ECLI:NL:TGZCTG:2025:225 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2837

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2025:225
Datum uitspraak: 08-12-2025
Datum publicatie: 17-12-2025
Zaaknummer(s): C2025/2837
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater dat hij met klager niet het gesprek is aangegaan over de dosis lorazepam. Uit het dossier blijkt van herhaaldelijke pogingen om hierover met klager in gesprek te blijven. Vanwege verslavende werking en bijwerkingen kon de door klager gewenste dosering niet zonder meer worden voorgeschreven. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg


Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2837 van:
A., wonende in B., appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,

tegen

C., psychiater, werkzaam in B., verweerder in beide instanties, 
hierna: de psychiater, gemachtigde: mr. M. van Veenendaal, werkzaam te Den Haag.

1.    Kern van de zaak
1.1    Klager was onder behandeling bij de psychiater. Hij verwijt de psychiater dat die zonder met hem in gesprek te gaan de dosis lorazapam die klager kreeg voorgeschreven heeft verlaagd. 
1.2    Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en zal het beroep van klager verwerpen. 

2.    Verloop van de procedure
2.1    Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam van 22 april 2025 met nummer A2024/7757 (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:93). 
2.2    Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het door het Regionaal Tuchtcollege samengestelde procesdossier, het beroepschrift, de aanvullende gronden van het beroep en het verweerschrift.
2.3    De zaak is op de zitting van 8 december 2025 behandeld. De psychiater was aanwezig en werd bijgestaan door zijn gemachtigde mr. M. van Veenendaal. De psychiater heeft zijn standpunt nader toegelicht en vragen van het college beantwoord. De spreekaantekeningen van de psychiater zijn aan het dossier toegevoegd. Klager is met bericht van verhindering niet verschenen.
2.4    Het Centraal Tuchtcollege heeft na afloop van de mondelinge behandeling de zaak in raadkamer beoordeeld en in het openbaar mondeling uitspraak gedaan. Wat hierna volgt is een schriftelijke uitwerking van die uitspraak.

3.    Feiten
3.1    Het Centraal Tuchtcollege gaat uit van de volgende feiten.  
3.2    Klager is sinds 2004 meermalen opgenomen geweest wegens psychotische decompensatie, detoxificatie van middelen en suïcidaliteit. Op 15 november 2022 is hij onder behandeling gekomen bij het FACT-team. De psychiater maakt deel uit van dit team en werd behandelaar van klager. 
3.3    Na een crisis in mei 2023 heeft de crisisdienst op 30 mei 2023 aan klager lorazepam voorgeschreven. Klager kon zo nodig tweemaal daags 1 mg innemen.
3.4    In de periode mei 2023 tot april 2024 is vervolgens vijftien keer een recept voor lorazepam uitgeschreven.  
3.5    Op 8 april 2024 heeft de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige telefonisch contact gehad met klager in verband met een nieuw verzoek om medicatie. Klager gaf in dat gesprek aan dagelijks drie tabletten van 1 mg lorazepam te nemen. Klager wilde een herhaalrecept waarbij hij aangaf dat als het hem niet zou worden voorgeschreven hij het op internet zou moeten bestellen. 
3.6    Op 11 april 2024 volgde een bericht van klager; hij zou een klacht hebben ingediend vanwege het niet verstrekken van medicijnen. Enkele dagen later gaf hij aan een kort geding te willen starten. Op 15 april 2024 is aan klager aangegeven dat de medicatie ter gelegenheid van de afspraak van 17 april 2024 met hem zou worden besproken.
3.7    Op 17 april 2024 is klager niet op de afspraak verschenen. De psychiater heeft daarom die dag telefonisch contact met hem gezocht. In dit telefoongesprek, waaraan ook de regiebehandelaar en de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige deelnamen, is het gebruik van de lorazepam met klager besproken. Van het gesprek is de volgende aantekening gemaakt (sic): 
‘Tel contact gezocht met pt ivm no show vanmorgen (…). Pt verwacht dat medicatie voorgeschreven wordt naar zijn wens en dat is dat hij lorazepam 3 x 1mg voorgeschreven wil gebruiken. 
Hij heeft een klacht ingediend, omdat niet aan zijn wens wordt voldaan en daarom is hij ook niet meer verschenen op afsrpaak.
Pt geeft aan dat hij nu zware traumatherapie volgt bij (…) en dat hij echt meer lorazepam nodig heeft.
Hij start de onderhandeling en zegt de klacht in te trekken als…
Uiteindelijk komen we tot onderstaande afspraak:
Pt zegt zijn klacht en kortgeding af te zeggen.
1 mg lorazpam per dag, zo nodig bij ernstige spanning 1 extra. (1 x per week) Meer dan 1 mg voorschrijven is in principe niet verantwoord. (pt is ook een aantal keer gevallen waarvoor hij via HA een scan heeft laten maken, hij denkt niet dat er een verband is)
Eenmalig wordt een recept lorazepam 1 mg per dag geschreven, voor 7 dagen.
Volgende week woensdag opnieuw recepten (…).’

3.8    Op 18 april 2024 is een recept uitgeschreven voor 7 stuks lorazepam 1 mg. Op 24 april 2024 is een recept uitgeschreven voor 10 stuks lorazepam 1 mg. 
3.9    Klager heeft vervolgens op 26 april 2024 een bericht gestuurd met daarin de mededeling dat hij ‘weer geen lorazepam heeft’ en tegen de psychiater een klacht zal indienen bij het tuchtcollege. Klager is bericht dat op 27 april 2024 een recept voor 10 tabletten is verzonden. Klager is voorts uitgenodigd voor een gesprek. 
3.10    Op 1 mei 2024 heeft klager via WhatsApp bericht dat hij voor de tuchtzaak een machtiging nodig heeft. De sociaal-psychiatrisch verpleegkundige heeft klager aangegeven graag zijn medicatiegebruik te monitoren en dat daarvoor een afspraak nodig is. 
3.11    Op 6 mei 2024 heeft klager via WhatsApp om lorazepam gevraagd. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige heeft een recept hiervoor aangevraagd en daarbij gezegd dat voor een volgend recept eerst een afspraak met klager nodig is, zodat het medicijngebruik kan worden gemonitord. Op 7 mei 2024 heeft klager een herhaalrecept voor 30 stuks lorazepam 1mg gekregen. 
3.12    Op 13 mei 2024 heeft klager een afspraak met de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige afgezegd. 
3.13    Naar aanleiding van het e-mailbericht van klager op 22 mei 2024 waarin hij opnieuw om lorazepam verzoekt, heeft de psychiater het secretariaat bericht ‘dat klager tot 6 juni genoeg zou moeten hebben en dat hij dus geen recept uit zou schrijven’.
3.14    Op 28 mei 2024 heeft klager aangekondigd een tuchtzaak tegen de psychiater te willen starten vanwege het niet verstrekken van medicatie. Met klager is vervolgens besproken dat er telefonisch contact is geweest en dat er een duidelijke afspraak is gemaakt over de dosering van (onder andere) de lorazepam.

4.    Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over
4.1    Klager verwijt de psychiater dat hij niet met hem in gesprek is gegaan over de dosis lorazepam. Hij stelt dat de psychiater geen afspraken met hem heeft gemaakt over de afbouw van de lorazepam en zonder overleg met hem heeft geweigerd herhaalrecepten voor dit middel uit te schrijven. Hij kreeg op enig moment alleen te horen dat zijn verzoek om een herhaalrecept niet werd ingewilligd, aldus klager.  
4.2    Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om de klacht alsnog gegrond te verklaren. 
4.3    De psychiater heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd. Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om het beroep te verwerpen. 
Toetsingskader
4.4    De vraag is of de psychiater de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de psychiater geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. 
Inhoudelijke beoordeling
4.5    Het Centraal Tuchtcollege stelt vast dat op 17 april 2024 in een telefoongesprek tussen klager en – onder meer – de psychiater en de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige duidelijke afspraken over het beleid ten aanzien van de lorazepam zijn gemaakt. Verder is gebleken dat de psychiater en de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige herhaaldelijke pogingen hebben gedaan om over de dosering van de lorazepam met klager in gesprek te blijven. Klager heeft dit echter steeds afgehouden. De psychiater heeft vervolgens op 22 mei 2024 geweigerd om een herhaalrecept uit te schrijven, omdat hij eerder – in lijn met de op 17 april 2024 gemaakte afspraken – tot 
5 juni 2024 lorazepam had voorgeschreven en klager dus pas rond die laatste datum om een herhaalrecept kon vragen. Daarna heeft klager niet meer om herhaalrecepten verzocht. 
4.6    De conclusie is dat het verwijt dat klager de psychiater maakt geen steun vindt in de feiten. De psychiater is wel degelijk met klager in gesprek gegaan over de dosering van de lorazepam en heeft vervolgens op goede gronden op 22 mei 2024 geweigerd om op die dag een herhaalrecept uit te schrijven. De reden dat klager niet zonder meer op verzoek een door hem gewenste dosering kan worden voorgeschreven, is dat lorazepam een verslavende werking heeft en ook niet-verwaarloosbare bijwerkingen kent. Het getuigt juist van zorgvuldigheid aan de kant van de psychiater om niet zonder meer op de wens van klager in te gaan. 
Conclusie
4.7    Uit het vorenstaande volgt dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht ongegrond heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege zal het beroep van klager verwerpen. 

5.    Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verwerpt het beroep.
Deze beslissing is genomen door Z.J. Oosting, voorzitter, A.R.O. Mooy en H.K.N. Vos, leden juristen, en M.C. ten Doesschate en E.J. Stevelmans, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door E.D. Boer, secretaris.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 december 2025.
        Voorzitter   w.g.                    Secretaris  w.g.