Zoekresultaten 2791-2800 van de 15454 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5031
- Datum publicatie: 29-06-2023
- Datum uitspraak: 23-06-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:128
De klacht gaat over de vraag of beklaagde als huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden door te laat te komen op een afspraak en de wijze waarop zij heeft gecommuniceerd met de familie. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond omdat de feiten waar de klachtonderdelen op zijn gebaseerd niet konden worden vastgesteld.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2023:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/4034
- Datum publicatie: 29-06-2023
- Datum uitspraak: 27-06-2023
- ECLI:NL:TGZREIN:2023:31
Klacht tegen verzekeringsarts gegrond en berisping. Het rapport niet voldoet aan de eis van inzichtelijkheid en consistentie van de gronden waarop de conclusie steunt. Onbegrijpelijk is dat de verzekeringsarts haar conclusie alleen heeft doen steunen op het feit dat geen van de specialisten een zodanige afwijking heeft kunnen vaststellen dat tot het aannemen van arbeidsbeperkingen zou moeten worden geconcludeerd. Wellicht kunnen deze aandoeningen niet ieder voor zich de arbeidsbeperkingen verklaren, maar tezamen geven zij wel een inzichtelijk, plausibel en consistent beeld waarbij, op grond van het MAOC, in redelijke mate beperkingen voor arbeid kunnen worden aangenomen. Het college meent dat de verzekeringsarts, bij het interpreteren van de onderzoeksbevindingen en de verdere informatie die haar ter beschikking stond, selectief te werk is gegaan. Zij had niet alleen de factoren moeten meewegen die tegen het aannemen van arbeidsbeperkingen pleiten, maar ook de factoren die daarvóór pleiten. Zij noemt die wel in het rapport, maar zij maakt niet inzichtelijk of en hoe zij deze factoren heeft gewogen en de uitkomst van die weging in de conclusie heeft laten doorwerken. Bij het opleggen van de maatregel is van belang dat het op de juiste wijze wegen van alle voorhanden zijnde informatie tot de kern van het vak van verzekeringsgeneeskundige behoort. Bij de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling zal gewaakt moet worden voor eenzijdige en voorbarige oordeelsvorming, omdat deze voor de cliënt verregaande negatieve consequenties kan hebben.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5086
- Datum publicatie: 29-06-2023
- Datum uitspraak: 27-06-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:127
Klacht tegen tandarts deels gegrond. De klacht gaat over het plaatsen van twee implantaten in de tandeloze onderkaak ten behoeve van een klikgebit. Klaagster verwijt de tandarts onder meer dat hij haar niet heeft voorgelicht en dat hij onzorgvuldig en intimiderend heeft gehandeld. De klacht is gegrond wat betreft de voorlichting/informed consent voorafgaand aan de behandeling. Voor het overige is de klacht ongegrond. Aan de tandarts wordt geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:111 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1805
- Datum publicatie: 28-06-2023
- Datum uitspraak: 28-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:111
Klacht tegen een MDL-arts. Klaagster is vanwege buikpijnklachten eind 2018 opgenomen op de afdeling maag-, darm en leverziekten van het ziekenhuis waar de MDL-arts werkzaam is.Klaagster verwijt de MDL-arts dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld omdat zij de buikpijnklachten toeschreef aan het Irritable Bowel Syndrome (IBS) en de verhoogde leverwaarden aan het syndroom van Mauriac, de galblaasoperatie heeft tegengehouden en geen ursodeoxycholzuur heeft verstrekt, klaagster te lang met bloedarmoede heeft laten rondlopen, de zorg uit het buitenland niet adequaat heeft opgepakt, niets heeft gedaan met de zorgvraag van een andere zorgprofessional (endocrinoloog), en dat zij klaagster onnodig met onhoudbare koliekpijn heeft laten lijden. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2023:112 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1804
- Datum publicatie: 28-06-2023
- Datum uitspraak: 28-06-2023
- ECLI:NL:TGZCTG:2023:112
Klacht tegen een ambulanceverpleegkundige. Klaagster is vanwege ernstige buikklachten eind 2019 met spoed naar de spoedeisende hulp van een ziekenhuis gebracht. De ambulanceverpleegkundige was betrokken bij de zorg van klaagster ten tijde van de ambulancerit naar het ziekenhuis. Klaagster verwijt de ambulanceverpleegkundige dat hij op basis van haar gewicht teveel en te snel fentanyl heeft toegediend, het toedienen van fentanyl een medische fout is, welke als zodanig niet is gemeld bij de instanties, dat zij als gevolg van de fentanyl een harstilstand heeft gekregen waardoor zij nu hartfalen heeft en door het instellen op hartmedicatie ook nierfalen heeft gekregen, en dat hij niet direct is begonnen met reanimeren. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4721
- Datum publicatie: 27-06-2023
- Datum uitspraak: 27-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:161
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is werkzaam bij de medische dienst in een justitiële instelling en heeft klager aldaar eenmaal beoordeeld. Gelet op de klachten van klager, waaronder niet meer aanwezige uitstralingspijn, was er geen reden om klager naar een arts door te verwijzen of een ECG te laten maken. De verpleegkundige heeft duidelijke instructies gegeven bij pijn op de borst. Er blijkt niet van andere betrokkenheid. Klacht is kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5116
- Datum publicatie: 27-06-2023
- Datum uitspraak: 27-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:162
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige, destijds werkzaam bij een psychiatrische instelling, heeft klaagster thuis bezocht naar aanleiding van een recent verlopen inbewaringstelling. De stellingen van klaagster, dat sprake is van valsheid in geschrifte, het verdraaien van feiten, stalking en bedreiging, vinden geen steun in de stukken. Het college heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat in het medisch dossier iets anders staat beschreven dan wat er in werkelijkheid is gebeurd. Het college constateert dat de opname- en behandeldata zoals door de verpleegkundige genoteerd in de uitschrijfbrief aan de huisarts niet overeenkomen met het medisch dossier, maar dit is onvoldoende om te concluderen dat er sprake is van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5223
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 23-06-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:126
De klacht gaat over de vraag of beklaagde heeft gehandeld als van een redelijk bekwaam en redelijk handelend anesthesioloog/intensivist verwacht mag worden door aan een patiënt met Covid-19 (oraal) enoximon voor te schrijven in de thuissituatie terwijl het geneesmiddel hiervoor niet is geregistreerd. Beklaagde heeft daarbij de zorgvuldigheidseisen niet in acht genomen door niet (vooraf) te overleggen met de huisarts van de patiënt en de patiënt onvoldoende te monitoren tijdens het gebruik van het middel. Het college verklaart de klacht gegrond en legt aan beklaagde de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4906
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:160
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager heeft bij een val zijn heup gebroken. Klager werd diezelfde dag geopereerd door een chirurg en de arts (in opleiding tot specialist), waarbij hij gedeeltelijk een nieuwe rechterheup kreeg (een zogenoemde kop-halsprothese). In verband met aanhoudende pijnklachten is klager later in een ander ziekenhuis geweest. Klager verwijt de arts dat de operatie niet goed is gegaan. Het college ziet hiervoor geen aanwijzingen in het dossier. Wel komt uit het dossier naar voren dat de plek waar klager de meeste pijn ervaart, de plek is waar de operatie is gestart en dat daar verkalking in de pees is opgetreden. Het kan tot ongeveer anderhalf jaar duren voordat de pijn en spierzwakte zijn verdwenen. Deze klachten moeten worden gezien als een gebruikelijk, bijkomend gevolg van de operatie en niet als een aanwijzing dat de operatie niet goed is verlopen. Een tweede klachtonderdeel over het opvragen van het medisch dossier is ook kennelijk ongegrond omdat de arts bij dit proces niet betrokken is geweest. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2023:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/4696
- Datum publicatie: 26-06-2023
- Datum uitspraak: 26-06-2023
- ECLI:NL:TGZRAMS:2023:159
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een chirurg. Klaagster is in verschillende juridische procedures verwikkeld met haar voormalig werkgeefster ‘X’. X was een kennis of vriendin van de chirurg en is bij haar onder behandeling geweest. Ten behoeve van één van die procedures heeft de chirurg op verzoek van X een schriftelijke verklaring hierover geschreven. Klaagster verwijt de chirurg dat zij deze verklaring heeft geschreven en zij stelt dat deze verklaring onjuist en dus vals is. Het college oordeelt dat de chirurg de verklaring niet had mogen afgeven. De KNMG-richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’ is hierover duidelijk, alleen een onafhankelijke arts mag een dergelijke verklaring afgeven. In hoeverre de verklaring onjuist is kan niet worden vastgesteld, maar de wijze van tot stand komen is zeer onzorgvuldig. De chirurg heeft de verklaring geschreven over een behandeling van vijf jaar geleden, uit haar geheugen, zonder te beschikken over een (compleet) medisch dossier en deels op basis van informatie die zij van de patiënt ten behoeve van die verklaring heeft ontvangen. Uit de verklaring zelf blijkt niet dat die op deze wijze tot stand is gekomen. Klaagster verwijt de chirurg verder dat door haar toedoen het tuchtklachtdossier terecht is gekomen bij X en haar advocaat en door hen is gebruikt in een juridische procedure tegen klaagster. Het college oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat de chirurg op dit punt een persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. Klacht gedeeltelijk gegrond. Berisping.