Zoekresultaten 781-790 van de 15426 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:306 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8263
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 23-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:306
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts had de vertrouwelijke informatie die klager hem had verteld, niet mogen doorgeven aan de casemanager. De informatie was zeer gevoelig en ook niet nodig voor het werk van de casemanager. Daarnaast is het college van oordeel dat de bedrijfsarts niet adequaat heeft geacteerd met betrekking tot het geschil in de arbeidsrelatie. Zeker toen klager zich emotioneler ging uiten, kon niet worden volstaan met het advies dat klager in staat was om terug te keren naar werk. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:304 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8619
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 23-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:304
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts, in opleiding tot bedrijfsarts. Klaagster verwijt de arts onprofessioneel en nalatig handelen. Het college is van oordeel dat uit de verslagen blijkt dat de arts wist wat er speelde op het werk van klaagster en dat er gesprekken en mediation hadden plaatsgevonden. De mate van hulp en bevestiging die klaagster van de arts verwachtte, behoort niet tot zijn taken. De arts heeft opvolging gegeven aan de verzoeken van klaagster voor zover dit passend was binnen zijn bevoegdheden. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:305 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7962
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 23-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:305
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster heeft een consult gehad bij de arts vanwege een beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid. Klaagster verwijt de arts onder meer dat zij in strijd met de waarheid heeft gerapporteerd en verzuimd heeft om klaagster te informeren dat zij zich ook kon wenden tot haar supervisor. Het college overweegt dat van een (opzettelijk) onjuiste rapportage niet is gebleken. Verder bestaat er geen verplichting om cliënten actief te wijzen op de mogelijkheid om zich te wenden tot de eindverantwoordelijke bedrijfsarts als daar geen concrete aanleiding voor is. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:303 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8723
- Datum publicatie: 19-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:303
Deels gegronde klacht tegen een chirurg. Voor wat betreft de aanvullende klacht betreffende het verstrekken van informatie over de seksuele geaardheid van klaagster, geldt dat deze meer dan tien jaar voor indiening van de klacht hebben plaatsgevonden. Klaagster is in dit onderdeel van de klacht (c) niet-ontvankelijk. Klachtonderdeel b over de schending van het medisch beroepsgeheim is ongegrond. Klachtonderdeel a ziet op onzorgvuldig/onjuist handelen van verweerder, omdat hij misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheid van klaagster en haar seksueel heeft misbruikt in haar woning en in de praktijk van de fysiotherapeut. Dit klachtonderdeel is gegrond. Hoewel de verklaringen van klaagster over de seksuele handelingen het college niet onaannemelijk voorkomen, kan het college niet onomstotelijk vast stellen dat deze (alle) hebben plaatsgevonden. De rechtbank heeft in de strafzaak de fysieke seksuele handelingen bewezenverklaard, tegen dit vonnis loopt thans hoger beroep. Noch daargelaten de uitkomst van het hoger beroep, is het college van oordeel dat ook zonder dat onherroepelijk komt vast te staan dat de betreffende fysieke seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, verweerder de grenzen van een professionele beroepsuitoefening ernstig heeft overschreden. Door klaagster het nummer van zijn privé-telefoon te geven, toe te laten dat het appverkeer een privékarakter met ook seksueel getinte apps kreeg en daarin ook een actieve rol te spelen, heeft verweerder volstrekt miskend dat er in de relatie tussen arts en zijn patiënt geen ruimte is om een dergelijke (intieme) relatie aan te gaan. Volgt een deels voorwaardelijke schorsing van negen maanden met oplegging van bijzondere voorwaarden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8555
- Datum publicatie: 18-12-2025
- Datum uitspraak: 16-12-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:162
Klacht tegen een verpleegkundige gegrond. Maatregel: berisping. Klaagster is binnen de GGZ ruim een jaar onder behandeling geweest bij de verpleegkundige. De verpleegkundige voerde wekelijks therapiegesprekken met klaagster. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij haar professionaliteit heeft overschreden door een grensoverschrijdende relatie met haar aan te gaan en (behandel)informatie van (ex-)cliënten te delen met klaagster. Het college oordeelt dat de verpleegkundige onvoldoende professionele distantie heeft in haar behandelrelatie met klaagster en zij haar beroepsgeheim heeft geschonden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8558
- Datum publicatie: 18-12-2025
- Datum uitspraak: 16-12-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:163
Klacht van de IGJ tegen een verpleegkundige gegrond. Maatregel: waarschuwing. De verpleegkundige werkte als begeleider en teamleider bij een instelling. De inspectie verwijt de verpleegkundige dat zij de professionele grenzen, die zij in acht behoort te nemen, heeft overschreden door gedurende de zorgrelatie met een cliënt privécontacten te hebben en direct nadat de zorgrelatie was beëindigd met deze cliënt een vriendschappelijke relatie aan te gaan. Klacht is gegrond. Er kan worden volstaan met een waarschuwing nu de verpleegkundige haar inschrijving in het BIG-register op eigen initiatief heeft laten doorhalen en zij bovendien al disciplinair gestraft is door haar vorige werkgever.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8078
- Datum publicatie: 18-12-2025
- Datum uitspraak: 16-12-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:164
Klacht tegen een verpleegkundige gegrond. Maatregel: schorsing, bijzondere voorwaarden. De verpleegkundige werkte op een gesloten opname-afdeling van een GGZ-instelling. De klacht is ingediend door de werkgever van de verpleegkundige. De verpleegkundige is een affectieve en seksuele relatie met een zeer kwetsbare patiënte aangegaan tijdens haar dienstverband, klacht is gegrond. Het college rekent het de verpleegkundige aan dat zij niet verschenen is in deze procedure en tegenover het college geen (zelf)inzicht heeft getoond in haar handelen. Maar mede gelet op de jonge leeftijd, onervarenheid en gebrek aan werkbegeleiding legt het college een schorsing van negen maanden op, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan de schorsing zijn bijzondere voorwaarden verbonden op het gebied van nascholing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8152
- Datum publicatie: 18-12-2025
- Datum uitspraak: 16-12-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:165
Klacht tegen arts van het consultatiebureau. Klagers stellen dat de arts niet zorgvuldig heeft gehandeld door de JGZ richtlijn hartafwijkingen niet te volgen. Zij heeft het zoontje van klagers te laat doorverwezen waardoor hem de kans op een betere afloop is ontnomen. Het college neemt bij de beoordeling van de klacht het medisch dossier tot uitgangspunt. Verder wijst het college erop dat de toetsing van het handelen/nalaten van verweerster moet plaatsvinden in het licht van wat haar op dat moment bekend was en bekend kon zijn. Het gaat bij de beoordeling dus om de kennis van dat moment en niet om de kennis achteraf.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8659
- Datum publicatie: 18-12-2025
- Datum uitspraak: 12-12-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:161
Klacht tegen een orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. Klaagster werd vanwege een cyste in haar knieholte doorverwezen naar verweerder. Zij verwijt verweerder, samengevat, dat hij onvoldoende zorg heeft verleend en haar ten onrechte niet heeft doorverwezen naar een MRI-centrum. Het college komt tot het oordeel dat verweerder ten aanzien van beide klachtonderdelen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:224 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2785
- Datum publicatie: 17-12-2025
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:224
Klacht tegen een huisarts. De zoon van patiënte heeft namens patiënte een klacht ingediend tegen de huisarts van patiënte. De klacht gaat over de weigering van de huisarts om bij patiënte op huisbezoek te gaan en over onjuiste diagnoses en adviezen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft de zoon niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing. Dit college leidt uit de stukken en de zitting af dat de mentor van patiënte bekend was met de inhoud van de inhoud van de klacht en achteraf heeft willen bevestigen dat zij heeft ingestemd met de indiening ervan. Dit betekent dat - anders dan de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft aangenomen - de zoon van patiënte gerechtigd was om namens patiënte een klacht in te dienen over het handelen van de huisarts.