Zoekresultaten 211-220 van de 46503 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:267 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-711/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:267
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat klager daarbij geen belang heeft of daarover al eerder heeft geklaagd. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Het innemen van een andersluidend juridisch standpunt is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerder heeft geen onpleitbaar standpunt ingenomen. Niet gebleken dat verweerder de tuchtrechter onjuist heeft voorgelicht.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:261 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-121/DH/RO
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 15-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:261
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:274 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-349/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:274
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft klaagster op betalende basis bijgestaan, terwijl er al een toevoeging was verstrekt. De toevoeging betreft uitsluitend adviserende werkzaamheden. Op het moment dat er een procedure gestart zou worden, en te voorzien viel dat er financieel resultaat zou zijn, heeft verweerder dit met klaagster besproken en vastgesteld dat vervolgwerkzaamheden niet meer onder de toevoeging vallen en dat verweerder verder op betalende basis zou optreden. Klaagster is hierdoor niet benadeeld. Verweerster heeft juist voorkomen dat klaagster ook de advieswerkzaamheden zelf moest betalen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:268 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-714/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:268
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Klager heeft geen eigen rechtstreeks belang. De klacht voor zover mede ingediend namens klager is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster had redelijkerwijs op de hoogte kunnen zijn van de beëindiging van het geschil door de gemaakte afspraken in plaats van door een vonnis. Van het toesturen van een vonnis aan klaagster door verweerder kon dan ook geen sprake zijn. Van enig klachtwaardig handelen van verweerder is niet gebleken. De klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:3 Hof van Discipline 's Gravenhage 250444
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 05-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:3
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Met de deken is het hof van oordeel dat uit het cassatieadvies – dat voldoet aan de daaraan te stellen (zorgvuldigheids)eisen – volgt dat een cassatieprocedure geen redelijke kans van slagen heeft. Op deze grond mocht de deken het aanwijzingsverzoek van klager afwijzen (ECLI:NL:TAHVD:2018:44). Artikel 13 Advocatenwet is niet bedoeld voor de situatie dat klager reeds beschikt over een (negatief) cassatieadvies. Een aanwijzingsverzoek op grond van artikel 13 Advocatenwet leidt er ook niet automatisch toe dat een aangewezen advocaat zijn werkzaamheden verricht op basis van een toevoeging, zoals klager lijkt te veronderstellen. Als klager dat wil, kan hij op eigen kosten een advocaat zoeken die een second opinion wil geven.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:262 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-389/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 15-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:262
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerder is ingeschakeld voor het hoger beroep in de alimentatiezaak. Ook een andere advocaat heeft in deze zaak bijstand aan klaagster verleend. Hoewel de gemaakte afspraak bijzonder te nomen is, is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klaagster was hiermee bekend en heeft bovendien zelf met verweerder gecorrespondeerd en hem verzoeken gedaan. Geen sprake van dat verweerder zonder overleg met klaagster is ingeschakeld. Verweerder heeft de opdrachtbevestiging per abuis niet aan klaagster gestuurd. Daarvan kan hem in de gegeven omstandigheden geen verwijt worden gemaakt. Ook andere verwijten zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:275 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-705/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 24-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:275
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat-gemachtigde van een advocaat in een tuchtprocedure. De eerdere klacht is ongegrond bevonden door het hof van discipline. Daarom bestaat geen aanleiding om in het geval van verweerder tot een andere uitkomst te komen over materieel gezien dezelfde kwestie. Klacht kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:269 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-717/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:269
Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk omdat deze te laat is ingediend en deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat klager daarbij geen eigen, rechtstreeks betrokken belang heeft.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:263 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-391/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 15-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:263
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familiezaak. De kwaliteit van verweersters bijstand aan klaagster is onvoldoende geweest. Niet vast te stellen is dat zij klaagster op de relevante momenten heeft geïnformeerd en geadviseerd, bijvoorbeeld voorafgaand aan het vertrek uit de echtelijke woning door klaagster en na ontvangst van het (voor klaagster negatieve) vonnis in kort geding. De processtukken van verweerster voldoen niet aan de professionele standaard, doordat zij op diverse punten veel (te) weinig informatie en/of onderbouwing bevatten. Niet blijkt verder dat er enig besef is geweest van de gevolgen van het voor klaagster negatieve vonnis in kort geding voor het verzoek voorlopige voorzieningen, dat kort daarna werd behandeld en op dezelfde onderwerpen (waaronder de woning) zag. Verweerster heeft op meerdere momenten en meerdere punten onzorgvuldig en in strijd met de kernwaarde deskundigheid gehandeld. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:1 Hof van Discipline 's Gravenhage 250103
- Datum publicatie: 02-01-2026
- Datum uitspraak: 02-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:1
Klaagster overlijdt enkele dagen voor de mondelinge behandeling bij het hof. Anders dan in eerdere beslissingen (onder meer ECLI:NL:TAHVD:2016:49) ziet het hof geen aanleiding om voor de processuele gevolgen van het overlijden van klaagster aansluiting te zoeken bij art. 47a Advocatenwet. Het hof beslist op grond van wat over en weer in hoger beroep is aangevoerd. Beide partijen zijn in beroep niet-ontvankelijk: klaagster heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de raad om verweerster geen maatregel op te leggen en zij heeft daarnaast nieuwe klachten aangevoerd. Verweerster heeft in het verweerschrift (na afloop van de appeltermijn van 30 dagen) beroepsgronden gericht tegen het gegrond verklaarde klachtonderdeel.