ECLI:NL:TGZCTG:2026:34 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2751

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:34
Datum uitspraak: 11-02-2026
Datum publicatie: 11-02-2026
Zaaknummer(s): C2025/2751
Onderwerp: Onvoldoende informatie
Beslissingen: Ongegrond/Afwijzing
Inhoudsindicatie: Klager klaagt tegen de chirurg die bij hem een besnijdenis heeft uitgevoerd. Klager stelt dat er geen sprake is geweest van informed consent, dat de chirurg de operatie opzettelijk verkeerd heeft uitgevoerd, dat de chirurg grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond en dat de chirurg heeft gelogen over eerdere prestaties. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed consent. Ter zake daarvan is aan de chirurg de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld; zijn beroep strekt ertoe dat de in eerste aanleg ongegrond verklaarde klachtonderdelen in beroep alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij het Regionaal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.


C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2751 van:

A.,
wonende te B.,
appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,
gemachtigde: mr. M.A. Smits, werkzaam te Nijmegen,

tegen

C.,
chirurg,
destijds werkzaam te D.,
verweerder in beide instanties, 
hierna: de arts,
gemachtigde: mr. H. Loonstein, werkzaam te Amsterdam.


1.    Kern van de zaak
1.1    Klager dient een klacht in tegen de arts over de besnijdenis die de arts op 9 januari 2023 bij klager heeft uitgevoerd. Klager stelt dat er geen sprake is geweest van informed consent, dat de arts de operatie opzettelijk verkeerd heeft uitgevoerd, dat de arts grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond en dat de arts heeft gelogen over eerdere prestaties. 

1.2    Het Regionaal Tuchtcollege te ‘s-Hertogenbosch heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed consent. Ter zake daarvan is aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde eindoordeel en zal dat hieronder toelichten.

2.    Verloop van de procedure

2.1    Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te 
‘s-Hertogenbosch met nummer H2023/5901(ECLI:NL:TGZRSHE:2025:4). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.

2.2    Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van de stukken van de procedure in eerste aanleg, het beroepschrift van klager, het verweerschrift van de arts in beroep en een nagestuurd stuk van klager.

2.3    De zaak is op de zitting van 26 november 2025 behandeld. Daar waren aanwezig klager, bijgestaan door mr. Smits, en de arts, bijgestaan door mr. Loonstein. Partijen hebben vragen van het college beantwoord en hun standpunten nader toegelicht. De spreekaantekeningen van klager en mr. Loonstein zijn aan het dossier toegevoegd.

3.    Feiten

3.1    Het Centraal Tuchtcollege gaat uit van de volgende feiten. 

3.2         Klager maakte op 1 november 2022 via de website een afspraak bij de kliniek van de arts
voor een besnijdenis op 9 januari 2023. Klager deed dit om cosmetische redenen (fordyce spots) en hij dacht met de besnijdenis minder kans te lopen op een balanitis-infectie (slijmvliesinfectie van de eikel van de penis), die hij eerder had gehad. Voorafgaand aan de afspraak ontving klager een toestemmingsverklaring genaamd: “Toestemmingsverklaring besnijdenis volwassen man”. Daarnaast ontving hij een link naar een pdf-bestand genaamd “Nazorg volwassene”. De toestemmingsverklaring nam klager ingevuld met persoonsgegevens en ondertekend mee naar de afspraak op 9 januari 2023. Er heeft toen een kort gesprek plaatsgevonden tussen klager en de arts, waarna de operatie is uitgevoerd.  

3.3     Klager klaagde bij e-mail van 11 februari 2023 bij de arts over het resultaat van de behandeling, in het bijzonder over het lelijke litteken dat naar zijn mening was ontstaan. De arts belde klager die dag en ze maakten een vervolgafspraak voor 13 februari 2023. Klager is niet op die afspraak verschenen.  

3.4        Klager heeft elders een hersteloperatie ondergaan. 

4.    Beoordeling van het beroep

4.1     Klager verwijt de arts:
1) het ontbreken van informed consent;
2) het opzettelijk verwijderen van te veel huid tijdens de operatie;
3) het opzettelijk verkeerd zetten van de hechtingen;
4) het opzettelijk te lang vasthouden van het cauterisatie-apparaat waardoor een klein gat is ontstaan dat mogelijk niet cosmetisch gecorrigeerd kan worden;
5) grensoverschrijdend gedrag tijdens de behandeling; 
6) het liegen over zijn eerdere prestaties.
Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 1 gegrond verklaard, ter zake daarvan aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd, en de klacht voor het overige ongegrond verklaard.  

4.2    Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep van klager heeft tot doel dat de klachtonderdelen 2 tot en met 6 alsnog gegrond worden verklaard. Klachtonderdeel 1 is in deze zaak in beroep niet aan de orde. 

4.3         De arts kan zich voor wat betreft de klachtonderdelen 2 tot en met 6 vinden in het oordeel
van het Regionaal Tuchtcollege en verzoekt daarom om het beroep van klager te verwerpen.

4.4     Op basis van de stukken en de mondelinge toelichting daarop komt het Centraal Tuchtcollege tot het oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klachtonderdelen 2 tot en met 6 terecht en op juiste gronden ongegrond heeft verklaard. De behandeling van de zaak in beroep geeft geen aanleiding om daar anders over te oordelen. Het Centraal Tuchtcollege neemt de overwegingen van het Regionaal Tuchtcollege met betrekking tot de klachtonderdelen 2 tot en met 6, zoals weergegeven onder 5.3 tot en met 5.11, over en komt met het Regionaal Tuchtcollege tot het oordeel dat de arts in zoverre niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege voegt hier nog het volgende aan toe.

4.5     Klager heeft foto’s van het resultaat van de besnijdenis overgelegd en daarbij toegelicht dat er sprake is van een litteken met een kartelrand aan een zijde en een atrofisch (diepliggend) litteken aan de onderkant. Ook heeft hij toegelicht dat hij voor een hersteloperatie naar een arts in de K. is geweest. De vraag die het Centraal Tuchtcollege moet beantwoorden is of het resultaat van de besnijdenis te wijten is aan het (opzettelijk) verwijderen van te veel huid, het verkeerd zetten van de hechtingen of het te lang vasthouden van het cauterisatie-apparaat.
Dat het resultaat van de besnijdenis tegenvalt, betekent niet dat de besnijdenis onjuist of onzorgvuldig is uitgevoerd. Het dossier bevat hier geen aanwijzingen voor en een litteken dat als storend wordt ervaren, kan niet altijd vermeden worden. Het dossier en de toelichting van klager geven verder geen enkel aanknopingspunt voor zijn stelling dat de arts de besnijdenis opzettelijk onjuist of onzorgvuldig heeft uitgevoerd.

4.6     Het voorgaande betekent dat het beroep van klager wordt verworpen. 

5    Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep.

Deze beslissing is genomen door Z.J. Oosting, voorzitter,
R.A. Boon en H.M. Wattendorff, leden-juristen, en H.P. Beerlage en R.B. Karim, 
leden-beroepsgenoten, bijgestaan door N. Germeraad-van der Velden, secretaris.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2026
Voorzitter  w.g.    Secretaris  w.g.