Zoekresultaten 23621-23630 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:251 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.503

    Klacht tegen psychiater die op verzoek van UWV-arts in het kader van de herbeoordeling van klaagsters arbeids(on)geschiktheid een psychiatrische expertise heeft opgesteld. Regionaal en Centraal Tuchtcollege achten klachten over de inhoud van een door de psychiater opgesteld rapport en over de bejegening ongegrond. Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht dat de psychiater een e-mail (met daarin de reactie van klaagster op de concept-rapportage, naar aanleiding waarvan het rapport is gewijzigd), zonder toestemming van klaagster aan het rapport heeft gehecht gegrond verklaard en aan de psychiater de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege acht dit klachtonderdeel alsnog ongegrond, omdat de psychiater heeft gehandeld conform de gebruikelijke werkwijze van de organisatie waar zij werkzaam voor was en het dan aan die organisatie is om cliënten te informeren over de standaardwerkwijze om reacties op conceptrapportages mee te zenden naar de aanvrager van de rapportage. Verder is in overweging genomen dat de psychiater de e-mail heeft meegezonden uit oogpunt van zorgvuldigheid jegens klaagster en dat de gewijzigde informatie geen onderdeel uitmaakt van het correctierecht van klaagster.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:144 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/618203 / DW RK 16/1196

    Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:138 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/612649 / DW RK 16/805

    Beslissing op verzet. Beslagvrije voet bij bankbeslag. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:252 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.081

    Klacht tegen een psychiater. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht wegens verjaring. Het Centraal Tuchtcollege is met het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat zich hier de in artikel 65 lid 5 Wet BIG bedoelde situatie voordoet dat de bevoegdheid van klaagster tot het indienen van de klacht door verjaring is vervallen. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:177 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-401/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn en deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:145 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614473 / DW RK 16/941

    Beslissing op verzet. De kamer verklaart het verzet gegrond en behandelt de klacht inhoudelijk opnieuw. Bankbeslag en beslagvrije voet. Op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting konden de gerechtsdeurwaarders weten dat het inkomen van klaagster slechts bestond uit een uitkering en dat deze op de beslagen bankrekening van klaagster werd gestort. Het tijdstip waarop het beslag is gelegd, namelijk 1 dag nadat de uitkering werd overgemaakt draagt hieraan bij. Klaagster heeft ter zitting aanvullende stukken overgelegd waaruit dit blijkt. De schuldhulpverlener van klaagster heeft de gerechtsdeurwaarders op de hoogte gesteld dat het inkomen van klaagster slechts bestond uit een bijstandsuitkering waarop al beslag lag. Onder de hiervoor geschetste omstandigheden hadden de gerechtsdeurwaarders wel tot toepassing van de beslagvrije voet moeten overgaan. Er was geen aanleiding om te veronderstellen dat de beslagen bankrekening door andere inkomsten dan de uitkering van klaagster werd gevoed of dat er nog andere inkomsten zouden zijn. Door in dit geval niet onverwijld over te gaan tot toepassing van de beslagvrije voet, nadat klaagster hen daartoe had verzocht en de benodigde gegevens had verstrekt, hebben de gerechtsdeurwaarders naar het oordeel van de kamer tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Een en ander klemt des te meer, nu uit de stukken blijkt dat het bankbeslag doel trof voor een bedrag vrijwel gelijk aan de beslagvrije voet die voor klaagster gold, zodat te verwachten was dat klaagster door het bankbeslag in ernstige financiële problemen zou geraken en niet meer in haar primaire levensbehoeften zou kunnen voorzien, terwijl het, gezien het moment van beslaglegging, direct na storting van de uitkering, bovendien nog een maand zou duren alvorens zij opnieuw haar uitkering zou ontvangen. Klacht gegrond. Maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:139 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/597610 / DW RK 15/1056

    Betwisting betekening van het vonnis, achterlaten betekeningstukken op een onjuist adres, beslag te laat beëindigd, schending van artikel 4 van de verordening, onjuiste vermelding van het verschuldigde bedrag. Hoewel het gaat om de betekening van een authentieke akte waarvan de bewijskracht op voorhand vaststaat, kan dit in het onderhavige geval niet als vaststaand worden aangenomen. Uit de wet volgt dat indien de gerechtsdeurwaarder een exploot betekent hij actie onderneemt om zich ervan te vergewissen of er iemand aanwezig is aan wie hij rechtsgeldig het afschrift kan laten. Op gronden als omschreven in de uitspraak heeft de gerechtsdeurwaarder die actie niet ondernomen. Het achterlaten van de betekeningstukken op het onjuiste adres is niet door de gerechtsdeurwaarder is weersproken zodat ook de klacht op dit punt gegrond is. Dat de Bank niet direct aan het verzoek tot opheffing heeft voldaan kan niet aan de gerechtsdeurwaarder worden verweten. De klacht dat de organisatie van zijn kantoor niet aan de eisen van een goede praktijkuitoefening voldoet is ongegrond. Fouten veroorzaakt door het automatiseringssysteem komen voor rekening van de gerechtsdeurwaarder. De klachten zijn deels gegrond. In aanmerking genomen dat gelet op de dwingende bewijskracht van een exploot bij de betekening daarvan grote zorgvuldigheid moet worden betracht, wordt de maatregel van berisping met aanzegging opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:253 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.094

    Klacht tegen psychiater. Klaagster is onder curatele gesteld en bekend bij GGZ. Verweerder is werkzaam bij het Vangnetteam. De klacht houdt verband met de diagnose en met door verweerder aan collega-artsen verstrekte, naar klaagster stelt onjuiste, informatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht, voor zover die betrekking heeft op de periode binnen 10 jaar voor het indienen van de klacht, afgewezen. Het beroep van klaagster wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:178 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-320/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft onweersproken gesteld dat niet hij, maar zijn kantoorgenoot klager heeft bijgestaan. Uit het klachtdossier blijkt weliswaar dat verweerder aanwezig is geweest bij een bespreking tussen klager en de kantoorgenoot, maar dat betekent niet dat verweerder (ook) de advocaat van klager is geweest. De klacht is om die reden kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:146 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/592629 / DW RK 15/742

    Ten onrechte in rekening brengen van de kosten van een slotenmaker. Beslagvrije voet bij bankbeslag. De kosten van de slotenmaker zijn per abuis in rekening gebracht. De klacht is terecht is voorgesteld maar omdat er sprake is van een vergissing behoeft dit geen gevolgen te hebben in de vorm van een tuchtrechtelijke sanctie. Klager is niet in zijn belangen is geschaad en van handelen tegen beter weten in is niet gebleken. Dat de beslagvrije voet is geschonden is niet komen vast te staan en de gerechtsdeurwaarder kan zonder instemming van zijn opdrachtgever geen gelden aan klager teruggeven. Klacht deels gegrond, geen maatregel opgelegd.