ECLI:NL:TGZCTG:2026:76 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2924

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:76
Datum uitspraak: 13-04-2026
Datum publicatie: 13-04-2026
Zaaknummer(s): C2025/2924
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond, vernietigt waarschuwing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een tandarts. Klaagster heeft in de praktijk van de tandarts een brug laten plaatsen. Zij is ontevreden over de brug. Klaagster verwijt de tandarts o.a. dat hij haar niet heeft ingelicht over het feit dat de brug niet zonder verdikking kon worden gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat klaagster door de tandarts beter geïnformeerd had moeten worden over de mogelijkheden, maar vooral de onmogelijkheden ten aanzien van de door klaagster gewenste brug. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de tandarts een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond waarmee de maatregel van waarschuwing komt te vervallen. Gelet op de beperkte rol van de tandarts was het niet zijn verantwoordelijkheid om klaagster te informeren.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2924 van:
A., tandarts, werkzaam in B., appellant in beroep, verweerder in incidenteel beroep, verweerder in eerste aanleg, hierna: de tandarts, gemachtigde: mr. M.F. Mooibroek, werkzaam in Utrecht,

tegen

C., wonende in D., verweerster in beroep, appellante in incidenteel beroep, klaagster in eerste aanleg, hierna: klaagster. 

1.    De zaak in het kort
1.1    Klaagster heeft in de praktijk van de tandarts een brug laten plaatsen. Zij is ontevreden over de brug. Klaagster verwijt de tandarts dat hij haar niet heeft ingelicht over het feit dat de brug niet zonder verdikking kon worden gemaakt. Verder verwijt klaagster de tandarts dat hij haar dossier niet heeft willen overhandigen, hij geen informatie over de mogelijkheid van het indienen van een klacht op zijn website heeft staan en hij zonder haar toestemming met andere tandartsen over haar heeft gepraat. Ook maakt klaagster de tandarts verwijten over de manier waarop zij door de tandarts en zijn collega’s is bejegend.  

1.2    Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de tandarts een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond, waarmee de maatregel van waarschuwing komt te vervallen. 

2.    Verloop van de procedure in beroep
2.1    De tandarts heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam van 1 juli 2025 met nummer A2024/7828 (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:167). Klaagster heeft een verweerschrift in beroep ingediend en incidenteel beroep ingesteld. De tandarts heeft een verweerschrift in incidenteel beroep ingediend. Het Centraal Tuchtcollege heeft hierna van klaagster nog aanvullende stukken ontvangen (brief met bijlagen d.d. 27 februari 2026). Deze stukken zijn toegevoegd aan het dossier van het Centraal Tuchtcollege.

2.2    De zaak is op de zitting van 16 maart 2026 behandeld. De tandarts en de gemachtigde van de tandarts waren daar aanwezig. De spreekaantekeningen die mr. Mooibroek heeft gebruikt zijn toegevoegd aan het dossier van het Centraal Tuchtcollege. Klaagster was met bericht van verhindering afwezig. 

3.    Feiten
3.1    Het Centraal Tuchtcollege gaat bij de beoordeling van het beroep uit van de volgende feiten.

3.2    De tandarts is werkzaam als paradontoloog en implantoloog en heeft een praktijk voor specialistische tandheelkunde. Klaagster was in de periode 2004 tot en met 2023, met uitzondering van de periode 2013 tot en met 2019, patiënt bij de praktijk van de tandarts. 

3.3     Op 30 juli 2020 had klaagster een intake bij de praktijk na verwijzing door haar tandarts, hierna: de verwijzend tandarts. Klaagster wenste een vaste constructie in haar bovenkaak. De tandarts maakte een CBT-scan en onderzocht het tandvlees. De tandarts vertelde klaagster dat de behandelmogelijkheden moesten worden onderzocht. De tandarts heeft klaagster daarvoor verwezen naar zijn collega restauratief tandarts, hierna te noemen: de restauratief tandarts, ook werkzaam bij de praktijk. Daarvoor moest een vervolgafspraak worden gemaakt. 

3.4    De vervolgafspraak met de restauratief tandarts vond plaats op 5 augustus 2020. De restauratief tandarts besprak een aantal mogelijkheden met klaagster. De restauratief tandarts adviseerde klaagster een nieuwe brug in het bovenfront en een frame prothese gesteund op de implantaten op de plek van elementen 15 en 16. In de kroon bij het element 23 zou ook een steun moeten worden gemaakt. Klaagster wilde van een aantal opties graag een begroting. De restauratief tandarts noteerde het volgende in het dossier van klaagster: 
‘Uitgebreid onderzoek t.b.v. opstellen, vastleggen en verstrekken van behandelplan aan de patiënt
Parostatus, [BEHANDELPLAN] 5-8-2020/ bespreken behandelplan/ Enne/ ass. E.
kroon op 13 is beschadigd tijdens het doorslijpen van de 13/14
brug 13-23,24 is ongeveer 15 jaar oud
optie 1 is om een nieuwe brug in het boven front te maken en een frame prothese gesteund op de implantaten 15 en de 16. in kroon 23 ook een steun maken voor het frame (+/- 6000,-).
optie 2 is (…)
optie 3 is (…)

De begrotingen werden aan klaagster toegezonden. 

3.5    Op 22 november 2022, iets meer dan twee jaar na het consult bij de restauratief tandarts, vond een nieuwe intake bij de tandarts plaats. Klaagster had op dat moment in de bovenkaak een brug op telescoopkronen en had diverse andere tandartspraktijken geconsulteerd. De tandarts heeft klaagster onderzocht. Vanwege inmiddels door andere tandartsen geplaatste implantaten was de eerder met de restauratief tandarts besproken optie 1 moeilijker uitvoerbaar. Klaagster wilde niet dat de door de andere tandartsen geplaatste implantaten zouden worden verwijderd. De tandarts noteerde het volgende:
‘(…)
-    Bovenkaak is een telescoopbrug
-    17 niet bruikbaar voor de definitieve constructie, meerdere impl. op ongunstige positie en richting.
(…)
mevrouw is regelmatig onder behandeling, (…)
pat wil graag iets vast, wilt graag een gebit waar ze mee kan eten. wil graag ook dat het er netjes uitziet. vindt het heel belangrijk dat er een vaste constructie komt in de BK.
-    mevrouw vindt het hele traject die zij heeft doorgemaakt heel vervelend, vooral omdat niemand(buiten F.) haar goed heeft geholpen.
Patiënt uitgelegd dat een vaste brug zeer waarschijnlijk wel lukt, maar dat het niet zeker is dat we alle aanwezige implantaten kunnen gebruiken ivm positie en richting. Daardoor zal de brug ook minder slank kunnen worden dan zij wil.’

Na de intake stuurde klaagster aan de tandarts een e-mail met informatie over haar eerdere behandelingen (“chronologisch weergeven”). De tandarts deed op zijn beurt van de intake verslag aan de toenmalig behandelend tandarts van klaagster. Daarnaast verwees de tandarts klaagster naar de restauratief tandarts.
 
3.6    Het vervolgconsult bij de restauratief tandarts vond plaats op 30 november 2022. De restauratief tandarts onderzocht klaagster en vertelde haar zijn bevindingen. De restauratief tandarts maakte afdrukken voor studiemodellen en een individuele lepel (precisieafdruk van de mond). Hij vertelde klaagster dat zij langs de tandprotheticus moest. Bij brief van 20 december 2022 stuurde de restauratief tandarts klaagster en de behandelend tandarts de begroting en de planning.
 
3.7    Op 15 februari 2023 onderzocht de restauratief tandarts klaagster nog een keer, zette niet-plastische restauraties opnieuw vast en verwijderde oude constructies bij de elementen 14 en 17.

3.8    Op 30 maart 2023 was klaagster bij de tandarts voor het uitvoeren van de eerste fase van het behandelplan van 20 december 2022. De tandarts extraheerde de elementen 12, 23, 24 en 26 en plaatste een tijdelijke kunststofbrug op de implantaten regio 16, 12, 25 en 27. De beet van deze tijdelijke brug was onvoldoende en de tandarts adviseerde klaagster om in overleg met de tandprotheticus de brug te laten aanpassen en de kleur van de definitieve constructie te bepalen. De tandarts zag klaagster daarna niet meer. 

3.9    Op 11 april 2023 mailde klaagster de praktijk dat zij niet tevreden was over het feit dat bij haar een tijdelijke brug met rand was geplaatst, wat zij juist had willen vermijden. 

3.10    Op 7 juni 2023 plaatste de restauratief tandarts een nieuwe tijdelijke brug op de implantaten regio 16, 15, 14, 12, 22, 25 en 27. 

3.11    Op 15 juni 2023 liet klaagster weten dat de tijdelijke brug was gebroken. Op 21 juni 2023 plaatste de restauratief tandarts de definitieve constructie. De restauratief tandarts moest vanwege de toestand van het gebit concessies doen en de kroon regio 37 inslijpen en opnieuw opbakken. Deze kroon werd op 30 juni 2023 teruggeplaatst. Klaagster vertelde toen ontevreden te zijn over de verdikking van het bovenfront. De restauratief tandarts adviseerde klaagster een afspraak te maken met de tandtechnieker om te bepalen of er nog andere mogelijkheden waren. De schroefgaten van de implantaatgedragen brug werden om die reden nog niet opgevuld. 

3.12    Hierna maakte klaagster meermalen kenbaar dat zij ontevreden was en niet voor de behandeling wilde betalen. Klaagster ging niet in op uitnodigingen voor een persoonlijk gesprek. 

3.13    Op 8 november 2023 vulde de restauratief tandarts de schroefgaten op en besprak nog drie opties met klaagster. De restauratief tandarts informeerde de verwijzend tandarts bij brief over de behandelingen en de bevindingen.

3.14     Daarna is klaagster niet meer op de praktijk verschenen. Bij brief van 8 oktober 2024 stelde zij de praktijk aansprakelijk.

4.    Beoordeling van het beroep

Waar gaat het in beroep over
4.1    Klaagster verwijt de tandarts dat:
a)    hij klaagster niet heeft ingelicht over het feit dat de brug niet zonder verdikking kon worden gemaakt;
b)    hij klaagster haar dossier niet heeft willen overhandigen, c.q. haar het dossier niet heeft laten lezen en valse informatie in het dossier heeft opgenomen;
c)    hij geen informatie over de mogelijkheid van het indienen van een klacht op zijn website heeft staan;
d)    hij onverschillig was over het breken van de tijdelijke brug;
e)    hij met andere tandartsen heeft gepraat zonder haar toestemming; en dat
f)    zijn personeel klaagster slecht heeft bejegend.

4.2    De tandarts is het niet eens met het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege over klachtonderdeel a en de opgelegde waarschuwing. Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om de beslissing in zoverre te vernietigen en klachtonderdeel a alsnog ongegrond te verklaren. 

4.3    Klaagster heeft verweer gevoerd tegen het beroep van de tandarts en incidenteel beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor zover daarbij klachtonderdelen b t/m f ongegrond zijn verklaard. Klaagster verzoekt het Centraal Tuchtcollege om het beroep van de tandarts te verwerpen en de klachtonderdelen b t/m f alsnog gegrond te verklaren. 

4.4    Dit betekent dat de oorspronkelijke klacht in volle omvang ter beoordeling van het Centraal Tuchtcollege voorligt. 

Toetsingskader
4.5    De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwaam en redelijk handelend tandarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Deze beroepsnomen staan niet alleen in de wet, maar ook bijvoorbeeld in richtlijnen van de beroepsorganisatie. Voor tandartsen is dat de beroepsorganisatie KNMT. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen, is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

Inhoudelijk oordeel 

Klachtonderdeel a
4.6     Klaagster verwijt de tandarts in klachtonderdeel a dat hij klaagster niet heeft ingelicht over het feit dat de brug niet zonder verdikking kon worden geplaatst. 


4.7    De tandarts heeft in zijn rol als paradontoloog op 30 juli 2020 en 22 november 2022 de intakes verricht. In verband met de wens van klaagster voor een vaste constructie in haar bovenkaak heeft de tandarts klaagster verwezen naar de restauratief tandarts. De restauratief tandarts heeft de behandelmogelijkheden onderzocht en het behandelplan opgesteld en uitgevoerd. Gelet op de beperkte rol van de tandarts was het niet zijn verantwoordelijkheid om klaagster te informeren over de mogelijkheden en onmogelijkheden ten aanzien van de door klaagster gewenste brug. Binnen de beperkte rol die de tandarts had, heeft hij de zorg verleend die van hem verwacht mocht worden. Klachtonderdeel a is ongegrond. 

Klachtonderdelen b t/m f
4.8    In klachtonderdeel b verwijt klaagster de tandarts dat hij haar dossier niet heeft willen overhandigen en valse informatie in het dossier heeft opgenomen. 

4.9    Klaagster heeft de praktijk meerdere e-mails gestuurd met het verzoek om een kopie van heer dossier. Uit de reactie op deze e-mails blijkt dat deze verzoeken zijn doorgestuurd naar de restauratief tandarts. Uit de e-mailcorrespondentie blijkt ook dat het medisch dossier vanaf 24 augustus 2023 voor klaagster klaar lag op de praktijk. De tandarts kan daarom geen persoonlijk verwijt worden gemaakt ten aanzien van het niet verstrekken van het dossier. Net als het Regionaal Tuchtcollege heeft het Centraal Tuchtcollege niet kunnen vaststellen dat door de tandarts valse informatie in het dossier is opgenomen. Klachtonderdeel b is ongegrond. 

4.10    In klachtonderdeel c verwijt klaagster de tandarts dat hij geen informatie over de mogelijkheid van het indienen van een klacht op zijn website heeft staan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft terecht overwogen dat ingevolge de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz) de zorgaanbieder de klachtenregeling een 'daarvoor geschikte wijze' onder de aandacht van cliënten en vertegenwoordigers van cliënten moet brengen. Naast de website van de praktijk zijn een folder in de wachtkamer, digitale informatie, of mondelinge informatie ook ‘geschikt’. Het ontbreken van informatie over de mogelijkheid tot het indienen van een klacht op de website is daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het Regionaal Tuchtcollege heeft deze klacht terecht ongegrond verklaard. In beroep stelt klaagster dat zij door de praktijk nooit mondeling of schriftelijk is geïnformeerd over een klachtenregeling. Dit betreft een uitbreiding van de klacht. Uit het oogpunt van een goede en eerlijke procesorde kunnen in beroep alleen die klachten ter beoordeling aan het Centraal Tuchtcollege worden voorgelegd die deel uitmaken van de oorspronkelijke klacht die aan het Regionaal Tuchtcollege is voorgelegd. Nieuwe klachten vallen buiten het bereik van het beroep en kunnen niet inhoudelijk door het Centraal Tuchtcollege worden beoordeeld. 

4.11    Klachtonderdelen d en f gaan over de manier waarop de tandarts en zijn collega’s klaagster hebben bejegend. Net als het Regionaal tuchtcollege ziet het Centraal Tuchtcollege geen aanknopingspunten voor de stelling van klaagster dat de tandarts en zijn collega’s haar niet correct of adequaat hebben bejegend.  

4.12    In klachtonderdeel e verwijt klaagster de tandarts dat hij zonder haar toestemming met andere tandartsen over haar heeft gepraat. De tandarts heeft op 30 oktober 2023 met de verwijzend tandarts van klaagster gesproken. Dit kan de tandarts niet tuchtrechtelijk worden verweten. Artikel 7:457 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt namelijk dat de geheimhoudingsplicht niet geldt voor het informeren van “degenen die rechtstreeks betrokken zijn bij de uitvoering van de behandelingsovereenkomst”.  Zowel de verwijzend tandarts als de tandarts waren rechtstreeks betrokken bij de behandeling van klaagster zodat de tandarts informatie met de verwijzend tandarts mocht delen. 

Conclusie 
4.13   De conclusie is dat het Regionaal Tuchtcollege klachtonderdeel a ten onrechte gegrond heeft verklaard, zodat het beroep van de tandarts slaagt. Klachtonderdelen b t/m f zijn door het Regionaal Tuchtcollege terecht ongegrond verklaard. Dit betekent dat het incidenteel beroep van klaagster wordt verworpen. Het Centraal Tuchtcollege zal de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, voor zover daarbij klachtonderdeel a gegrond is verklaard en aan de tandarts een maatregel is opgelegd vernietigen en klachtonderdeel a alsnog ongegrond verklaren. 


5.    Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover daarbij klachtonderdeel a gegrond is verklaard; 

en doet voor dat deel opnieuw recht: 

verklaart klachtonderdeel a ongegrond; 

verstaat dat de maatregel van waarschuwing komt te vervallen; 

verwerpt het incidenteel beroep van klaagster.

Deze beslissing is genomen door Z.J. Oosting, voorzitter, H. de Hek en E.F. Lagerwerf-Vergunst, leden-juristen, I.H.J. Reuser en A. Vissink, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door K.M. ten Pas, secretaris.

Uitgesproken ter openbare zitting van 13 april 2026.

    Voorzitter   w.g.                    Secretaris  w.g.