Zoekresultaten 9781-9790 van de 48312 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1461

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klaagster heeft de verzekeringsarts verzocht om in het kader van een beroepsprocedure tegen een beslissing van het UWV over haar WIA-uitkering een onafhankelijke expertise op te stellen. De verzekeringsarts heeft aan dit verzoek voldaan en heeft eerst onderzoek uitgevoerd. Hij heeft daartoe een deel van het medisch dossier van klaagster bestudeerd en heeft, gelet op de toen geldende coronabeperkingen, klaagster via videobellen gesproken. Op basis hiervan heeft hij zijn rapportage uitgebracht. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij 1) op onzorgvuldige wijze een rapportage heeft opgesteld en 2) haar onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 1 alsnog gegrond en legt aan de arts de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:295 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-699/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht van een voormalig advocaat tegen de deken kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.056

    Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Klager heeft eerder tegen verweerster een tuchtklacht ingediend. Het Regionaal tuchtcollege heeft deze tuchtklacht toen afgewezen. Klager heeft tegen die beslissing geen beroep ingesteld. Na verloop van de beroepstermijn is deze beslissing onherroepelijk geworden. Klager heeft vervolgens opnieuw een tuchtklacht ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager op grond van ne bis in idem niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege beslist ook dat klager niet-ontvankelijk is, maar wel op deels andere gronden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.057

    Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klager deels niet-ontvankelijk is op grond van verjaring en acht de klacht verder onvoldoende feitelijk onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.058

    Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klager deels niet-ontvankelijk is op grond van verjaring en acht de klacht verder onvoldoende feitelijk onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:157 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/715051 / DW RK 22/103 LV/WdJ

    Beslissing op verzet. Niet gebleken is dat klager alle gevraagde gegevens heeft verstrekt voor het vaststellen van de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:158 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/716087 / DW RK 22/138 LV/WdJ

    Beslissing op verzet. Klager stelt dat hij geen openstaande schuld heeft. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:159 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/715881 / DW RK 22/131 LV/WdJ

    Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder het perceel van klaagster op kwam, zonder geldige reden en zonder zich te legitimeren. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2022:20 Kamer voor het notariaat Den Haag 22-16

    Klaagster verwijt de notaris – kort gezegd – dat hij niet aan haar heeft gemeld dat er conservatoir beslag rustte op het haar toekomende deel van de verkoopopbrengst van de woning.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:160 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/704226 / DW RK 21/288 LV/WdJ

    Klagers beklagen zich erover dat de gerechtsdeurwaarder executoriale derdenbeslagen heeft gelegd zonder voorafgaand aan die beslagleggingen het vereiste bevel tot betaling aan klagers te hebben gedaan. Klagers beklagen zich er tevens over dat er voor een evident te hoog bedrag beslagen zijn gelegd, ten onrechte namens drie personen en ten onrechte ten laste van klagers sub 2, 3, en 4. Verder beklagen klagers zich erover dat de gerechtsdeurwaarder ten onrechte geen deurwaardersrenvooi heeft opgestart en ten onrechte deels opheffing van het gelegde conservatoir beslag heeft toegezegd. De kamer verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, legt de gerechtsdeurwaarder voor het gegronde deel van de klacht de maatregel van berisping op en veroordeling in de proceskosten.