ECLI:NL:TGZCTG:2026:75 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2870
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:75 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 16-03-2026 |
| Datum publicatie: | 07-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2025/2870 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | De zoon van klagers is van zijn fiets gevallen, waardoor zijn melkvoortand moest worden getrokken. De tandarts heeft de voortand getrokken. Klagers verwijten de tandarts onder andere dat hij hun zoon onvoldoende verdoofd heeft bij het trekken van de tand, hij klagers en hun zoon niet heeft voorgelicht over de voorgenomen behandeling en dat hij hen onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klagers. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2870 van:
A. en B., wonende te C., appellanten, klagers in eerst aanleg,
hierna: hierna respectievelijk te noemen klaagster en klager,
tegen
D., tandarts, werkzaam te C.,
verweerder in beide instanties,
hierna: de tandarts,
gemachtigde: mr. M. Santema, werkzaam te Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1.1 De zoon van klagers is van zijn fiets gevallen, waardoor zijn melkvoortand
moest worden getrokken. De tandarts heeft de voortand getrokken. Klagers verwijten
de tandarts onder andere dat hij hun zoon onvoldoende verdoofd heeft bij het trekken
van de tand, hij klagers en hun zoon niet heeft voorgelicht over de voorgenomen behandeling
en dat hij hen onheus heeft bejegend.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en zal het beroep van klagers verwerpen.
2. Verloop van de procedure in beroep
2.1 Klagers hebben beroep ingesteld tegen de beslissing in raadkamer van het
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam van 23 mei 2025 met nummer
A2024/7414 (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:134). De tandarts heeft een verweerschrift in beroep ingediend.
2.2 De zaak is op de zitting van 16 maart 2026 behandeld. De tandarts en de gemachtigde van de tandarts waren daar aanwezig. De spreekaantekeningen die de gemachtigde van de tandarts heeft gebruikt zijn toegevoegd aan het dossier van het Centraal Tuchtcollege. Klagers zijn zonder voorafgaand bericht van verhindering niet verschenen.
2.3 Het Centraal Tuchtcollege heeft na afloop van de mondelinge behandeling op 16 maart 2026 de zaak in raadkamer beoordeeld en in het openbaar mondeling uitspraak gedaan. Wat hierna volgt is een schriftelijke uitwerking van die uitspraak.
3. Feiten
3.1 Het Centraal Tuchtcollege gaat bij de beoordeling van de klacht uit van de volgende feiten.
3.2 De tandarts is werkzaam bij Tandheelkunde E.. F., de zoon van klagers die is geboren in oktober 2018, is patiënt bij de tandarts. Klaagster is zelf ook patiënt bij de tandarts.
3.3 Op 1 juli 2024 is F. van zijn fiets gevallen en is daarbij op zijn voortand
gevallen.
Klaagster is met F. naar de huisartsenpost gegaan. Daaropvolgend is zij naar een
tandartsspoedpraktijk gegaan. Bij de tandartsspoedpraktijk werd een röntgenfoto gemaakt.
Er was sprake van een verplaatsing (laterale luxatie) van element 51 (de melkvoortand).
Op basis hiervan werd geadviseerd om de voortand te laten trekken door de eigen tandarts.
3.4 Op 8 juli 2024 zijn klagers met F. naar de tandarts gegaan. De tandarts
heeft het
te behandelen gebied met een zalf verdoofd en daarna de tand getrokken. Hierover
is het volgende genoteerd in het tandheelkundig dossier:
“(…) 51 ex Extractie
na trauma. nja val. paar dagen geleden. element mobiel en
radix over gehele lengte A vu.
Xylocaine zalf buccaal en palatinaal. 2 x.
lastig contact maken vanwege dominante rol moeder. ( “hij
doet niets engs”)
behandeling bij vader op schoot”
3.5 Op 9 juli 2024 heeft klaagster naar de praktijk gebeld om haar onvrede
over de
behandeling te uiten. Hierover is in het dossier genoteerd:
“(…) moeder belde, is boos over de behandeling, volgens
haar was de verdoving nog niet ingewerkt (…)”
3.6 Op 22 juli 2024 heeft de praktijkmanager met klaagster gebeld. Hierover
is het
volgende genoteerd in het dossier:
“(…) moeder gesproken en ze was heel boos en wilt een
klacht indienen want als wij het intern bespreken is dat niet voldoende.
Aangegeven dat het goed is als ze binnenkort met F. een afspraak
maakt om even langs te komen zodat hij ook in de stoel zit en er niets
gebeurd. Dan kan hij geen angst ontwikkelen voor de tandarts. Dit wil
moeder eerst overleggen met F.. Ik zou haar terugbellen en dat heb ik
nu 4 keer gedaan en steed vm ingesproken. Aangegeven dat ik nu op
vakantie ga en dat ze de balie kan bellen om een afspraak in te plannen. (…)”
4. Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over
4.1 Klagers verwijten de tandarts dat hij:
a) de behandeling ruw heeft uitgevoerd en de voortand voor het trekken onvoldoende
heeft verdoofd waardoor F. onnodig pijn heeft geleden;
b) niet vooraf heeft besproken hoe hij de behandeling ging aanpakken;
c) klagers onheus heeft bejegend.
4.2 Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Klagers zijn het niet eens met deze beslissing. Zij verzoeken het Centraal Tuchtcollege om de klacht alsnog gegrond te verklaren.
4.3 De tandarts heeft verweer gevoerd. Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om het beroep van klagers te verwerpen.
Toetsingskader
4.4 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen
en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen
handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.
Inhoudelijk oordeel
4.5 Uit de röntgenfoto in het dossier blijkt dat de tand alleen nog vastzat aan
een klein stukje tandvlees. De door de tandarts gekozen behandeling met verdovingszalf
in plaats van een verdovingsprik is de minst belastende manier om deze tand te verwijderen.
Bij jonge kinderen is het geven van een prik in het gehemelte zeer pijnlijk en dit
kan voor nog meer spanning zorgen.
Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de tandarts de juiste behandeling heeft
gekozen voor het verwijderen van de tand en dat hij dit ook voldoende zorgvuldig heeft
gedaan.
4.6 Zowel tijdens het mondeling vooronderzoek bij het Regionaal Tuchtcollege als op de zitting bij het Centraal Tuchtcollege heeft de tandarts uitgelegd dat hij merkte dat F. heel angstig was en dat beide ouders gespannen waren. Rekening houdend met deze spanning erkent de tandarts dat hij achteraf gezien wellicht duidelijker had kunnen communiceren over zijn aanpak. Het Centraal Tuchtcollege kan zich voorstellen dat er veel spanning in de behandelkamer hing en is het met de tandarts eens dat de communicatie met klagers en F. op dit punt beter had gekund. Het is spijtig dat F. en zijn ouders de behandeling als heel stressvol hebben ervaren, maar dit is onvoldoende om tot het oordeel te komen dat de tandarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Uit alles wat klagers naar voren hebben gebracht, kan het college ook geenszins opmaken dat er sprake is geweest van een onheuse bejegening.
Conclusie
4.7 Het Centraal Tuchtcollege komt tot de conclusie dat het Regionaal Tuchtcollege
de klacht terecht ongegrond heeft verklaard. Dit betekent dat het beroep van klagers
wordt verworpen.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
verwerpt het beroep.
Deze beslissing is genomen door Z.J. Oosting, voorzitter, H. de Hek en E.F. Lagerwerf-Vergunst, leden-juristen, I.H.J. Reuser en A. Vissink, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door K.M. ten Pas, secretaris.
Uitgesproken ter openbare zitting van 16 maart 2026.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.