ECLI:NL:TGZCTG:2025:207 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2831
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2025:207 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 01-12-2025 |
| Datum publicatie: | 01-12-2025 |
| Zaaknummer(s): | C2025/2831 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond/Afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager is ontevreden over de behandeling door de tandarts. Klager verwijt de tandarts dat hij twee niet goed passende protheses heeft, dat hij (de tandarts) een behandeling met implantaten probeerde af te dwingen en dat hij zich in maart 2023 verbaal en fysiek intimiderend heeft gedragen ten opzichte van klager. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2831 van:
A., wonende in B.,
appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,
tegen
C., tandarts, destijds werkzaam in D.,
verweerder in beide instanties,
hierna: de tandarts,
gemachtigde: mr. K.J. de Wolf en mr. F.E.A.M. Tesser, beiden werkzaam in Nijmegen.
1. Kern van de zaak
1.1 Klager was sinds 2010 onder behandeling bij de E. De tandarts werkte als
docent in deeltijd voor de E. en had daarnaast een eigen praktijk. De tandarts was
als docent betrokken bij de behandeling van klager. Klager is ontevreden over deze
behandeling. Hij verwijt de tandarts dat hij twee niet goed passende protheses heeft,
dat hij – de tandarts – een behandeling met implantaten probeerde af te dwingen, dat
hij zich op 15 maart 2023 verbaal en fysiek intimiderend heeft gedragen ten opzichte
van klager en dat hij – klager – nooit een toelichting of excuus van de tandarts heeft
gekregen.
1.2 Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en zal het beroep verwerpen. Dit wordt hieronder toegelicht.
2. Verloop van de procedure
2.1 Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle van 11 april 2025 met nummer Z2024/7571 (ECLI:NL:TGZRZWO:2025:48). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.
2.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het door het Regionaal Tuchtcollege samengestelde procesdossier, het beroepschrift, het verweerschrift en de aanvullende stukken van klager.
2.3 De zaak is op de zitting van 10 november 2025 behandeld, tegelijkertijd maar niet gevoegd met zaak C2025/2830. Klager en de tandarts waren beiden aanwezig. De tandarts werd bijgestaan door zijn gemachtigde mr. K.J. de Wolf. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van het college beantwoord. De spreekaantekeningen van klager en van de gemachtigde van de tandarts zijn aan het dossier toegevoegd.
3. Feiten
3.1 Het Centraal Tuchtcollege gaat bij de beoordeling van het beroep uit van
de feiten zoals weergegeven in paragraaf “3. De feiten” van de beslissing van het
Regionaal Tuchtcollege. Deze weergave is in beroep niet of in elk geval onvoldoende,
bestreden.
4. Beoordeling van het beroep
Waar gaat het in beroep over
4.1 Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege de klacht in al haar onderdelen alsnog gegrond
te verklaren.
4.2 De tandarts heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd. Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om het beroep van klager te verwerpen.
4.3 Dit betekent dat de klacht in deze beroepsprocedure in volle omvang ter beoordeling voorligt.
Inhoudelijke beoordeling
4.4 Het Centraal Tuchtcollege komt op basis van de stukken en de mondelinge toelichting
daarop tot het oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht ongegrond
heeft verklaard. De behandeling van de zaak geeft geen aanleiding tot andere beschouwingen
dan die van het Regionaal Tuchtcollege. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met
wat het Regionaal Tuchtcollege onder 5.1 tot en met 5.6 heeft overwogen en neemt deze
overwegingen integraal over. Niet is gebleken dat klager technisch niet-correct vervaardigde
protheses heeft gekregen. Ook is niet aannemelijk geworden dat sprake was van onheuse
bejegening van klager door de tandarts. Daarmee sluit het Centraal Tuchtcollege aan
bij het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat de tandarts niet tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld.
4.5 De conclusie is dat het beroep moet worden verworpen.
4 Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
verwerpt het beroep.
Deze beslissing is genomen door R.C.A.M. Philippart, voorzitter,
M.W. Zandbergen en H.K.N. Vos, leden-juristen, en R. van der Velden en R.A. Koolhoven,
leden beroepsgenoten, bijgestaan door E.D. Boer, secretaris.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2025.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.