ECLI:NL:TGZCTG:2026:38 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2722

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:38
Datum uitspraak: 11-03-2026
Datum publicatie: 11-03-2026
Zaaknummer(s): C2025/2722
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen:
  • Niet-ontvankelijk
  • Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Klager heeft zich bij zijn werkgever ziekgemeld na een auto-ongeval. De bedrijfsarts heeft de verzuimbegeleiding van klager op zich genomen. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij de re-integratie van klager niet (goed) heeft begeleid, geen eigen onderzoek heeft gedaan, medische gegevens van klager met zijn werkgever heeft besproken terwijl zij daarvoor geen toestemming had gekregen, niets heeft gedaan met de bevindingen van de psycholoog van klager en de dreiging van de werkgever met een loonstop en onterecht een arbeidsconflict als oorzaak van de arbeidsongeschiktheid heeft aangemerkt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt daarom het beroep van klager.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg


Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2722 van:
A., wonende te B., appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager, gemachtigde: mr. J.H. Weermeijer, werkzaam te Valkenswaard,

tegen

C., bedrijfsarts, werkzaam te D., verweerster in beide instanties, 
hierna: de bedrijfsarts, gemachtigde: mrs. L.A.P. Arends en 
R.H. Burm, werkzaam te Arnhem.

1.    Kern van de zaak

1.1     Klager heeft zich bij zijn werkgever ziekgemeld na een auto-ongeval. De bedrijfsarts heeft de verzuimbegeleiding van klager op zich genomen. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij de re-integratie van klager niet (goed) heeft begeleid, geen eigen onderzoek heeft gedaan, medische gegevens van klager met zijn werkgever heeft besproken terwijl zij daarvoor geen toestemming had gekregen, niets heeft gedaan met de bevindingen van de psycholoog van klager en de dreiging van de werkgever met een loonstop en onterecht een arbeidsconflict als oorzaak van de arbeidsongeschiktheid heeft aangemerkt.

1.2    Het Regionaal Tuchtcollege te ‘s-Hertogenbosch heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en zal dat hieronder toelichten.

2.    Verloop van de procedure

2.1    Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te 
‘s-Hertogenbosch met nummer H2023/6601 (ECLI:NL:TGZRSHE:2024:146). 

2.2    Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van de stukken uit de procedure in eerste aanleg, het (aanvullend) beroepschrift van klager en het verweerschrift in beroep van de bedrijfsarts.  

2.3    De zaak is op de zitting van 22 oktober 2025 behandeld. Daar waren aanwezig 
mr. J.H. Weermeijer, de gemachtigde van klager, en de bedrijfsarts, bijgestaan door 
mrs. L.A.P. Arends en R.H. Burm. Mr. Burm heeft op die zitting het verweer in beroep toegelicht overeenkomstig de in het dossier gevoegde spreekaantekeningen. Vervolgens heeft 
mr. Weermeijer de wraking verzocht van de leden van de zittingscombinatie (het eerste wrakingsverzoek). Hierop is de behandeling geschorst. 

2.4    Vervolgens is een wrakingskamer samengesteld en is de datum van de behandeling van het wrakingsverzoek bepaald op 10 december 2025. Kort daaraan voorafgaand heeft 
mr. Weermeijer per e-mailbericht de wraking verzocht van de drie leden van de wrakingskamer (het tweede wrakingsverzoek). Klager en mr. Weermeijer zijn niet verschenen op de zitting van 
10 december 2025. De wrakingskamer heeft het tweede wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld, het eerste wrakingsverzoek afgewezen en bepaald dat de behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het eerste wrakingsverzoek.  

2.5    De behandeling van de zaak is voortgezet op de zitting van 11 februari 2026. Daar waren aanwezig mr. Weermeijer als gemachtigde van klager, en de bedrijfsarts, bijgestaan door 
mrs. Arends en Burm. Partijen hebben vragen van het college beantwoord en hun standpunten nader toegelicht. De spreekaantekeningen van mr. Burm zijn aan het dossier toegevoegd. 

3.    Feiten en omstandigheden

3.1    Net als het Regionaal Tuchtcollege gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de volgende feiten en omstandigheden.

3.2     Klager is als general manager werkzaam bij een bedrijf. Op 8 februari 2023 is hij betrokken geweest bij een auto-ongeval. Als gevolg van dit ongeval heeft hij zich bij zijn werkgever ziekgemeld. 

3.3     De bedrijfsarts is werkzaam bij de arbodienst waarmee de werkgever van klager (hierna: de werkgever) een contract heeft. Op 21 juli 2023 heeft zij de verzuimbegeleiding van klager op zich genomen. Daarvoor heeft een bedrijfsarts in opleiding de verzuimbegeleiding van klager verzorgd. Dit heeft de bedrijfsarts in opleiding onder supervisie van de bedrijfsarts gedaan.

3.4     Op 2 augustus 2023 heeft de bedrijfsarts klager een e-mail gestuurd. Daarin heeft zij geschreven (alle citaten voor zover van belang en letterlijk weergegeven): 
“(…) Op basis daarvan zou ik graag een vervolgafspraak inplannen om de reintegratie verder op te pakken. 
Wellicht is het om medische informatie op te vragen bij uw behandelaar voor de uitslag van het MRI-onderzoek. 
En eventueel overleg met uw psycholoog om te evalueren hoe het herstel verloopt. 
Het is van belang om de medische situatie duidelijk te krijgen om een goed advies te kunnen geven over uw belastbaarheid. 
Als het spoedig wordt opgevraagd kunnen we deze gegevens meenemen tijdens het spreekuur. 
Zou u de gegevens van uw psycholoog en specialist kunnen doorsturen via de mail dan kan ik een brief/machtiging opstellen en naar u mailen ter ondertekening.
Ik begreep tevens van uw werkgever dat u met vakantie gaat. 
Zou u mij kunnen doorgeven tot wanneer uw vakantieperiode duurt zodat we hiermee rekening kunnen houden bij het inplannen van het spreekuur?’’

3.5     Op 13 september 2023 is klager in een e-mail verzocht om de gegevens van zijn huisarts en cardioloog door te geven, zodat de bedrijfsarts medische informatie kon opvragen. Op 15 september 2023 heeft klager per e-mail gereageerd dat de gemachtigde van klager “is gemachtigt betreft mijn medische dossier” en dat hij voor vragen graag naar hem verwijst. In zijn e-mail heeft klager niet de gegevens van zijn huisarts en cardioloog vermeld. Daarom is op 
20 september 2023 klager bericht dat hij ook aan zijn gemachtigde mag vragen of hij de naam van de behandelaren kan doorgeven. 

3.6    Op 26 september 2023 is klager voor het eerst op het verzuimspreekuur van de bedrijfsarts geweest. Op dat moment heeft de bedrijfsarts niet de beschikking over de informatie van de behandelaren van klager. Tijdens het spreekuur zijn de voorgeschiedenis van klager, zijn lichamelijke, psychische en slaapklachten en zijn werk/de werksituatie besproken. In het dossier van klager heeft de bedrijfsarts naar aanleiding van het spreekuur genoteerd: 
“Wn begint meteen over [naam arbodienst] en werkgever en dat daar een probleem ligt. Hij voelt zich ziek en zijn ziekte wordt niet gehonoreerd.   Zijn ziekte en klachten zouden in twijfel worden getrokken. 
ik geef meneer aan dat ik nu met hem het ga oppakken voor medisch deel en werkfactor terugleg bij wn en wg. 

(…) 

Med info opgevraagd bij ha en verpleegkundige. 

B:
gesprek tussen wn en wg om te komen tot een oplossing en de
stressfactor werk laten verdwijnen.
su over 2 weken als med info bekend is en dan starten met reintegratie. 

Conclusie: 

Meneer ervaart klachten zowel fysiek als mentaal.

Omdat de medische situatie van meneer op dit moment niet geheel bekend is kan er geen duidelijke beoordeling worden gegeven over de belastbaarheid en geschiktheid voor werk. 
Derhalve is er informatie opgevraagd bij zijn behandelaars. 
Tijdens het komende spreekuur wordt de informatie besproken en zal beoordeeld worden waar mogelijkheden liggen voor reintegratie. 
(…) 

Tevens is er sprake van een werk gerelateerde stresscomponent. Deze speelt mee in het klachtenpatroon en kan het herstel belemmeren. Derhalve adviseer ik meneer en zijn werkgever om samen in gesprek te gaan, de stressfactor te evalueren en te komen tot een oplossing. Zodat dit de reintegratie niet in de weg zal staan. 

Dit is tevens met de werkgever besproken.’’ 

3.7    Op 29 september 2023 heeft de bedrijfsarts medische informatie over klager ontvangen van de instelling waar klager psychische begeleiding van een verpleegkundig specialist kreeg. Op 6 oktober 2023 heeft de huisarts de bedrijfsarts medische informatie over klager toegestuurd. Deze medische informatie heeft de bedrijfsarts opgenomen in het dossier van klager, waarbij zij aantekeningen heeft gemaakt. 

3.8    Op 9 oktober 2023 heeft de bedrijfsarts klager een e-mail gestuurd. Daarin heeft zij een aantal vragen aan klager gesteld over een mogelijk doorgemaakt hartinfarct en een MRI van het hoofd/de nek. De bedrijfsarts heeft geschreven dat zij klager kan doorverwijzen voor revalidatie als uit de MRI geen letsel naar voren komt en dat haar verwijzing meestal iets sneller gaat dan die van de huisarts vanwege de wachttijden.  

3.9    Op 12 oktober 2023 heeft er een telefonisch spreekuur plaatsgevonden, omdat klager te ziek was om fysiek naar het spreekuur te komen. In het dossier van klager heeft de bedrijfsarts naar aanleiding van het spreekuur genoteerd:
“B: 
(…)
ba gaat ha bellen voor ontbrekende info.
ba gaat wg bellen ivm deelname su en geen loonstop.

Conclusie:

Op 12-10-2023 heeft het telefonisch spreekuur plaatsgevonden met meneer. 
Tijdens het gesprek werd duidelijk dat de klachten en beperkingen vrijwel volledig werk gerelateerd zijn. Er zou sprake zijn van een arbeidsconflict. Hij ervaart veel druk vanuit zijn werkgever en vanuit de eerder plaatsgevonden reintegratie. 

Tevens zou hij nog restklachten ervaren uit het auto-ongeval wat eerder heeft plaatsgevonden. 

(…)

De ontvangen medische informatie is besproken tijdens spreekuur. Meneer geeft aan dat deze niet compleet zou zijn en derhalve zal opnieuw contact worden opgenomen met de behandelaar. 
Als hierover meer bekend is zal meneer op de hoogte worden gebracht en zal een vervolgafspraak worden ingepland, uiterlijk over 3 weken. 
Dan zal opnieuw gekeken worden naar mogelijkheden voor reintegratie in passend, gekaderd werk. 

Ik adviseer de medewerker en werkgever om in de tussenliggende periode samen te komen tot een oplossing van het arbeidsconflict zodat dit het verdere herstel niet in de weg staat.’’

3.10    Op 24 oktober 2023 heeft de bedrijfsarts aanvullende informatie van de huisarts ontvangen over het slaaponderzoek, het onderzoek door de cardioloog en de uitslag van de MRI. 

3.11    Op 30 oktober 2023 is klager bij de bedrijfsarts op het spreekuur geweest. Klager heeft toen aangegeven dat volgens hem de arbodienst de oorzaak is van al zijn problemen en niet de werkgever. Volgens klager was er geen sprake van een arbeidsconflict of van werk gerelateerde problematiek. Hij wilde een andere arbodienst. De bedrijfsarts heeft uitgelegd dat de keuze voor een andere arbodienst bij de werkgever ligt en dat klager een second opinion kan aanvragen bij een andere bedrijfsarts. Het formulier daarvoor is tijdens het spreekuur ingevuld. Ook is tijdens het spreekuur het deskundigenoordeel van het UWV besproken. Dit oordeel had klager op 5 juli 2023 aangevraagd. Het oordeel van de verzekeringsarts was met betrekking tot de functionele mogelijkheden andersluidend. De bedrijfsarts heeft het oordeel van de verzekeringsarts overgenomen en klager vier weken rust aanbevolen. Verder heeft zij klager en de werkgever geadviseerd om na deze periode de samenwerking en re-integratie weer op te pakken en te kijken naar de mogelijkheden voor passend werk.  

3.12    Op 10 november 2023 heeft klager onderhavige klacht bij het tuchtcollege ingediend. Op 22 november 2023 heeft hij de bedrijfsarts per e-mail meegedeeld dat hij een andere bedrijfsarts van een andere arbodienst wil. De bedrijfsarts heeft daarop gereageerd dat klager hiervoor naar de werkgever moet gaan, omdat de bedrijfsarts een medewerker niet naar een andere bedrijfsarts/arbodienst kan verwijzen en het dossier niet kan overdragen. De bedrijfsarts heeft aangegeven dat zij tot die tijd de verzuimbegeleiding zal voortzetten volgens de Wet verbetering poortwachter. Na 22 november 2023 heeft klager nog meerdere spreekuren bij de bedrijfsarts gehad. 

3.13    Op 29 november 2023 heeft de bedrijfsarts die de second opinion heeft verricht zijn rapport uitgebracht. Daarin is het volgende opgenomen: 
“12) Samenvatting 
(…) General Manager bij [naam van een bedrijf]. Op 08-02-2023 aangereden, waarna klachten ontstonden die mogelijk ten gevolge van het trauma neurologische aard zijn. De gepresenteerde klachten doen denken aan het beeld van een passen bij het beeld van naverschijnselen bij een hersenkneuzing, een mate van traumatisch hersenletsel. De tot heden gepleegde diagnostiek geeft geen duidelijk antwoord. Een specialistisch onderzoek hierna is geindiceerd. 
Daarnaast speelt een verstoorde arbeidsrelatie. De door werknemer (ervaren) methodiek van reintegratie begeleiding zou niet herstel bevorderend werken. (De second opinion bedrijfsarts heeft niet de bevoegdheid tot verder objectivering en wederhoor.)

(…)

18) Advies 
Er is sprake van een te objectiveren mate van ziekte en/of gebrek. Zowel fysiek als mentaal spelen er bij onderzoek serieuze problemen. Gezien de complexiteit is een medische expertise op de diverse gebieden aan te bevelen. Een prognose op herstel of deelherstel is op basis van huidige medische diagnostische gegevens niet te stellen. 

De verstoorde arbeidsrelatie is inmiddels gejuridiseerd. (…) juist ook dit conflict belemmert het herstel en werkt daarmee re-integratie belemmerend. Er dient gezocht te worden naar een andere vorm van re-integratie, mits uit de onderzoeken blijkt dat dit en in welke mate dit mogelijk is. (…) Daarmee is ook uit een ander perspectief een re-integratie in de bedongen arbeid nu niet aan de orde.’’
    
4.    Beoordeling van het beroep

Waar gaat het in beroep over?
4.1    Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij:
a)    de re-integratie van klager niet (goed) heeft begeleid, zij heeft haar eigen taak niet serieus genomen; 
b)    geen eigen onderzoek heeft gedaan;
c)    medische gegevens van klager zonder zijn toestemming met zijn werkgever heeft besproken;
d)    niets heeft gedaan met de bevindingen van de psycholoog van klager;
e)    onterecht een arbeidsconflict als oorzaak van de arbeidsongeschiktheid heeft aangemerkt;
f)    niets heeft gedaan toen de werkgever dreigde met een loonstop.

4.2    Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Namens hem is verzocht om terugwijzing van de zaak naar het Regionaal Tuchtcollege. Ook is verzocht om het horen van een getuige en een deskundige. Verder heeft het beroep van klager tot doel – zo begrijpt het Centraal Tuchtcollege – dat de klacht alsnog gegrond wordt verklaard. 

4.3    De bedrijfsarts heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd. Zij heeft verzocht om de verzoeken van klager af te wijzen en om het beroep van klager te verwerpen. 

Verzoek om terugwijzing
4.4    Volgens mr. Weermeijer is de procedure bij het Regionaal Tuchtcollege niet goed verlopen; ten onrechte is een eindbeslissing gegeven zonder eerst op het verzoek tot wraking te beslissen. Daarom wordt verzocht om de terugwijzing van de zaak naar het Regionaal Tuchtcollege.

4.5    Ter terechtzitting in beroep van 11 februari 2026 heeft mr. Weermeijer toegelicht dat het verzoek tot wraking zag op de persoon die het mondeling vooronderzoek heeft geleid. Het CTG stelt vast dat die persoon een secretaris betreft en reeds daarom niet kan worden gewraakt. Van een fout in de procedure in eerste aanleg is dus niet gebleken. Het Centraal Tuchtcollege ziet ook overigens geen reden voor terugwijzing, zodat het dit verzoek afwijst en de zaak zelf zal beoordelen. 

Nieuwe klachten
4.6     Uit het oogpunt van een goede en eerlijke procesorde kunnen in beroep alleen die klachten ter beoordeling aan het Centraal Tuchtcollege worden voorgelegd die deel uitmaken van de oorspronkelijke klacht die aan het Regionaal Tuchtcollege is voorgelegd. Nieuwe klachten vallen buiten het bereik van het beroep. Voor zover in beroep sprake is van uitbreiding van de klacht, kan klager daarin dus niet worden ontvangen.

Verzoek om het horen van een getuige
4.7    Mr. Weermeijer heeft verzocht om klager als getuige te horen om, zo begrijpt het Centraal Tuchtcollege, meer duidelijkheid te verkrijgen over de feitelijke gang van zaken. 

4.8    Het Centraal Tuchtcollege wijst dit verzoek af. Het horen van klager als getuige is, gelet op de onderbouwing van het verzoek, niet noodzakelijk. Klager is als partij in deze zaak uitgenodigd voor de zittingen in beroep van 22 oktober 2025 en 11 februari 2026 en zodoende in de gelegenheid gesteld om zijn kant van het verhaal te vertellen. Van die gelegenheid heeft hij geen gebruik gemaakt.  

Verzoek om het horen van een deskundige
4.9    Mr. Weermeijer heeft daarnaast verzocht om een deskundige te horen over de vraag of de bedrijfsarts op de juiste manier heeft gehandeld.   

4.10    Ter terechtzitting in beroep van 11 februari 2026 heeft mr. Weermeijer toegelicht dat hij een deskundige wil bevragen over de periode die ligt ná de datum waarop het klaagschrift in deze zaak is ingediend. Gelet hierop en bij gebrek aan verdere onderbouwing, acht het Centraal Tuchtcollege het horen van een deskundige niet noodzakelijk. Het verzoek wordt afgewezen.  


Inhoudelijke beoordeling
4.11    Op basis van de stukken en de mondelinge toelichting daarop komt het Centraal Tuchtcollege tot het oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege terecht en op juiste gronden de klacht in al haar onderdelen ongegrond heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de behandeling van de zaak in beroep geen aanleiding geeft tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege en neemt datgeen wat het Regionaal Tuchtcollege onder ‘5. De overwegingen van het college’ heeft overwogen hier over. Het Centraal Tuchtcollege betreurt dat het niet goed gaat met klager, maar dat is niet te wijten aan de bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft zorgvuldig gehandeld en heeft de begeleiding van klager, zelfs ná het indienen van de tuchtklacht, in het belang van klager voortgezet. 

Conclusie 
4.12    Het voorgaande betekent dat het beroep van klager wordt verworpen.  

5.    Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verklaart klager niet-ontvankelijk voor zover hij in beroep nieuwe klachten heeft ingediend;

verwerpt het beroep.


Deze beslissing is genomen door Z.J. Oosting, voorzitter, S.M. Evers en T.W.H.E. Schmitz, leden-juristen, en N. Abdoelkariem en A.H.J.M. Sterk, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door 
N. Germeraad-van der Velden, secretaris.

Uitgesproken ter openbare zitting van 11 maart 2026.
    Voorzitter   w.g.                    Secretaris  w.g.