Zoekresultaten 1051-1060 van de 15426 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8175

    Klacht tegen oncologisch chirurg kennelijk ongegrond. Klager is door de huisarts naar de internist verwezen vanwege een zwelling op zijn borstbeen. Nadat deze onderzoek had verricht en haar bevindingen met klager had besproken, heeft de internist klager op zijn verzoek verwezen naar een expertisecentrum van een ander ziekenhuis. Hier heeft de oncologisch chirurg klager gezien en onderzoek verricht. Klager maakt de oncologisch chirurg uiteenlopende verwijten over onder meer het door haar verrichte onderzoek en haar bevindingen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:222 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7810

    Deels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager zat geïsoleerd thuis vanwege onverklaarbare lichamelijke klachten. De fysiotherapeut stelde de diagnose Hoog Cervicale Functie Stoornis en heeft klager meerdere jaren behandeld, vooral door behandelingen aan de nek. Klager verwijt de fysiotherapeut dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd en een onjuist dossier heeft opgesteld. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut onvoldoende oog heeft gehad voor de ernstige gele vlaggen (psychosociale factoren die herstel kunnen belemmeren) bij klager. De gestelde diagnose is wetenschappelijk omstreden en past daarmee niet binnen het domein van de reguliere fysiotherapie. Daar komt bij dat de fysiotherapeut de nek veel langer heeft behandeld dan voorgeschreven in de toepasselijke richtlijn: de KNGF-richtlijn Nekpijn. De klacht over de dossiervoering is ongegrond. Gedeeltelijk gegrond. Beslissing met publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2513

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De zoon van klagers is begin 2021 door suïcide overleden. Hij was bekend met depressieve klachten. Klagers stellen dat de huisarts hun zoon in de periode voorafgaand aan de suïcide adequate hulp en medische behandeling heeft onthouden en hem ten onrechte niet naar de specialistische GGZ heeft verwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7477

    Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in klacht tegen verpleegkundige. Patiënte klaagt over onjuiste diagnostiek, onjuiste behandeling en eenzijdige beëindiging van de behandelingsovereenkomst. Geen behandelrelatie. Verweerder heeft niet gehandeld in zijn hoedanigheid van verpleegkundige. Geen weerslag op de individuele gezondheidszorg. Het handelen kan niet worden getoetst aan de eerste en tweede tuchtnorm.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7476

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Patiënte klaagt onder meer over onjuiste diagnostiek, onjuiste behandeling en eenzijdige beëindiging van de behandelingsovereenkomst. Intensief behandeltraject met meerdere opnames, poliklinische contacten en ECT-behandeling. Een continu proces waarin diagnostiek plaatsvond. Zorgvuldig psychiatrisch onderzoek. Multidisciplinaire richtlijn Depressie. ECT-behandeling niet te snel gestart. Voldoende ingespannen voor passende nazorg. Beëindiging behandelingsovereenkomst. Geen medische indicatie meer voor voortzetten van de behandeling. Behandel- en begeleidingsmogelijkheden waren uitgeput. Gewichtige reden volgens KNMG-Richtlijn ‘Niet aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7239

    Verweerster, huisarts werkzaam in PI, wordt verweten dat zij in strijd heeft gehandeld met de voor haar geldende professionele standaard door geen/niet tijdig een diagnose te stellen, te lang af te wachten en klager niet serieus te nemen nadat hij met zijn hoofd op de wasbak is gevallen en aanhoudende klachten had. Ook wordt de huisarts verweten dat zij klager niet voldoende heeft geïnformeerd en er geen sprake is geweest van informed consent. Het college overweegt dat het door de huisarts ingezette beleid passend en toereikend was. Geen sprake van onvoldoende zorg, informatievoorziening of onjuiste behandeling. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:220 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7789

    Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een huisarts. Er is een periodevan meer dan tien jaren verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. Het college bespreekt daarom de klacht niet verder inhoudelijk en beslist dat klager niet-ontvankelijk is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:218 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8100

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft in de praktijk van de huisarts, door de doktersassistente, een griepprik laten zetten. Klager stelt dat de lichamelijke klachten die hij twee maanden na het plaatsen van de griepprik heeft gekregen door het verkeerd zetten van de griepprik zijn ontstaan. Het college concludeert dat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:219 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7790

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager verbleef van 2013 tot 2017 in een specialistisch verpleeghuis. Klager is eenmaal bij de arts, destijds huisarts, op consult geweest. Klager verwijt de arts dat hij adviseerde paracetamol te nemen voor de hoofdpijn. Hij had klager verder moeten onderzoeken. Het college stelt vast dat de arts klager voldoende en zorgvuldig heeft onderzocht. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:221 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8189

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft door de huisarts een plekje laten verwijderen, later bleek dat dit een dermatofibroom (goedaardige huidtumor) was. Klager verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd en klager niet heeft doorverwezen naar een specialist. Het college oordeelt dat de huisarts op goede gronden heeft voorgesteld het plekje te verwijderen en het plekje ook op de juiste wijze heeft verwijderd. Littekenvorming is inherent aan een dergelijke ingreep en afhankelijk van de genezing van de persoon zelf. Een huisarts hoeft bij een verdenking op een goedaardige tumor in beginsel niet door te verwijzen naar een specialist. Een huisarts is in het algemeen bevoegd en bekwaam een dergelijke tumor zelf te verwijderen en het weefsel op te sturen voor verder onderzoek. De klacht is kennelijk ongegrond.