Zoekresultaten 21221-21230 van de 48172 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:22 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/331999 KL RK 18-8

    Gelet op hetgeen door partijen over en weer is aangevoerd, komt de kamer tot het oordeel dat er voor de notaris voldoende aanleiding was om het Stappenplan te volgen. In de eerste plaats was het de partner die contact opnam met de notaris voor het opmaken van onder meer een testament voor erflater. In de tweede plaats diende de fysieke gesteldheid van erflater aanleiding te zijn voor de notaris om verder onderzoek te doen. Erflater had enkele weken voorafgaand aan het opstellen van het samenlevingscontract en het testament een ernstig herseninfarct gehad. Erflater verbleef ten tijde van de bespreking op 11 januari 2016 in het ziekenhuis en is de dag vóór het passeren van de akten overgeplaatst naar een revalidatiekliniek. Erflater was ernstig beperkt in zijn communicatie en kon enkel met ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden. Voorts zaten er tussen de eerste bespreking en het passeren van de akten negen dagen. Er was echter geen (medische) noodzaak om de akten snel te passeren. Er was dus voldoende tijd en gelegenheid voor de notaris om de wilsbekwaamheid van erflater nader te onderzoeken. Gelet op het voorgaande komt de kamer tot het oordeel dat er voor de notaris aanleiding was om het Stappenplan te volgen. Dat zij dat ondanks voornoemde indicatoren niet heeft gedaan, maakt naar het oordeel van de kamer dat zij niet heeft gehandeld zoals dat van een redelijk handelende en redelijk bekwame notaris verwacht had mogen worden. De kamer acht de klacht daarom gegrond en legt de notaris de maatregel van waarschuwing op. De kamer ziet aanleiding om de notaris, gelet op artikel 103b lid 1 sub a en b Wna en de tijdelijke richtlijn kostenveroordeling kamers voor het notariaat, een kostenveroordeling op te leggen.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:11 Kamer voor het notariaat Amsterdam 639105/NT 17-80

    Klacht deels gegrond, geen maatregel. Het behoort tot het gedrag van een behoorlijk handelend notaris om (tijdig) op brieven te reageren, ook indien hij niet inhoudelijk wenst in te gaan op de inhoud ervan.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:151 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-246

    Voorzittersbeslissing: klacht tegen deken kennelijk ongegrond. Niet gebleken is dat verweerster bij het onderzoek naar de klacht van klaagster fouten heeft gemaakt zoals het verkeerd formuleren van de klacht en het niet tijdig en onvolledig doorsturen van het dossier aan de raad. Evenmin is gebleken van het onder druk zetten van klaagster bij het aangaan van een schikking met de beklaagde advocaat.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1823

    Patiënt met longkanker bestraald wegens verdenking hersenmetastase. Waarschijnlijkheidsdiagnose omdat patiënt geen operatief ingrijpen wilde. Klacht tegen longarts wegens stellen onjuiste diagnose en niet inschakelen neuroloog ongegrond. Geen indicatie voor inschakeling neuroloog. Latere collaps van patiënt niet aan bestraling te wijten.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:152 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-816

    Verweerder stelt primair dat aan klager geen klachtrecht meer toekomt omdat klager na ontdekking van de door verweerder gemaakte fout heeft meegewerkt aan het bereiken van een oplossing. Klager is ontvankelijk in zijn klacht nu de raad van een uitdrukkelijk doen van afstand van het recht om te klagen niet is gebleken. De raad stelt vast dat verweerder het pensioenvereveningsformulier niet overeenkomstig de met klager en diens ex-partner in artikel 4 van het convenant uit 2003 gemaakte afspraak binnen twee jaar na de echtscheiding heeft ingediend bij het betreffende pensioenfonds. De raad stelt daarnaast vast dat verweerder als mediator aanvankelijk voor zowel klager als diens ex-partner hun belangen heeft behartigd in de echtscheiding, wat tussen die partijen heeft geresulteerd in een echtscheidingsconvenant. Verweerder heeft ter zitting erkend dat hij gelet op die situatie niet de brief van 23 mei 2016 aan klager had mogen sturen waarin hij namens de ex-partner van klager een procedure tegen klager aankondigde onder gelijktijdige toezending van een concept-dagvaarding. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder aldus in strijd gehandeld met gedragsregel 7 (oud) jegens klager, hetgeen hem eveneens tuchtrechtelijk kan worden verweten. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1821

    Chirurg wordt verweten dat hij 1) klager niet goed heeft geïnformeerd over de behandeling, 2) aan de eerder bij klager ingebrachte ‘mat’ is gekomen, ondanks toezeggingen dit niet te zullen doen en 3) klager onvoldoende nazorg heeft geboden. College: de chirurg had, gelet op het incidentiepercentage van 2 en het atypische karakter van de aandoeningen, uitdrukkelijk aandacht moeten besteden aan de kans dat er een toename van klachten zou zijn. Ten onrechte heeft hij dat niet gedaan. Niet is vast te stellen of de chirurg heeft toegezegd niet aan de mat te zullen komen. De chirurg heeft in het kader van de nazorg gesprekken met klager gehad en contact heeft gehad met de huisarts. Deels gegrond (klachtonderdeel sub 1). Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:49 Accountantskamer Zwolle 17/1923 en 17/1924 Wtra AK

    Bij het feitelijk leidinggeven aan de postbehandeling is geen sprake is van (mogelijke) aanwending van vakbekwaamheid, en daardoor ook niet van een professionele dienst, als bedoeld in artikel 1 VGBA, zodat het verweten handelen alleen getoetst kan worden aan het fundamentele beginsel van professionaliteit als bedoeld in artikel 2. onder a VGBA, dat nader is uitgewerkt in de artikelen 4 en 5 VGBA. Het behoorde tot de plicht van de accountant om, na verhuizing naar een nieuw adres, bij het gebruik maken van de doorzendservice voor dat adres en de overname van de huurovereenkomst van een postbus, ervoor te zorgen dat de niet voor zijn kantoor bestemde post ongeopend bleef en dat de geadresseerden op zijn minst over de ontvangst daarvan werden geïnformeerd. Dit geldt te meer nu de accountant wist dat de op de desbetreffende poststukken vermelde geadresseerden gevestigd waren op zijn oude kantooradres en hij wist wie hij bij vragen aan moest spreken. Door dit niet te doen en bovendien de voor derden bestemde poststukken te lezen heeft de accountant het accountantsberoep in diskrediet gebracht, waarmee sprake is van schending van het fundamentele beginsel van professionaliteit als bedoeld in artikel 2 sub a jo. artikel 4 VGBA.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 038/2018

    Klacht tegen arts. Klacht kennelijk ongegrond. Niet gebleken is dat verweerster bij de gebeurtenissen waarover geklaagd wordt, betrokken is geweest.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:43 Accountantskamer Zwolle 17/969 en 17/970 Wtra AK

    Tuchtklacht van een getoetst kantoor tegen alle bij een kantoortoetsing betrokken accountants van de Nba (toetsers, vaktechnisch adviseur van de Raad voor Toezicht, leden van de Raad voor Toezicht, accountantslid van de bezwarencommissie Nba en (oud-) bestuursleden van de Nba) om diverse redenen ongegrond verklaard, daargelaten de ontvankelijkheid van die tuchtklacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 039/2018

    Klacht tegen arts. Het college oordeelt dat de beslissing om klaagster te separeren en noodmedicatie toe te passen gerechtvaardigd was. Voorts kan niet worden vastgesteld dat Bij de separatie van klaagster door of onder verantwoordelijkheid van verweerder onnodig hardhandig is opgetreden en dat klaagster daarbij gewond is geraakt. De klacht dat verweerder een plan heeft beraamd om klaagster zo lang mogelijk opgenomen te houden is op geen enkele manier onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond.