Zoekresultaten 43511-43520 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2011:YG1158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-079

    Klaagster verwijt de arts dat deze de geheimhoudingsplicht heeft geschonden en niet heeft gereageerd op een schriftelijk bericht van klaagster. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0131 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2911

    Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de terechtzitting verschenen. Vast is komen te staan dat in 2009 niet is voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van een hygiënogram na reiniging en ontsmetting van de stal, voor de opzet van een nieuw koppel pluimvee. Voor de pluimveesector is een Actieplan Salmonella en Campylobacter opgesteld om besmettingen van pluimvee terug te dringen. Dit om de consument een betere bescherming te bieden tegen mogelijke gezondheidsproblemen. Om het met dit plan beoogde doel te bereiken, is het van het grootste belang dat iedereen zich houdt aan het totale pakket van de geldende maatregelen. Betrokkene voert aan in 2008 twee keer een hygiënogram te hebben uitgevoerd, waarvan één in december. Achteraf blijkt er in 2009 geen hygiënogram te zijn gennomen zijn terwijl betrokkene meende dat dit wel was gebeurd. Met een planning heel laat in het jaar, loopt de ondernemer het risico dat het onderzoek erbij inschiet. Dat betrokkene in 2008 twee hygiënogrammen heeft laten uitvoeren, doet niet af aan het feit dat in 2009 het verplichte onderzoek is nagelaten; wel vormt dit voor het Tuchtgerecht aanleiding een aanzienlijk deel van de geldboete voorwaardelijk op te leggen.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0622 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/982

    De notaris heeft in de periode 2008-2009 geen enkele opleidingspunt in het kader van de permanente educatie behaald. De Kamer legt de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0125 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2311

    Betreft het nalaten van swabonderzoek door een HOSOWO-instantie na de reiniging en ontsmetting van een stal waarin een Salmonellabesmetting was geconstateerd. Betrokkene heeft zijn stal zelf verbouwd. Daarbij is, ondanks de inspanningen, tijdens een hevige vorstperiode de vloerverwarming kapotgevroren. Het Tuchtgerecht begrijpt dat daardoor een stressvolle situatie is ontstaan. Evenwel behoren de gevolgen ervan tot het ondernemersrisico en zij nemen de verwijtbaarheid voor het nagelaten swabonderzoek bij betrokkene niet weg. Gelet op de omstandigheden van het geval legt het Tuchtgerecht een aanzienlijk deel van de geldboete voorwaardelijk op. Voorts legt het Tuchtgerecht een deel van de geldboete voorwaardelijk op, omdat betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete is tevens rekening gehouden met het feit dat betrokkene een bedrijf heeft van grote omvang.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2011:YG1152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 10162

    Onvolledige en onjuiste voorlichting door arts met betrekking tot de aan klager gegeven chelatietherapie, welke geen reguliere maar een alternatieve behandelmethode is en waarvan het effect nimmer wetenschappelijk is bewezen. Arts is in een aantal opzichten ernstig tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens klager waardoor deze onnodig een levensgevaarlijk risico heeft gelopen. Er is onvoldoende contact met de huisarts van klager geweest. Schorsing voor een jaar waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2011:YG1159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-158

    Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar onvoldoende heeft onderzocht, geen kweek heeft afgenomen en klaagster te laat heeft doorverwezen naar de specialist. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/270

    Klaagster verwijt de huisarts, kort samengevat, dat hij inadequaat heeft gereageerd op haar rugklachten en haar niet heeft verwezen voor nader onderzoek. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2011:YG1160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2010-102

    Klaagster verwijt de arts grensoverschrijdend gedrag, het houden van een chaotisch en slecht leesbaar dossier en het nalaten van doorverwijzing van klaagster naar de specialist. 2 van de 3 klachtonderdelen gegrond. Schorsing voor zes maanden, waarvan drie voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2011/024

    Zowel klagers als de Inspectie voor de Gezondheidszorg hebben zelfstandig een klacht tegen de gynaecoloog en de verloskundige ingediend. Beide klachten, die gezamenlijk worden behandeld, houden –kort samengevat- in dat de gynaecoloog en de verloskundige tijdens de bevalling van klaagster zijn tekortgeschoten in de zorg die zij van hen mocht verwachten. Bij klaagster is een uterusruptuur opgetreden als gevolg waarvan de dochter van klagers is overleden. De gynaecoloog is berispt en de verloskundige gewaarschuwd.

  • ECLI:NL:TPETPVE:2011:YD0121 Tuchtgerecht Productschap Pluimvee en Eieren Zoetermeer TPPE2811

    Betreft het het niet beschikbaar hebben van het minimum vloeroppervlak per dier in de stal. Betrokkene is behoorlijk en tijdig bij aangetekende brief opgeroepen, maar is niet op de terechtzitting verschenen. De verordening stelt minimumeisen aan de huisvesting van vleeskuikenouderdieren, opdat het welzijn van de dieren is gewaarborgd. Daarmee komt de sector tegemoet aan maatschappelijke en politieke opvattingen over de minimale standaard voor pluimvee in de reproductiesector. De minimumeisen met betrekking tot de huisvesting zijn opgesteld conform de normen die door de Dierenbescherming en de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) in hun gezamenlijke brief van 28 september 2000 aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zijn geadviseerd. Artikel 4 aanhef en onder a. van de verordening schrijft voor dat per dier 1300 cm2 beschikbaar moet zijn. In dit geval blijkt dat gemiddeld per vleeskuikenouderdier 1.241 cm2 beschikbaar was in de stallen 1, 2 en 3. Dit betekent concreet dat de minimum-oppervlaktegrens is overschreden met 59 cm2 per dier. De pluimveehouder hield dus teveel dieren op de beschikbare ruimte in de stal. Er waren ongeveer 21.511 dieren opgezet. Dat is een overschrijding van de norm met 4,5%. Door te veel dieren te bestellen met het oog op mogelijke uitval in de eerste weken na de opzet neemt betrokkene het risico dat bij een geringe uitval de welzijnsnormen zullen worden overschreden. Dat risico komt voor zijn rekening. Met de overtreding van deze welzijnsnorm heeft betrokkene mogelijk economisch voordeel gehad. Naast het sanctioneren van de overtreding van de welzijnsnorm beoogt het Tuchtgerecht het economisch voordeel door middel van het opleggen van een geldboete weg te nemen. Boete deels voorwaardelijk omdat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd.