Zoekresultaten 14981-14990 van de 48216 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-001b
- Datum publicatie: 17-11-2020
- Datum uitspraak: 17-11-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:135
Klacht niet-ontvankelijk tegen een gynaecoloog. Klaagster is in haar klacht niet-ontvankelijk, omdat de klacht geen handelen of nalaten betreft in strijd met de zorg die beklaagde behoorde te betrachten ten opzichte van klaagster dan wel haar ex-partner. Het handelen/nalaten waar klaagster over klaagt betreft geen handelen/nalaten van beklaagde in haar hoedanigheid van gynaecoloog of anderszins als arts. Dat is een vereiste om een oordeel over dat handelen/nalaten te kunnen geven. Klaagster niet-ontvankelijk in de klacht.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-239
- Datum publicatie: 17-11-2020
- Datum uitspraak: 17-11-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:136
Kennelijk ongegronde klacht tegen een anesthesioloog. Het College kan niet vaststellen hoe de communicatie is verlopen. Wat betreft de behandeling is het College van oordeel dat beklaagde niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Dat er voor het opnieuw plaatsen van het infuus meerdere pogingen nodig waren (klaagster en beklaagde verschillen van mening over het aantal pogingen), waarbij patiënte vastgehouden moest worden omdat zij vanwege haar paniek niet goed de aanwijzingen van beklaagde kon opvolgen, is erg vervelend, maar dit kan beklaagde niet (tuchtrechtelijk) verweten worden. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-182a
- Datum publicatie: 17-11-2020
- Datum uitspraak: 17-11-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:130
Ongegronde klacht tegen een arts. Het College overweegt dat het inschatten van de wilsonbekwaamheid een aan een arts voorbehouden oordeel is. Het College ziet geen reden aan te nemen dat de beklaagde dit niet juist heeft gedaan of daarover mede had moeten overleggen met familieleden. Het niet-reanimeren van patiënte was derhalve conform de wensen van patiënte, mocht reanimeren medisch geïndiceerd zijn geweest. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-271d
- Datum publicatie: 17-11-2020
- Datum uitspraak: 17-11-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:137
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Beklaagde heeft adequaat en zorgvuldig gehandeld. Dat klaagster onder de douche collabeerde is vervelend, maar valt beklaagde niet aan te rekenen. Beklaagde heeft hier adequaat op gereageerd door klaagster terug te helpen in bed en van het collaberen melding te maken bij de bij klaagster betrokken arts-assistent gynaecologie. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2020:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-182b
- Datum publicatie: 17-11-2020
- Datum uitspraak: 17-11-2020
- ECLI:NL:TGZRSGR:2020:131
Ongegronde klacht tegen een internist. Het College overweegt dat het inschatten van de wilsonbekwaamheid een aan een arts voorbehouden oordeel is. Het College ziet geen reden aan te nemen dat de beklaagde dit niet juist heeft gedaan of daarover mede had moeten overleggen met familieleden. Het niet-reanimeren van patiënte was derhalve conform de wensen van patiënte, mocht reanimeren medisch geïndiceerd zijn geweest. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/029
- Datum publicatie: 16-11-2020
- Datum uitspraak: 16-11-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:146
Klager dient een klacht in tegen een arts-assistent in opleiding tot psychiater met het verwijt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan fraude bij het vaststellen van de diagnose 'paranoïde wanen' en 'floride psychotisch toestandsbeeld' in zijn rapportage van 10 januari 2017. Daarnaast heeft verweerder zijn beroepsgeheim geschonden door tijdens gesprekken, waarbij familieleden van klager aanwezig waren, medische informatie over klager te verstrekken. Ook heeft verweerder zijn supervisor beïnvloed waardoor zij bij de behandeling van de gevraagde RM een valse verklaring heeft afgegeven, terwijl klager haar nog nooit had gesproken Verweeder daarentegen stelt dat hij met klager de werkhypothese psychotische ontregeling heeft gesproken en dat dat met medicatie moest worden behandeld. Wanneer klager dat zou blijven weigeren, moest een rm worden aangevraagd, zo heeft verweerder aan klager uitgelegd. Verweerder heeft zorgvuldig gediagnosticeerd en geen onjuiste verklaring in het dossier opgenomen of afgegeven. Hij bewist zijn beroepsgeheim geschonden te hebben; de familieleden waren ook bij de rm-zittingen aanwezig, waartegen klager geen bezwaar heeft gemaakt, en ook medische informatie is gedeeld. Op latere tijdstippen heeft verweerder gesproken met familieleden op basis van veronderstelde toestemming van klager. Bovendien heeft heeft klager ingestemd met aanwezigheid van zijn ouders, die toezicht moesten houden na een eventueel voorwaardelijk ontslag, tijdens een ZAG-gespprek, zo stelt verweerder. Het college verklaart de klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/037
- Datum publicatie: 16-11-2020
- Datum uitspraak: 16-11-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:147
Klager dient een klacht in tegen een psychiater met het verwijt dat zij als hoofdbehandelaar/supervisor van een andere arts zich (mede) schuldig heeft gemaakt aan fraude bij het vaststellen van de diagnose 'paranoïde wanen' en 'floride psychotisch toestandsbeeld'; ook zij heeft ter zittin in het kader van een rm-beoordeling verklaard dat klager zou lijden aan een geestesstoornis. De psychiater heeft daarnaast misbruik gemaakt van haar positie als arts tijdens de IBS-periode, waarmee zij klagers gezondheid ernstig heeft geschaad door het inzetten van dwangmedicatie en door klager onnodig onder druk te zetten. Verweerster heeft onder meer aangevoerd dat met klager de werkhypothese psychotische ontregeling is besproken en dat dat met medicatie moest worden behandeld en wanneer klager dat zou blijven weigeren een rechterlijke machtiging aangevraagd zou worden. Verweerster heeft zorgvuldig gediagnosticeerd, geen onjuiste verklaring afgegeven of opgenomen in het dossier en er is geen sprake geweest van misbruik of chantage door het dreigen met dwangmedicatie, zo stelt verweerster. Het tuchtcollege verklaart de klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:201 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.001
- Datum publicatie: 13-11-2020
- Datum uitspraak: 13-11-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:201
Klacht tegen huisarts. De huisarts heeft klaagster in 2010 op consult gezien naar aanleiding van verschillende klachten. De moeder van klaagster heeft insectenbeten als mogelijke oorzaak naar voren gebracht. De huisarts zag geen aanwijzingen voor zorgen over een tekenbeet . Na april 2013 is de huisarts niet meer bij de behandeling van klaagster betrokken geweest. In 2014 heeft klaagster bij de opvolgend huisarts de mogelijkheid van een tekenbeet naar voren gebracht. Door een Duitse arts is in 2014 bij klaagster een erythema migrans en Lyme vastgesteld. Klaagster verwijt de huisarts dat zij een erythema migrans niet heeft herkend, geen Lymetest heeft aangevraagd en geen medische behandeling heeft ingezet tegen de ziekte van Lyme en/of andere tekenbeetziekten. Het RTG heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het CTG verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.241
- Datum publicatie: 13-11-2020
- Datum uitspraak: 13-11-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:198
Klacht tegen cardioloog. De moeder van klager is met hartfalen opgenomen geweest in het ziekenhuis waar beklaagde als cardioloog werkzaam is. Beklaagde heeft klagers moeder behandeld en vervolgens overgedragen aan een collega- cardioloog (eveneens aangeklaagd). Klagers moeder is een aantal dagen daarna met terminale zorg naar huis gegaan en overleden. Klager verwijt beklaagde dat zij patiënte bewust heeft laten uitdrogen en bewust morfine heeft toegediend, wat haar dood tot gevolg heeft gehad. Dit betekent volgens klager dat beklaagde zonder toestemming palliatieve sedatie heeft toegepast. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.242
- Datum publicatie: 13-11-2020
- Datum uitspraak: 13-11-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:199
Klacht tegen cardioloog. De moeder van klager is met hartfalen opgenomen geweest in het ziekenhuis waar beklaagde als cardioloog werkzaam is. Beklaagde heeft de behandeling van klagers moeder overgenomen van een collega-cardioloog (eveneens aangeklaagd). Klagers moeder is een aantal dagen daarna met terminale zorg naar huis gegaan en overleden. Klager verwijt beklaagde dat zij patiënte bewust heeft laten uitdrogen en bewust morfine heeft toegediend, wat haar dood tot gevolg heeft gehad. Dit betekent volgens klager dat beklaagde zonder toestemming palliatieve sedatie heeft toegepast. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1498
- Pagina: 1499
- Pagina: 1500
- ...
- Pagina: 4822
- Volgende pagina zoekresultaten