ECLI:NL:TGZCTG:2026:10 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2659

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:10
Datum uitspraak: 12-01-2026
Datum publicatie: 12-01-2026
Zaaknummer(s): C2024/2659
Onderwerp: Schending beroepsgeheim
Beslissingen: Ongegrond, vernietigt berisping
Inhoudsindicatie: Klacht tegen oogarts. De oogarts heeft bij klaagster een bovenooglidcorrectie uitgevoerd. Omdatklaagster niet tevreden was met het resultaat, plaatste zij online reviews over haar negatieve ervaring. De oogarts heeft klaagster in kort geding gedagvaard vanwege haar openbare uitlatingen. In die kortgedingprocedure heeft de oogarts een medisch advies van een externe deskundige overgelegd. Volgens klaagster heeft de oogarts zijn beroepsgeheim geschonden door zonder toestemming van klaagster haar medische gegevens aan deze externe deskundige te verstrekken. Daarnaast stelt klaagster dat de oogarts ten onrechte heeft geweigerd een verklaring van klaagster aan het dossier toe te voegen. Ook wilde de oogarts kosten in rekening brengen voor het toesturen van het medisch dossier aan klaagster op haar verzoek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht grotendeels gegrond verklaard en ter zake daarvan aan de oogarts de maatregel van een berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart net iets minder gegrond dan het Regionaal Tuchtcollege en legt aan de oogarts de maatregel van een waarschuwing op. 

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2024/2659 van:

A., oogarts,

werkzaam te B.,

appellant, verweerder in eerste aanleg,

hierna: de oogarts,

gemachtigde: mr. A.C. de Die, werkzaam te Amsterdam,
 

tegen
 

C.,

wonende te D.,

verweerster in beroep, klaagster in eerste aanleg,

hierna: klaagster,

gemachtigde: mr. F.H.J. van Gaal, werkzaam te Wychen.
 

1. Kern van de zaak

1.1       De oogarts heeft in 2019 bij klaagster een bovenooglidcorrectie uitgevoerd. Omdat

klaagster niet tevreden was met het resultaat, plaatste zij online reviews over haar negatieve ervaring. De oogarts heeft klaagster in kort geding gedagvaard vanwege haar openbare uitlatingen. In die kortgedingprocedure heeft de oogarts een medisch advies van een externe deskundige overgelegd. Volgens klaagster heeft de oogarts zijn beroepsgeheim geschonden door zonder toestemming van klaagster haar medische gegevens aan deze externe deskundige te verstrekken. Daarnaast stelt klaagster dat de oogarts ten onrechte heeft geweigerd een verklaring van klaagster aan het dossier toe te voegen. Ook wilde de oogarts kosten in rekening brengen voor het toesturen van het medisch dossier aan klaagster op haar verzoek.

1.2       Het Regionaal Tuchtcollege te ‘s-Hertogenbosch heeft de klacht grotendeels gegrond verklaard en ter zake daarvan aan de oogarts de maatregel van een berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klachten in iets geringere mate gegrond dan het Regionaal Tuchtcollege, legt aan de oogarts de maatregel van een waarschuwing op, en zal dat hieronder toelichten. 

2. Verloop van de procedure

2.1       De oogarts heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te

‘s-Hertogenbosch met nummer H2024/6832 (ECLI:NL:TGZRSHE:2024:125). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.

2.2       Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van de stukken van de procedure in eerste aanleg, het beroepschrift van de oogarts en het verweerschrift in beroep van klaagster.

2.3 De zaak is op de zitting van 26 november 2025 behandeld. Daar was aanwezig de oogarts, bijgestaan door mr. De Die, en klaagster, bijgestaan door mr. Van Gaal.Partijen hebben vragen van het college beantwoord en hun standpunten nader toegelicht. De spreekaantekeningen van mrs. De Die en Van Gaal zijn aan het dossier toegevoegd.

3. Feiten

3.1      Het Centraal Tuchtcollege gaat uit van de volgende feiten.

3.2      In juli 2019 voerde de oogarts een bovenooglidcorrectie bij klaagster uit. Omdat

klaagster niet tevreden was met het resultaat, ging zij enkele keren terug naar de oogarts voor een consult.

3.3       Op 11 augustus 2021 stuurde klaagster een e-mail naar de oogkliniek waar de oogarts werkzaam is (alle citaten voor zover van belang en letterlijk weergegeven): “Beste assistente, Graag zou ik mijn dossier digitaal (of per post) willen ontvangen. Dit heb ik nodig voor een second opinion. Alvast dank.” Diezelfde dag reageerde de oogarts per e-mail. In eerste instantie wees hij klaagster erop dat het dossier gesloten was, waarop klaagster reageerde dat zij recht had op inzage. Later die dag schreef de oogarts: “Dank u heeft helemaal gelijk, in dit geval mag ik wel mijn kosten in rekening brengen voor mijn werk. Is dat ok?” Klaagster mailde daarop terug: “Nee, u moet een afschrift van het dossier kosteloos verstrekken. Dat zijn de regels.”.

3.4       Op 15 augustus 2021 stuurde de oogarts de medische gegevens per e-mail aan klaagster toe. Klaagster reageerde diezelfde dag per e-mail: “Informatie in het dossier is niet juist en onvolledig. Litteken rechts is nog steeds rood. Ik kan mijn rechteroog niet volledig sluiten. Daarvoor gebruik ik Duratears oogzalf in de nacht. Al 2 jaar. Gebruik ik dit niet, dan gaan mijn ogen prikken. Er is sprake van vaattekening op de oogleden. Dat vind ik cosmetisch erg storend. Verder houd ik veel vocht vast. Dit vind ik cosmetisch ook erg storend. Graag toevoegen aan het dossier.”.

3.5       Op 20 augustus 2021 stuurde klaagster om 07.51 uur opnieuw een e-mail aan de oogarts: “Helaas heb ik nog geen reactie ontvangen op mijn mail van zondag 15 augustus. Ik zou het fijn vinden als u mijn aanvulling opneemt in het dossier. Ik heb namelijk recht op aanvulling van gegevens uit mijn medisch dossier. U bent verplicht om dit op te nemen. Graag ontvang ik het aangepaste medisch dossier.”.

3.6       De oogarts reageerde diezelfde ochtend om 09.02 uur als volgt: “Dank, ik heb geschreven dat de littekens langdurig rood zijn geweest en zijn behandeld. Op de laatste foto zie ik geen bijzondere roodheid meer. Dat geldt ook voor vaattekening. Vaattekening hebben de meeste mensen, ook die niet een behandeling hebben gehad. Ik ga geen dingen vermelden die ik zelf niet of nauwelijks zie. Daartoe kunt u mij niet verplichten. Bij een second opinion kunt u dat echter zelf aanhangig maken, daarvoor is het ook bedoeld.”.

3.7       Klaagster reageerde hierop: “Dat kan ik wel. Ik heb recht op aanvulling. U bent verplicht om dit op te nemen. Het is míjn verklaring. En ik kan het bovendien ondersteunen met foto’s (Zie bijlage) U ziet: (…). Graag het bovenstaande opnemen in het dossier, met foto’s.”.

3.8       De oogarts reageerde om 09.34 uur: “ik kan en mag geen foto’s opnemen die niet in mijn dossier staan, dit zijn uw foto’s en die die kunt u er zelf aan toevoegen.”.

3.9       Klaagster sloot de e-mailwisseling om 09.43 uur als volgt af: “U ziet toch ook dat ik mijn oog niet kan sluiten. En dat het nog steeds rood is. U dient dit op te nemen in het dossier. Bovendien mis ik een heleboel correspondentie in het dossier. Ik ben ontzettend kwaad. En ik laat het hier niet bij zitten. Ik ga andere stappen zetten. (…) Ik wens geen contact meer.”.


3.10     In augustus 2021 plaatste klaagster op de websites van onder andere AVROTROS Radar en Trustpilot reviews over haar negatieve ervaring. Daarin heeft klaagster onder meer haar onvrede geuit over de oogarts, de oogkliniek en het resultaat van de operatie. Na sommaties van de oogarts verwijderde klaagster haar uitlatingen van internet.

3.11     Op 3 juni 2023 plaatste klaagster opnieuw een review op Trustpilot. Na sommaties van de zijde van de oogarts trok klaagster deze publicatie in en plaatste zij op 13 juni 2023 een nieuw bericht. Klaagster ondertekende dit bericht met: [voornaam] een zeer ongelukkige vrouw van 33”.

    1.      Bij e-mail van 28 juni 2023 heeft de advocaat van de oogarts een medisch

adviesbureau gevraagd advies uit te brengen naar aanleiding van het ongenoegen van klaagster over het medisch handelen van de oogarts. In dit e-mailbericht staat de vraagstelling aan de medisch adviseur opgenomen en vermeldt de advocaat: “Bijgaand treft u aan het geanonimiseerde medische dossier met het verzoek in het advies aan de patiënt met haar voornaam te refereren”.
 

    1.      De medisch adviseur bracht op 31 juli 2023 zijn advies uit, waarin het volgende staat

vermeld:

“          Betreft:           Naam               : mevrouw [voornaam]

                                    Adres               :

                                    Woonplaats      :

                                    Geboortedatum :

                                    Kenmerk          :

            (…)

            Beschikbare documentatie

  • Medische status
  • (…)
  • Operatie bovenooglidcorrectie/protocol
  • (…)”.      

3.14     De oogarts heeft klaagster op 2 oktober 2023 in kort geding gedagvaard met het verzoek om klaagster te verbieden verdere negatieve uitlatingen te doen over de oogarts. Bij de dagvaarding was genoemd medisch advies van 31 juli 2023 toegevoegd. In het kader van het verweer in kort geding legde de advocaat van klaagster ook medische gegevens over, waaronder een fotoreportage en medische verklaringen van een andere oogkliniek en van een dermatoloog over de gevolgen van de behandeling door de oogarts. Deze gegevens waren niet geanonimiseerd.

3.15     Deze door klaagster overgelegde medische processtukken werden door de advocaat van de oogarts op 30 oktober 2023 gedeeltelijk geanonimiseerd en doorgestuurd naar het medisch adviesbureau voor een aanvullend medisch advies. Voor het anonimiseren van de documenten was gebruik gemaakt van een zwarte stift waarmee een aantal persoonsgegevens waren doorgestreept. In deze medische processtukken zijn op sommige plekken de achternaam, het Burgerservicenummer (BSN), het adres, de geboortedatum en het telefoonnummer van klaagster nog leesbaar.

3.16     De medisch adviseur bracht op 1 november 2023 een tweede advies uit:

“          Betreft:            Mevrouw [voornaam] ANONIEM 

                                    Geb.: [geboortedatum] 1989

            (…)

            Beschrijving van de casuïstiek

            Zie rapport van 31 juli 2023

            Aanvullende medisch documentatie

            (…)”

Als antwoord op een van de aan hem gestelde vragen schrijft de medisch adviseur in de laatste zin van het rapport: “Redelijkerwijs is het voor mij niet mogelijk om de privacygegevens van mevrouw [voornaam] te achterhalen.”.

4. Beoordeling van het beroep

4.1       Klaagster verwijt de oogarts dat hij:

a) zijn beroepsgeheim heeft geschonden door tweemaal, zonder toestemming van klaagster, medische informatie aan derden te verstrekken. Hij heeft hiermee gehandeld in strijd met de KNMG-richtlijn en de Wet Bescherming Persoonsgegevens (het Centraal Tuchtcollege begrijpt dat bedoeld wordt de (Uitvoeringswet) Algemene verordening Gegevensbescherming (AVG));

b) in strijd met het recht van klaagster op aanvulling van gegevens, heeft geweigerd een verklaring van klaagster en foto’s in het medisch dossier op te nemen;

c) kosten in rekening wilde brengen voor het opstellen en versturen van het dossier, terwijl hij dat kosteloos moet verstrekken.

Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen a en b gegrond verklaard en aan de oogarts de maatregel van een berisping opgelegd.

4.2       De oogarts is het niet eens met die beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en heeft daartegen beroep ingesteld. Het beroep heeft tot doel dat de klachtonderdelen a en b alsnog ongegrond worden verklaard. Subsidiair is verzocht om oplegging van een maatregel achterwege te laten. Meer subsidiair is verzocht om de maatregel van een waarschuwing op te leggen. Klachtonderdeel c is in beroep niet meer aan de orde.

4.3       Klaagsterkan zich vinden in de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en verzoekt daarom om het beroep van de oogarts te verwerpen.

Klachtonderdeel a) het schenden van het beroepsgeheim

4.4       Klaagster verwijt de oogarts dat er tot twee keer toe medische gegevens van haar zijn gedeeld met de door de oogarts ingeschakelde medisch adviseur: op 28 juni 2023 heeft de toenmalige advocaat van de oogarts het geanonimiseerde medisch dossier van klaagster naar de medisch adviseur gestuurd en op 30 oktober 2023 heeft de toenmalige advocaat van de oogarts de door klaagster in de kortgedingprocedure overgelegde medische stukken gedeeltelijk geanonimiseerd naar de medisch adviseur gestuurd.

4.5       Een arts heeft een beroepsgeheim. Dit betekent dat een arts moet zwijgen over alles wat hij bij de uitoefening van zijn werk te weten komt over een patiënt. Dit betekent ook dat hij ervoor moet zorgen dat derden geen inzage krijgen in of een afschrift krijgen van (een deel van) het medisch dossier van een patiënt. Het beroepsgeheim is niet absoluut. Er zijn situaties waarin een arts het beroepsgeheim mag doorbreken. Daarbij is wel grote terughoudendheid geboden.

4.6       Vast staat dat de oogarts in deze zaak op 28 juni 2023 het beroepsgeheim heeft doorbroken. De oogarts overwoog een kort geding aan te spannen, met het verzoek om klaagster te verbieden verdere negatieve uitlatingen over de oogarts te doen. Om zijn kansen in te schatten in die eventuele kortgedingprocedure heeft de oogarts een medisch adviseur ingeschakeld. Aan de medisch adviseur zijn vragen gesteld over de bovenooglidcorrectie die de oogarts bij klaagster heeft uitgevoerd. Ten behoeve van de beantwoording van die vragen heeft de arts aan zijn advocaat het medisch dossier van klaagster verstrekt, waarna de advocaat van de arts dit heeft meegestuurd met de vragen aan de medisch adviseur. De vraag is of de oogarts dit mocht doen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt van niet. In de KNMG-richtlijn “Omgaan met medische gegevens” wordt uiteengezet in welke situaties het beroepsgeheim mag worden doorbroken. Dat mag bijvoorbeeld als de patiënt daarvoor toestemming geeft, of – onder voorwaarden – als een arts zich moet verweren in een tegen hem aangespannen klachtzaak, tuchtzaak of civiele rechtszaak. In dit geval was de oogarts geen verweerder; hij wilde zelf een civiele procedure starten tegen zijn patiënte, klaagster, omdat hij meende dat hij door klaagster in zijn eer en goede naam werd aangetast. Een dergelijke situatie wordt in de KNMG-richtlijn niet genoemd als reden voor een doorbreking van het beroepsgeheim. Een rechtvaardiging voor die doorbreking kan evenmin worden gevonden in het door mr. De Die aangehaalde arrest van de Hoge Raad van

1 december 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1682). Op 28 juni 2023 was de kortgedingprocedure nog niet gestart; er was dus sprake van een buitengerechtelijke fase. De Hoge Raad heeft in genoemde uitspraak geoordeeld dat in de buitengerechtelijke fase de verstrekking van medische gegevens niet noodzakelijk is voor de uitoefening van de processuele bevoegdheden als bedoeld in art. 9 lid 2, aanhef en onder f, AVG, en dat deze bepaling uit de AVG daarom geen rechtvaardiging biedt voor het in de buitengerechtelijke fase doorbreken van het beroepsgeheim. Gelet op het voorgaande oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat het medisch dossier van klaagster niet zonder toestemming van klaagster op 28 juni 2023 had mogen worden gedeeld met de door de oogarts ingeschakelde medisch adviseur. De oogarts had in ieder geval om die toestemming moeten vragen. Dat zou overigens een opening voor een gesprek tussen de oogarts en klaagster kunnen zijn geweest, omdat klaagster er dan bekend mee zou raken dat de oogarts bereid was om zijn handelen te laten toetsen door een onafhankelijke derde. Als klaagster geen toestemming zou hebben gegeven, zou de oogarts in een later stadium, tijdens de kortgedingprocedure, altijd nog andere stappen hebben kunnen zetten om zijn vordering en standpunt te kunnen onderbouwen. Maar op 28 juni 2023 mocht de oogarts het medisch dossier van klaagster niet zonder haar toestemming met de medisch adviseur delen. Door dat wel te doen heeft hij tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Dat het medisch dossier in geanonimiseerde vorm is verstuurd, maakt dit niet anders.

4.7       Anders dan het Regionaal Tuchtcollege oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat er op

30 oktober 2023 géén sprake is geweest van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de oogarts. De informatie die op die datum met de medisch adviseur is gedeeld, was niet afkomstig van de oogarts; het betrof informatie die (de advocaat van) klaagster heeft overgelegd in de kortgedingprocedure die inmiddels was gestart. Bovendien heeft de oogarts verklaard – en dat is niet door of namens klaagster weersproken – dat zijn toenmalige advocaat deze stukken buiten zijn weten om naar de medisch adviseur heeft gestuurd. Uitgangspunt in het tuchtrecht is dat een klacht tegen een arts alleen gegrond kan worden verklaard als er sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid van die arts bij de gedraging waarover wordt geklaagd. Nu dat niet kan worden vastgesteld ten aanzien van de informatieoverdracht op 30 oktober 2023, wordt klachtonderdeel a in zoverre ongegrond verklaard.

Klachtonderdeel b) het weigeren om gegevens op te nemen in het medisch dossier

4.8       Klaagster verwijt de oogarts ook dat hij heeft geweigerd om de door haar gestuurde verklaring op te nemen in haar medisch dossier.

4.9       Met het Regionaal Tuchtcollege overweegt het Centraal Tuchtcollege dat op grond van artikel 7:454 lid 1 BW een arts verplicht is om een medisch dossier in te richten met betrekking tot de behandeling van zijn patiënt. Daarin moet hij onder meer aantekening houden van de gegevens over de gezondheid van de patiënt en de uitgevoerde verrichtingen, een en ander voor zover dit voor een goede hulpverlening aan de patiënt noodzakelijk is. De patiënt kan de arts verzoeken een verklaring aan het medisch dossier toe te voegen. Op grond van artikel 7:454 lid 2 BW moet deze verklaring dan worden toegevoegd. In de KNMG-richtlijn wordt deze wettelijke verplichting als volgt toegelicht: “Het kan zijn dat een patiënt er behoefte aan heeft dat in zijn dossier een beeld van zijn persoon of zijn gezondheidstoestand wordt geschetst, dat in zijn ogen volledig en juist is. In dat geval heeft hij het recht om aan zijn dossier een verklaring toe te voegen over de stukken die in het dossier zijn opgenomen. Een dergelijke verklaring kan een zienswijze van de patiënt bevatten over de bevindingen van de arts of een andere hulpverlener, bijvoorbeeld in het kader van een second opinion. Ook als de arts het niet eens is met de verklaring van de patiënt, moet hij deze opnemen in het medisch dossier.”

4.10     Op 20 augustus 2021 berichtte de oogarts per e-mail aan klaagster, in reactie op haar verzoek om haar verklaring op te nemen in haar medisch dossier: “Ik ga geen dingen vermelden die ik zelf niet of nauwelijks zie. Daartoe kunt u mij niet verplichten”. Eerst in beroep stelt de oogarts dat hij de door klaagster gestuurde verklaring wél aan het dossier heeft toegevoegd, maar die stelling staat haaks op de inhoud van dit e-mailbericht en is overigens niet aannemelijk geworden. Op basis van het e-mailbericht stelt het Centraal Tuchtcollege vast dat de oogarts niet aan het verzoek van klaagster heeft voldaan. Daarmee heeft hij in strijd met artikel 7:454 lid 2 BW en tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Klachtonderdeel b is dus ook gegrond.

Conclusie (en maatregel)

4.11     De klacht is gedeeltelijk gegrond. De oogarts heeft ten eerste zijn geheimhoudingsplicht geschonden. Met het oog op een eventueel door de oogarts aan te spannen kortgedingprocedure tegen zijn patiënte, klaagster, heeft de oogarts het medisch dossier van klaagster gedeeld met een medisch adviseur. Het Centraal Tuchtcollege heeft begrip voor de wens van de oogarts dat klaagster geen negatieve uitlatingen meer zou doen over hem op internet, maar het stond de oogarts niet vrij om reeds voorafgaand aan de kortgedingprocedure, zonder toestemming van klaagster, het medisch dossier van klaagster te delen met een medisch adviseur. Als verzachtende omstandigheden weegt het Centraal Tuchtcollege mee dat de KNMG-richtlijn en de jurisprudentie niet ingaan op de situatie waarin een arts een procedure start tegen een patiënt of dat overweegt te doen, dus dat het gaat om enigszins onbekend terrein, en dat de arts zich wel bewust is geweest van zijn geheimhoudingsplicht en de vergaande betekenis daarvan. In een e-mail aan zijn toenmalige advocaat schrijft hij namelijk: “Als bijlagen haar medisch dossier. Ik mag jou deze toch mailen i.v.m. medisch beroepsgeheim/AVG?”, op welke vraag die advocaat volgens de arts bevestigend heeft geantwoord, waarna de advocaat het medisch dossier op 28 juni 2023 heeft doorgestuurd naar de medische adviseur. Verder heeft de oogarts weinig blijk gegeven van de kennis van de rechten van patiënten, getuige de wijze waarop hij de verklaring van klaagster niet in haar medisch dossier wilde opnemen. Alles afwegende acht het Centraal Tuchtcollege oplegging van de maatregel van een waarschuwing passend en geboden. 

Publicatie

4.12     Om redenen ontleend aan het algemeen belang zal het Centraal Tuchtcollege bepalen dat onderhavige beslissing op na te noemen wijze wordt bekend gemaakt.

5. Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

vernietigt de beslissing waarvan beroep, voor zover klachtonderdeel a gegrond is verklaard ten aanzien van de informatieoverdracht op 30 oktober 2023 en voor zover de maatregel van een berisping is opgelegd;

doet in zoverre opnieuw recht:

verklaart klachtonderdeel a ongegrond voor zover het ziet op de informatieoverdracht op 30 oktober 2023;

legt aan de oogarts de maatregel van waarschuwing op;

verwerpt het beroep voor het overige;

bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant, en zal worden aan geboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact met het verzoek tot plaatsing.

Deze beslissing is genomen door Z.J. Oosting, voorzitter,

R.A. Boon en H.M. Wattendorff, leden-juristen en R.B. Karim en D. Coppoolse,

leden-beroepsgenoten, bijgestaan door N. Germeraad-van der Velden, secretaris.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 januari 2026.

Voorzitter  w.g.  Secretaris w.g.