ECLI:NL:TGZCTG:2026:22 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2842

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:22
Datum uitspraak: 04-02-2026
Datum publicatie: 04-02-2026
Zaaknummer(s): C2025/2842
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Ongegrond. De orthopedisch chirurg heeft bij klaagster een totale knieprothese (TKP) geplaatst. Nadien is geconstateerd dat er een beschadiging was van de dijbeenzenuw. Klaagster stelt dat dit door de operatie is ontstaan, mogelijk door het gebruik van de bloedleegteband. Klaagster maakt de orthopedisch chirurg hiervan een verwijt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg


Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2842 van:
A., wonende in B., appellante, klaagster in eerste aanleg,
hierna: klaagster,

tegen

C., orthopedisch chirurg, werkzaam in D., verweerder, hierna ook: de orthopedisch chirurg, gemachtigde: mr. L. Greebe, werkzaam te Amsterdam.

1.    De zaak in het kort
1.1    Klaagster is 62 jaar en zij is door de orthopedisch chirurg aan haar knie geopereerd, waarbij een totale knieprothese is geplaatst. Nadien namen de pijnklachten toe en werd geconstateerd dat er een beschadiging was van de dijbeenzenuw. Klaagster maakt de orthopedisch chirurg hiervan een verwijt. Klaagster stelt dat de beschadiging door de operatie is ontstaan, mogelijk door het gebruik van de bloedleegteband.

1.2    Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en zal het beroep van klaagster verwerpen. 

2.    Verloop van de procedure in beroep
2.1    Klaagster heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam van 25 april 2025 met nummer A2024/7189
(ECLI:NL:TGZRAMS:2025:98). De orthopedisch chirurg heeft een verweerschrift in beroep ingediend. 

2.2    De zaak is op de zitting van 14 januari 2026 behandeld. Klaagster, de orthopedisch chirurg en de gemachtigde van de orthopedisch chirurg waren daar aanwezig. De spreektaantekeningen die klaagster heeft gebruikt zijn toegevoegd aan het dossier van het Centraal Tuchtcollege.  

3.    Feiten
3.1    Het Centraal Tuchtcollege gaat bij de beoordeling van het beroep net als het Regionaal Tuchtcollege uit van de volgende feiten: 

3.2    Klaagster heeft enkele jaren knieklachten gehad die aanvankelijk werden behandeld met injecties. 

3.3    Op 13 mei 2020 is klaagster door de orthopedisch chirurg geopereerd en is er een totale knieprothese (TKP) geplaatst. Tijdens de operatie is gebruik gemaakt van een bloedleegteband met een druk van 275 mmHg. Een bloedleegteband wordt gebruikt om de bloedstroom naar een deel van het lichaam tijdelijk te stoppen. 

3.4    Het verloop na de operatie was in eerste instantie zonder complicaties. Nadien waren er toenemende pijnklachten. Klaagster werd doorverwezen naar een neuroloog, die constateerde dat er sprake was van nervus femoralis neuropathie, een beschadiging van de dijbeenzenuw.

4.    Beoordeling van het beroep

Waar gaat het in beroep over?
4.1    Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat zij ten gevolge van de operatie ernstige pijnklachten heeft. 

4.2    Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Klaagster is het niet eens met deze beslissing. Klaagster verzoekt het Centraal Tuchtcollege om de klacht alsnog gegrond te verklaren. 

4.3    De orthopedisch chirurg heeft verweer gevoerd. Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om het beroep van klager te verwerpen. 

Toetsingskader
4.4    Het Centraal Tuchtcollege stelt voorop dat duidelijk is dat klaagster veel pijn heeft en die pijn haar fors belemmert in haar dagelijks functioneren. Het Centraal Tuchtcollege heeft daar oog voor maar zal op een zakelijke wijze moeten beoordelen of de orthopedisch chirurg de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende orthopedisch chirurg. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.
 
Inhoudelijk oordeel
4.5    Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de behandeling van de zaak in beroep geen aanleiding geeft tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege en neemt wat het Regionaal Tuchtcollege onder ‘5. De overwegingen van het college’ heeft overwogen hier over. Ook het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat klaagster is geconfronteerd met een zeldzame complicatie, waarvan niet vast staat dat deze als gevolg van de operatie is ontstaan. Van deze complicatie, die veel pijnklachten geeft kan de orthopedisch chirurg daarom geen verwijt worden gemaakt.

Conclusie
4.6    Het Centraal Tuchtcollege komt tot de conclusie dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht ongegrond heeft verklaard. Dit betekent dat het beroep van klaagster wordt verworpen.

5.    Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verwerpt het beroep.

Deze beslissing is genomen door C.H.M. van Altena, voorzitter, R. Prakke-Nieuwenhuizen en 
H. de Hek, leden-juristen, en N.R.A. Baas en W.J. Rijnberg, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door K.M. ten Pas, secretaris.

Uitgesproken ter openbare zitting van 4 februari 2026.
    Voorzitter w.g.                            Secretaris w.g.