ECLI:NL:TGZCTG:2026:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2925
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:152 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 15-07-2026 |
| Datum publicatie: | 15-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2025/2925 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klager kwam op het spreekuur van de polikliniek psychodermatologie van het AMC. Klager stelt zich op het standpunt dat door de dermatoloog een onjuiste diagnose is gesteld, er geen gedegen onderzoek is verricht en dat hij is weggezet als een fantast met parasieten- en infestatiewanen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klager. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2925 van:
A., wonende te B., appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,
tegen
C., dermatoloog, werkzaam te D., verweerder in beide instanties,
hierna: de dermatoloog, gemachtigde: mr. A. van der Veen, werkzaam te Amsterdam.
1. Kern van de zaak
1.1 Op 30 april 2024 kwam klager op het spreekuur van de polikliniek psychodermatologie van het E.. Klager heeft zich op het standpunt gesteld dat door de dermatoloog een onjuiste diagnose is gesteld, er geen gedegen onderzoek is verricht en dat hij is weggezet als een fantast met parasieten- en infestatiewanen.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en zal dat hieronder toelichten.
2. Verloop van de procedure
2.1 Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam met nummer A2024/7463 (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:191).
2.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van de stukken van de procedure in eerste aanleg, het beroepschrift van klager, het verweerschrift van de dermatoloog in beroep, en nadien ingestuurde stukken.
2.3 De zaak is op de zitting van 10 juni 2026 behandeld. Daar waren aanwezig klager en de dermatoloog, laatstgenoemde bijgestaan door mr. A. van der Veen. Partijen hebben vragen van het college beantwoord en hun standpunten nader toegelicht. De spreekaantekeningen van klager en mr. Van der Veen zijn aan het dossier toegevoegd.
3. Feiten
3.1 Net als het Regionaal Tuchtcollege gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de volgende feiten.
3.2 Op 5 april 2016 is klager gezien op de ‘tropenpoli’ van het E., nadat hij door het F. was doorverwezen in verband met huidklachten, toenemende jeuk en gewichtsverlies. Aldaar hebben diverse (lab)onderzoeken plaatsgevonden, waarbij er geen (tropische) huidziekte werd vastgesteld. De dermatoloog was bij deze behandeling niet betrokken.
3.3 Op 30 april 2024 kwam klager op het spreekuur van de polikliniek psychodermatologie van het E.. Door de dermatoloog en een psychiater werd klager zowel lichamelijk als psychiatrisch onderzocht. Door de dermatoloog werd de diagnose gesteld dat er sprake was van skin picking met huidschade als gevolg van externe manipulatie bij infestatiewanen (Morgellon disease).
4. Beoordeling van het beroep
4.1 Klager verwijt de dermatoloog dat hij a) onvoldoende onderzoek heeft verricht,
het
onderzoek niet goed heeft uitgevoerd en een verkeerde diagnose heeft gesteld, en
b) klager onheus heeft bejegend.
4.2 Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het beroep van klager heeft tot doel dat de klacht alsnog gegrond wordt verklaard.
4.3 De dermatoloog heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het beroep te verwerpen.
4.4 Voor zover klager beroepsgronden heeft geformuleerd over de samenstelling van het Regionaal Tuchtcollege en het behandelen van de zaak in eerste aanleg in raadkamer, overweegt het Centraal Tuchtcollege dat de behandeling in beroep is bedoeld om eventuele verzuimen in de behandeling in eerste aanleg te herstellen. Voor zover er bij de procedure bij het Regionaal Tuchtcollege sprake is geweest van een verzuim in de procesgang is dit inmiddels hersteld door de behandeling van de zaak in beroep. Het Centraal Tuchtcollege laat verdere bespreking daarvan dan ook achterwege.
4.5 Op basis van de stukken en de mondelinge toelichting daarop komt het Centraal Tuchtcollege tot het oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht in al haar onderdelen ongegrond heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de behandeling van de zaak in beroep geen aanleiding geeft tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege en neemt dat wat het Regionaal Tuchtcollege onder ‘4. De overwegingen van het college’ heeft overwogen hier over. Het Centraal Tuchtcollege is dus met het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat de dermatoloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Dit betekent dat het beroep van klager wordt verworpen.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verwerpt het beroep.
Deze beslissing is genomen door R.C.A.M. Philippart, voorzitter, L. van Dijk en R.
Prakke-Nieuwenhuizen,
leden-juristen, en E.J.F.M. de Kruijf en B. Velstra, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door
N. Germeraad-van der Velden, secretaris.
Uitgesproken ter openbare zitting van 15 juli 2026.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.