Zoekresultaten 14861-14870 van de 48204 resultaten
-
ECLI:NL:TGZREIN:2020:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2006
- Datum publicatie: 02-12-2020
- Datum uitspraak: 02-12-2020
- ECLI:NL:TGZREIN:2020:72
Klager heeft de bedrijfsarts 17 afzonderlijke verwijten gemaakt. De bedrijfsarts heeft onzorgvuldig gehandeld bij het opstellen van de FML en ook steken laten vallen in de opgestelde documenten voor de IVA-aanvraag. Het opstellen van een FML is een kerndocument waarin een medisch probleem van een werknemer wordt vertaald naar zijn belastbaarheid en dat dient met de grootste zorgvuldigheid te gebeuren. Hetzelfde geldt voor de documenten die moeten worden aangeleverd voor een IVA-aanvraag; er is immers maar één kans om een IVA-uitkering geregeld te krijgen. Verweerder heeft ten onrechte twee opmerkingen in de documenten voor de IVA-aanvraag geplaatst die de aanvraag konden ondermijnen. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:262 Raad van Discipline Amsterdam 20-319/A/A 20-320/A/A 20-321/A/A 20-322/A/A
- Datum publicatie: 02-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:262
Klacht van curatoren Imtech over voormalige advocaten van Imtech niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een tuchtrechtelijk relevant belang. De door het Hof van Discipline gebezigde norm strekt zich naar het oordeel van de raad niet verder uit dan tot advocaten die gedurende het faillissement de curator (actief) belemmeren in de bereddering van de boedel. Handelen of nalaten van de advocaat van een cliënt voorafgaande aan diens faillissement staat los van de bereddering van de boedel. Klagers stellen ook dat het handelen of nalaten van verweerders van invloed is op de positie van de failliete boedel van Imtech en de belangen van haar schuldeisers, maar hiervoor geldt dat dit slechts een afgeleid en geen rechtstreeks belang is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:100 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-672/DB/OB
- Datum publicatie: 02-12-2020
- Datum uitspraak: 26-11-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:100
Advocaat heeft de conceptdagvaarding wel met cliënt besproken , maar hem niet vooraf expliciet om instemming gevraagd om een (hoge) vordering niet in de dagvaarding op te nemen. Advocaat heeft cliënt niet bij aanvang van de zaak geïnformeerd over de hoogte van de mogelijk in te stellen vordering en hem niet gewezen op het kostenrisico. Klacht (gedeeltelijk)gegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2020:27 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/44
- Datum publicatie: 02-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TNORSHE:2020:27
Samenlevingscontract met beding dat de man bij verbreking van de samenwoning € 12.000,00 per jaar aan klaagster moet betalen voor ieder jaar dat de samenwoning heeft geduurd. Nadat de man de samenwoning heeft verbroken, heeft de rechtbank voor recht verklaard dat dit beding nietig is wegens strijd met de goede zeden. Het gerechtshof heeft dit vonnis bekrachtigd. De kamer is van oordeel dat de notaris in de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door destijds op die manier invulling te geven aan de bedoeling van klaagster, al staat vast dat haar motief om de man d.m.v. dit contract als het ware onherroepelijk aan zich te binden in strijd met de goede zeden werd geacht. In het kader van enerzijds de ministerieplicht en anderzijds de plicht om dienst te weigeren als bedoeld in art. 21 lid 2 Wna acht de kamer het advies van de notaris verdedigbaar om in plaats van een “niet-verlatingsbeding” een vergoedingsplicht in het contract op te nemen, waarbij de hoogte van het verschuldigde bedrag en de duur van de verplichting uitdrukkelijk zijn vastgelegd en waarbij in de slotverklaring is verwoord dat partijen hierdoor een (alimentatie)regeling wilden treffen. De kamer is dan ook van oordeel dat de notaris er destijds van uit mocht gaan dat hij op die wijze ten gunste van klaagster een contractuele alimentatie-/vergoedingsplicht had vastgelegd voor het geval de samenwoning zou worden beëindigd, zij het dat niet op voorhand kon worden uitgesloten dat die verplichting nadien door de rechter zou kunnen worden gematigd indien onverkorte toepassing van het beding redelijkerwijs onaanvaardbaar zou zijn. De kamer ziet niet hoe de notaris destijds aan klaagster meer rechtszekerheid had kunnen bieden dan hij heeft proberen te doen. Dat jaren later door of namens klaagster - die was geïnformeerd over het risico dat het door haar beoogde “niet-verlatingsbeding” nietig zou worden geacht - in een civiele procedure over de strekking van het vergoedingsbeding zou worden verklaard/gesteld dat dit beding bedoeld was om ervoor te zorgen dat de man de samenwoning nooit zou kunnen beëindigen omdat hij het overeengekomen bedrag nooit zou kunnen betalen, was naar het oordeel van de kamer voor de notaris niet te voorzien, evenmin als te voorzien was dat namens klaagster in die procedure zou worden gesteld dat het beding geen alimentatiebeding was maar een boetebeding. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:101 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-688/DB/LI
- Datum publicatie: 02-12-2020
- Datum uitspraak: 26-11-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:101
Het staat een advocaat vrij om na bestudering van de stukken zijn cliënt te adviseren om van juridische stappen af te zien, indien hij hiertoe geen goede mogelijkheden ziet. Niet gebleken dat een advocaat-relatie tussen de mede-ouder en de advocaat tot stand is gekomen. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2020:102 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-364/DB/ZWB
- Datum publicatie: 02-12-2020
- Datum uitspraak: 26-11-2020
- ECLI:NL:TADRSHE:2020:102
Advocaat is ondanks herhaalde verzoeken niet overgegaan tot verdeling van de toevoegingsgelden met de voorgaande advocaat. Van een opvolgende advocaat mag worden verwacht, dat hij, indien sprake is van gefinancierde rechtsbijstand, hij direct nadat de zaak is geëindigd en de toevoeging is gedeclareerd, een verdelingsvoorstel aan de voorgaande advocaat toezend en nadat daarover overeenstemming is bereikt tot betaling van het aan de voorgaande advocaat toekomende gedeelte van de toevoeging overgaat.. Advocaat heeft ook niet gereageerd op verzoeken van de deken om te reageren op de klacht over zijn nalatig handelen en is, zonder bericht, niet ter zitting van de tuchtrechter verschansen. Zaak staat bovendien niet op zichzelf. Aan de advocaat is eerder vanwege nalatig handelen een waarschuwing respectievelijk een voorwaardelijke schorsing van twee weken opgelegd. Klacht gegrond, schorsing vier weken, kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:213 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.134
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 01-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:213
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Verweerder heeft klaagster met gebruikmaking van de MIS-techniek geopereerd aan de standsafwijking van de grote teen aan de rechtervoet. Klaagster heeft na de operatie aanhoudende pijnklachten en ook na een her-operatie door een andere chirurg houdt klaagster klachten. Zij verwijt verweerder dat hij de operatie niet adequaat heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:184 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-633
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 14-09-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:184
Tijdige klacht van advocaat tegen (voormalig) deken naar aanleiding van het dekenonderzoek na een signaal over haar mogelijk kwalitatief onvoldoende werkzaamheden in zaken bij de Raad van State. Een deken heeft een grote mate van beleidsvrijheid en de bevoegheid om als toezichthouder een onderzoek naar de praktijkvoering van een advocaat te starten op basis van een signaal. De deken heeft echter nagelaten het over klaagster ontvangen signaal te documenteren. De deken heeft ook niet toegelicht welke reden hij had om verweerster geen duidelijkheid over dat signaal en de herkomst daarvan te geven, terwijl dat signaal hem aanleiding gaf voor een zeer omvangrijk en voor klaagster belastend onderzoek, zonder eerst het gesprek met haar aan te gaan. De raad kan aldus niet vaststellen dat de omvang van het onderzoek en de daaraan voor klaagster verbonden gevolgen in verhouding stonden tot de ernst van het signaal. Als (voormalig) deken heeft verweerder daarmee het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De deken mocht zich bij zijn onderzoek naar klaagster laten bijstaan door een terzake deskundig advocaat, tevens lid van de Raad van de Orde, voor wie ook een geheimhoudingsplicht gold. De raad is niet bevoegd om te beoordelen of de deken in zijn hoedanigheid van bestuursorgaan juist heeft gehandeld bij de WOB verzoeken van klaagster. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:214 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.022 en c2019.023
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 01-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:214
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Verweerder heeft klager drie keer aan de schouder geopereerd. Klager heeft tien klachtonderdelen geformuleerd waarmee hij verweerder – samengevat – verwijt dat deze de drie operaties zonder indicatie en onzorgvuldig heeft verricht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager deels niet-ontvankelijk verklaard, twee klachtonderdelen gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing voor een deel, verklaart een van de twee gegrond verklaarde onderdelen ongegrond maar een ander klachtonderdeel gegrond, bepaalt dat de maatregel van waarschuwing gehandhaafd blijft en gelast publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:208 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.337
- Datum publicatie: 01-12-2020
- Datum uitspraak: 01-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:208
Klacht tegen huisarts. De beklaagde huisarts heeft klager regelmatig op consult gezien voor buikklachten. Klager verwijt de beklaagde dat hij klager op een onzorgvuldige manier medicatie heeft voorgeschreven, zijn medisch beroepsgeheim heeft geschonden en klager op een onzorgvuldige manier heeft doorverwezen met verklaringen van niet ter zake deskundigen in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1486
- Pagina: 1487
- Pagina: 1488
- ...
- Pagina: 4821
- Volgende pagina zoekresultaten