ECLI:NL:TGZCTG:2026:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2927 en C2025/2928
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:137 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 06-07-2026 |
| Datum publicatie: | 06-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2025/2927 en C2025/2928 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klaagster heeft een aanvraag gedaan voor begeleiding vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De verpleegkundige heeft in opdracht van de gemeente onderzoek gedaan en een rapport/advies uitgebracht. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat dit rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen en een onjuist advies, met een onjuiste conclusie is. Verder verwijt klaagster de verpleegkundige dat hij het correctierecht niet goed heeft uitgevoerd en de rapportage niet op deze wijze naar de gemeente had mogen sturen. Ten slotte wordt de verpleegkundige verweten dat hij zonder toestemming van klaagster medische informatie in de tuchtrechtprocedure heeft ingebracht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor een deel gegrond verklaard en de verpleegkundige daarvoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege zal de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege vernietigen en de klacht alsnog ongegrond verklaren. |
C2025/2927 en C2025/2928
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2927 van:
A., wonende in B., appellante, klaagster in eerste aanleg,
hierna: klaagster, gemachtigde: de heer C., vader van klaagster,
tegen
D., verpleegkundige, werkzaam in E.,
verweerder in beide instanties,
hierna: de verpleegkundige,
gemachtigde: mevrouw L. ten Hove, werkzaam in Utrecht,
en in de zaak onder nummer C2025/2928 van:
D., verpleegkundige, werkzaam in E.,
appellant, verweerder in eerste aanleg,
hierna: de verpleegkundige,
gemachtigde: mevrouw L. ten Hove, werkzaam in Utrecht,
tegen
A., wonende in B., verweerster in beroep, klaagster in eerste aanleg, hierna: klaagster, gemachtigde: de heer C.,
vader van klaagster.
1. De kern van de zaak
1.1 Klaagster heeft een aanvraag gedaan voor begeleiding vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De verpleegkundige heeft in opdracht van de gemeente onderzoek gedaan en een rapport/advies uitgebracht. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat dit rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen en een onjuist advies, met een onjuiste conclusie is. Verder verwijt klaagster de verpleegkundige dat hij het correctierecht niet goed heeft uitgevoerd en de rapportage niet op deze wijze naar de gemeente had mogen sturen. Ten slotte wordt de verpleegkundige verweten dat hij zonder toestemming van klaagster medische informatie in de tuchtrechtprocedure heeft ingebracht.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege in Zwolle heeft de klacht op 29 juli 2025 voor een deel gegrond verklaard en de verpleegkundige daarvoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege zal de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege vernietigen en de klacht alsnog ongegrond verklaren.
2. Verloop van de procedure in beroep
2.1 Klaagster en de verpleegkundige hebben allebei beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Zwolle van 29 juli 2025 met nummer Z2024/7755 (ECLI:NL:TGZRZWO:2025:94).
2.2 In de zaak met nummer C2025/2927 is klaagster op tijd in beroep gekomen
en is van de verpleegkundige een verweerschrift in beroep ontvangen. In de zaak met
nummer C2025/2928 is de verpleegkundige op tijd in beroep gekomen en heeft klaagster
een verweerschrift in beroep ingediend. Klaagster heeft op 27 januari 2026 en 27 februari
2026 in beide zaken een e-mail-bericht met bijlagen in het geding gebracht die aan
de dossiers zijn toegevoegd.
2.3 De zaken zijn op de zitting van het Centraal Tuchtcollege van 11 mei 2026 behandeld. De verpleegkundige was aanwezig op de zitting, bijgestaan door zijn gemachtigde. Klaagster was niet aanwezig maar werd door haar vader tevens gemachtigde vertegenwoordigd. Partijen hebben vragen van het college beantwoord en hun standpunten nader toegelicht. De spreekaantekeningen die de vader van klaagster en de verpleegkundige hebben gebruikt, zijn aan het dossier toegevoegd.
3. De feiten
3.1 Het Centraal Tuchtcollege gaat net als het Regionaal Tuchtcollege uit van de volgende feiten.
3.2 Klaagster, geboren in 2005, heeft een aanvraag bij de gemeente van haar woonplaats gedaan in het kader van de Wmo. Dit betrof een aanvraag tot begeleiding.
3.3 Verweerder is verpleegkundige en werkzaam als adviseur sociaal domein bij F.. De aanvraag van klaagster is via F. bij de verpleegkundige gekomen.
3.4 De verpleegkundige heeft op 9 september 2024 een huisbezoek afgelegd bij klaagster. Na dit huisbezoek heeft de verpleegkundige een conceptrapportage opgemaakt en ter correctie aan klaagster gestuurd.
3.5 Klaagster heeft in het kader van het correctierecht op 18 oktober 2024 opmerkingen gemaakt over de conceptrapportage waarbij digitaal akkoord is gegeven dat geen gebruik werd gemaakt van het blokkeringsrecht.
Klaagster heeft navolgende opmerkingen gemaakt:
“p.5, 3e regel: verergerden haar lichamelijke en psychische klachten: [voornaam klaagster, RTC] was vóór het ongeval niet bekend met psychische klachten.
p.5, laatste regel “leefgebieden”: elke maandag naar de huisarts voor medicatie prikken (ipv bloed prikken).
p.7, onderaan “bruto ondersteuning”: er staat als laatste “Per dag 5 min.”, waar heeft dit betrekking op?
p.7, “bruto ondersteuning”, er wordt een opsomming gegeven van de ondersteuning die cliënte wekelijks nodig heeft, u komt tot 550 minuten aan bruto ondersteuning. Als ik echter de minuten bij elkaar optel in het overzicht kom ik tot 610 minuten per week (120+60+35+35+120+60+30+60+30+60). Wilt u ook dit aanpassen?’
Daarna heeft de verpleegkundige een aantal correcties, overeenkomstig de door klaagster gemaakte opmerkingen, aangebracht in het rapport.
3.6 Op diezelfde dag heeft klaagster, via een letselschadeadvocaat, per e-mailbericht laten weten dat de opmerkingen van klaagster niet aangepast mochten worden in de rapportage. De verpleegkundige heeft vervolgens in de rapportage de correcties, naar aanleiding van de opmerkingen van klaagster, weer verwijderd en de correcties benoemd in het tekstvak voor opmerkingen.
3.7 In het definitieve rapport, zoals dit deel uitmaakt van de processtukken, is onder meer vermeld, voor zover relevant voor de klacht (citaten zijn overgenomen inclusief eventuele type- en spelfouten):
Melding/reden aanvraag cliënt
Cliënt heeft zich bij de gemeente, in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), gemeld met een probleem met betrekking tot:
● Begeleiding
De gemeente heeft specifieke vragen:
Wmo enkelvoudig:
- Wat zijn de aandoeningen en welke beperkingen komen daaruit voort?
- Wat is de prognose?
Wmo ergonomisch extern:
- Heeft de cliënt hulpverlening nodig naast de lopende behandeling(en) om structuur in haar dag te krijgen en om activiteiten te ondernemen? Zo ja? Welke hulpverlening zou het best passend zijn (formeel/informeel)?
- Als er hulpverlening nodig is, hoe frequent is deze hulpverlening noodzakelijk?
- Wanneer informele hulp het best passend blijkt welke taken vallen dan onder gebruikelijke zorg van ouders? Welke taken vallen buiten gebruikelijke zorg waarvoor een eventuele informele indicatie benodigd is vanuit de Wmo?
Reactie cliënt
(…)
‘p.5, 3e regel: verergerden haar lichamelijke en psychische klachten: [voornaam klaagster, RTC] was vóór het ongeval niet bekend met psychische klachten. p.5, laatste regel “leefgebieden”: elke maandag naar de huisarts voor medicatie prikken (ipv bloed prikken). p.7, onderaan “bruto ondersteuning”: er staat als laatste “Per dag 5 min.”, waar heeft dit betrekking op? p.7, “bruto ondersteuning”, er wordt een opsomming gegeven van de ondersteuning die cliënte wekelijks nodig heeft, u komt tot 550 minuten aan bruto ondersteuning. Als ik echter de minuten bij elkaar optel in het overzicht kom ik tot 610 minuten per week (120+60+35+35+120+60+30+60+30+60). Wilt u ook dit aanpassen?’
Op 18 oktober 2024 is er een e-mail ontvangen met het verzoek om bovenstaande niet aan te passen in het advies.
Toevoeging adviseur:
De psychische klachten waren inderdaad niet bekend voor het ongeluk. Dit stond foutief in het advies. Daarnaast is er een foutieve optelsom gemaakt.
(…)
Leefgebieden
Persoonlijk functioneren:
(…) Echter, op 23-03-2023 raakte de cliënt betrokken bij een verkeersongeval als bijrijder, waarna haar lichamelijke en psychische klachten verergerden.
(…)
Daarnaast gaat ze elke maandag naar de huisarts voor bloedprikken.
(…)
Huisvesting & huiselijke relaties:
(…)
Hij (de vader van cliënt, RTC) is sterk betrokken bij haar zorg en ondersteuning. Moeder werkt zestien uur per week in de uitvaartzorg en heeft zelf lichamelijke beperkingen, waardoor ze niet volledig belastbaar is volgens partner. De broer van de cliënt heeft ook beperkingen zoals werd toegelicht in het huisbezoek.
(…)
Uit de brief van revalidatiearts [naam revalidatiearts, RTC] blijkt dat de ouders met veel zorg proberen het beste te regelen voor hun dochter. Echter, de betrokkenheid van de ouders neemt zoveel ruimte in dat er minder ruimte is voor de ontwikkeling van de cliënt zelf en haar vertrouwen in eigen kunnen. Tijdens de revalidatie is hier aandacht aan besteed, en het is een punt van aandacht voor het gezin om de balans te vinden tussen zorg en zelfontwikkeling van de cliënt.
(…)
Bruto ondersteuning
● De cliënt heeft wekelijks ondersteuning nodig bij het volgen van behandeling, waaronder fysiotherapie en psychologische begeleiding. 120 min.
● De cliënt heeft ondersteuning nodig bij het vervoer voor lange afstanden, bijvoorbeeld naar afspraken of activiteiten. 60min.
● De cliënt heeft dagelijkse ondersteuning nodig bij het behouden van de zelfzorg om de persoonlijke hygiëne en gezondheid te waarborgen. 35min (5x7.*
● De cliënt heeft dagelijkse ondersteuning nodig bij het behouden van de dagstructuur om stabiliteit en voorspelbaarheid te waarborgen. 35min (5x7).*
● De cliënt heeft wekelijks ondersteuning nodig bij het ondernemen van ontspannende activiteiten om het welzijn te bevorderen. 120min
● De cliënt heeft wekelijks ondersteuning nodig bij het leren omgaan met fysieke en mentale klachten om de kwaliteit van leven te verbeteren. 60min
● De cliënt heeft wekelijks ondersteuning nodig bij het vinden van een passende daginvulling, zoals vrijwilligerswerk, om structuur te bieden. 30min
● De cliënt heeft wekelijks ondersteuning nodig bij het bevorderen van haar zelfredzaamheid via een plangerichte aanpak. 60min
● De cliënt heeft wekelijks ondersteuning nodig bij het vergroten van haar zelfredzaamheid, met professionele begeleiding vanuit een strategische en objectieve visie. 30min
● De cliënt heeft wekelijks ondersteuning nodig bij het vinden van een passende samenwerking met begeleiding en ouders om de cliënt te ondersteunen. 60min
De cliënt heeft dagelijkse behoefte aan ondersteuning om een duidelijke dagstructuur en overzicht te behouden. Dit omvat kortdurende momenten van ondersteuning, die essentieel zijn voor het observeren van haar zelfzorg en ervoor zorgen dat zij aan haar dagelijkse behoeften kan voldoen. Daarnaast zijn er wekelijks minimaal twee contactmomenten nodig om de zelfredzaamheid verder te bevorderen. Vanuit een professionele insteek is een planmatige aanpak het meest wenselijk, waarbij het doel is om de cliënt stap voor stap te ondersteunen in het opbouwen van dagelijkse routines en het plannen van activiteiten. Deze aanpak is gericht op het verder uitbouwen van haar vaardigheden en onafhankelijkheid, naarmate haar belastbaarheid toeneemt. In totaal worden er 550 minuten bruto ondersteuning per week ingeschat om deze doelen te bereiken.
*per dag vijf minuten.
(…)
Gebruikelijke hulp:
● De cliënt heeft ondersteuning nodig bij het vervoer voor lange afstanden, bijvoorbeeld naar afspraken of activiteiten.
● De cliënt heeft dagelijks ondersteuning nodig bij het behouden van de zelfzorg om de persoonlijke hygiëne en gezondheid te waarborgen.
● De cliënt heeft dagelijkse ondersteuning nodig bij het behouden van de dagstructuur om stabiliteit en voorspelbaarheid te waarborgen.
● De cliënt heeft wekelijks ondersteuning nodig bij het ondernemen van ontspannende activiteiten om het welzijn te bevorderen.
Gebruikelijke hulp betreft de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid verwacht mag worden van huisgenoten, zoals de partner, ouders, inwonende kinderen of andere personen in het huishouden. In het gezin van de cliënt is er deels sprake van deze gebruikelijke hulp. Van een ouder mag bijvoorbeeld verwacht worden dat deze bijdraagt aan het vervoer van een inwonend kind, zoals in het geval van de cliënt. Ook wordt van ouders verwacht dat zij hun kind stimuleren en motiveren om activiteiten te ondernemen en zorg te dragen voor hun eigen zelfzorg. Echter, om een gezonde balans te bewaren tussen de rol van ouder en verzorger, is het essentieel dat ouders de ruimte behouden om ouder te kunnen zijn zonder dat zij volledig de rol van verzorger of begeleider op zich moeten nemen. Dit helpt om de ouder-kindrelatie in stand te houden, zonder dat deze relatie wordt belast door overmatige zorgverantwoordelijkheden. Het behouden van deze balans voorkomt dat ouders overbelast raken en ondersteunt het behoud van gezonde relaties binnen het gezin.
(…)
Compensatie
● De cliënt heeft wekelijks ondersteuning nodig bij het leren omgaan met fysieke en mentale klachten om de kwaliteit van leven te verbeteren.
● De cliënt heeft wekelijks ondersteuning nodig bij het vinden van een passende daginvulling, zoals vrijwilligerswerk, om structuur te bieden.
● De cliënt heeft wekelijks ondersteuning nodig bij het bevorderen van haar zelfredzaamheid via een plangerichte aanpak.
● De cliënt heeft wekelijks ondersteuning nodig bij het vergroten van haar zelfredzaamheid, met professionele begeleiding vanuit een strategische en objectieve visie.
● De cliënt heeft wekelijks ondersteuning nodig bij het ondernemen van ontspannende activiteiten om het welzijn te bevorderen.
● De cliënt heeft wekelijks ondersteuning nodig bij het vinden van een passende samenwerking met begeleiding en ouders om de cliënt te ondersteunen. 60min
(…)
Een professionele zorgaanbieder wordt hiervoor het meest passend en adequaat geacht. Voor deze opzet is een indicatie van 240 minuten per week passend, met de voorkeur voor twee contactmomenten per week, waarmee kan worden gestart met het activeren van de cliënt en het opbouwen van een professionele relatie, waarbij haar welzijn centraal staat.”
4. Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over
4.1 Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten van klaagster als volgt weergegeven.
Klaagster verwijt de verpleegkundige dat hij:
- een rapport heeft gemaakt dat op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen;
- een onjuist advies met een onjuiste conclusie heeft gegeven;
- het inzage- en correctierecht bij het rapport niet goed heeft uitgevoerd;
- de conceptrapportage naar de gemeente heeft verzonden;
- zonder toestemming van klaagster medische informatie met het tuchtcollege heeft gedeeld.
4.2 In de zaak met nummer C2025/2927 heeft klaagster een aantal beroepsgronden aangevoerd die met name zijn gericht tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdeel c). Daarnaar gevraagd op de zitting in beroep heeft de vader van klaagster verklaard klachtonderdelen d) en e) niet meer te handhaven.
De verpleegkundige heeft in deze zaak verweer gevoerd en verzoekt het Centraal Tuchtcollege om het beroep te verwerpen.
4.3 Het beroep van de verpleegkundige in de zaak met nummer C2025/2928 is
gericht tegen de gegrondverklaring van klachtonderdelen a) en b). De verpleegkundige
wil bereiken dat het Centraal Tuchtcollege deze klachtonderdelen alsnog ongegrond
verklaart. Klaagster heeft in deze zaak verweer gevoerd en verzoekt het Centraal Tuchtcollege
om het beroep te verwerpen.
4.4 Als gevolg van beide beroepen liggen alleen nog klachtonderdelen a), b) en c) aan het Centraal Tuchtcollege voor. De beroepen lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
Toetsingskader
4.5 Het Centraal Tuchtcollege moet, net als het Regionaal Tuchtcollege, beoordelen of de verpleegkundige de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende verpleegkundige. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de verpleegkundige geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen, is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
Inhoudelijke beoordeling
Klachtonderdelen a) en b): het rapport is onzorgvuldig tot stand gekomen en het advies
en de conclusie zijn onjuist
4.6 Volgens vaste jurisprudentie van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG 30 januari 2014, ECLI:NL:TGZCTG:2014:17) dient een deskundigenrapport te worden getoetst aan de volgende criteria:
1. het rapport vermeldt de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het berust;
2. het rapport geeft blijk van een geschikte methode van onderzoek om de voorgelegde vraagstelling te beantwoorden;
3. in het rapport wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen;
4. het rapport vermeldt de bronnen waarop het berust, daaronder begrepen de gebruikte literatuur en de geconsulteerde personen;
5. de rapporteur blijft binnen de grenzen van zijn deskundigheid.
Het tuchtcollege toetst ten volle of het onderzoek uit het oogpunt van vakkundigheid en zorgvuldigheid de tuchtrechtelijke toets der kritiek kan doorstaan. Ten aanzien van de conclusie van de rapportage wordt beoordeeld of de deskundige in redelijkheid tot zijn conclusie heeft kunnen komen.
4.7 Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zijn conceptrapportage onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat daarin onjuistheden staan. Dit gaat over het feit dat de verpleegkundige heeft opgeschreven dat klaagster wekelijks ging bloedprikken bij de huisarts, terwijl ze wekelijks medicatie liet prikken. Daarnaast heeft de verpleegkundige opgeschreven dat klaagster psychische klachten had voorafgaand aan het verkeersongeval, hetgeen niet aan de orde was. Verder is volgens klaagster de optelsom van de door de verpleegkundige genoemde benodigde ondersteuning onjuist. De gebruikelijke zorg is niet zorgvuldig beoordeeld nu de gezinsleden van klaagster zelf ondersteuning hebben en de gebruikelijke zorg aan klaagster niet binnen het gezin geboden kan worden.
De verpleegkundige heeft naar voren gebracht dat hij kennelijk in het gesprek met klaagster niet goed heeft begrepen dat zij medicatie liet prikken bij de huisarts. Dit geldt hetzelfde voor de zin over de verergering van lichamelijke en psychische klachten sinds het ongeval. De bedoelde zin is voor meerdere uitleg vatbaar. Ook heeft hij een rekenfout gemaakt. Om dergelijke onjuistheden uit het rapport te halen bestaat het correctierecht. Dat de gezinsleden de gebruikelijke zorg niet kunnen bieden is door de verpleegkundige niet beoordeeld, omdat daartoe geen verzoek vanuit de gemeente is gedaan.
4.8 Ook in beroep zijn partijen het erover eens dat in de conceptrapportage
op drie onderdelen onjuiste feiten stonden. In plaats van wekelijks bloedprikken bij
de huisarts liet klaagster medicatie prikken. Daarnaast staat ten onrechte vermeld
dat er een verergering van lichamelijke en psychische klachten was sinds het ongeval
en heeft de verpleegkundige een fout gemaakt bij het optellen van de uren voor de
benodigde ondersteuning. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege
van oordeel dat dit onvoldoende is om de verpleegkundige een tuchtrechtelijk verwijt
te maken. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat tijdens een huisbezoek veel informatie
ter tafel kan komen. De deskundige heeft de verantwoordelijkheid om zorgvuldig te
handelen bij het interpreteren en weergeven van die feiten. Het is evenwel niet ondenkbaar
dat tijdens een dergelijk bezoek informatie verkeerd kan worden begrepen, wat pas
in een later stadium kenbaar wordt. Dit kan worden gecorrigeerd door gebruik te maken
van het inzage-en correctierecht. Dat de verpleegkundige heeft begrepen en opgeschreven
dat klaagster bloed liet prikken, en dat klaagster al voor het ongeluk psychische
klachten had, is weliswaar slordig te noemen maar is naar het oordeel van het Centraal
Tuchtcollege niet zodanig zwaarwegend dat er een tuchtrechtelijk verwijt van kan worden
gemaakt. Hetzelfde geldt voor de fout bij het optellen van de uren. Het Centraal Tuchtcollege
betrekt bij dit oordeel dat sprake is van drie fouten die niet van invloed zijn geweest
op de conclusie, en dat de fouten stonden in de conceptrapportage waarbij het inzage-
en correctierecht op een juiste manier is toegepast. Over de gebruikelijke hulp te
verlenen door gezinsleden overweegt het Centraal Tuchtcollege dat de verpleegkundige
in zijn rapportage hierover voldoende heeft genoteerd, namelijk dat moeder en broer
beperkingen hebben. Het college stelt daarbij ook vast dat de vader van klaagster
gedurende de periode van het onderzoek heeft uitgesproken zich in staat te achten
om alle zorg te leveren.
De vader van klaagster heeft op de zitting verklaard dat klaagster nog altijd niet
de juiste hulp krijgt. Dat valt te betreuren, maar daar kan de verpleegkundige niet
verantwoordelijk voor worden gehouden. Het ligt op de weg van de gemeente om voldoende
advies in te winnen om een besluit te nemen over de te verlenen en te vergoeden zorg.
De verpleegkundige heeft zowel in de stukken als op de zitting zijn excuses aangeboden
en hij heeft zich toetsbaar en leerbaar opgesteld. Hij heeft verklaard lering te hebben
getrokken uit deze klacht en daarbij concreet aangegeven op welke manier hij zijn
werkwijze heeft aangepast. Alles overziend zijn klachtonderdelen a en b ongegrond.
Klachtonderdeel c): inzage- en correctierecht is niet goed toegepast
4.9 Klaagster verwijt de verpleegkundige met dit klachtonderdeel dat hij het inzage- en correctierecht bij het rapport niet goed heeft uitgevoerd. Ook het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de verpleegkundige conform de geldende regels van het inzage- en correctierecht heeft gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de overwegingen van het Regionaal Tuchtcollege hierover onder 5.7 en neemt deze hier over.
Conclusie en maatregel
4.10 Het voorgaande betekent dat klachtonderdelen, a) en b) alsnog ongegrond
worden verklaard, en dat de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege ten aanzien
van de ongegrondverklaring van klachtonderdeel c) in stand blijft.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
in de zaak met nummer C2025/2927:
verwerpt het beroep;
in de zaak met nummer C2025/2928: vernietigt de beslissing waarvan beroep, voor zover klachtonderdelen a) en b) gegrond
zijn verklaard en opnieuw rechtdoende: verklaart klachtonderdelen a) en b) ongegrond.
Deze beslissing is genomen door: Z.J. Oosting, voorzitter, B.J.M. Frederiks en A.S. Gratama, leden-juristen en L. van Duijvenbode-den Dekker en L. Maasdam, leden-beroepsgenoten en bijgestaan door E. van der Linde, secretaris.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.