ECLI:NL:TGZCTG:2025:223 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2782

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2025:223
Datum uitspraak: 17-12-2025
Datum publicatie: 17-12-2025
Zaaknummer(s): C2025/2782
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een tandarts. Klager verwijt de tandarts onder meer dat hij geen passende prothese in de bovenkaak van klager heeft geplaatst, geen juiste oplossing heeft gevonden voor een loszittende noodkroon en meermalen het behandelplan heeft gewijzigd. Klager is ook ontevreden over de handelwijze van de Geschilleninstantie Mondzorg. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft klager, voor zover de klacht betrekking heeft op het handelen van de Geschilleninstantie Mondzorg, niet-ontvankelijk verklaard. Dat college heeft de klachtonderdelen die gaan over het handelen van de tandarts kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.


C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2782 van:

A., wonende in B.,
appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,

tegen

C., tandarts, werkzaam in B.,
hierna: de tandarts.

1.    Kern van de zaak

1.1    Klager was vanaf het voorjaar van 2022 bij de tandarts onder behandeling. Klager is niet tevreden over het gevolgde behandeltraject. Klager verwijt de tandarts dat hij geen passende prothese in de bovenkaak van klager heeft geplaatst, geen juiste oplossing heeft gevonden voor de loszittende noodkroon op element 11, meermalen het behandelplan en offertes heeft gewijzigd en klager niet de mogelijkheid heeft geboden een afspraak in te plannen voor het plaatsen van een implantaat tijdens zijn korte verblijf in Nederland. Ook is klager niet tevreden over de handelwijze van de Geschilleninstantie Mondzorg waar hij eerder een vergelijkbare klacht over de tandarts heeft ingediend. 

1.2    Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft klager, voor zover de klacht betrekking heeft op het handelen van de Geschilleninstantie Mondzorg, niet-ontvankelijk verklaard. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen die gaan over het handelen van de tandarts kennelijk ongegrond verklaard. 

2.    Verloop van de procedure

2.1    Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam van 14 maart 2025 met nummer A2024/7640 (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:60), voorzover die beslissing betrekking had op het handelen van de tandarts. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.

2.2    Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het door het Regionaal Tuchtcollege samengestelde procesdossier, het beroepschrift, de aanvullende gronden van het beroep en het verweerschrift.

2.3    De zaak is op de zitting van 10 november 2025 behandeld. Klager en de tandarts waren beiden aanwezig. De tandarts werd bijgestaan door mr. B. Kop. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van het college beantwoord. De tandarts heeft in dat kader een PowerPoint presentatie gegeven. 

3.    Feiten

3.1    Het Centraal Tuchtcollege gaat bij de beoordeling van het beroep uit van de feiten zoals weergegeven onder het kopje ‘3. Wat is er gebeurd?’ van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Klager heeft in beroep deze weergave van de feiten op verschillende onderdelen bestreden, maar naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat deze weergave – in ieder geval op de wezenlijk relevante onderdelen – niet juist is. In het bijzonder heeft klager niet aannemelijk gemaakt dat hij al op 10 september 2022, kort na de plaatsing van de prothese, in de praktijk van de tandarts heeft gemeld dat de prothese niet past en daarom niet te gebruiken is. 

4.    Beoordeling van het beroep

Waar gaat het in beroep over?
4.1    Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor zover die betrekking heeft op het handelen van de tandarts. Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege – impliciet – om alle daarop gerichte klachtonderdelen alsnog gegrond te verklaren. 

4.2    De tandarts heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd. Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om het beroep van klager te verwerpen.

4.3    Dit betekent dat in beroep de klacht voor zover deze gaat over het handelen van de tandarts in volle omvang ter beoordeling voorligt.

Inhoudelijke beoordeling
4.4    Op basis van de stukken en de mondelinge toelichting daarop komt het Centraal Tuchtcollege tot het oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht over het handelen van de tandarts terecht ongegrond heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de behandeling van de zaak in beroep geen aanleiding geeft tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege en neemt datgeen wat het Regionaal Tuchtcollege onder ‘5. De overwegingen van het college’ heeft overwogen hier over. Daarmee sluit het Centraal Tuchtcollege aan bij het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. 

Conclusie 
4.5    De conclusie is dat het Regionaal Tuchtcollege in zijn beslissing op goede gronden tot het juiste oordeel is gekomen. Het Centraal Tuchtcollege zal daarom het beroep van klager tegen deze beslissing verwerpen. 

5.    Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

             verwerpt het beroep.

Deze beslissing is genomen door R.C.A.M. Philippart, voorzitter, 
M.W. Zandbergen en H.K.N. Vos, leden-juristen, en R. van der Velden en R.A. Koolhoven, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door E.D. Boer, secretaris.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2025.
Voorzitter  w.g.       Secretaris  w.g.