Zoekresultaten 1601-1620 van de 48312 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:50 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-695/AL/MN
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:50
Verweerster wordt beklaagd in haar (toenmalige) hoedanigheid van deken. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster met haar handelwijze niet het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Zij heeft op verzoek van de advocaat van de wederpartij van klaagster in het kader van haar toezichthoudende taak een onafhankelijk feitenonderzoek gedaan naar een haar toegezonden document dat volgens de advocaat van de wederpartij door klaagster in de procedure in hoger beroep als productie was ingebracht en vals was. Die productie betrof een e-mail op naam van een voormalig advocaat van klaagster. Die advocaat heeft zich op zijn geheimhoudingsplicht beroepen bij vragen van de wederpartij over de echtheid van genoemde e-mail. Verweerster heeft de vermeende schrijver/advocaat van de e-mail gehoord. Niet valt in te zien dat ook klaagster als ontvanger van die e-mail gehoord had moeten worden. De informatie die verweerster van de voormalig advocaat heeft gekregen viel onder de bescherming van haar eigen geheimhouding. Niet is gebleken dat verweerster die geschonden heeft, of van de onderzochte advocaat. Vervolgens heeft verweerster in een e-mail aan de advocaat van de wederpartij haar bevindingen gemaild. Die verklaring is in door de wederpartij in het geding gebracht. Klaagster heeft daarvan toen kennis genomen en daartegen verweer gevoerd. Verweerster heeft klaagster de gelegenheid geboden om het volgens klaagster juiste document alsnog te onderzoeken. Van dat aanbod heeft klaagster om haar moverende redenen geen gebruik gemaakt. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:24 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-752/DB/ZWB
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:24
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 25 juli 2022, is deze met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. De raad is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder klager niet op de juiste wijze heeft bijgestaan. Vast staat dat verweerder de strategie en de aanpak van de zaak met klager heeft afgestemd en conform die afgesproken aanpak heeft gehandeld en dat verweerder de processtukken steeds tijdig in concept aan klager heeft voorgelegd en met klagers instemming heeft ingediend. Klager heeft ter zitting van de raad naar voren gebracht dat het hem dwarszit dat er geen juridische consequenties zijn verbonden aan het feit hij niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder in dit verband toereikend gemotiveerd toegelicht dat hem uit de overdrachtsakte was gebleken dat klager niet had meegetekend, maar dat dit ook niet was vereist omdat de onderneming niet aan klager is overgedragen. Dat klager niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht in de verdelingskwestie heeft volgens verweerder geen juridisch relevante betekenis hetgeen verweerder naar het oordeel van de raad, voldoende heeft onderbouwd.. Dat verweerder de benodigde kennis van het erfrecht mist en klager had moeten verwijzen naar een advocaat met de juiste kennis is de raad op basis van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht evenmin gebleken. De klacht is, voor zover ontvankelijk, in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:17 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769718 / DW RK 25/172 MK/RH
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:17
beslissing op verzet, verzet gedeeltelijk gegrond. Op grond van artikel 4.6 lid 1van de Gerechtsdeurwaardersverordening dient de gerechtsdeurwaarder de opdrachtgever inlichtingen over de voor de dienstverlening relevante feiten te verstrekken. Nu is gebleken dat de debiteur wel degelijk voorkomt in de database van de gerechtsdeurwaarder en dat hij persoonlijk failliet is gegaan moet worden vastgesteld dat klaagster niet op de hoogte is gesteld van de relevante feiten. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de samenwerking met klaagsters te beëindigen. Klaagster sub 1 heeft gesteld de factuur niet te zullen voldoen. Op basis daarvan kon de gerechtsdeurwaarder besluiten ook de relatie met klaagster sub 2 te willen beëindigen. Dit bedrijf werd immers geleid door dezelfde persoon. Maatregel van waarschuwing opgelegd ivm overtreding art. 4.6 lid 1 Gerechtsdeurwaardersverordening.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:9 Accountantskamer Zwolle 25/1455 Wtra AK
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:9
De Accountantskamer legt een doorhaling van vijf jaar en een geldboete van € 5.000 op aan een accountant die zich voor een kantoortoetsing onbereikbaar houdt en ook niet reageert op de daarmee verband houdende tuchtklacht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:61 Hof van Discipline 's Gravenhage 260027
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:61
Verzoek om verwijzing naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk. Artikel 46aa lid 3 Advocatenwet is niet van toepassing omdat de klacht niet is gericht tegen een advocaat-lid van de raad. Ook overigens is er geen wettelijke grondslag om het verzoek toe te wijzen. Het verzoek kan niet worden toegewezen. Omdat de wettelijke grondslag voor het verzoek ontbreekt zal het hof het verzoek om verwijzing van de behandeling van de klacht van klaagster over verweerder naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk verklaren.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:25 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-632/DB/OB
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:25
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht dat verweerder klaagster ten onrechte heeft betrokken in een faillissementsprocedure en ten onrechte aan klaagster een faillissementsprocedure heeft aangezegd is ongegrond. De raad is van oordeel dat verweerder genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom het in het belang van zijn cliënten was om ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken en vervolgens ook aan haar nog eens indiening van een faillissementsrekest aan te kondigen. Op basis van de verweerder ter beschikking staande informatie kon hij menen dat zijn cliënten mogelijk (ook) een vordering op klaagster hadden. Dat verweerder, met het doel de levering van het chalet aan zijn cliënten te bewerkstelligen, ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken, kan hem gelet op het voorgaande niet tuchtrechtelijk worden verweten. De klacht dat verweerder intimiderend en escalerend tegen klaagster heeft opgetreden, is, voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 28 november 2021, met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht ongegrond. Van intimiderend of escalerend gedrag is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:18 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766650 / DW RK 25/103 MK/RH
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 18-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:18
Beslissing op verzet. Verzet ongegrond, de gerechtsdeurwaarder was gerechtigd het dwangbevel te executeren. De kosten zijn conform Btag.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:19 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773996 / DW RK 25/293 MK/RH
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 18-02-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:19
beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder heeft twee dwangbevelen geexecuteerd. Tuchtrechtelijk lakbaar handelen niet gebeleken. Verzet is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:14 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755191 / DW RK 24/284 MK/RH
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:14
Ontruiming. Klaagster is op het verkeerde been gezet door de gerechtsdeurwaarder die eerst meedeelde dat klaagster haar eigendom moest bewijzen en nadat zij dat had gedaan haar meedeelde dat eerst de kosten van de ontruiming moesten worden voldaan wilde zij haar deel van de ontruimde goederen terug kunnen krijgen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:49 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-613/AL/OV
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:49
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:15 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/764470 / DW RK 25/46 MK/RH
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:15
De gerechtsdeurwaarder heeft niet tijdig gereageerd op correspondentie van klaagster. Omdat termijnoverschrijding gering was is de maatregel van waarschuwing niet opgelegd.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:7 Accountantskamer Zwolle 25/1787 Wtra AK
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:7
Klager verwijt betrokkene dat hij valse facturen en dreigementen naar klager stuurt, dat hij op onprofessionele wijze met klager communiceert en dat hij hem in de jaarrekening van de stichting heeft neergezet als wanbetaler. De Accountantskamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:23 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-778/DB/ZWB
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:23
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft klaagster bij het beëindiging van de adviesrelatie te absoluut aangegeven dat zij geen problemen meer zou kunnen krijgen met haar huurder. Gelet op het feit dat klager eerder had aangegeven te overwegen om de huur te verhogen, had verweerder een voorbehoud moeten maken zodat enig misverstand hierover niet kon ontstaan. Dat verweerder geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de door hem gemaakte fouten, is niet gebleken. Voor zover klaagster stelt schade geleden als gevolg van de door verweerder gemaakte fouten, is de tuchtrechter onbevoegd. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:16 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766057 / DW RK 25/80 MK/RH
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:16
De gerechtsdeurwaarder heeft een exploot betekend aan klaagster waardoor klaagster op het verkeerde been is gezet doordat zij ervan uit mocht gaan dat na betaling de ontruiming niet plaats zou vinden. Vervolgens is een exploot betekend waarin ten onrechte is opgenomen de de huurovereenkomst ontbonden zou zijn. Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder ten onrechte kosten gevorderd op grond waarvan klaagster haar inboedel had terug kunnen krijgen. Aangezien het opstellen van exploten en het vorderen van juiste bedragen behoren tot de kerntaak van een gerechtsdeurwaarder is de maatregel van berisping opgelegd. Omdat er sprake is van meerdere tekortkomingen bestaat tevens aanleiding de gerechtsdeurwaarder een boete van € 500,- op te leggen
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:8 Accountantskamer Zwolle 25/1454 Wtra AK
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:8
Kantoortoetsing, gegronde klacht. Klaagster heeft, na een eerdere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene in opzet en in werking nog altijd niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van twaalf maanden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:34 Raad van Discipline Amsterdam 25-907/A/A
- Datum publicatie: 20-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:34
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Door verweerster is terecht aangevoerd dat zij als advocaat van de wederpartij van klaagster de door haar cliënte verstrekte gegevens heeft uitgewerkt in de brief van 2 april 2025 aan klaagster. Verweerster mocht daarbij uitgaan van de juistheid van deze door haar cliënte verstrekte gegevens. Dat er voor verweerster aanleiding bestond om aan de inhoud hiervan in redelijkheid te twijfelen en daarom te controleren, heeft klaagster niet onderbouwd en dit is de voorzitter ook niet gebleken. Het stond klaagster daarnaast vrij om inhoudelijk op de brief van verweerster reageren en het niet eens te zijn met de door verweerster namens haar cliënte uitgewerkte gegevens en sommatie.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:35 Raad van Discipline Amsterdam 25-905/A/A 25-908/A/A
- Datum publicatie: 20-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:35
Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk vanwege een niet-verschoonbare termijn overschrijding (artikel 46g, lid 1 onder a Advocatenwet).
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:12 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/765649 / DW RK 25/67 BB/SM
- Datum publicatie: 20-02-2026
- Datum uitspraak: 28-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:12
Beslissing op verzet. Verzet ongegrond. Klager beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder een onjuiste beslagvrije voet heeft berekend en niet reageert op het verzoek van klager om herziening van de beslagvrije voet. De voorzitter heeft de klacht ongegrond verklaard. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:13 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/766554 DW RK 25/97 BB/SM
- Datum publicatie: 20-02-2026
- Datum uitspraak: 28-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:13
Klacht ongegrond. Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder weigert het gemotiveerde verzoek van klaagster tot opheffing van het beslag aan de opdrachtgever voor te leggen. De reden voor het niet voorleggen heeft er (primair) mee te maken dat klaagster terugvalt op inhoudelijke argumenten die reeds in de kort geding procedure aan de orde zijn geweest. Deze argumenten zijn bekend en hebben in een eerder stadium niet geleid tot opheffing van het beslag. Overigens bestaan tussen de gerechtsdeurwaarder en de opdrachtgever afspraken op welke gronden (dergelijke) verzoeken worden voorgelegd aan de opdrachtgever. De kamer volgt de gerechtsdeurwaarder in diens standpunt. Het tuchtrecht dient er niet voor inhoudelijke bezwaren (opnieuw) over het voetlicht te brengen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:30 Raad van Discipline Amsterdam 26-013/A/A
- Datum publicatie: 20-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:30
Voorzittersbeslissing; klacht over een advocaat in andere hoedanigheid (redacteur juridisch tijdschrift). Niet gebleken is dat verweerder met zijn nevenwerkzaamheden als redacteur het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.