Zoekresultaten 2801-2810 van de 15454 resultaten
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4013
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 23-06-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:30
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arts. Klaagster heeft bij de gemeente een aanvraag voor een elektrische rolstoel en een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) ingediend. Op verzoek van de gemeente heeft de arts klaagster medisch beoordeeld en een sociaal-medisch advies ten behoeve van die aanvragen opgesteld. Het advies luidde geen medische noodzaak voor een rolstoel of GPK. Klaagster verwijt de arts dat hij 1) de adviesrapportage onzorgvuldig heeft opgesteld door daarin onder meer onjuistheden te vermelden, 2) onvoldoende rekening heeft gehouden met de fysieke impact van de beperkingen als gevolg van de aandoening van klaagster, 3) zijn advies niet heeft willen wijzigen nadat hem extra informatie was verstrekt en dat hij 4) geen duidelijk informatie aan klaagster heeft gegeven over het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht. Het college komt tot het oordeel dat het 3e klachtonderdeel gegrond is; naar aanleiding van de additionele informatie had de arts zijn advies niet zonder meer mogen handhaven. Het college verklaart de klacht voor het overige ongegrond en legt de arts de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4764
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:163
Ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster heeft zich op de Spoedeisende Hulp gemeld in verband met een pijnlijke vinger. Haar pijnklachten zijn ontstaan na een manicureafspraak. Verweerster heeft de nagel van klaagster verwijderd. Klaagster verwijt de arts onder meer dat hij geen onderzoek gedaan, geen diagnose heeft gesteld, het beginsel van informed consent geschonden, een second opinion heeft afgeraden en de operatie onkundig heeft verricht. Het college oordeelt dat de klacht dat de arts geen onderzoek heeft gedaan en geen diagnose heeft gesteld feitelijk onjuist is. Op basis van het medisch dossier was een volledige nagelextractie door de arts naar het oordeel van het college verdedigbaar. Uit dit medisch dossier bleek dat de chronische ontsteking ondanks diverse behandelingen, waaronder het door de huisarts weghalen van een stukje nagel, bleef bestaan. De klacht over informed consent kan ook niet gegrond worden bevonden. Wat er op de SEH precies is besproken kan het college niet vaststellen. Vast staat wel dat klaagster voor de operatie toestemming aan de arts heeft gegeven en tevoren diverse malen voorlichting heeft gekregen. Naar het oordeel van het college blijkt uit niets dat de voorbereiding van de operatie klungelig was of dat de operatie klungelig is uitgevoerd. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5448 en 5449
- Datum publicatie: 22-06-2023
- Datum uitspraak: 16-06-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:125
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een GZ-psycholoog en psychotherapeut. Verweerster is de behandelaar van de ex-vrouw van klager. Hij klaagt omdat verweerster hem geen gespreksverslag wilde geven uit het dossier van zijn ex-vrouw. Ook zou verweerster in een mailbericht naar klager haar beroepsgeheim hebben geschonden omdat zij mededelingen over zijn ex-vrouw deed. Allereerst overweegt de voorzitter dat er geen sprake is van een behandelrelatie tussen verweerster en klager. Nu klager geen ‘eigen’ behandeldossier heeft kan hij ook geen stukken opvragen. Wat de mailwisseling betreft, geldt het volgende. Er zijn geen aanwijzingen dat verweerster zich in de mailwisseling met klager nadrukkelijk heeft gepresenteerd als GZ-psycholoog dan wel psychotherapeut en de voorzitter ziet geen aanleiding om aan te nemen dat zij dit in de hoedanigheid van GZ-psycholoog of psychotherapeut heeft gedaan. Ook heeft ze geen specifieke mededelingen over klagers ex-vrouw gedaan. Het gaat om algemene gezichtspunten die iedereen zou kunnen hebben gegeven. Mocht zij al haar beroepsgeheim hebben geschonden, dan is het niet aan klager maar aan zijn ex vrouw om hierover te klagen. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/5305
- Datum publicatie: 22-06-2023
- Datum uitspraak: 16-06-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:124
Klacht tegen tandarts deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Klaagster volgt een behandeltraject bij een centrum voor bijzondere tandheelkunde. Toen zij pijnklachten had en haar hoofdbehandelaar niet aanwezig was, is zij gezien door verweerster. Deze heeft onderzoek verricht en concludeerde dat klaagster een gaatje had in de tweede kies linksonder, maar dat er geen sprake was van medische spoed. Gelet hierop en mede vanwege het feit dat klaagster als kwetsbare patiënt wordt gezien, heeft verweerster voorgesteld de kies een dag later te laten behandelen door de hoofdbehandelaar. De klacht heeft betrekking op het niet direct behandelen van klaagster. Voor zover klaagster verweerster verwijt dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf (het nalaten iemand hulp te bieden in een acute noodsituatie) verklaart het college de klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5255
- Datum publicatie: 22-06-2023
- Datum uitspraak: 20-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:158
Kennelijk ongegronde klacht tegen een apotheker. Klaagster gebruikt bloeddrukverlagende medicatie. Zij is ontevreden over de levering van haar medicatie door de apotheker, omdat de apotheker volgens klaagster stelselmatig probeert merkmedicijnen te vervangen door een generiek medicijn, met schade voor de gezondheid van klaagster. Het college is van oordeel dat de apotheker zorgvuldig heeft gehandeld door eerst navraag te doen over het beleid bij de zorgverzekeraar, door bij de huisarts van klaagster na te vragen of er sprake was van medische noodzaak en door aan te bieden om hierover met klaagster in gesprek te gaan. Nu de medische noodzaak niet kon worden onderbouwd, diende de apotheker het generieke middel te verstrekken of klaagster zelf te laten betalen. Van een door de apotheker gevoerd offensief, zoals klaagster het heeft verwoord, is naar het oordeel van het college geen sprake geweest. Het college komt tot het oordeel dat de klacht voor een deel verjaard is en voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5210
- Datum publicatie: 22-06-2023
- Datum uitspraak: 20-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:156
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. De patiënte is overleden aan een longembolie. Klaagster, de moeder van patiënte, verwijt de huisarts dat hij tijdens het consult niet voldoende heeft doorgevraagd bij patiënte, dat hij haar heeft afgekapt tijdens het telefonisch consult en dat hij niet juist heeft gehandeld naar aanleiding van patiëntes klachten. Het college stelt vast dat de huisarts een uitgebreid onderzoek heeft uitgevoerd. Hij is daarbij tot de werkdiagnose paniekaanvallen gekomen. Echter, zoals de huisarts ter zitting heeft verklaard heeft hij bij het opstellen van de differentiaal diagnose niet aan een longembolie gedacht. Dat had hij volgens het college wel moeten doen. De initiële verdenking op een longembolie had in de differentiaal diagnose moeten staan gezien de sinustachycardie, het pilgebruik van patiënte, haar overgewicht en haar immobiliteit: niet meer goed kunnen lopen en sporten. Het college komt tot de conclusie dat de huisarts te veel heeft aangesloten bij de eigen inschatting van patiënte. Dat heeft geleid tot een tunnelvisie. De huisarts is onvoldoende kritisch geweest: paniekaanvallen zijn niet te rijmen met een continu snelle hartslag in rust. Het klachtonderdeel is gegrond. Het andere klachtonderdeel is ongegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5048
- Datum publicatie: 22-06-2023
- Datum uitspraak: 20-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:157
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij na een mishandeling geen goed medisch onderzoek heeft verricht, aan klager een verklaring over zijn verwondingen heeft gegeven die niet volledig was en dat zij is beïnvloed door de daders van de mishandeling. Klager heeft de praktijk van de huisarts bezocht, zonder voorafgaand een afspraak te hebben gemaakt. Aangezien de huisarts bezig was met haar spreekuur, heeft zij klager kort bekeken in de wachtkamer om een inschatting te kunnen maken of het om een spoedsituatie ging. Het college is van oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld bij haar onderzoek van klager. De huisarts zag geen grote neurologische verschijnselen en klager gedroeg zich normaal, in die zin dat zijn manier van bewegen niet afwijkend was en dat hij goed uit zijn woorden kwam. Inmiddels waren ongeveer acht uur verstreken sinds de mishandeling. Hoewel de huisarts nog wat meer tijd had kunnen uittrekken voor het medisch onderzoek van klager, is het gegeven dat zij dat niet heeft gedaan op zichzelf genomen en in het licht van de genoemde omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De volgende dag heeft de huisarts klager in haar spreekkamer uitgebreid onderzocht. Ongegrond. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5254
- Datum publicatie: 21-06-2023
- Datum uitspraak: 20-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:154
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Er heeft een inbraak plaatsgevonden in de woning van de huisarts. Vanwege zijn vermoeden dat de dochter van klaagster de inbraak had gepleegd, heeft de huisarts de vriendschap met klaagster verbroken. Klaagster maakt de huisarts meerdere verwijten ten aanzien van de gang van zaken rond het beëindigen van de behandelrelatie. Hoewel begrijpelijk is dat klaagster heeft gevoeld dat de huisarts ‘haar als patiënt kwijt wil’, zoals zij het zelf schrijft aan hem, kunnen de door de huisarts gestuurde e-mails niet worden beschouwd als een opzegging, maar alleen als een advies om een andere huisarts te zoeken welk advies klaagster (na enige aarzeling) ook heeft opgevolgd. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4907
- Datum publicatie: 21-06-2023
- Datum uitspraak: 20-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:155
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is al lange tijd ontevreden met de door de huisarts verleende zorg. Zij heeft haar klacht onderverdeeld in negen klachtonderdelen, en ieder klachtonderdeel bevat weer meerdere verwijten. In de kern gaat het iedere keer om het verwijt dat de huisarts haar klachten heeft onderschat, verkeerde diagnoses heeft gesteld, niet gereageerd heeft op klachten, zijn dossier niet goed heeft bijgehouden en (op meerdere momenten) heeft geweigerd om haar door te verwijzen. Het college komt tot het oordeel dat alleen klachtonderdeel d deels gegrond is (voor zover dat klachtonderdeel ziet op het op 17 maart 2020 niet correct bijhouden van het dossier). Het college stelt vast dat in het dossier geen aantekeningen zijn gemaakt over de klachten van klaagster en de diagnose, alleen de inhalator wordt genoemd. Alsdan is het voor het college niet mogelijk om te toetsen op basis van welke informatie de huisarts zijn diagnose heeft gesteld, en zijn keuze voor genoemde inhalator. Deze omissie wordt de huisarts tuchtrechtelijk aangerekend. Het college volstaat met het gegrond verklaren van dit klachtonderdeel en (vanwege de uitzonderlijke werkdruk op dat moment als gevolg van de coronapandemie) legt geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5148
- Datum publicatie: 19-06-2023
- Datum uitspraak: 16-06-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:123
IGJ heeft onderzoek gedaan naar de zorg voor een patiënte bij de organisatie waar beklaagde werkte als psychiater. De patiënte leed aan anorexia nervosa en persoonlijkheidsproblematiek. Zij was sinds 2014 onder behandeling bij verschillende instellingen. Ook was zij diverse keren opgenomen. De psychiater was in ieder geval vanaf mei 2018 regiebehandelaar. Patiënte is eind 2018 overleden. IGJ verwijt de psychiater dat hij de behandeling van patiënte op onzorgvuldige wijze heeft uitgevoerd en onvoldoende verslag heeft gedaan van haar behandeling. Het college komt tot het oordeel dat de psychiater bij de behandeling van patiënte tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat de klacht gegrond is. De psychiater heeft – kort gezegd – onvoldoende regie gevoerd over de behandeling van patiënte en ook de verslaglegging daarvan was onvoldoende. Het college legt een geheel voorwaardelijke schorsing op van twee maanden.