarmee gehandeld overeenkomstig haar wettelijke verplichting. De klacht van klaagster over verweerster is verder in algemene woorden geformuleerd. Een duidelijke toelichting op de klacht ontbreekt, evenals een nadere concretisering of onderbouwing. Hierdoor is het voor verweerster niet duidelijk waartegen zij zich zou moeten verweren.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8153

    Klacht tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klager is vijftien jaar patiënt geweest van de huisarts. Voordat klager zich heeft uitgeschreven uit de praktijk van de huisarts, is hij veelvuldig op consult geweest, onder meer vanwege cognitieve klachten en tremoren en later ook vanwege een zwelling ter plaatse van zijn borstbeen. Klager maakt de huisarts uiteenlopende verwijten over de wijze waarop hij heeft gehandeld ten aanzien van deze klachten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8171

    Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. De radioloog heeft een röntgenfoto van de borstkas (x-thorax) en een röntgenfoto van het borstbeen (x-sternum) van klager beoordeeld. De klacht heeft betrekking op deze beoordeling en de verslaglegging daarvan.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7867

    Klacht tegen een arts werkzaam op de afdeling dermatologie kennelijk ongegrond. Klaagster werd verwezen in verband met huidklachten en kreeg antibiotica voorgeschreven. Bij ‘verse’ plekken (huiduitslag) kon klaagster terugkomen. Klaagster nam een paar maanden daarna contact op en werd vervolgens door verweerster op consult voor een herbeoordeling gezien. Klaagster vindt onder meer dat zij onvoldoende behandeling heeft gekregen en er onterecht geen nader diagnostisch onderzoek is gedaan. Het college oordeelt dat er op dat moment geen reden was voor aanvullende diagnostiek en verweerster verder ook geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.