Zoekresultaten 40801-40810 van de 48197 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.180
- Datum publicatie: 21-06-2012
- Datum uitspraak: 21-06-2012
- ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2145
Klacht tegen internist. De internist, verweerster, is door de haio telefonisch in consult gevraagd ter zake van de spoedopname van de vader van klaagster, patiënt. Verweerster heeft op basis van de informatie die zij van de haio kreeg geoordeeld dat patiënt met pijnstillende medicatie opgenomen kon worden in afwachting van een echo de volgende ochtend. De volgende ochtend is patiënt, op weg naar de echo, overleden aan een ruptuur in de aorta. Klaagster verwijt de arts nalatigheid en gebrekkige communicatie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TNOKSGR:2012:YC0963 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 11-28
- Datum publicatie: 21-06-2012
- Datum uitspraak: 20-06-2012
- ECLI:NL:TNOKSGR:2012:YC0963
Klaagster verwijt de notaris dat zij de nota van afrekening pas na het passeren van de akte van levering per e-mail heeft ontvangen. Derhalve heeft de notaris zonder akkoordbevinding van klaagster voor de verzending van de nota van afrekening de akte van levering gepasseerd. De notaris heeft onzorgvuldig gehandeld door de akte te passeren zonder de benodigde toestemming van klaagster. Verder verwijt klaagster de notaris dat hij correspondentie tussen een medewerker van klaagster en de notaris gedeeld heeft met derden. De notaris heeft in een e-mail aan een medewerker van klaagster de makelaar in CC gezet. Hierdoor heeft de makelaar kunnen zien op welk rekeningnummer klaagster de verkoopopbrengst door de notaris gestort wilde hebben.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.322
- Datum publicatie: 21-06-2012
- Datum uitspraak: 21-06-2012
- ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2152
Klaagster verwijt verweerder, internist en consulterend arts , 1) dat hij een foute diagnose heeft gesteld die tot het overlijden van patiënt zou hebben geleid, 2) dat hij een onjuiste behandeling heeft ingesteld en 3) dat hij aanvankelijk geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek tot overplaatsing van patiënt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht voor wat betreft het eerste en het derde onderdeel ongegrond en voor wat betreft het tweede onderdeel gedeeltelijk gegrond en zij legt de arts de maatregel van waarschuwing op en tevens publicatie van de beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de arts dat hij ten aanzien van het tweede klachtonderdeel had ingesteld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.235
- Datum publicatie: 21-06-2012
- Datum uitspraak: 21-06-2012
- ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2146
Klager is betrokken geweest bij een verkeersongeval waarbij hij hersenschade heeft opgelopen. De verzekeraar heeft aansprakelijkheid erkent maar klager en de verzekeraar konden het niet eens worden over de vraag in welke mate klager als gevolg van het ongeval beperkingen ondervindt bij het verrichten van loonvormende arbeid en hebben de verzekeringsarts ingeschakeld voor een verzekeringskundige expertise. Klager verwijt de verzekeringsarts dat de rapportage niet voldoet aan de door het Centraal Tuchtcollege geformuleerde eisen aangezien 1. de onafhankelijke neurologische en neuropsychologische expertises van de behandelend neuroloog zonder motivering terzijde zijn geschoven en 2. de verzekeringsarts factoren gelegen binnen de persoonlijkheid van klager heeft aangewezen die volgens hem de oorzaak zijn van de beperkte belastbaarheid van klager. Wat dit betreft is volgens klager onduidelijk gebleven waar de arts zijn conclusies op baseert en is hij buiten zijn deskundigheid getreden. Het RTG heeft de klacht deels gegrond verklaard en de verzekeringsarts de maatregel van waarschuwing opgelegd. De verzekeringsarts komt hiertegen in beroep en klager stelt incidenteel beroep in. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van de arts in het principaal beroep gegrond, vernietigt de bestreden beslissing voor zover de klacht gegrond is verklaard en de maatregel van waarschuwing is opgelegd, verklaart de oorspronkelijke klacht alsnog ongegrond en bekrachtigd de bestreden beslissing voor het overige. Het incidenteel beroep van klager wordt verworpen. Tenslotte wordt de publicatie van de beslissing gelast.
-
ECLI:NL:TNOKSGR:2012:YC0964 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 12-07
- Datum publicatie: 21-06-2012
- Datum uitspraak: 20-06-2012
- ECLI:NL:TNOKSGR:2012:YC0964
Klagers verwijten de notaris dat hij heeft verzuimd voorafgaande aan dan wel tijdens het passeren van de akte van emissie van aandelen aan toonder zich ervan te vergewissen of de grenzen van de volmacht door [B] werden overschreden door de in de akte opgenomen verklaring aangaande de volledige kwijting en décharge.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.326
- Datum publicatie: 21-06-2012
- Datum uitspraak: 21-06-2012
- ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2153
Klaagster verwijt verweerder, cardioloog en hoofdbehandelaar, 1) dat hij een foute diagnose heeft gesteld die tot het overlijden van patiënt zou hebben geleid, 2) dat hij een onjuiste behandeling heeft ingesteld en 3) dat hij aanvankelijk geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek tot overplaatsing van patiënt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht voor wat betreft het eerste en het derde onderdeel ongegrond en voor wat betreft het tweede onderdeel gedeeltelijk gegrond en zij legt de arts de maatregel van waarschuwing op en tevens publicatie van de beslissing. De arts heeft principaal beroep aangetekend. Klaagster heeft incidenteel beroep ingesteld. Volgens haar is het Regionaal Tuchtcollege ten onrechte voorbijgegaan aan de omstandigheid dat de arts in eerste instantie heeft geweigerd in te gaan op de wens van klaagster en de familie om de patiënt over te plaatsen naar een ander ziekenhuis. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het principale beroep van de arts en zij acht het incidentele beroep van klaagster gegrond. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt de maatregel van waarschuwing die in eerste aanleg is opgelegd alsmede bekendmaking van de beslissing in de Nederlandse Staatscourant .
-
ECLI:NL:TVVTPVV:2012:YE0046 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0912
- Datum publicatie: 20-06-2012
- Datum uitspraak: 19-06-2012
- ECLI:NL:TVVTPVV:2012:YE0046
In periode 3 van 2010 en in periode 2 van 2011 geen of te weinig bloedmonsters laten onderzoeken op vesiculaire varkensziekte en ziekte van Aujeszky. In deze zaak zijn zowel de UBN-houder als de feitelijk houder van de varkens als betrokkenen voor het Tuchtgerecht gedaagd. Het Tuchtgerecht oordeelt dat de verordeningen zich richten tot álle ondernemers in de Nederlandse varkenshouderij, dus niet alleen de UBN-houder maar ook de feitelijke houder. In de concrete situatie, zoals blijkend uit bedrijfsopzet, de aan de orde zijnde juridische constructie en de (werk)afspraken tussen exploitant en UBN houder, moet worden uitgemaakt wie de ondernemer in de zin van de verordening is. Betrokkene exploiteert een teststal waarbij vaccins worden uitgeprobeerd op dieren. De nadruk ligt op monitoring van de diergezondheid en is niet gericht op het leveren van een aandeel in de varkensvleesproductie. De dieren worden niet aan het slachthuis afgeleverd, maar afgevoerd naar de destructie. De exportbelangen voor de Nederlandse varkenshouderij zijn daarmee relatief beperkt gebleven. Toch neemt dit niet weg dat er is twee maal niet is getapt, terwijl betrokkene steeds dient zorg te dragen voor de correcte naleving van de monitoringsplicht. Het Tuchtgerecht legt tweemaal de standaard sanctie op, deels voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TVVTPVV:2012:YE0042 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0312
- Datum publicatie: 20-06-2012
- Datum uitspraak: 19-06-2012
- ECLI:NL:TVVTPVV:2012:YE0042
Het als B-bedrijf twee keer ongeoorloofd afvoeren van varkens naar een ander B-bedrijf. Het lijkt in deze zaak te gaan om een administratieve fout bij het bedrijf van bestemming. Dat is overgeschakeld naar vleesvarkens. Daarbij is de statuswijziging van B naar D te laat geregeld. Na de brief van het Productschap heeft betrokkene direct actie ondernomen en is de status van het bedrijf van bestemming alsnog gewijzigd. De diergezondheidsrisico’s bij de ongeoorloofde leveringen zijn beperkt gebleven. Mede gelet daarop legt het Tuchtgerecht voor beide overtredingen eenmaal de standaard sanctie op met een groter voorwaardelijk deel dan gebruikelijk.
-
ECLI:NL:TVVTPVV:2012:YE0043 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0412
- Datum publicatie: 20-06-2012
- Datum uitspraak: 18-06-2012
- ECLI:NL:TVVTPVV:2012:YE0043
Drie keer als B-bedrijf aan meer dan zes D-bedrijven varkens afvoeren binnen een periode van zes weken, en één keer zonder aangevraagd transportdocument afvoeren van varkens. De problemen ontstonden doordat er in het najaar van 2011 problemen waren met de afzet van de biggen. Betrokkene wist niet dat men in dat soort gevallen contact konden opnemen met het Productschap voor een ontheffing. Aan betrokkenen wordt een geldboete opgelegd. Het Tuchtgerecht houdt bij het bepalen van de hoogte van de boete rekening met de relatief geringe omvang van het bedrijf (330 zeugen), met de bijzondere situatie van betrokkene en met de maatregelen die betrokkene al heeft genomen om herhaling in de toekomst te voorkomen.
-
ECLI:NL:TVVTPVV:2012:YE0044 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0512
- Datum publicatie: 20-06-2012
- Datum uitspraak: 18-06-2012
- ECLI:NL:TVVTPVV:2012:YE0044
Twee maal als B-bedrijf aan meer dan zes D-bedrijven varkens afvoeren binnen een periode van zes weken en eenmaal als B-bedrijf leveren aan een ander dan het F-bedrijf waarmee het bedrijf een vaste relatie heeft. Door varkens aan- of af te voeren in strijd met de voorschriften van de verordening is risico van verspreiding van besmettelijke dierziekten vergroot. Daarmee is een gevaar voor de hele varkenssector in Nederland ontstaan. Het feit dat betrokkene niet wist dat hij ontheffing kon vragen bij het Productschap doet niet af aan het feit dat betrokkene verantwoordelijk is voor de bedrijfsvoering op zijn onderneming en de regelgeving dus dient te kennen. Er wordt een geldboete opgelegd, deels voorwaardelijk.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 4080
- Pagina: 4081
- Pagina: 4082
- ...
- Pagina: 4820
- Volgende pagina zoekresultaten