Zoekresultaten 9871-9880 van de 48269 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:268 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-782/AL/GLD

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1024

    Klager heeft een minderjarige dochter die kampt met (eet)problematiek. De huisarts in opleiding heeft de dochter twee keer op consult gezien. Na het tweede consult heeft de huisarts in opleiding haar met spoed doorverwezen naar de kinderarts. Tussen deze consulten door heeft zij klager op consult gezien. Tijdens dat consult is de (eet)problematiek van de dochter besproken. De kinderarts heeft de diagnose anorexia nervosa gesteld, waarna de dochter meteen is opgenomen voor behandeling. Klager vindt dat de huisarts in opleiding niets heeft gedaan met de zorgen en informatie die klager met haar heeft gedeeld in het consult, geen invulling heeft gegeven aan haar medische zorgplicht door middel van het zorgen voor de vereiste verwijzingen en de vereiste ingrepen en klager geen informatie heeft gegeven over haar handelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:269 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-559/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over privégedraging van verweerder kennelijk ongegrond. Het stond verweerder vrij om aangifte tegen klager te doen van stalking.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1175

    Klacht tegen huisarts. Klacht tegen huisarts. Klaagster is de zus van de overleden patiënte. Bij patiënte was sprake van een pancreascarcinoom waarvoor een palliatief beleid werd gevoerd. Een collega-huisarts van de arts werkzaam bij dezelfde praktijk was de vaste huisarts van patiënte vanaf september 2020 en tot en met een dag voor het overlijden van patiënte in november 2020. Zij was niet werkzaam op de woensdagen. De klacht houdt in dat de arts 1) op woensdag heeft geweigerd patiënte te verwijzen naar het ziekenhuis om daar een PICC-lijn te laten plaatsen, 2) zonder kennisgeving niet is verschenen op een gepland huisbezoek, en 3) niet adequaat heeft gereageerd op de spoedmelding in de ochtend van het overlijden van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022-4058

    De klacht tegen een verpleegkundige gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. De IGJ verwijt de verpleegkundige dat hij een affectieve en seksuele relatie is aangegaan met een cliënte en dat erkent de verpleegkundige. Het college verklaart de klacht gegrond en legt de verpleegkundige een voorwaardelijke schorsing op van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar. Aan deze schorsing zijn bijzondere voorwaarden verbonden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1025

    Klacht tegen waarnemend huisarts. Klager is gescheiden en heeft een minderjarige dochter die kampt met (eet)problematiek. Na een ziekenhuisopname is de dochter in stabiele toestand ontslagen en aangemeld bij een kliniek gespecialiseerd in de behandeling van eetstoornissen. De huisarts was werkzaam als waarnemend huisarts en heeft klager op consult gezien nadat de dochter naar de eetkliniek was doorverwezen. Klager heeft tegen de huisarts een klacht ingediend omdat de huisarts volgens klager onzorgvuldig is omgegaan met een brief voor de kinderarts die klager aan het dossier van zijn dochter wilde toevoegen, geen goede invulling heeft gegeven aan de rol als zorgverlener en heeft geweigerd een second opinion aanvraag te verstrekken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:152 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-237/DB/OB

    Raadsbeslissing. Tussenbeslissing. De raad ziet aanleiding om verweerder toe te laten tot het leveren van bewijs en houdt de verdere behandeling van de zaak en iedere verdere beslissing aan.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1176

    Klacht tegen huisarts. Klaagster is de zus van de overleden patiënte. Bij patiënte was sprake van een pancreascarcinoom waarvoor een palliatief beleid werd gevoerd. De arts was vanaf september 2020 tot en met een dag voor het overlijden van patiënte in november 2020 de vaste huisarts van patiënte. De klacht houdt in dat de arts 1) patiënte niet heeft doorverwezen naar het ziekenhuis voor het aanleggen van een PICC-lijn, 2) geen oplossing heeft gezocht voor het ontstane acute probleem (het niet meer toegediend krijgen van vocht door het infuus) en het verlies aan comfort daardoor, en 3) de wensen van patiënte niet heeft betrokken bij het bepalen van het palliatieve beleid. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3740

    Klacht tegen psychiater, inhoudende dat het door de psychiater uitgebrachte rapport niet voldoet aan de daarvoor geldende richtlijnen en dat het beginsel van hoor- en wederhoor niet is toegepast. Ook zou het – blijkens het rapport - de psychiater ontbreken aan kennis van de psychoanalyse. In lijn met uitspraak ECLI:NL:TGZCTG:2013:52 van het Centraal Tuchtcollege (CTG) oordeelt het college ten aanzien van de ontvankelijkheid, dat klager aangemerkt kan worden als rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 65 lid 1 Wet BIG, omdat diens handelen als psychiater in het rapport wordt gekwalificeerd als normoverschrijdend en niet in overeenstemming met de professionele standaard. De klacht is ontvankelijk. Verder was beklaagde naar het oordeel van het college niet verplicht het beginsel van hoor- en wederhoor toe te passen en is het college niet gebleken dat het beklaagde ontbrak aan kennis van de essentie van de psychoanalyse. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1036

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager is gescheiden en heeft een minderjarige dochter die is gediagnosticeerd met anorexia nervosa. Na een opname hiervoor in het ziekenhuis is de dochter in stabiele toestand ontslagen en aangemeld bij een kliniek gespecialiseerd in de behandeling van eetstoornissen. Het aangeboden behandelplan is door die met klager en de moeder besproken. Klager was het met het behandelplan niet eens en heeft de directie verzocht om met spoed in te grijpen en passende maatregelen te nemen. De gz-psycholoog is werkzaam als directeur van de kliniek en heeft klager nadien gesproken. Klager heeft tegen de gz-psycholoog een klacht ingediend, omdat hij geen juiste en passende behandeling aan de dochter heeft aangeboden en onvoldoende informatie en voorlichting heeft gegeven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht kennelijk ongegrond is.Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.