We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 21061-21070 van de 47966 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:130 Raad van Discipline Amsterdam 17-933/A/A

    Klacht over deken. Deken dient in beginsel een onderzoek in te stellen naar elke bij hem ingediende klacht. Hoe onderzoek dient plaats te vinden is niet wettelijk geregeld, hetgeen betekent dat de deken een grote vrijheid toekomt in de inrichting van dat onderzoek en bij het bepalen van de reikwijdte ervan. In onderhavig geval is evenwel in het geheel geen onderzoek verricht, nu de deken klager heeft bericht de klacht niet in behandeling te nemen, onder de overweging dat klager met betrekking tot hetzelfde feitencomplex reeds eerder klachten had ingediend over dezelfde verweerders waarover reeds onherroepelijk was beslist (ne bis in idem). Hoewel deze omstandigheid aanleiding kan zijn om het onderzoek door de deken in omvang te beperken, kan dit naar het oordeel van de raad op zichzelf geen aanleiding zijn om de klacht in zijn geheel buiten behandeling te laten. Van bijkomende omstandigheden die voor het buiten behandeling laten van de klacht een rechtvaardiging zouden kunnen vormen is niet gebleken. Klacht gegrond, gelet op specifieke omstandigheden geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:143 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-187 18-188

    Voorzittersbeslissing: klager was tot enig moment bestuurder van een failliet verklaarde vennootschap, waarbij verweerder sub 1 als curator is benoemd. Na boekenonderzoek is de curator een procedure tegen klager gestart middels openbare betekening van de dagvaarding wegens onbekendheid met de woon- of verblijfplaats van klager. Klager is daarna bij verstek veroordeeld tot betaling van een voorschot op het boedeltekort van € 15.000.000,-. Doordat het vonnis ex artikel 143 Rv nog niet in persoon aan klager is betekend, is de verzettermijn niet aangevangen. Daarnaast is het OM een strafrechtelijke procedure jegens klager gestart wegens vermeende faillissementsfraude. Namens klager is de curator verzocht om vanwege deze strafrechtelijke vervolging een kopie van de dagvaarding en het verstekvonnis van 1 oktober 2014 te verstrekken. Verweerder sub 2 heeft aan de afgifte van de verzochte stukken namens zijn collega/ de curator, met instemming van de rc, voorwaarden verbonden. Klager heeft geweigerd om aan die voorwaarden te voldoen, waarna afgifte van de stukken door verweerders is geweigerd.Naar het oordeel van de voorzitter valt niet in te zien in hoeverre daarvan aan verweerders een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Niet is gesteld of gebleken op welke (rechts)grond voor verweerders als curator een verplichting bestond om tot afgifte van de stukken aan klager over te gaan of dat anderszins door hun handelwijze sprake is geweest van zodanige misdragingen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:131 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-395/DH/DH-b

    Beslissing op verzet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-281

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft in tegenstelling tot wat klager beweert wel een verklaring afgegeven, alleen bleek deze niet te voldoen volgens klager. Niet kan komen vast te staan hoe de gesprekken tussen klager en de huisarts precies zijn verlopen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/193

    Klager verwijt de anesthesioloog dat hij bij de intubatie zijn gebit heeft beschadigd. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat de beschadiging van het gebit door het handelen van verweerder is veroorzaakt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:131 Raad van Discipline Amsterdam 17-931/A/A 17-932/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:144 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-163

    Voorzittersbeslissing: de voorzitter oordeelt alle klachtonderdelen van klager tegen verweerster kennelijk ongegrond. Verweerster heeft op zorgvuldige wijze gehandeld in het alimentatiegeschil tussen klager en zijn ex-partner en heeft daarbij de grenzen van de haar, als advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid niet overschreden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/099

    Klaagster is door verweerder (orthopeed) geopereerd, waarbij een nieuwe techniek is gebruikt. Klaagster verwijt verweerder dat hij niet voldoende kennis en kunde had om deze techniek bij haar toe te passen, waardoor zij blijvend letsel heeft opgelopen. Tevens verwijt zij hem dat hij zonder duidelijk behandelplan aan de operatie is begonnen en haar niet voldoende heeft ingelicht. Ook is verweerder tekortgeschoten in de nazorg. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:132 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-637/DH/DH

    Klager verwijt verweerder dat hij de werkgever van klager – een universiteit – bij brief van 8 september 2016 heeft aangeschreven om zich te beklagen over het optreden van klager als gemachtigde in een kantonprocedure. Volgens klager is verweerder met die brief over de schreef gegaan door daarin evident valse beschuldigingen aan het adres van klager op te nemen, namelijk: dat klager zich voordeed als advocaat, die bovendien mogelijk handelde uit naam van de universiteit. De raad is van oordeel dat er onvoldoende grond was voor de beschuldiging dat klager zich (ten onrechte) zou voordoen als advocaat. Uit de toon en inhoud van de brief van 8 september 2016 leidt de raad af dat het voornaamste doel van verweerder kennelijk was om (de reputatie van) klager te schaden. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-276

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts valt niet te verwijten dat de poh in de huisartsenpraktijk de uitslag van de allergietest niet correct aan klaagster heeft doorgegeven. Er is geen aanwijzing dat deze fout de huisarts is aan te rekenen, bijvoorbeeld wegens onvoldoende instructie van de poh. Het was voorts wel beter geweest wanneer de huisarts aan klaagster had laten weten wat de vertraging was van een gesprek tussen klaagster en de huisarts, maar dit is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht afgewezen.