Zoekresultaten 211-220 van de 47613 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9241
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 19-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:114
Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS gynaecoloog. Klaagster verwijt de AIOS dat hij haar zonder informed consent heeft laten instemmen met een episiotomie en haar daarbij heeft geïntimideerd. Omdat in het dossier helder is beschreven dat klaagster na overleg en uitleg toestemming heeft gegeven voor een episiotomie is de klacht dat informed consent ontbreekt, ongegrond. Dat de AIOS zich daarbij intimiderend zou hebben gedragen, wordt door hem ontkend. Het college kan bij tegengestelde verklaringen niet vaststellen wat er precies is gebeurd. Wel merkt het college op dat in het medisch dossier concreet en uitvoerig verslag is gedaan van het verloop van de bevalling en dat expliciet is vermeld dat klaagster na de bevalling blij was met het beloop en de begeleiding van de AIOS, wat in tegenspraak is met haar klacht. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2843
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:97
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een (destijds) AIOS interne geneeskunde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht tegen de arts kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3038
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:100
Klacht tegen een huisarts. Klacht van dochter over de behandeling van haar inmiddels overleden moeder. De huisarts wordt verweten dat zij onvoldoende zorg heeft geleverd en niet adequaat heeft gehandeld in de fase van palliatieve zorg aan klaagsters moeder. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:154 Hof van Discipline 's Gravenhage 250443
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:154
Dekenbezwaar. De deken verwijt verweerder dat hij verzuimd heeft zorg te dragen voor continuïteit en bereikbaarheid van zijn praktijk gedurende zijn vakantie en dat verweerder ook voor de deken niet goed bereikbaar was en geen gevolg heeft gegeven aan herhaalde informatieverzoeken en gemaakte afspraken. Ook de financiële continuïteit van de praktijk van verweerder is volgens de deken niet gewaarborgd en tot slot gebruikt verweerder in zijn e-mailadres en de URL van de website van zijn kantoor het woord “advocaten”, terwijl verweerder een solopraktijk heeft. De raad heeft het bezwaar gegrond verklaard en aan verweerder een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 12 weken opgelegd. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad voor zover het bezwaar gegrond is verklaard. Het hof ziet echter, mede naar aanleiding van ontwikkelingen na de uitspraak van de raad, aanleiding de maatregel aan te passen tot een schorsing van 8 weken onvoorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8524
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 19-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:115
Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft haar beroepsgeheim geschonden door na een MDO contact op te nemen met de moeder van klaagster, ook nadat klaagster had aangegeven dit niet te willen. De psychiater was betrokken bij het bepalen van dat beleid. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De psychiater heeft gereflecteerd op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:110 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-218/DH/RO
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:110
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in geschillen over alimentatie en verkoop van de echtelijke woning. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat deze te laat is ingediend. Klachten voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerster heeft de standpunten van haar cliënte verwoord binnen de ruime mate van vrijheid die haar toekomt. Het stond verweerster vrij klager rechtstreeks aan te schrijven nadat klager de samenwerking met zijn advocaat had beëindigd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:98 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3015
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:98
Klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft gedurende een aantal jaren samen met haar partner relatietherapie gevolgd bij de psychiater. Nadat die behandelrelatie was geëindigd, is de psychiater gebeld door de inmiddels ex-partner van klaagster en een buurvrouw, omdat zij zich zorgen maakten over klaagster. Diezelfde avond is klaagster opgehaald door de crisisdienst en gedwongen opgenomen in een gesloten GGZ-afdeling. Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat hij aan de ex-partner en de buurvrouw het advies heeft gegeven om de huisarts te bellen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart dit klachtonderdeel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen dit deel van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:104 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-690/DH/RO
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:104
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:101 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2938
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:101
Klacht van de inspectie tegen een verpleegkundige. De inspectie verwijt de verpleegkundige dat zij seksueel grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie privécontact aan te gaan met een patiënt en aansluitend aan de behandelrelatie een seksuele en persoonlijke relatie aan te gaan met de patiënt. Ook verwijt de inspectie de verpleegkundige dat zij onprofessioneel heeft gehandeld door – zonder dat hiertoe een noodzaak bestond – medische informatie over patiënten met een derde te delen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de verpleegkundige de maatregel van schorsing opgelegd voor de duur van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Zowel de inspectie als de verpleegkundige komen in beroep tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel. Het beroep van de inspectie slaagt. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, voor zover daarbij een deels voorwaardelijke schorsing is opgelegd en legt de verpleegkundige een voorwaardelijke doorhaling van haar inschrijving in het BIG-register op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:155 Hof van Discipline 's Gravenhage 260069
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 19-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:155
Klacht wordt niet verwezen. Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen en evenmin om doorzending aan de raad van discipline af te dwingen, zonder het verschuldigde griffierecht te betalen. Een klager kan de klacht tegen de andere advocaat, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Klager heeft deze mogelijkheid gekregen van de deken, maar heeft zich op het standpunt gesteld dat de deken een formele factuur moet verschaffen die voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De deken heeft klager erop gewezen dat hij het griffierecht dient te voldoen en dat vervolgens zijn klacht aan de Raad van Discipline zal worden gestuurd. Dit is de gebruikelijke gang van zaken. Er is geen noodzaak voor de deken om aan de eisen die klager stelt aan de factuur tegemoet te komen.