ECLI:NL:TGZCTG:2025:208 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2773
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2025:208 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 08-12-2025 |
| Datum publicatie: | 08-12-2025 |
| Zaaknummer(s): | C2025/2773 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een chirurg. Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten. Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017 is klager behandeld door een multidisciplinair team (MDO) in het medisch centrum waar de chirurg werkzaam is. De chirurg maakte ook deel uit van het MDO en heeft klager op 10 december 2018 geopereerd. Klager verwijt de chirurg (a) een mogelijke fout tijdens de operatie en (b) onzorgvuldig handelen, het verstrekken van foutieve informatie en misdiagnostiek na maart 2019 . Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2773 van:
A., wonende te B., appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,
tegen
C., werkzaam te D., verweerster in beide instanties, hierna: de chirurg, gemachtigde:
mr. H.J.C. Smink, werkzaam te Amsterdam.
1. Kern van de zaak
1.1 Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk
is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook
de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen
de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten.
Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases
of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017
is klager behandeld door een multidisciplinair team in het medisch centrum waar de
chirurg werkzaam is. De chirurg maakte deel uit van het multidisciplinaire team en
heeft klager op 10 december 2018 geopereerd.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht kennelijk ongegrond
verklaard, evenals de klachten die klager tegen zijn hoofdbehandelaar (chirurg) en
de MDL-arts heeft ingediend. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
2. Verloop van de procedure
2.1 Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege
te Amsterdam met nummer A2023/6686 (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:28).
2.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het beroepschrift, het
aanvullend beroepschrift en het verweerschrift.
2.3 De zaak is op de zitting van 3 november 2025 behandeld, gelijktijdig met
de zaken tegen de hoofdbehandelaar en de MDL-arts. Klager was aanwezig. Ook de chirurg,
de hoofdbehandelaar en de MDL-arts waren aanwezig, bijgestaan door hun gemachtigde.
Partijen hebben vragen van het college beantwoord en hun standpunten nader toegelicht.
De spreekaantekeningen van klager zijn aan het dossier toegevoegd.
3. Feiten
3.1 Voor zover klager zich niet kan vinden in de feitenvaststelling door het
Regionaal Tuchtcollege overweegt het Centraal Tuchtcollege dat het aan de tuchtrechter
is voorbehouden om die feiten en omstandigheden op te nemen die hij voor zijn beoordeling
van belang vindt, zonder daarbij uitputtend te zijn. Anders dan klager lijkt te betogen
hoeft deze feitenvaststelling niet alle feiten en omstandigheden die de behandeling
van klager betreffen te bevatten. Het gaat bovendien om objectief vast te stellen
feiten, zoals data en aantekeningen in het medisch dossier.
3.2 Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege een
adequate weergave heeft gegeven van de feiten die relevant zijn voor de beoordeling
van dit geschil. Het Centraal Tuchtcollege gaat daarom, net als het Regionaal Tuchtcollege,
uit van de volgende feiten: “3.1 Nadat in 2002 bij klager de diagnose colitis ulcerosa was gesteld is bij
hem de dikke darm verwijderd met aanleg van een ileostoma (kunstmatige uitgang van
de dunne darm via de buik). In 2006 onderging klager een operatie, waarbij in plaats
van het stoma een ileoanale pouch (een van de dunne darm gemaakt zakje binnen het
lichaam, waarmee een stoelgang langs natuurlijke weg mogelijk is) werd aangelegd.
Na deze operatie ontstond een naadlekkage (een gaatje bij de aansluiting van de pouch
op de darm). Een dergelijke lekkage is een bij deze operaties regelmatig voorkomende
complicatie. Om de pouch te ontlasten is toen opnieuw een ileostoma aangelegd. Vanaf
dat moment hield men rekening met de mogelijkheid dat klager ook de ziekte van Crohn
zou kunnen hebben.
3.2 Nadat de situatie langere tijd stabiel bleef en er geen aanwijzingen waren
dat het lek nog bestond, is klager in 2016 geopereerd om het stoma op te heffen. Vanaf
de pouchnaad ontstond daarna een fistel (opening) naar de linker bil met abcesvorming,
waarvoor behandeling heeft plaatsgevonden. In september 2017 is klager verwezen naar
het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam is. Klager is hier in februari 2018 geopereerd,
waarbij - vooruitlopend op een definitief behandelplan - een dubbelloops stoma is
aangelegd en drainage van de bilfistel plaatsvond.
3.3 In de loop van 2018 heeft klager met meerdere leden van het MDO gesproken
over de verschillende behandelmogelijkheden. Op 10 juli 2018 sprak klager met zijn
hoofdbehandelaar. De hoofdbehandelaar noteerde in het medisch dossier (alle citaten
zijn letterlijk weergegeven):
“Uitgebreid gesproken over de opties. Mi geen redo [college: creëren van een nieuwe
pouch] wegens de grote kans op Crohn.
Counselen via [de chirurg] voor hernia repair
Tevens mogelijk parastomale hernia. Loopt wat slijm uit afvoerende lis onder de
plak”
3.4 Op 24 juli 2018 sprak klager voor het eerst met de chirurg. Dat ging met
name over zijn liesbreuk. De chirurg noteerde in het medisch dossier:
“RvK/ postop na saneren fistels vanuit IPAA [college: pouch] en aanleg dubb ileostoma
VG/ (…)
2016 stoma opgeheven (…), maar weer problemen 1,5 jaar volgehouden, nu weer sinds
maart stoma.
Vanwege fistels en granulomen toch verdenking Crohn.
A: Heeft liesbreuk links in de lies. Niet veel last van, maar toch wel fors geworden.
Kan het gemakkelijk terug duwen. Parastomale hernia nu geen klachten emeer van.
(…)
B/ Eerder uitgebreid met [hoofdbehandelaar] gesproken over opties: intersphincterische
resectie [college: operatie via de bilnaad] met omentumplastiek/niets doen/risico
van pouch redo nemen
(…)”
3.5 Op 24 september 2018 zag klager de MDL-arts, die onder meer in het medisch
dossier noteerde:
“RVC:
(…)
2018 (2): laparoscopisch aanleggen dubbelloops ileostoma en nettoyage peri-anale
fistels
2018 (6) pouchscopie: langgerekt ulcus [college: wond, zweer] in top pouch, matige
ontsteking in pouch (pouchitis/Crohn?)
Anamnese:
(…)
Heeft nog steeds klachten die lijken op wat hij had vóór de operatie. Heeft nog
steeds uitvloed via de seton [college: draadje om fistel tot rust te krijgen] en pijn
en er is nog een uitgang enekele cm verderop.
Vanwege dubbelloops ileostoma is er overloop en dit verliest hij ook per anum en
via het fistel.
Wil toch nog heel graag van zijn stoma af en of er toch nog geen mogelijkheden zijn:
[Hoofdbehandelaar] bracht 3 argumkenten aan waarom er aan Crohn gedacht wordt:
1. resucelgranulomen in fisteltraject , maar zou ook een vreemd lichaam reactie
op seton kunnen zijn
Positieve ASCA, maar titer nauwelijks verhoogd
Fistels, maar zou relapse van oude naadlekkage en dehiscentie zijn.
Een andere reden om geen redo te doen is de ontsateking van de presacrale ruimte.
(…)
Conclusie:
Ontsteking in pouch agv
Overloop
Crohn
Combinatie van beide
Te symptomatische fistel met ook mogelijk andere gangetjes
Beleid:
Bespreken volgende week op MDO IBD
Dan eventuele nieuwe MRI onderbuik
Opties:
1: eindstandig stoma van maken
2: 1+ topicale therapie als onvoldoende regressie van klachten
3: 2+ indien remissie redo pouch proberen
(…)”
3.6 In het MDO van 3 oktober 2018 is besproken dat klager alles wilde doen om
het stoma opgeheven te krijgen. Als beleid is genoteerd:
“Crohn in peri-anale regio is een contra-indicatie voor Re do chirurgie”
3.7 Op 9 oktober 2018 heeft de MDL-arts klager telefonisch gesproken en onder
meer in het dossier genoteerd:
“(…)
Is accoord met omzetten van dubbelloops ileostoma naar eindstandig ileostoma. Hoopt
dat er dan wellicht in de toekomst toch nog iets nieuws verzonnen wordt waardoor hij
wellicht alsnog een redo pouch kan krijgen.
(…)
B/
Aanleggen eindstandig stoma (…) tegelijk met liesbreukcorrectie
Over 4-6 maanden herbeoordelen fistel voor eventueel seton verwijderen
t.z.t. Poli [nieuwe MDL-arts].”
3.8 Op 10 december 2018 heeft de chirurg klager geopereerd waarbij een eindstandig
stoma is aangelegd. Op 15 januari 2019 zag zij klager voor controle na de operatie
en noteerde in het dossier onder meer:
“(…)
A: gaat goed, geen last van lie smeer, geen zwelling meer.
Stoma problemen met stoma, geen lekkages, mooi plat weer.
Fistels rustiger, maar wil er toch nog graga een keer vanaf.
Is zelf niet overtuigd van crohn.
(…)
B:
Voorlopig chirurgische behandleing
Drukverhogende momenten vrlagen/ voorkomen
Wil tzt nog wel een keer van fistels af: gezien pouh en verdneking crohn uitleg
niet opportuun.”
3.9 Op 13 februari 2019 is klager bij de (nieuwe) MDL-arts geweest. Die noteerde
onder meer in het dossier:
“(…)
Fistel zorgt voor discomfort, komt veel vocht uit. Probeert dit met verband op te
vangen middels inlegger.
Zou graag hiervan af willen zijn, is het mogelijk bijv het defect in pouch te sluiten?
Hoopt op termijn wellicht nog een nieuwe pouch te kunnen krijgen, maar niet ten koste
van alles.
(…)
Beleid
Bespreken met [andere chirurg uit het MDO], MRI fistel nodig alvorens consult? Is
destijds omentum opgeslagen? Op termijn mogelijk om fistels te sluiten?”
3.10 Op 4 maart 2019 heeft de MDL-arts een MRI van de pouch aangevraagd. Ook
heeft zij de patholoog revisie gevraagd van het oorspronkelijke dikke darm preparaat.
Van dat preparaat had in een ander ziekenhuis al revisie plaatsgevonden met conclusie:
“In de colonresectie is er gezien de diepe ontsteking met fissuurvorming en uitgebreide
reactieve verandering van de submucosa een beeld wat het best past bij m. Crohn en
niet goed bij CU”
3.11 Klager is op 24 maart 2019 op de SEH geweest vanwege bruin vochtverlies
via de bilfistel. Hij werd doorverwezen naar zijn behandelaren op de poli, waar op
29 maart 2019 de MRI stond ingepland. De conclusie van die MRI was:
“Grotendeels onveranderd aspect van het met granulatieweefsel gevulde brede extrafincterische
fistelgang links.
Meer fibrose ter plaatse van de mediale uitwendige opening.
Geen nieuwe fistels.
Geen vochtcollecties.”
3.12 Klager heeft op 18 april 2019 telefonisch contact gehad met een arts-assistent
chirurgie. Deze noteerde onder meer in het dossier:
“(…)
Recente MRI toont nog duidelijk actieve fistel vanuit de inactieve pouch.
MRI werd op verzoek nogmaals bekeken door radioloog: er ligt wel een dunnedarmlis
tegen de pouch aan (…)
Niet zeker of dit een fistel is.
Na overleg met [andere chirurg uit het MDO]:
Mogelijk dat er een fistel is ontstaan tussen dunnedarm en pouch.
Hiervoor zou dan echter nieuwe ziekteactiviteit nodig zijn terwijl de patient hier
verder niet symptomatisch bij is, dus onwaarschijnlijk.
Indien fistel naar de pouch dan zou je ook verwachten dat de productie toeneemt,
terwijl dit niet het geval is.
Dd is (deviation) pouchitis.”
3.13 Op 28 mei 2019 zag de MDL-arts klager en besprak met hem onder meer de uitslag
van de op 4 maart 2019 gevraagde herbeoordeling van de colonresectie:
“colon met daarin een diffuse, chronisch actieve bij patient bekende IBD, waarbij
gezien de microscopische bevindingen (dieper reikende infiltraten en enkele fissuraties)
toch enige voorkeur voor M. Crohn. Geen granulomen.”
3.14 De hoofbehandelaar zag klager op 11 juni 2019 en besprak met hem onder meer
de uitslag van een op 28 mei 2019 gemaakte CT-scan:
“CT scan: geen aanweizing voor fistel
De fistel gaat nog open en dicht, alleen veel beter nu er geen ontlasting
(…)
Opties toekomst:
1. Pouch excisie
2. redo pouch
3. Sluiten fistel na overgroeien van het defect evt met EVAC
Pouchoscopie
C 1 maand”
3.15 De chirurg heeft klager na de scopie gezien op 30 juli 2019 en noteerde
onder meer:
“AO:
CT scan: geen aanwezigheid voor fistel
Scopie: Ileo-anale anastomose met een matig ernstige pouchitis.
Fistel in het verlengde van de setonse drains, met granulatieweefsel hiertussen.
PA; eenmalig wel granulomen gezien in PA, maar ook reuscel reactie evt passend bij
seton
(…)
Belangrijkste vragen:
1. M crohn of niet: Alle problemen duiden op chronisch naaddefect, echter, Resucelgranulomen
in fisteltraject , maar zou ook een vreemd lichaam reactie op seton kunnen zijn. NB
herbeoordeling colonresectie
2. Vraag of er nog een fistel is tussen aanvoerende darm en pouch/ afvoerende darmlis
gezien anamnestisch etensresten uit pouch, niet aan te tonen.”
3.16 Daarna is in het MDO besloten een MR enterografie te laten maken, waarbij
de dunne darm zichtbaar wordt gemaakt met contrastvloeistof. De chirurg heeft met
klager op 12 november 2019 besproken dat deze MRE geen fistel had aangetoond tussen
het dunnedarmtraject en de pouch.
3.17 De hoofdbehandelaar heeft op 17 december 2019 in het dossier genoteerd:
“Ouders aanwezig.
Uitgebreid de drie opties besproken:
1. Niets doen
2. Pouch excisie en omentumplastiek
3. Pouch excisie en naadreconstructie
Plan:
Indien een goede pouch is aan te leggen dan pouch, anders pouchexcisie of omentumplastiek”
3.18 In de periode van april 2021 tot en met november 2021 had klager meerdere
malen contact met de hoofdbehandelaar over de drie opties en het al dan niet uitvoeren
van de in december 2019 besproken operatie. Klager wilde dat alvorens hij een beslissing
zou nemen nog meer diagnostiek zou plaatsvinden, en eventueel een aparte operatie
om de fistel aan te tonen. De hoofdbehandelaar was niet bereid om alleen een verkennende
operatie uit te voeren om dan later mogelijk nog een tweede keer aan de pouch te moeten
opereren. Wel heeft hij nog een extra MRE laten maken. De fistel werd ook daarop niet
aangetoond.
Op 17 augustus 2021 heeft de hoofdbehandelaar onder meer genoteerd:
“Ik ben accoord met een ingewikkelde exploratie welke risicovol zou zijn. Evenwel
niet accoord als dat we risicovol de top van de pouch vrijleggen en geen fistel vinden
niet meteen het probleem kunnen oplossen omdat hij er dan over wil nadenken. In tweede
instantie zal het nog lastiger zijn met opnieuw veel risico op darm letsel.”
Op 2 november 2021 noteerde de hoofdbehandelaar aanvullend nog:
“Plan:
Exploratie met onderbreken fistel
Indien niet aanwezig dan pouchredo of pouch excisie.
Expectatief”
4. Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over
4.1 Klager verwijt de chirurg:
a) dat zij een mogelijke fout heeft gemaakt tijdens de operatie van 10 december
2018 en
b) onzorgvuldig handelen, het verstrekken van foutieve informatie en misdiagnostiek
na maart 2019.
4.2 Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
Het beroep heeft tot doel dat het Centraal Tuchtcollege de klacht in volle omvang
beoordeelt en alsnog gegrond verklaart.
4.3 De chirurg heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het Centraal
Tuchtcollege om het beroep te verwerpen.
Toetsingskader
4.4 Het Centraal Tuchtcollege moet beoordelen of de chirurg bij zijn beroepsmatige
handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening.
Daarbij wordt gekeken naar de stand van de wetenschap ten tijde van het handelen waarover
wordt geklaagd en met wat toen in die beroepsgroep als norm of standaard was aanvaard.
Inhoudelijke beoordeling
4.5 Op basis van de stukken en de mondelinge toelichting daarop op de zitting
komt het Centraal Tuchtcollege tot het oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht
terecht in al haar onderdelen ongegrond heeft verklaard.
4.6 Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de behandeling van de zaak in beroep
geen aanleiding geeft tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal
Tuchtcollege en neemt datgeen wat het Regionaal Tuchtcollege onder ‘4. De overwegingen
van het college’ heeft overwogen hier over. Ook het Centraal Tuchtcollege is van oordeel
dat de chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
4.7 In aanvulling op de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege vermeldt het
Centraal Tuchtcollege nog dat het behandelvoorstel van de hoofdbehandelaar om een
explorerende operatie te verrichten, waarbij een eventueel aan te treffen probleem
tijdens de operatie direct zal worden opgelost, medisch verantwoord en gerechtvaardigd
is. Doordat klager weigert daarvoor toestemming te verlenen omdat hij een operatie
wil waarbij enkel gezocht wordt naar de fistel, is een patstelling ontstaan. Het betoog
van klager dat hem door het behandelvoorstel een keuze wordt ontnomen dan wel dat
hij in zijn patiëntenrechten wordt beperkt slaagt niet. De keuzevrijheid wordt beperkt
door wat medisch verantwoord is.
Conclusie
4.8 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep van klager moet worden
verworpen.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verwerpt het beroep.
Deze beslissing is genomen door C.H.M. van Altena, voorzitter, R.A. Boon en A.R.O.
Mooy, leden-juristen, en M.M. van der Eb en R.J.J. de Ridder, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door
M. van Esveld, secretaris.
Uitgesproken ter openbare zitting van 8 december 2025.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.