ECLI:NL:TGZCTG:2025:214 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2743
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2025:214 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 10-12-2025 |
| Datum publicatie: | 10-12-2025 |
| Zaaknummer(s): | C2025/2743 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Klager is na zijn ziekmelding bij zijn werkgever begeleid door de bedrijfsarts. Over die begeleiding is hij niet tevreden. Klager verwijt de bedrijfsarts onder meer dat zij geen gehoor heeft gehad voor zijn psychische klachten, een verkeerde diagnose heeft gesteld en verkeerde vervolgstappen heeft voorgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het beroep van klager heeft tot doel dat twee van zijn klachtonderdelen alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de bedrijfsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verwerpt het beroep van klager.Klager is na zijn ziekmelding bij zijn werkgever begeleid door de bedrijfsarts. Over die begeleiding is hij niet tevreden. Klager verwijt de bedrijfsarts onder meer dat zij geen gehoor heeft gehad voor zijn psychische klachten, een verkeerde diagnose heeft gesteld en verkeerde vervolgstappen heeft voorgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het beroep van klager heeft tot doel dat twee van zijn klachtonderdelen alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de bedrijfsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verwerpt het beroep van klager. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2743 van:
A., wonende te B. (C.), appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,
tegen
D., bedrijfsarts, werkzaam te E., verweerster in beide instanties,
hierna: de bedrijfsarts, gemachtigde: mr. A.W. Hielkema, werkzaam te Utrecht.
1. Kern van de zaak
1.1 Klager is na zijn ziekmelding bij zijn werkgever begeleid door de bedrijfsarts.
Over die begeleiding is hij niet tevreden. Klager verwijt de bedrijfsarts onder meer
dat zij geen gehoor heeft gehad voor zijn psychische klachten, een verkeerde diagnose
heeft gesteld en verkeerde vervolgstappen heeft voorgesteld.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te ‘s-Hertogenbosch heeft de klacht ongegrond
verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en zal dat hieronder
toelichten.
2. Verloop van de procedure
2.1 Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege
te
’s-Hertogenbosch van 3 januari 2025 met nummer H2023/6531 (ECLI:NL:TGZRSHE:2025:2).
2.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van de stukken uit de procedure
in eerste aanleg, het beroepschrift van klager en het verweerschrift van de bedrijfsarts.
2.3 De zaak is op de zitting van 22 oktober 2025 behandeld. Daar waren aanwezig
klager en de bedrijfsarts, laatstgenoemde bijgestaan door mr. A.W. Hielkema. Partijen
hebben vragen van het college beantwoord en hun standpunten nader toegelicht. De spreekaantekeningen
van klager zijn aan het dossier toegevoegd.
3. Feiten
3.1 Het Centraal Tuchtcollege gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden
3.2 Klager heeft zich op 8 mei 2023 ziekgemeld bij zijn werkgever wegens klachten
van koortspieken (hierna: de werkgever).
3.3 Op 11 mei 2023 heeft de werkgever de bedrijfsarts bericht dat bij
haar een afspraak met
klager was ingepland. De werkgever heeft daarbij de volgende achtergrondinformatie
gegeven (alle citaten voor zover van belang en letterlijk weergegeven):
“A. is vorig jaar juni logistiek manager (…) geworden. Dit liep niet lekker en afgelopen
januari is hij door de directie uit die functie gezet en is hij accountmanager geworden.
(…) Drie weken geleden heeft A. een nieuwe leidinggevende gekregen. Afgelopen donderdag
hebben zij een uitgebreid gesprek samen gehad over wat er van hem verwacht wordt,
maar ook met de kanttekening dat een heleboel mensen twijfelen aan zijn functioneren.
Vervolgens heeft hij uiteindelijk vrijdag thuisgewerkt en vervolgens heeft hij zich
afgelopen maandag bij zijn leidinggevende ziek gemeld. (…) Hij voelt zich niet lekker
en daar blijft het bij. Hij is ook niet aan het werk.”
3.4 Op 12 mei 2023 heeft de bedrijfsarts bericht van de werkgever ontvangen,
waarin de volgende informatie van klager stond vermeld:
”Vanmorgen ben ik langs het ziekenhuis geweest voor bloedafname en longfoto’s. Er
is een afspraak ingepland voor een vervolg bij de internist en men adviseerde mij
binnen te blijven. Zou het spreekuur kunnen plaatsvinden via Teams?”
3.5 De bedrijfsarts heeft klager voor het eerst op 15 mei 2023 gesproken, via
beeldbellen. In het medisch dossier heeft zij daarover het volgende opgenomen:
“Klachten (…) het begon vorige week en de week ervoor al een beetje: koortsaanvallen en
koude rillingen. het ene moment gaat het beter en af en toe schiet de temp omhoog
en dan klappertanden en hoofdpijn.
temp in oor gemeten: 39 graden.
wn is vrijdag naar ziekenhuis geweest: geen verklaring wat er aan de hand was: longfoto
en bloedonderzoek. gevraagd naar afgelopen maanden: aandachtspunt: bezoek aan F. in
december 2022.
vervolg bij de internist.
en AB kuur gekregen.
(…)
afgelopen weekend nog aanval koorts gehad. vaker later in de middag. gisteravond:
koude rillingen en dan gaat het even niet.
vandaag nog geen last gehad, wel hoofdpijn. (…)
afspraak bij de internist: 29 juni om 10 uur (…)
wn heeft advies gekregen om in bed te liggen, binnen blijven en rusten is het advies.
voorlopig binnen blijven tot resultaten van de test binnen zijn. (…)
van thuis uit werken?
wn merkt dat dit lastig is met de hoofdpijn en de concentratie, die is afwezig.
wn ziet dit niet zitten.
contact met het werk: dit is goed volgens werknemer.
sinds 2 weken een nieuwe leidinggevende. aantal goede gesprekken mee gehad over
de plannen.
wn heeft 4 maanden een leidinggevende gehad en goed contact mee ook met lg van
vorig jaar is er goed contact. ook met directie en indirectie collega’s (…)
factoren die werk zouden kunnen belemmeren, volgens werknemer zijn die er niet.
geen taken die te zwaar of te moeilijk zijn.
eten: vanmorgen 1 boterham en die krijgt hij niet weg: gevoel dat eten terugkomt.
dit lukt nu niet.
wn moet iets eten, maar dit is niet fijn. wn probeert het wel.
slapen: dit is afhankelijk van nacht tot nacht. afgelopen nacht goed geslapen.
maar ook nachten wakker en zweten en niet slapen. de verhouding is 50-50%.
wn vindt het werk wat hij doet leuk en zeker het commerciele werk en op zoek naar
nieuw klanten en het opbouwen met een band zowel intern als extern organiseren ervaart
wn als leuk.
als accountmanager, dit is leuker dan het operationele dat werknemer vorig jaar
deed. extern en intern met elkaar verbinden.
wn ervaart het als een kracht van zichzelf om mensen te verbinden.
De bedrijfsarts heeft het volgende teruggekoppeld naar de werkgever:
“Stand van zaken
(…) Ik ga informatie opvragen bij de curatieve sector (werknemer zal mij de naam
doorgeven per mail), aangezien ik deze denk ik verkeerd heb genoteerd.
(…)
Re-integratie advies
Daarnaast advies om in onderling overleg te kijken naar mogelijkheden om aangepast
werk uit te voeren op dit moment vanuit thuis. Er dient rekening gehouden te worden
met de bovengenoemde beperkingen. bij goed passend werk is er geen urenbeperking,
wel zal de productiviteit tijdelijk lager liggen, aangezien werknemer rustmomenten
tussendoor nodig heeft. werknemer zal mij e.e.a. mail zodra hij meer informatie heeft
van de curatieve sector, zodat ik daarna een vervolgafspraak kan plannen.’’
3.6 Klager heeft de bedrijfsarts er op 5 juni 2023 per e-mail van op de hoogte
gesteld dat de koortsverschijnselen zich de afgelopen dagen niet meer hadden voorgedaan,
maar dat hij zich nog steeds slecht voelde. Als bijlage bij de e-mail heeft klager
de uitslag van het bloedonderzoek gevoegd, waaruit geen aanwijzingen blijken voor
een ziekte bij klager.
3.7 Op 12 juni 2023 heeft klager de werkgever per e-mail bericht, met de bedrijfsarts
in cc, dat hij het met de werkgever wilde hebben over het pestgedrag op werk, het
roddelen, de eenzijdige besluitvorming met betrekking tot zijn loopbaan en de onrealistische
doelen en werkzaamheden onder zijn opleidingsniveau.
3.8 Op 26 juni 2023 heeft klager de bedrijfsarts een e-mail gestuurd met de mededeling
dat de koorts voorbij was en de afspraak bij de specialist was afgezegd.
3.9 De bedrijfsarts heeft klager op 28 juni 2023 voor de tweede keer gesproken.
Deze afspraak vond ook via beeldbellen plaats. De bedrijfsarts heeft hierover het
volgende in het medisch dossier genoteerd:
“Klachten koorts is over. geen verder onderzoek meer curatief.
wn is tegen vervelende dingen aangelopen, faillissement… en wat betekent dit verder.
het gaat niet echt goed.
gesprek afgelopen vrijdag is niet doorgegaan. wn was er van ontdaan, wn ziet het
ook als spannend.
wie is erbij aanwezig: lg en HR.
telefoon gaat de hele tijd over, wn heeft deze genegeerd in overleg met de lg. wn
vergeet dingen, (…)
(…) afspraak was dat er niets zou veranderen. maar er is wel van alles veranderd:
dit is negatieve ervaring. dit strookt niet… het is een grote negatieve bedoening.
het is erger geworden sinds ons laatste gesprek.
de houding, de manier van communiceren. zou wn er nog willen werken, er zal een
lange weg te gaan zijn om het te herstellen.
is het waard om hierin te investeren?
er is radiostilte vanuit de werkgever en vanuit HR is tweede loonstop (…)
wn voelt zich heel slecht nu…
als wn nu taken zou moeten doen…
vrijdag taken gekregen, die moet je maandag afhebben. maar wn weet niet hoe hij
eraan moet beginnen, heeft geen focus.
wn denkt uiteindelijk dat alles komt van de stress die er nu speelt. wn heeft een
hele lijst met punten die hij wil gaan bespreken.
(…) wn ziet zichzelf neit op kantoor verschijnen: het is een roddelcultuur en wn
krijgt van anderen te horen…
over de inhoud wat er nu speelt daar wordt over gepraat.
mijn inziens komt dit door de situatie.’’
Aan de werkgever heeft de bedrijfsarts daarover het volgende teruggekoppeld:
“Stand van zaken
Vandaag heb ik uw werknemer gesproken via beeldbellen. Hij doet nu incidenteel iets
voor het werk, maar is eigenlijk niet aan het werk. Hij onderhoudt wel contact met
het werk. Er is mijn inziens sprake van een verschil van inzicht (arbeidsconflict)
en geen sprake van ziekte meer. Nu op dit moment dient eerst het conflict opgelost
te worden voordat werknemer weer werkzaamheden kan doen bij de eigen werkgever: hoe
kom je tot elkaar of hoe kom je op een goede manier uit elkaar, middels mediation
conform de multidisciplinaire richtlijn: conflicten in de werksituatie of de STECR
werkwijzer: arbeidsconflicten.
Er was een mediationgesprek gepland, echter door omstandigheden was werknemer te
laat en is het gesprek niet doorgegaan: een half uur is ook erg kort om een dergelijk
gesprek te voeren, dus ik snap dat de werkgever, werknemer niet te kort wilde doen
door het gesprek af te raffelen. Werknemer heeft de uitnodiging gekregen voor een
nieuw gesprek met een ultimatum om te reageren voor 12 uur op 26-6-2023, echter wilde
hij hiervoor eerst een gesprek met de bedrijfsarts, deze kon vanwege de agenda van
de bedrijfsarts pas op 28-6-2023 plaatsvinden. Ik adviseer aan werkgever en werknemer
om een nieuwe afspraak te plannen om samen tot een passende oplossing te komen.
Bij vragen van werkgever of werknemer adviseer ik om een nieuwe afspraak te maken
nadat er mediation heeft plaatsgevonden.’’
Een mediationgesprek heeft niet plaatsgevonden.
3.10 Op 5 november 2023 heeft klager een deskundigenoordeel bij het UWV aangevraagd
voor de beoordeling van de re-integratie-inspanningen van de werkgever. Dit is in
overleg met klager gewijzigd naar een beoordeling van de geschiktheid om het eigen
werk te doen. In dat kader heeft klager op 17 januari 2024 het spreekuur van een verzekeringsarts
bezocht. De verzekeringsarts heeft geoordeeld:
“Overwegingen
(…) Per datum geschil, 28.06.23, was er sprake van een arbeidsconflict, maar geen
sprake van ziekte in engere zin cq van arbeidsongeschiktheid als rechtstreeks gevolg
van ziekte.
6. Conclusie
Er was per datum geschil, 28.06.23, geen sprake van arbeidsongeschiktheid voor het
eigen werk als rechtstreeks gevolg van ziekte.’’
4. Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over?
4.1 Uit het door klager bij het Regionaal Tuchtcollege ingediende klaagschrift
kan worden afgeleid dat klager de bedrijfsarts verwijt dat zij:
a) onvoldoende betrokkenheid heeft getoond;
b) een verkeerde diagnose heeft gesteld;
c) geen behandeling/verkeerde vervolgstappen heeft voorgesteld;
d) onjuistheden heeft gesteld in de rapportage;
e) in de rapportage heeft gesteld dat klager het eens is met de onjuistheden;
f) onvoldoende informatie met betrekking tot medische klachten heeft gegeven;
g) zich nonchalant heeft opgesteld;
h) onvoldoende begrip heeft getoond.
4.2 Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
Het beroep heeft tot doel dat klachtonderdelen b en c alsnog gegrond worden verklaard.
De andere klachtonderdelen zijn niet meer aan de orde in beroep.
4.3 De bedrijfsarts heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt
het beroep te verwerpen.
Ontvankelijkheid van het beroep
4.4 Uit het oogpunt van een goede en eerlijke procesorde kunnen in beroep alleen
die klachten ter beoordeling aan het Centraal Tuchtcollege worden voorgelegd die deel
uitmaken van de oorspronkelijke klacht die aan het Regionaal Tuchtcollege is voorgelegd.
Nieuwe klachten vallen buiten het bereik van het beroep. Voor zover in beroep sprake
is van uitbreiding van de klacht, kan klager daarin dus niet worden ontvangen.
Inhoudelijke beoordeling
4.5 Met het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel
dat de klachtonderdelen b en c ongegrond moeten worden verklaard. Dat wat klager in
beroep heeft aangevoerd, maakt dat niet anders.
Tijdens het eerste consult met klager op 15 mei 2023 heeft de bedrijfsarts uitgebreid
met klager gesproken en de klachten voldoende uitgevraagd. Zij heeft toen met name
gevraagd naar de lichamelijke klachten van klager, die op dat moment op de voorgrond
stonden en waarvoor klager naar het ziekenhuis was geweest, maar ook naar de situatie
op de werkvloer, die klager op dat moment als positief schetste. De naar aanleiding
van dit consult door de bedrijfsarts genoemde vervolgstappen (informatie opvragen
bij de curatieve sector en het plannen van een volgende afspraak) en het gegeven advies
(in onderling overleg te kijken naar mogelijkheden om aangepast werk uit te voeren
vanuit huis) zijn naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege navolgbaar.
Op 5 juni 2023 liet klager de bedrijfsarts per e-mailbericht weten dat de koortsverschijnselen
zich de afgelopen dagen niet meer hadden voorgedaan. Klager stuurde de uitslag van
het bloedonderzoek mee, waaruit geen aanwijzingen blijken voor een ziekte bij klager.
Op 26 juni 2023 liet klager de bedrijfsarts per e-mailbericht weten dat de koorts
voorbij was en dat de afspraak bij de specialist was afgezegd. Dit bevestigde klager
tijdens het consult bij de bedrijfsarts op 28 juni 2023. Tijdens dat consult is met
name gesproken over de situatie op de werkvloer, die klager inmiddels als belemmerend
ervaarde. Ook tijdens dit consult heeft de bedrijfsarts voldoende uitgevraagd. De
conclusie van de bedrijfsarts dat er ten tijde van het tweede consult sprake was van
een arbeidsconflict en niet meer van ziekte, is naar het oordeel van het Centraal
Tuchtcollege navolgbaar op basis van de toen beschikbare informatie. De bedrijfsarts
heeft zorgvuldig gehandeld door vervolgens mediation te adviseren. Dat kort na het
tweede consult een vaststellingsovereenkomst is gesloten tussen klager en zijn toenmalige
werkgever is spijtig, maar ligt buiten de machtssfeer van de bedrijfsarts. Van tuchtrechtelijk
verwijtbaar handelen door de bedrijfsarts is op geen enkele manier gebleken.
Conclusie
4.6 Het voorgaande betekent dat het beroep van klager wordt verworpen.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verklaart klager niet-ontvankelijk
voor zover hij in beroep nieuwe klachten heeft ingediend; verwerpt het beroep voor
het overige.
Deze beslissing is genomen door Z.J. Oosting, voorzitter, J. Legemaate en T.W.H.E.
Schmitz, leden-juristen, en N. Abdoelkariem en A.H.J.M. Sterk, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door
N. Germeraad-van der Velden, secretaris.
Uitgesproken ter openbare zitting van 10 december 2025.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.