Zoekresultaten 21641-21650 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.203

    Klacht tegen radioloog. Klaagster is door middel van een keizersnede bevallen in het ziekenhuis van de radioloog. Door de behandelend gynaecoloog is na de bevalling besloten over te gaan tot een uterusembolisatie, die door de radioloog is uitgevoerd. D e interventie is met een Angio-Seal uitgevoerd. Tijdens de interventie is een (na)bloeding opgetreden van het aangeprikte vat in het rechterbeen van klaagster na de plaatsing van de Angio-Seal. Dit is een bekende complicatie. De radioloog heeft de bloeding gestelpt door ongeveer tien minuten op de wond te drukken. Door het hard drukken op het bloedvat is de plug van de Angio-Seal in het bloedvat terecht gekomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster dat de radioloog na de ingreep de doorbloeding van het been had moeten controleren gegrond verklaard en de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht ongegrond en verstaat dat de opgelegde maatregel van waarschuwing komt te vervallen. Daarbij acht het Centraal Tuchtcollege van belang dat het ten tijde van de ingreep niet gebruikelijk was om de doorbloeding van het been te controleren door te voelen of het been warm of koud aanvoelt, of door na de interventie een echo te maken. Evenmin diende de radioloog een dergelijke controle uit te voeren op grond van op dat moment bestaande richtlijnen, protocollen of wetenschappelijke literatuur.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-286

    Ongegronde klacht tegen een arts. Geen feiten of omstandigheden die erop wijzen dat de arts (werkzaam bij de GGD) een onafhankelijk advies in het kader van bijzondere bijstand in verband met medische kosten heeft uitgebracht. Het College kan de door de arts getrokken conclusie volgen, de arts heeft zich gebaseerd op de door de huisarts verstrekte medische informatie. Dat de zinsnede dat de informatie van de huisarts niet is ontvangen abusievelijk in het advies is blijven staan is ongelukkig, maar niet meer dan dat. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-216

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster in eerste en tweede klachtonderdeel niet-ontvankelijk, daar de huisarts gezien de verwondingen van klaagster niet gehouden was op dat moment noodzakelijke medische hulp te verlenen. Niet voldoende weerslag op het belang van de individuele gezondheidszorg. Daarnaast is de in de echtscheidingsprocedure ingebrachte verklaring van de huisarts niet in haar hoedanigheid van huisarts afgegeven. Het vertalen van en het van derden ter kennis brengen van medische gegevens heeft de huisarts wel in die hoedanigheid gedaan. Zij duidt de geraadpleegde artsen aan als ‘collegae’, maar weet niet meer welke collega’s dit zijn geweest. Onduidelijkheid bestaat over de mate waarin zij de privacy van klaagster heeft gewaarborgd. Laatste klachtonderdeel gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-238

    Ongegronde klacht tegen een arts. Niet vast komen te staan dat de arts zonder gegronde reden klager gedwongen medicatie heeft toegediend. Handelen van de arts in overeenstemming met reeds eerder vastgesteld beleid. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-268

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Het rapport van de verzekeringsarts over een beoordeling van de medische stukken in de bezwaarschriftprocedure voldoet aan de gestelde criteria. De verzekeringsarts had na het verzoek van klager wel beter zijn BIG-registratienummer kunnen geven in plaats van naar het internet te verwijzen, maar dit levert geen tuchtrechtelijk verwijt op. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-273

    Ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft geen beoordelingsfout gemaakt geen verdere opname voor klager te indiceren. Klager is vervolgens op vrijwillige basis opgenomen. Het verzoek om verlof heeft de psychiater in redelijkheid kunnen bewilligen. Het verwijt dat de psychiater vond dat een justitiële aanpak de voorkeur had in plaats van een behandeling, gaat niet op. De psychiater heeft zich in verdere behandeling van klager hierdoor niet laten leiden. Ook was er inhoudelijk gesproken wel een behandelplan. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:103 Raad van Discipline Amsterdam 17-623/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:96 Raad van Discipline Amsterdam 17-1031/A/A

    Klacht over eigen advocaat (zie ook 17-1032/A/A/D). Verweerder heeft de echtscheidingsbeschikking niet tijdig ingeschreven, klager niet tijdig en toereikend voorgelicht over de gevolgen van deze nalatigheid, een brief van de advocaat van de wederpartij van 1 maart 2016 niet aan klager doorgestuurd en klager daarover niet tijdig geïnformeerd, onvoldoende controle gehouden op de voortgang van het dossier en klager niet voorgelicht over de eventuele mogelijkheden van cassatie tegen de beschikking van 31 maart 2016. Klacht grotendeels gegrond. De raad acht het opleggen van de maatregel van berisping voor de onderhavige zaak en het heden gegrond verklaarde dekenbezwaar passend en geboden. In beide zaken zal de raad dan ook één en dezelfde maatregel opleggen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:65 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-514/DH/RO

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:104 Raad van Discipline Amsterdam 17-576/A/A

    Ongegrond verzet.