ECLI:NL:TGZCTG:2026:15 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2992 VZ
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:15 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 19-01-2026 |
| Datum publicatie: | 19-01-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2025/2992 VZ |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | . |
D E V O O R Z I T T E R V A N H E T C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2992 van:
A.,
wonende in B.,
appellante, klaagster in eerste aanleg,
hierna: klaagster,
tegen
C., psychiater,
destijds werkzaam te D.,
verweerster in beide instanties.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Eind 2023 wilde de officier van justitie een verzoekschrift tot het verlenen
van een zorgmachtiging indienen bij de rechter. De psychiater werd aangewezen als
beoogd zorgverantwoordelijke. Met het oog op het in te dienen verzoekschrift heeft
de psychiater klaagster kort gesproken. Naar aanleiding daarvan vermoedde zij dat
sprake was van een psychotisch toestandsbeeld bij klaagster. Begin januari 2024 is
het verzoek van de officier van justitie op een zitting behandeld door de rechter.
Als beoogd zorgverantwoordelijke verstrekte de psychiater op de zitting informatie.
De rechter wees het verzoek toe. Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat zij
haar niet heeft onderzocht, ziektes heeft verzonnen, haar heeft geïntimideerd en heeft
gelogen voor de rechtbank.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is het daarmee eens. Zij is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.
2. Verloop van de procedure in beroep
2.1 Klaagster heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege
voor de Gezondheidszorg in Amsterdam van 26 augustus 2025 met nummer A2024/7546 (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:215).
2.2 De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het procesdossier in eerste aanleg, en van het beroepschrift van 18 september 2025.
3. De feiten
3.1 Net als het Regionaal Tuchtcollege, gaat de voorzitter uit van de volgende
feiten.
3.2 Eind 2021 kwam klaagster in beeld bij GGZ F. via het F. Politie Programma. Op advies van de crisisdienst werd ze aangemeld bij de GGZ B wegens vermoedelijke psychiatrische problemen. Daar het niet lukte met haar in contact te komen, kon het GGZ-team B. geen zorg verlenen. Hierop deed de gemeente B. op 27 december 2021 een aanvraag voorbereiding verzoekschrift tot het verlenen van een zorgmachtiging. Als beoogd zorgverantwoordelijke is het de psychiater toen niet gelukt om klaagster te spreken te krijgen. Eerder werd klaagster met een crisismaatregel bij F. opgenomen en was de diagnose ‘een ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis’. Deze diagnose, tezamen met de eerdere crisisopname en de aard van de meldingen die klaagster bij de politie deed, leidde bij de psychiater tot het vermoeden dat bij klaagster sprake was van een paranoïde psychotisch beeld, dat al langer bestond en onbehandeld was. Daardoor gaf klaagster overlast. Begin 2022 wees de rechter het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging af. Naar zijn oordeel was niet gebleken van ernstig nadeel door het gedrag van klaagster.
3.3 In 2023 kwam klaagster vanwege overlast weer regelmatig in beeld bij de politie, de woningbouwvereniging en de gemeente B. Op 26 oktober 2023 vroeg de gemeente nogmaals een aanvraag voorbereiding verzoekschrift tot het verlenen van een zorgmachtiging aan. De psychiater was wederom de beoogd zorgverantwoordelijke. Op 2 november 2023 besloot de officier van justitie om een dergelijk verzoekschrift voor te bereiden. Op 17 november 2023 sprak de psychiater klaagster samen met een arts die in opleiding was tot psychiater.
3.4 Naar aanleiding hiervan schreef de psychiater in haar verslag van 17 november 2023:
“Psychiatrisch onderzoek: Gezien wordt een matig verzorgde vrouw met vettig en ongekamd haar (wat passend kan zijn bij het feit dat zij net wakker is) in de raamopening van haar huis. Zij staat ons alleen op deze manier te woord en weigert om binnen verder met haar te praten. De leeftijdsschatting is conform de kalenderleeftijd. Maakt sociaal adequaat (oog)contact. Heeft een rustige houding en vertelt open over haar problemen. Klachtenpresentatie is met weinig emotie en tegenstrijdig; zegt geen bemoeienis van ons te willen, maar vertelt vervolgens wel uitgebreid over haar problemen en laat zich tevens hierin moeizaam onderbreken. Helder bewustzijn, aandacht te trekken en te behouden. Geen aanwijzingen voor stoornissen in het geheugen. Oriëntatie is niet getest. Geen ziektebesef. Geen hallucinatoir gedrag, wel aanwijzingen voor akoestische hallucinaties. Denken is normaal tot versneld qua tempo en zo goed als coherent. Inhoudelijk sprake van betrekkings- en paranoïde wanen, mogelijk ook grootheidswanen. De stemming is niet uitgevraagd, komt nu normofoor over (mogelijk onderliggend dysfoor). Affect moduleert weinig.
Conclusie en advies Het betreft een 50-jarige vrouw die bekend is met een ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis en hiervoor niet in zorg is. Patiënte heeft al jaren geen ziektebesef en is zorgmijdend. Zij heeft paranoïde wanen mbt buren en is hierdoor in het verleden haar huis kwijtgeraakt en dakloos geweest en dit dreigt nu opnieuw te gebeuren. Is nooit adequaat behandeld. Vanuit GGD is een ZM aangevraagd en is het wijkteam B/E als zorgverantwoordelijk aangewezen. Bij huidige beoordeling wordt een onverzorgde vrouw gezien die niet uitgebreid met ons in gesprek wil, maar wel duidelijk maakt veel last te hebben van haar buren. Er is een sterk vermoeden van een psychotisch toestandsbeeld met paranoïde- en betrekkingswanen en akoestische hallucinaties.”
3.5 Op 29 november 2023 en 4 december 2023 wilde een onafhankelijk psychiater klaagster thuis onderzoeken. Dat is mislukt omdat zij weigerde de deur open te doen. Zij heeft met gebaren aangegeven geen onderzoek te willen. De beschikbare informatie vond de onafhankelijk psychiater voldoende om positief te adviseren over een zorgmachtiging vanwege een sterk vermoeden op de aanwezigheid van een psychotische stoornis. Deze stoornis veroorzaakte ernstig nadeel. Behandeling kon dit naar zijn mening voorkomen.
3.6 Op 29 november 2023 stelde de zorgverantwoordelijke psychiater een zorgplan op.
3.7 De rechter behandelde het verzoek van de officier van justitie op de zitting
van 5 januari 2024. De psychiater gaf de rechter toen informatie. De rechter oordeelde
dat sprake was van een stoornis bij klaagster die leidde tot ernstig nadeel. Hij baseerde
zich daarbij op hetgeen wat op de zitting is besproken en de volgende stukken:
- het zorgplan van de psychiater van 29 november 2023;
- een zorgkaart van 15 december 2023;
- een medische verklaring van een onafhankelijke psychiater;
- de bevindingen van een geneesheer-directeur;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie; - een afschrift van de politiemutaties.
3.8 De rechter oordeelde dat de volgende feiten uit de hem ter beschikking staande
stukken en het behandelde ter zitting zijn gebleken:
“Betrokkene dreigt uit haar woning gezet te worden, net zoals enkele jaren geleden
het geval was. Betrokkene zou in dat geval dakloos worden. Betrokkene heeft tevens
een gedragsaanwijzing gekregen van de burgemeester van de gemeente B. Betrokkene roept
met haar hinderlijk gedrag agressie op bij anderen. Betrokkene veroorzaakt veel (geluids)overlast
voor haar buren. Haar buren voelen zich niet meer veilig en zij hebben regelmatig
contact met de politie. Betrokkene zou meermaals de buren hebben lastiggevallen, door
voor de deur van de buren te staan en hen uit te dagen. In het verleden heeft betrokkene
bij andere buren fysieke agressie vertoond. Haar buren worden tot het uiterste gedreven
en hebben zich al eerder agressief opgesteld. Haar buurman is uiteindelijk aangehouden.
Tevens is betrokkene de laatste tijd dagelijks in beeld bij politie, doordat zij belt
en berichten stuurt. Betrokkene heeft een handgeschreven brief gestuurd naar de burgemeester,
waarin vermeld staat dat haar broer de burgemeester wil vermoorden en zij haar broer
tegenhoudt. Er is een onderzoek ingesteld naar de broers van betrokkene. Haar broer
en halfbroers geven aan geen contact met betrokkene te hebben.”
3.9 Bij beschikking van 5 januari 2024 wees de rechter het verzoek toe. De zorgmachtiging die tot 5 juli 2024 werd afgegeven, werd door de rechter op 9 juli 2024 met 4 maanden verlengd. Gedurende deze periode bood de psychiater als zorgverantwoordelijke klaagster diverse malen zorg aan. Deze zorg werd door klaagster steeds geweigerd.
3.10 Na afloop van de zorgmachtiging werd geen verlenging daarvan meer gevraagd. Klaagster werd nog uitgenodigd voor een afsluitend gesprek maar is daarop niet verschenen.
4. De klacht
In het klaagschrift verweet klaagster de psychiater dat zij in de periode vanaf
juni 2023 (a) ten onrechte een zorgmachtiging voor haar aanvroeg, (b) haar niet heeft
onderzocht, (c) ziektes verzon, (d) loog tegen de rechtbank en (e) klaagster intimideerde.
Het Regionaal Tuchtcollege heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klaagster
gaat in haar beroepschrift met name in op de wijze waarop het onderzoek door de psychiater
plaatsvond en het psychiatrisch beeld dat de psychiater heeft omschreven. Dit leidt
ertoe dat de klachtonderdelen a, d en e in beroep niet meer aan de orde zijn.
5. De beoordeling van het beroep
5.1 De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege moet, net als het Regionaal Tuchtcollege,
beoordelen of de psychiater de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden.
De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater. Bij de
beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de psychiater geldende beroepsnormen
en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners
alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
5.2 De voorzitter stelt voorop dat zij begrijpt dat de situatie met betrekking tot haar buren erg belastend is voor klaagster. Zij heeft er ook begrip voor dat klaagster het moeilijk vindt dat zij de psychiater maar kort heeft gesproken en dat de psychiater op basis van eerdere informatie en het korte gesprek door het open raam verslag heeft gedaan van haar bevindingen en een advies heeft opgesteld. Net als het Regionaal Tuchtcollege is de voorzitter echter van oordeel dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
5.3 De psychiater is begin november 2023 door de officier van justitie aangewezen
als beoogd zorgverantwoordelijke. Klaagster is vervolgens per brief op de hoogte gesteld
dat er een zorgmachtiging werd voorbereid. Het is spijtig dat klaagster op 17 november
2023 niet in gesprek wilde met de psychiater en dat ze elkaar toen alleen via het
open raam hebben gesproken. Nu klaagster degene was die (opnieuw) niet in gesprek
wilde gaan, kan dit de psychiater niet verweten worden. De psychiater heeft in haar
verslag van het gesprek uitvoerig de gang van zaken omschreven en ook uitgelegd op
basis waarvan zij tot haar conclusie en advies kwam. Uit het dossier blijkt duidelijk
dat er al langere tijd zorgen waren over klaagster en dat zij niet bereid was om in
gesprek te gaan met zorgverleners en om zorg te aanvaarden. In die situatie is het
niet onzorgvuldig om het onderzoeksgesprek via het open raam te doen. Klaagster wilde
de psychiater immers niet binnenlaten en wil de ook niet met anderen in gesprek.
Het dossier biedt verder geen enkel aanknopingspunt voor de stelling van klaagster
dat de psychiater ziektes heeft verzonnen of tegenover de rechtbank zou hebben gelogen
door de ziektes te verzinnen. Uit de beschikking van de 5 januari 2024 blijkt juist
dat de psychiater hetzelfde tegenover de rechter verklaarde als wat zij eerder in
haar verslag van 17 november 2023 vastlegde.
5.4 Dit leidt tot de conclusie dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht en op goede gronden heeft geoordeeld dat de alle onderdelen van dek lacht kennelijk ongegrond zijn. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege neemt dit oordeel en de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen over.
5.5 De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is op basis van het bovenstaande van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege van 26 augustus 2025. Zij zal het beroep daarom afwijzen.
6. Beslissing
De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
wijst het beroep af.
Aldus gewezen op 8 januari 2026 en ondertekend door Z.J. Oosting, voorzitter, bijgestaan
door
E. van der Linde, secretaris.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.
Tegen deze beslissing kunt u binnen veertien dagen na de dag van verzending van het
afschrift ervan schriftelijk verzet doen bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.