Zoekresultaten 42741-42750 van de 48142 resultaten

  • ECLI:NL:TNOKAMS:2011:YC0681 Kamer van toezicht Amsterdam 481250 / NT 11-7 J

    De kamer is van oordeel dat de notaris tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld door niet te reageren op de brief van 27 juni 2010. Ook stelt de kamer vast dat de notaris de bemiddeling van de KNB op onduidelijke gronden heeft afgewezen. Het had op de weg van de notaris, als behoorlijk handelend notaris, gelegen om op de brief van 27 juni 2010 te reageren dan wel de bemiddeling van de KNB te accepteren. De klacht wordt daarom gegrond verklaard. Klager heeft zelf steeds geruime tijd laten verlopen alvorens te reageren op het standpunt van de notaris. Bovendien heeft klager, nadat de door hem ingeroepen bemiddeling door de KNB was afgewezen, niet aangedrongen op een reactie op zijn brief van 27 juni 2010, maar is hij aanstonds overgegaan tot het indienen van een klacht. Gezien deze omstandigheid acht de kamer het laakbaar handelen zo weinig ernstig dat geen maatregel behoort te worden opgelegd.

  • ECLI:NL:TNOKAMS:2011:YC0675 Kamer van toezicht Amsterdam 471608 / NT 10-29 B 471623 / NT 10-30 B

    Klacht over de juridische houdbaarheid van een door de notaris voorgestelde juridische constructie m.b.t. appartemenstrecht. De kamer toetst slechts marginaal, het oordeel is voorbehouden aan de civiele rechter.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2011:YG1400 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 314/2010

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen psychiater over dwangmedicatie in TBS-instelling. Ongegrond.

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0692 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDWverzet253.2011

    Beslissing op verzet. Het verzet wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0673 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDWverzet127.2011

    Beslissing op verzet. Het verzet wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0686 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDWverzet739.2010

    Beslissing op verzet. Het verzet wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0667 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam GDW837.2010

    Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarder een betwiste nota te hebben verrekend. De gerechtsdeurwaarders doen een beroep op het hen toekomende recht van verrekening. Naar het oordeel van de Kamer gaat het door de gerechtsdeurwaarders gedane beroep op verrekening niet op omdat het hier om een vordering gaat waarbij partijen crediteur en debiteur zijn in verschillende hoedanigheden. De klacht wordt gegrond verklaard en de gerechtsdeurwaarders wordt de maatregel van berisping met aanzegging opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA2023 Raad van Discipline Amsterdam 11-010A

    Cliënt niet wijzen op mogelijkheid toevoeging en overnemen eerder verleende toevoeging. Afwijken van gemaakte afspraken? (Niet) opnieuw vastleggen afspraken. Klacht gegrond. Voorwaardelijke schorsing van een maand.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA2017 Raad van Discipline Amsterdam 11-153U 11-154U

    Klacht tegen de eigen advocaat over excessief declareren. Tevens dekenbezwaar. Uit het onderzoek van de deken blijkt toereikend dat van excessief declareren sprake is. Bij het ontbreken van aanwijzingen van het tegendeel leidt bovendien het berekenen van uren van medewerkers (op basis van het voor verweerder zelf in rekening gebrachte tarief) tot een excessieve declaratie. Mede op grond van eerdere tuchtrechtelijke maatregelen tegen verweerder en diens houding tijdens het onderzoek van de deken maatregel van onvoorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van zes maanden opgelegd.

  • ECLI:NL:TNOKAMS:2011:YC0676 Kamer van toezicht Amsterdam 482916 ? NT 11-9 P

    Hoewel de kamer begrip heeft voor de situatie van klager, die schade lijdt omdat hypotheekgevers hun hypothecaire schuld niet aan de boedel van de nalatenschap willen betalen, is zij van oordeel dat de notaris bij het vestigen van de hypotheken voldoende zorgvuldigheid heeft betracht. Vaststaat dat de notaris zowel bij de eerste als bij de tweede hypotheek is afgegaan op een taxatierapport. Daarbij komt dat de notaris wist dat de hypotheken waren bestemd voor de verbouw en renovatie van de woning en dat hypotheekgevers hem hadden meegedeeld dat de woning was en werd verbouwd. Bij de vestiging van de derde hypotheek op de woning in 2003 was er, mede gezien de waardestijging op de woningmarkt, ook geen reden voor de notaris om niet tot het verlijden van de akte over te gaan.