ECLI:NL:TGZCTG:2026:32 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2752

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:32
Datum uitspraak: 11-02-2026
Datum publicatie: 11-02-2026
Zaaknummer(s): C2025/2752
Onderwerp: Onvoldoende informatie
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een chirurg, over een besnijdenis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed consent. Ter zake daarvan is aan de chirurg de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. De chirurg heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld; zijn beroep strekt ertoe dat het in eerste aanleg gegrond verklaarde klachtonderdeel in beroep alsnog ongegrond wordt verklaard. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van de arts.


C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2752 van:


A.,
chirurg,
destijds werkzaam te B.,
appellant, verweerder in eerste aanleg, 
hierna: de arts,
gemachtigde: mr. H. Loonstein, werkzaam te Amsterdam,

tegen

C.,
wonende te D.,
verweerder in beroep, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,
gemachtigde: mr. M.A. Smits, werkzaam te Nijmegen.

1.    Kern van de zaak
1.1    Klager dient een klacht in tegen de arts, over de besnijdenis die de arts op 9 januari 2023 bij klager heeft uitgevoerd. Klager stelt dat er geen sprake is geweest van informed consent, dat de arts de operatie opzettelijk verkeerd heeft uitgevoerd, dat de arts grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond en dat de arts heeft gelogen over eerdere prestaties. 

1.2    Het Regionaal Tuchtcollege te ‘s-Hertogenbosch heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed consent. Ter zake daarvan is aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde eindoordeel en zal dat hieronder toelichten.

2.    Verloop van de procedure

2.1    De arts heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te 
‘s-Hertogenbosch met nummer H2023/5901(ECLI:NL:TGZRSHE:2025:4). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.

2.2    Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van de stukken van de procedure in eerste aanleg, het beroepschrift van de arts, het verweerschrift van klager in beroep en een nagestuurd stuk van klager.

2.3    De zaak is op de zitting van 26 november 2025 behandeld. Daar waren aanwezig de arts, bijgestaan door mr. Loonstein, en klager, bijgestaan door mr. Smits. Partijen hebben vragen van het college beantwoord en hun standpunten nader toegelicht. De spreekaantekeningen van klager en mr. Loonstein zijn aan het dossier toegevoegd.

3.    Feiten

3.1    Het Centraal Tuchtcollege gaat uit van de volgende feiten. 

3.2         Klager maakte op 1 november 2022 via de website een afspraak bij de kliniek van de arts
voor een besnijdenis op 9 januari 2023. Klager deed dit om cosmetische redenen (fordyce spots) en hij dacht met de besnijdenis minder kans te lopen op een balanitis-infectie (slijmvliesinfectie van de eikel van de penis), die hij eerder had gehad. Voorafgaand aan de afspraak ontving klager een toestemmingsverklaring genaamd: “Toestemmingsverklaring besnijdenis volwassen man”. Daarnaast ontving hij een link naar een pdf-bestand genaamd “Nazorg volwassene”. De toestemmingsverklaring nam klager ingevuld met persoonsgegevens en ondertekend mee naar de afspraak op 9 januari 2023. Er heeft toen een gesprek plaatsgevonden tussen klager en de arts, waarna de operatie is uitgevoerd.  

3.3     Klager klaagde bij e-mail van 11 februari 2023 bij de arts over het resultaat van de behandeling, in het bijzonder over het lelijke litteken dat naar zijn mening was ontstaan. De arts belde klager die dag en ze maakten een vervolgafspraak voor 13 februari 2023. Klager is niet op die afspraak verschenen.  

3.4        Klager heeft elders een hersteloperatie ondergaan. 

4.    Beoordeling van het beroep

4.1     Klager verwijt de arts:
1) het ontbreken van informed consent;
2) het opzettelijk verwijderen van te veel huid tijdens de operatie;
3) het opzettelijk verkeerd zetten van de hechtingen;
4) het opzettelijk te lang vasthouden van het cauterisatie-apparaat waardoor een klein gat is ontstaan dat mogelijk niet cosmetisch gecorrigeerd kan worden;
5) grensoverschrijdend gedrag tijdens de behandeling; 
6) het liegen over zijn eerdere prestaties.
Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 1 gegrond verklaard, ter zake daarvan aan de arts de maatregel van een waarschuwing opgelegd, en de klacht voor het overige ongegrond verklaard.  

4.2     De arts is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Primair stelt de arts zich op het standpunt dat klachtonderdeel 1 ten onrechte door het Regionaal Tuchtcollege is meegenomen in de beoordeling. Aan het Centraal Tuchtcollege wordt verzocht om de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege met betrekking tot klachtonderdeel 1 te vernietigen en te volstaan met de beslissing dat klachtonderdeel 1 geen onderdeel is van de klacht. Subsidiair stelt de arts zich op het standpunt dat klachtonderdeel 1 in beroep alsnog ongegrond moet worden verklaard. De arts heeft ook bezwaren tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel. De klachtonderdelen 
2 tot en met 6 zijn in deze zaak in beroep niet aan de orde. 

4.3     Klager heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het beroep van de arts te verwerpen. 

4.4     Net als het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat klachtonderdeel 1 wel een onderdeel is van de klacht. Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege is dat niet in strijd met een goede procesorde. Het is weliswaar ongelukkig dat het ontbreken van informed consent niet is meegenomen in de formulering van de klacht tijdens het mondeling vooronderzoek, maar het is overduidelijk dat klager hierover heeft willen klagen. Het Centraal Tuchtcollege verwijst naar pagina 1 van het klaagschrift, waar bij de verwijten als eerste punt wordt genoemd: ‘Het niet toepassen van informed consent’. Tijdens het mondeling vooronderzoek en op de zitting in eerste aanleg is ook gesproken over de vraag of sprake was van informed consent. In het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg van 13 november 2024 staat als mededeling van de arts opgenomen: ‘Er was sprake van informed consent. (..) Ik heb er geen bezwaar tegen dit dat ook als klachtonderdeel wordt aangemerkt. Ik ben vandaag voldoende in staat mij (ook) tegen dit klachtonderdeel te verweren.’. De arts heeft zich in eerste aanleg op dit punt kunnen verweren en dat heeft hij ook daadwerkelijk gedaan. In beroep kan hij dat nogmaals doen, nu met bijstand van zijn gemachtigde. Hieronder volgt de inhoudelijke beoordeling van klachtonderdeel 1. 

4.5     Een belangrijk uitgangspunt van het gezondheidsrecht is dat de patiënt toestemming geeft voor het uitvoeren van een medische behandeling. Om rechtsgeldig toestemming te geven heeft de patiënt goede en voldoende informatie nodig. Daarom moet een arts, alvorens toestemming te vragen, de patiënt eerst informatie geven over de behandeling. De patiënt moet op basis van de gegeven informatie een weloverwogen beslissing kunnen nemen. De informatieplicht van de arts en het toestemmingsvereiste vormen een twee-eenheid, die ook wel ‘informed consent’ wordt genoemd. 

4.6    De vraag die het Centraal Tuchtcollege moet beantwoorden is of er ten aanzien van de besnijdenis die de arts op 9 januari 2023 bij klager heeft uitgevoerd, sprake was van informed consent. Klager meent van niet, de arts meent van wel. Klager was in de veronderstelling dat hij op 9 januari 2023 in de kliniek was voor slechts een consult – dit wordt bevestigd door de arts, zie pagina 1 van de bijlage van zijn beroepschrift –, maar dat bleek niet zo te zijn; de ingreep heeft direct die dag plaatsgevonden. Voorafgaand aan de ingreep hebben klager en de arts nog wel een gesprek van vijf tot tien minuten gehad. Wat er tijdens dit gesprek precies is gezegd, kan het Centraal Tuchtcollege niet vaststellen. De arts stelt dat hij klager voldoende informatie heeft gegeven over de behandeling, klager betwist dat. Wat daar ook van zij: direct na het gesprek is de besnijdenis uitgevoerd en het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat dat niet juist is. Het gaat in deze zaak om een besnijdenis van een volwassen man; een niet medisch noodzakelijke operatie met een grote esthetische component. In zo’n geval is het des te meer van belang dat een patiënt in volledige vrijheid een weloverwogen keuze kan maken en daarvoor voldoende tijd krijgt. Door de besnijdenis direct na het gesprek uit te voeren, heeft de arts aan klager onvoldoende de gelegenheid geboden om de door de arts gegeven informatie te verwerken en heeft klager  onvoldoende bedenktijd gehad om tot een weloverwogen beslissing te komen. Dit geldt te meer nu op de dag van de ingreep in het gesprek tussen klager en de arts bleek dat klager dacht dat hij slechts voor een consult kwam. Dit betekent dat het in deze zaak heeft ontbroken aan voldoende informed consent en dat de arts in zoverre tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klachtonderdeel 1 is daarmee terecht gegrond verklaard. 

4.7    Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd en het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel dat in deze zaak kan worden volstaan met deze maatregel. Een waarschuwing is een zakelijke terechtwijzing die de onjuistheid van een handelwijze benadrukt zonder daarop het stempel van laakbaarheid te drukken.

4.8    Het voorgaande betekent dat het beroep van de arts wordt verworpen. 

4.9    Om redenen ontleend aan het algemeen belang zal het Centraal Tuchtcollege bepalen dat onderhavige beslissing op na te noemen wijze wordt bekend gemaakt.

5.    Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

verwerpt het beroep (hetgeen meebrengt dat de maatregel van een waarschuwing in stand blijft);

bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant, en zal worden aan¬geboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact met het verzoek tot plaatsing.

Deze beslissing is genomen door Z.J. Oosting, voorzitter,
R.A. Boon en H.M. Wattendorff, leden-juristen, en H.P. Beerlage en R.B. Karim, 
leden-beroepsgenoten, bijgestaan door N. Germeraad-van der Velden, secretaris.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2026.
Voorzitter  w.g.          Secretaris  w.g.