Zoekresultaten 20991-21000 van de 47494 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:106 Raad van Discipline Amsterdam 18-008/A/A

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft namens klager en zijn (ex-)echtgenote een verzoek tot echtscheiding ingediend, onder verwijzing naar een convenant dat onder begeleiding van mediator tot stand is gekomen. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de onderliggende stukken van de mediator heeft ontvangen, het convenant heeft getoetst, telefonisch met klager en zijn (ex-)echtgenote heeft besproken en hen heeft gewezen op de juridische gevolgen daarvan. Het was weliswaar beter geweest als verweerder klager en zijn (ex-)echtgenote op kantoor had ontvangen om het convenant aldaar met hen gezamenlijk te bespreken, maar dat dit niet is gebeurd is onvoldoende om verweerder een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Daarbij is de raad van oordeel dat niet is komen vast te staan dat het convenant niet paste binnen de destijds geldende wettelijke maatstaven en marges. Klacht in beide onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:100 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-117/DH/RO

    Tenuitvoerlegging voorwaardelijke geldboete opgelegd bij beslissing 17-666/DH/RO

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:99 Raad van Discipline Amsterdam 17-996/A/A

    Ongegronde klacht over eigen advocaat. Hoewel aan klaagster kan worden toegegeven dat een en ander (iets) sneller had gekund, heeft verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het echtscheidingsverzoek pas op 4 oktober 2016 bij de rechtbank in te dienen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:100 Raad van Discipline Amsterdam 17-928/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:107 Raad van Discipline Amsterdam 17-1059/A/NH

    Klacht over advocaat wederpartij deels gegrond. Verweerder heeft zonder voorafgaand overleg met de advocaat van klaagster executiemaatregelen getroffen. Gelet op specifieke omstandigheden geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:93 Raad van Discipline Amsterdam 17-844/A/A

    Verzet tegen klachtonderdeel b) gegrond, verzet voor het overige ongegrond. Verweerster heeft de door haar gebezigde woorden “strafbaar feit” en “blijkbaar criminele zus” kennelijk enkel gebaseerd op de door haar zelf bij de politie gedane aangifte van huisvredebreuk tegen klaagster. Dat neemt niet weg dat voor de opvolgend advocaat duidelijk was dat de kwalificatie ”strafbaar feit” het standpunt van verweerster betrof en een en ander in rechte nog niet was komen vast te staan. In dat licht acht de raad het gebruik van de term “strafbaar feit” door verweerster in haar correspondentie met de opvolgend advocaat niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Deze redenering kan echter niet onverkort gelden voor de aanduiding “blijkbaar criminele zus”. Daarmee heeft verweerster een tuchtrechtelijke grens overschreden omdat zij er de persoon van klaagster mee kwalificeert en niet slechts haar handelen. Verweerster had zich van een andere en minder incriminerende stellingname moeten bedienen. Klachtonderdeel b) deels gegrond, specifieke omstandigheden brengen de raad tot het oordeel dat geen maatregel behoeft te worden opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:101 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-216/DH/DH

    voorzittersbeslissing. klacht over kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:101 Raad van Discipline Amsterdam 17-1029/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij ongegrond. Verweerder heeft klager op een door de wet toegestane manier in kort geding gedagvaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:108 Raad van Discipline Amsterdam 17-838/A/NH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:94 Raad van Discipline Amsterdam 17-918/A/A

    Klacht van mede-erfgename over advocaat die executeur van de nalatenschap bijstaat. Verweerster heeft in een afwikkelingsvoorstel met betrekking tot de erfenis een bedrag van € 50.000 aan advocaatkosten opgenomen, terwijl klaagster onweersproken heeft gesteld dat er op dat moment slechts een bedrag van € 18.319,40 aan advocaatkosten door verweerster was gedeclareerd. Verweerster heeft niet aannemelijk kunnen maken dat er op dat moment nog een aanzienlijk bedrag aan advocaatkosten te verwachten was waarmee rekening moest worden gehouden. Aldus heeft verweerster feitelijke gegevens aan klaagster verstrekt waarvan zij wist, althans behoorde te weten, dat die onjuist zijn. Klacht deels gegrond, klaagster voor het overige niet-ontvankelijk vanwege gebrek aan rechtstreeks belang. Waarschuwing.