Zoekresultaten 961-970 van de 15426 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:253 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8207
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:253
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster is ontevreden over twee consulten, dat ze beide keren te lang heeft moeten wachten, onvoldoende uitleg heeft gekregen over voedingssupplementen en dat de tweede behandeling niet zorgvuldig is uitgevoerd. Dat klaagster heeft moeten wachten is vervelend, maar leidt niet tot een tuchtrechtelijk verwijt. Het is niet ongebruikelijk dat de tandarts heeft gewezen op voedingssupplementen, een verwijzing naar een website is voldoende. De werkwijze rondom de verdoving is niet onzorgvuldig geweest. Overige klachtonderdelen ook kennelijk ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:251 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8318
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:251
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. Bij klaagster is tijdens een spoedconsult door een andere tandarts geconstateerd dat er sprake was van onder meer een fors angulair botdefect. Klaagster verwijt de tandarts dat zij deze problematiek in de jaren daarvoor gemist heeft, terwijl dit aanleiding had moeten zijn voor het doen van uitgebreid parodontaal onderzoek. Ook verwijt zij de tandarts slechte dossiervorming. Voor het college is op basis van het dossier onvoldoende komen vast te staan dat de tandarts klaagster erop gewezen heeft dat ook bij regelmatige adequate controle en mondhygiëne toch nog een plotselinge verergering van de parodontale problemen zou kunnen optreden. Overige klachtonderdelen ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:252 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8141
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 24-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:252
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft bij klager het eerste deel van een wortelkanaalbehandeling uitgevoerd. Klager is onder meer van mening dat de behandeling die hij heeft ondergaan onzorgvuldig is uitgevoerd, waarbij ernstige complicaties zijn ontstaan. Verder verwijt hij de tandarts de ernst van de situatie te hebben onderschat en een gebrek aan adequate communicatie en begeleiding door de tandarts. De tandarts heeft adequaat gehandeld. Niet gebleken van lekkage van natriumhypochloriet. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2652
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:165
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Doorhaling. De verpleegkundige heeft tijdens zijn dienstverband een affectieve en seksuele relatie gehad met een patiënte. Hij heeft deze relatie niet gemeld en hij heeft de patiënte verzocht om de relatie geheim te houden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht (nagenoeg) geheel gegrond verklaard en aan de verpleegkundige de maatregel van doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register opgelegd. De verpleegkundige komt in beroep tegen de zwaarte van de aan hem opgelegde maatregel en vraagt het Centraal Tuchtcollege om te volstaan met een lichtere maatregel. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de maatregel van doorhaling terecht is opgelegd en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2584
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:164
Klacht tegen een verpleegkundige die al een aantal jaar werkzaam is als juridisch medewerker Bezwaar en Beroep. Hij heeft een bezwaarschrift van klager tegen een indicatiebesluit behandeld. Klager klaagt er onder meer over dat de verpleegkundige zonder toestemming van klager inzage heeft gehad in diens medische dossier en dat hij in het kader van de bezwaarprocedure heeft geweigerd een deskundig medisch advies op te vragen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat het handelen van de verpleegkundige niet valt onder de eerste of tweede tuchtnorm en verklaart klager daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2707
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:167
De hoogbejaarde moeder van klagers (hierna: patiënte) is na een val opgenomen in het ziekenhuis vanwege een gebroken heup. De verpleegkundig specialist AGZ heeft naar aanleiding van signalen tijdens de opname die konden wijzen op ontspoorde mantelzorg een melding gedaan bij Veilig Thuis. Klagers verwijten de verpleegkundig specialist AGZ dat hij de melding heeft gedaan zonder dat hier goede redenen voor waren. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep verwerpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2541
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:170
Klacht tegen internist die woont en werkt op Curaçao. Het handelen waar de klacht op ziet heeft ook daar plaatsgevonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft zich daarom onbevoegd verklaard om de klacht in behandeling te nemen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het Regionaal Tuchtcollege zich ten onrechte onbevoegd heeft verklaard om de klacht in behandeling te nemen. De tekst van de Wet BIG noch de toelichting op die wet of de wetgeschiedenis rechtvaardigen namelijk de conclusie dat de werking van de wet is beperkt tot handelingen of een hulpvraag binnen Nederland. Het Centraal Tuchtcollege doet vervolgens de klacht zelf af (ongegrond).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2667
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:166
Klacht tegen een chirurg. Bij patiënte, echtgenote van klager, was sprake van een postoperatieve complicatie die door CT-scans werd gemonitord. De chirurg, hoofdbehandelaar, heeft geen kennis genomen van de beelden van een bepaalde CT-scan en het verslag van de radioloog, omdat hij toen niet in het ziekenhuis was en de betreffende scan niet heeft aangevraagd. In het verslag van die scan beschrijft de radioloog een verdenking van een tumorrecidief. Deze conclusie heeft de chirurg niet vernomen en niet met patiënte gedeeld. Dit wordt de chirurg verweten door klager. Als deze verdenking in een volgend radiologisch verslag wordt verhaald, wordt de chirurg op vrijdagmiddag (in zijn vrije tijd) telefonisch geïnformeerd. Hij besluit deze informatie pas met patiënte te delen in het reeds geplande familiegesprek op de daaropvolgende maandagmiddag. Klager verwijt de chirurg dat hij (a) niet heeft gehandeld op basis van informatie die toen wel beschikbaar was en (b) onjuiste informatie heeft verstrekt omdat hij de scan niet tijdig heeft besproken waardoor wijlen patiënte, echtgenote van klager, zeer ernstig extra heeft geleden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Klager heeft van deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b. alsnog gegrond, maar legt aan de chirurg geen maatregel op. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de chirurg juist verantwoordelijkheid heeft willen nemen door het gesprek over de tumorrecidief zelf te voeren, maar hij heeft de impact en de gevolgen hiervan op patiënte (en haar familie) verkeerd ingeschat. Het Centraal Tuchtcollege verwijt de chirurg bovendien dat hij collega-artsen heeft geïnstrueerd cruciale bevindingen niet aan patiënte te vertellen, ook niet als patiënte daar om zou vragen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2731
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:168
Klacht tegen een chirurg. Klagers zijn broer en zus. De moeder van klagers, hierna: de patiënte, is thuis ten val gekomen waardoor haar rechterheup is gebroken. De patiënte is opgenomen in het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam was. Klagers verwijten de chirurg dat zij, ondanks hun duidelijke en herhaaldelijk uitgesproken wens, heeft afgezien van een operatie bij de patiënte na haar opname in het ziekenhuis en zich heeft beperkt tot pijnbestrijding. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2758
- Datum publicatie: 23-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:169
Klacht tegen een cosmetisch arts. Klager kwam bij de arts met de wens voor een halslift, facelift en een ooglidcorrectie. Begin juni 2023 heeft de arts klager geopereerd. Klager is ontevreden over het resultaat van de behandeling en stelt dat hij onvoldoende is ingelicht over de gevolgen van de ingreep voor zijn haardracht en bakkebaarden. Daarnaast verwijt klager dat de arts hem onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.