ECLI:NL:TGZCTG:2026:33 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2852
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:33 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 11-02-2026 |
| Datum publicatie: | 11-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2025/2852 |
| Onderwerp: | Schending beroepsgeheim |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een huisarts. Klaagster is moeder van twee kinderen. Klaagster en de vader van de kinderen zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. De huisarts van de vader (verweerster) heeft schriftelijke informatie verstrekt die door de vader in de echtscheidingsprocedure is ingediend. Ook heeft de huisarts in het kader van een raadsonderzoek informatie verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming. Klaagster verwijt de huisarts dat zij: a) haar beroepsgeheim op meerdere vlakken heeft geschonden door het verstrekken van informatie over klaagster; b) de vader en zijn broer heeft aangezet tot het doen van een valse anonieme melding bij Veilig Thuis; c) zich onprofessioneel heeft uitgelaten in haar rapportages door haar eigen emoties en gedragingen te benoemen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen a) en c) gegrond, klachtonderdeel b) ongegrond en legt de huisarts de maatregel op van berisping. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts, dat uitsluitend ziet op de zwaarte van de opgelegde maatregel. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2852 van:
A.,
destijds werkzaam te B.,
appellante, verweerster in eerste aanleg,
hierna: de huisarts,
gemachtigde: mr. R.J. Peet, werkzaam te Utrecht,
tegen
C.,
wonende te D.,
verweerster in beroep, klaagster in eerste aanleg,
hierna: klaagster.
1. Kern van de zaak
1.1 Klaagster is moeder van twee kinderen. Klaagster en de vader van de kinderen
(hierna: de vader) zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. De huisarts van
de vader (de beklaagde huisarts) heeft schriftelijke informatie verstrekt die door
de vader in de echtscheidingsprocedure is ingediend. Ook heeft de huisarts in het
kader van een raadsonderzoek informatie verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming
(verder: de Raad). Klaagster stelt dat de huisarts met de gegeven informatie over
klaagster haar beroepsgeheim heeft geschonden. Ook meent klaagster dat de huisarts
de vader en een zwager van klaagster heeft aangezet tot het doen van een valse anonieme
melding bij K. Bovendien stelt klaagster dat de huisarts zich zeer onprofessioneel
heeft gedragen door haar eigen emoties en gedragingen in de rapportages te benoemen.
De huisarts is van mening dat zij zorgvuldig gehandeld heeft en dat de klacht ongegrond
is.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft de klachtonderdelen a) en c) gegrond verklaard, klachtonderdeel b) ongegrond verklaard en aan de huisarts de maatregel van berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts.
2. Verloop van de procedure
2.1 De huisarts heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle van 9 mei 2025 met nummer Z2024/7231 (ECLI:NL:TGZRZWO:2025:56). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.
2.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het beroepschrift, het aanvullend beroepschrift en het verweerschrift.
2.3 De zaak is op de zitting van 21 januari 2026 behandeld. De huisarts was aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde. Ook klaagster was aanwezig. Partijen hebben vragen van het college beantwoord en hun standpunten nader toegelicht. De spreekaantekeningen van zowel de huisarts als klaagster zijn aan het dossier toegevoegd.
2.4 Het Centraal Tuchtcollege heeft na afloop van de mondelinge behandeling op 21 januari 2026 de zaak in raadkamer beoordeeld en in het openbaar mondeling uitspraak gedaan. Wat hierna volgt is een schriftelijke uitwerking van die uitspraak.
3. Feiten
3.1 Net als het Regionaal Tuchtcollege gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de volgende feiten.
3.2 Klaagster is moeder van twee kinderen. Klaagster en de vader van de kinderen
zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure.
3.3 Verweerster is de huisarts van de vader. De huisarts heeft geen behandelrelatie
met
klaagster en zij hebben elkaar niet eerder ontmoet of gesproken.
3.4 Klaagster ontving voorafgaand aan een zitting in de echtscheidingsprocedure
een
door de huisarts van de vader opgestelde brief van 12 juni 2023, die namens de vader
was ingediend bij de rechtbank. In deze brief stond onder meer (alle citaten opgenomen
voor zover relevant, inclusief eventuele taal- en spellingsfouten):
“Is sinds september 2021 dakloos, logeerde periode bij zijn broer. Verblijft sinds
maart 2023 op de MO, alwaar ik hem 1 a 2x per week spreek. Alle contacten zie ik ene
rustige en reëele man, die zijn emoties goed kan beheersen (…). Tevens woont zijn
ex met hun kinderen op steenworp afstand van de MO. Ze heeft een camera geplaatst
bij haar deur gericht op de zandhopen van de verbouwingen, die zich op het terrein
van de MO begeven. Daar laat ze haar kinderen spelen. Eerlijk gezegd denk ik dat ik
zelf onder deze omstandigheden al een keer mijn emoties hun beloop had gelaten.”
3.5 In november 2023 sprak de huisarts met de vader en diens broer over
de veiligheid en het welzijn van de kinderen. De huisarts heeft toen de mogelijkheid
besproken om een anonieme melding bij E. te doen.
3.6 In een procedure over een omgangsregeling, heeft de rechtbank de Raad verzocht
om een onderzoek in te stellen en advies uit te brengen. Tijdens het raadsonderzoek
heeft de Raad de huisarts zowel telefonisch als per e-mail voor informatie benaderd.
3.7 De huisarts heeft op 25 februari 2024 verslag van haar bevindingen gedaan en
deelde deze na haar nadere fiattering op 27 februari 2024 met de Raad. In het verslag
schreef zij onder andere:
“Het verbaast de huisarts, en zij heeft alle documenten van vader mogen inzien,
dat er niets wordt vermeld of dat er niet wordt gesproken over de psychiatrische voorgeschiedenis
van de moeder, want ook dat is bepalend voor de omgeving waarin de kinderen opgroeien
en de betrouwbaarheid van de gegevens die moeder deelt over vader.
Regio J. is niet groot, en de huisarts heeft ook een periode bij F. gewerkt. Voor
de huisarts is de naam van moeder en de naam van haar familie niet onbekend.”
4. Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over
4.1 Klager verweet de huisarts bij het Regionaal Tuchtcollege dat zij
a) haar beroepsgeheim op meerdere vlakken heeft geschonden door het verstrekken
van informatie over klaagster in zowel de brief van 12 juni 2023 als in het verslag
van 25 februari 2024;
b) de vader en zijn broer heeft aangezet tot het doen van een valse anonieme
melding bij K.;
c) zich onprofessioneel heeft uitgelaten in haar rapportages door haar eigen
emoties en gedragingen te benoemen.
4.2 De huisarts heeft beroep ingesteld van de gegrondverklaring van de klachtonderdelen a) en c). De huisarts voert aan dat zij inmiddels inziet dat zij onjuist heeft gehandeld en dat de klacht in zoverre terecht gegrond is verklaard. De huisarts is het alleen niet eens met de zwaarte van de opgelegde maatregel. De huisarts meent dat kan worden volstaan met het opleggen van een waarschuwing, omdat zij nu inzicht heeft in hetgeen zij verkeerd heeft gedaan. De huisarts heeft bovendien hulp gezocht bij een coach om inzicht te krijgen in haar handelen en om herhaling te voorkomen. Tot slot is de huisarts niet eerder in aanraking geweest met het tuchtrecht.
4.3 Klaagster heeft tijdens de zitting in beroep een verklaring voorgelezen en het Centraal Tuchtcollege gevraagd om de maatregel van berisping in stand te laten.
4.4 Het Centraal Tuchtcollege stelt voorop dat het beroep van de huisarts zich
beperkt tot de zwaarte van de opgelegde maatregel. In beroep staat dus ook niet ter
discussie dat de huisarts in twee opzichten tuchtnormen heeft overschreden. De huisarts
heeft haar beroepsgeheim geschonden en zij heeft zich onprofessioneel uitgelaten in
haar rapportages. Dit handelen van de huisarts rechtvaardigt het opleggen van een
maatregel, zeker nu sprake is van ernstige overtredingen waarvan binnen de beroepsgroep
al lange tijd bekend is dat een huisarts zich hiervan moet onthouden. Om die reden
is een berisping naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege een maatregel die
passend en geboden is. Dat de huisarts inmiddels inzicht heeft in haar handelen en
dat zij hulp heeft gezocht om in een voorkomend geval anders te handelen, is onvoldoende
om in deze situatie met een waarschuwing te volstaan. Dit neemt niet weg dat het Centraal
Tuchtcollege de huisarts aanmoedigt om haar hulpverlening voort te zetten.
4.5 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep van de huisarts moet
worden verworpen.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
verwerpt het beroep.
Deze beslissing is genomen door E.J. Daalder, voorzitter,
J. Legemaate en H.M. Wattendorff, leden-juristen, en W. de Ruijter en
C.J. van der Hoeven, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M. van Esveld, secretaris.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2026
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.