ECLI:NL:TGZCTG:2026:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2921
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:23 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 04-02-2026 |
| Datum publicatie: | 04-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2025/2921 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Ongegrond. De orthopedisch chirurg heeft klager geopereerd aan zijn schouder. Klager verwijt de orthopedisch chirurg dat hij deze operatie ten onrechte en zonder informed consent heeft uitgevoerd. Verder verwijt klager de orthopedisch chirurg dat hij geen rekening heeft gehouden met zijn angstklachten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2921 van:
A., wonende in B., appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager, gemachtigde: mw. C.,
tegen
D., orthopedisch chirurg, werkzaam in B., verweerder in beide
instanties, hierna: de orthopedisch chirurg,
gemachtigde: mr. M.E. van Kuijk-Wesdorp, werkzaam in Den Haag.
1. De zaak in het kort
1.1 De orthopedisch chirurg heeft klager geopereerd aan zijn schouder. Klager
verwijt de orthopedisch chirurg dat hij deze operatie ten onrechte en zonder informed
consent heeft uitgevoerd. Verder verwijt klager de orthopedisch chirurg dat hij geen
rekening heeft gehouden met zijn angstklachten.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager ongegrond verklaard.
Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en zal het beroep van klager
verwerpen.
2. Verloop van de procedure in beroep
2.1 Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege
voor de Gezondheidszorg in Amsterdam van 27 juni 2025 met nummer A2024/7529
(ECLI:NL:TGZRAMS:2025:161). De orthopedisch chirurg heeft een verweerschrift in beroep ingediend.
2.2 De zaak is op de zitting van 14 januari 2026 behandeld. Partijen waren daar met hun gemachtigden aanwezig. De spreekaantekeningen die mevrouw C. heeft gebruikt zijn toegevoegd aan het dossier van het Centraal Tuchtcollege.
3. Feiten
3.1 Het Centraal Tuchtcollege gaat bij de beoordeling van het beroep net als
het Regionaal Tuchtcollege uit van de volgende feiten:
3.2 In 2016 heeft klager een verkeersongeluk gehad, waarbij hij onder meer hersenletsel heeft opgelopen. Sindsdien lijdt hij aan (locatiegebonden) epilepsie en heeft hij cognitieve stoornissen, mogelijk gerelateerd aan PTSS.
3.3 Klager stond onder behandeling van een neuroloog, die hem vanwege schouderklachten heeft doorverwezen naar de orthopedisch chirurg.
3.4 Het eerste consult bij de orthopedisch chirurg was op 6 maart 2019. Deze stelde toen op basis van het klinisch beeld als diagnose een acromion claviculaire luxatie links (AC-luxatie). Met klager werd besproken dat een AC-reconstructie zou kunnen worden uitgevoerd.
3.5 Op 10 juli 2019 volgde een tweede consult bij de orthopedisch chirurg. De klachten van klager waren onveranderd en de orthopedisch chirurg noteert dat de fysiotherapeut volgens klager niet verder komt. Aansluitend aan het consult worden röntgenfoto’s (belast en onbelast) van het linker AC gewricht gemaakt.
3.6 Bij het consult van 24 juli 2019 stelt de orthopedisch chirurg aan klager voor een AC lockdown reconstructie uit te voeren. De operatie wordt ingepland.
3.7 Op 9 augustus 2019 wordt met klager een afspraak gemaakt voor de preoperatieve screening, die op 26 augustus 2019 plaatsvindt.
3.8 Daags voor de operatie heeft klager telefonisch contact met een collega van de orthopedisch chirurg. Hij heeft vragen over de risico’s van de operatie en geeft aan bang te zijn dat de operatie misgaat. De collega bespreekt met klager de risico’s van de operatie en noteert dat klager gerustgesteld is.
3.9 De operatie wordt uitgevoerd op 5 september 2019. Diezelfde avond gaat klager naar huis, waardoor er geen postoperatieve röntgenfoto is gemaakt. In het operatieverslag staat, onder meer, vermeld: “-Conclusie (HA): AC-luxatie Rockwood graad 5 waarvoor AC-reconstructie met Lockdown”
3.10 Op 10 september 2019 komt klager vanwege toenemende pijnklachten vervroegd op controle. Hij wordt gezien door een collega van de orthopedisch chirurg. Er wordt alsnog een röntgenfoto gemaakt van de linkerschouder, waarop geen complicaties zijn te zien. Er wordt genoteerd dat sprake is van een ongecompliceerd beloop en dat klager is gerustgesteld.
3.11 Op 17 september 2019 vindt de wondcontrole plaats. Op 28 oktober 2019 vindt een reguliere controle plaats, waarbij sprake is van goed herstel. Nadien is klager niet meer op controle verschenen.
3.12 Vier jaar later wordt klager vanwege het feit dat hij nog steeds schouderklachten heeft opnieuw gezien door de orthopedisch chirurg. Een röntgenfoto wordt gemaakt. De orthopedisch chirurg concludeert tot een ernstige scapuladyskinesie en verwijst klager naar de fysiotherapeut.
3.13 Bij een door klager ingewonnen second en third opinion is, kort gezegd, geen orthopedische verklaring voor de klachten van klager gevonden.
4. Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over?
4.1 Volgens klager heeft de orthopedisch chirurg onjuist gehandeld, omdat hij:
a) klager ten onrechte heeft geopereerd aan zijn schouder;
b) de operatie heeft uitgevoerd zonder voldoende informed consent;
c) geen rekening heeft gehouden met de angstgevoelens van klager.
4.2 Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Klager is het niet eens met deze beslissing. Klager verzoekt het Centraal Tuchtcollege om de klacht alsnog gegrond te verklaren.
4.3 De orthopedisch chirurg heeft verweer gevoerd. Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om het beroep van klager te verwerpen.
Toetsingskader
4.4 Het college moet de vraag beantwoorden of de orthopedisch chirurg de zorg
heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk
bekwame en redelijk handelende orthopedisch chirurg. Bij de beoordeling wordt rekening
gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd
genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.
Inhoudelijk oordeel
4.5 Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de behandeling van de zaak in beroep
geen aanleiding geeft tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal
Tuchtcollege en neemt wat het Regionaal Tuchtcollege onder ‘5. De overwegingen van
het college’ heeft overwogen hier over. Het Centraal Tuchtcollege voegt hier nog het
volgende aan toe.
4.6 Het Centraal Tuchtcollege acht het voorstel van de orthopedisch chirurg om een AC-reconstructie bij klager uit te voeren verdedigbaar.
4.7 Ook het Centraal Tuchtcollege kan de orthopedisch chirurg volgen in zijn betoog dat er tijdens de consulten en op basis van de hem bekende informatie onvoldoende redenen waren om aan de wilsbekwaamheid van klager te twijfelen. De orthopedisch heeft toegelicht dat klager adequate vragen stelde en duidelijk was in zijn wensen. Anders dan klager betoogt mocht de orthopedisch chirurg bij de beoordeling of klager de door hem gegeven informatie begreep en kon afwegen afgaan op zijn eigen indruk.
4.8 De orthopedisch chirurg heeft op de zitting het verloop vanaf de opname in het ziekenhuis tot aan de operatie toegelicht en er daarbij op gewezen dat er voorafgaand aan de operatie meerdere (stop)momenten zijn waarop in overleg met de patiënt van een operatie kan worden afgezien. Deze toelichting is in lijn met de bestendige praktijk. Gelet hierop acht het Centraal Tuchtcollege het net als het Regionaal Tuchtcollege niet aannemelijk dat de wens van de klager om niet geopereerd te worden zou zijn genegeerd.
Conclusie
4.9 Het vorenstaande betekent dat het beroep van klager wordt verworpen.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verwerpt het beroep.
Deze beslissing is genomen door C.H.M. van Altena, voorzitter, R. Prakke-Nieuwenhuizen
en
H. de Hek, leden-juristen, en N.R.A. Baas en W.J. Rijnberg, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door K.M. ten Pas, secretaris.
Uitgesproken ter openbare zitting van 4 februari 2026.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.