Zoekresultaten 21211-21220 van de 48172 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.388

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-168d

    Ongegronde klacht tegen een internist. Tweede tuchtnorm van toepassing, daar de internist werkzaam is als directeur somatische zorg. Was als directeur somatische zorg of als arts niet verantwoordelijk voor de wijze van verstrekking van de medicatie door de verpleging, maar was er wel van op de hoogte dat het hoofd verpleging en de vestigingsdirecteur doende waren na te gaan hoe de medicatieverstrekking was verlopen. Dat de e-mails van de gemachtigde van klaagster aanvankelijk niet werden beantwoord is onzorgvuldig, maar niet kan worden vastgesteld of dit onder de verantwoordelijkheid van de internist valt. Ook niet gebleken dat de internist enige betrokkenheid heeft gehad voor het beheer van de medicatiedeellijsten. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-168c

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige heeft erkend dat hij drie keer een tablet uit de eigen voorraad heeft gegeven, naast de medicatie uit de baxter, waardoor klaagster een te hoge dosering heeft gekregen van de morfine retard. De verpleegkundige had moeten controleren of de verminderde dosering in het kader van de afbouw van de hoge doseringen al was verwerkt, dit had hij kunnen controleren aan de hand van de medicatieverantwoordingslijst en de hoeveelheid pillen die aan klaagster werden verstrekt. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.403

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager en zijn toenmalige partner hebben in het kader van relatietherapie vier gesprekken gevoerd met de gz-psycholoog. Tussen het derde en het vierde gesprek in heeft de partner de relatie met klager beëindigd. Klager verwijt de gz‑psycholoog dat (a) hij onprofessioneel, inadequaat en in strijd met de zorgplicht heeft gehandeld door geen dan wel onvoldoende oog te hebben voor het belang van klager in de gevoerde gesprekken; (b) hij onzorgvuldig heeft gehandeld door klager te vertellen over het telefonische contact dat hij met klagers moeder heeft gehad; (c) hij na afloop van de gesprekken niet bereid was om zijn rol in de gesprekken met klager te bespreken; (d) hij geen aandacht had voor klagers zorgen dat de ex-partner zou lijden aan anorexia en de invloed die dit had op de relatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in klachtonderdeel d en de klacht voor het overige als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep van klager slaagt voor wat betreft het klachtonderdeel c. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg, verklaart klachtonderdeel c gegrond en legt aan de gz-psycholoog de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.297 en C2017.298

    IGZ heeft een klacht ingediend tegen een arts/GZ-psycholoog wegens het buiten de grenzen treden van wat verwacht mag worden van een redelijk bekwaam en redelijk handelend arts/GZ-psycholoog door vermenging van al dan niet professionele rollen, tekortschieten in de zorgverlening, het opstellen van ondeugdelijke declaraties, het tekort schieten in de dossiervoering, schending van het beroepsgeheim en onprofessioneel omgaan met klachten over zijn zorgverlening. Bij aanvullend klaagschrift heeft IGZ een aanvullende klacht ter beoordeling voorgelegd, op basis waarvan eerder al een verzoek tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde maatregel was ingediend bij het CTG. IGZ verzoekt het RTC om ook de klachtonderdelen van deze casus in haar beoordeling mee te nemen die het CTG niet in haar beoordeling tot tenuitvoerlegging heeft betrokken, te weten: het niet bewaken van professionele grenzen, de vermenging van rollen, ondeugdelijk declareren en onvoldoende dossiervoering. Het RTC verklaart de eerste klacht in al haar onderdelen gegrond, legt de maatregel van doorhaling op van de inschrijving in het BIG-register in de hoedanigheid van arts en GZ-psycholoog en verklaart IGZ niet-ontvankelijk in haar aanvullend klaagschrift. De arts/GZ-psycholoog gaat in beroep, IGZ stelt incidenteel appel in tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het aanvullend klaagschrift. Het CTG komt in beroep niet tot andere beschouwingen en beslissingen dan het RTC en verwerpt het beroep. In het incidenteel beroep komt het CTG, zij het met een iets andere overweging dan het RTC, eveneens tot niet-ontvankelijkverklaring van het aanvullend klaagschrift op grond van eisen van een behoorlijke tuchtrechtelijke procesorde.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-234

    Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Niet-ontvankelijk in klachten die betrekking hebben op andere patiënten. Dat de medicatiedeellijsten zoek waren hoort niet en is zeer betreurenswaardig, maar niet duidelijk door wiens fout dat is. Dat het is gebeurd is onvoldoende om vast te stellen dat verweerster als leidinggevende tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Dat de dienstdoende verpleegkundige een fout heeft gemaakt bij het geven van medicijnen brengt niet mee dat de verpleegkundige als leidinggevende voor die fout tuchtrechtelijk verantwoordelijk is. Zij heeft klaagster in de periode van het onderzoek regelmatig persoonlijk op de hoogte gehouden. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.522

    Klacht tegen gz-psycholoog. Verweerster heeft bij de kinderen van klager psychodiagnostisch onderzoek verricht en tevens, ter onderbouwing van een verzoek tot uithuisplaatsing, een CARE-NL rapportage opgesteld waarbij het risico op kindermishandeling door haar is beoordeeld. Klager verwijt verweerster dat zij het CARE-NL onderzoek niet goed heeft uitgevoerd en verkeerde conclusies heeft getrokken en voorts dat zij de onderbouwing van de risicotaxatie ten onrechte niet aan de rechtbank heeft gestuurd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen; het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17235

    Chirurg wordt onder meer verweten dat hij tekortgeschoten is in zijn zorgplicht jegens klager omdat a) hij niet gehandeld heeft naar de aanbevelingen van de landelijke richtlijn schildkliercarcinoom, b) de dossiervorming onvoldoende is en c) hij niet de afgesproken operatie heeft uitgevoerd. College: operatie diende in level 1 ziekenhuis plaats te vinden en het ziekenhuis voldeed daaraan. Verweerder kon tijdens de operatie in redelijkheid besluiten tot een minder vergaande operatie dan was afgesproken. Niet is komen vast te staan dat de operatie niet deskundig is uitgevoerd. Medisch dossier voldoet op essentiële punten niet aan de daaraan te stellen eisen. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:142 Raad van Discipline Amsterdam 18-377/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht van voormalige bewindvoerder over advocaat van voormalige onder (beschermings)bewind gestelde deels kennelijk niet-ontvankelijk (want geen belang bij klacht) en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:50 Accountantskamer Zwolle 17/1623 Wtra AK

    Klacht dat betrokkene structureel heeft nagelaten om te reageren op verzoeken van de Nba om informatie te verstrekken met het oog op een uit te voeren toetsing van zijn accountantspraktijk gegrond. Het is in het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep dat een accountant op aan hem door zijn beroepsorganisatie gerichte verzoeken om informatie of medewerking op adequate wijze en binnen redelijke termijn reageert. De NVAK-ass en standaard 4410 of standaard 4400 zijn van toepassing bij de toetsing van een accountantspraktijk niet alleen als in die praktijk samenstellingsopdrachten en opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden met betrekking tot financiële informatie worden uitgevoerd, maar ook als de praktijk de intentie heeft uitgesproken die opdrachten uit te voeren. Betrokkene heeft verklaard dat hij aan klanten alleen een proefbalans aanlevert aan de hand waarvan de klanten zelf een jaarrekening samenstellen en dat de werkzaamheden voor deze klanten dezelfde zijn als die worden verricht bij een samenstellingsopdracht, maar dat hij bij de uitkomst van de werkzaamheden geen samenstellingsverklaring afgeeft. Daaruit volgt naar het oordeel van de Accountantskamer dat die werkzaamheden getoetst kunnen worden aan de voorschriften van de NVAK-aav en de NVCOS 4410, nu het niet afgeven van een samenstellingsverklaring niet maakt dat geen sprake is van een samenstellingsopdracht. Nu in de praktijk samenstellingsopdrachten worden uitgevoerd, moeten de onderdelen van het kantoorhandboek die daarop betrekking hebben, uiteraard geactualiseerd worden. Niet up to date houden van het kantoorhandboek levert strijd op het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Het in de aan de cliënt gestuurde opdrachtbevestiging niet opnemen van het ‑ voor een accountant ongebruikelijke ‑ achterwege laten van het samenstellen van de jaarrekening en afgeven van een samenstellingsverklaring, kan onduidelijkheid veroorzaken bij de cliënt over diens wettelijke verplichtingen en over wie er zorgt voor het nakomen daarvan en voor betrokkene het risico met zich brengen dat hij een cliënt bedient die zich niet aan de wet houdt. Het verzuim om een en ander te vermelden in de opdrachtbevestiging levert op een schending van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.