Zoekresultaten 9771-9780 van de 48312 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:206 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-323/DH/DH
- Datum publicatie: 28-11-2022
- Datum uitspraak: 28-11-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:206
Deels gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening in een letselschadezaak. De raad kan niet vaststellen dat verweerder klager over belangrijke kwesties heeft geadviseerd en geïnformeerd, nu schriftelijke vastlegging daarvan ontbreekt. Dit terwijl verweerder een riskante keuze heeft gemaakt door voor een bodemprocedure te kiezen. De kwaliteit van deze door verweerder gevoerde procedure was vervolgens ondermaats. Verweerder is daarmee tekortgeschoten in zijn bijstand aan klager. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2022:160 Hof van Discipline 's Gravenhage 220226
- Datum publicatie: 28-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TAHVD:2022:160
Artikel 13 beklag. Misbruik van (klacht)recht. De termijn om hoger beroep in te stellen is verstreken op 16 juni 2022. Dit betekent dat klagers doel niet meer kan worden bereikt, zodat klager geen belang meer heeft bij zijn beklag. Verder is het hof met de deken van oordeel dat de procedure die klager had willen voeren als kansloos moet worden ingeschat.
-
ECLI:NL:TAHVD:2022:161 Hof van Discipline 's Gravenhage 220231
- Datum publicatie: 28-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TAHVD:2022:161
Artikel 13 beklag. Beklag niet-ontvankelijk, aangezien de Advocatenwet niet voorziet in de mogelijkheid om op te komen tegen een toewijzende beslissing van de deken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2022:162 Hof van Discipline 's Gravenhage 220234
- Datum publicatie: 28-11-2022
- Datum uitspraak: 21-11-2022
- ECLI:NL:TAHVD:2022:162
Artikel 13 beklag. Het hof is van oordeel dat het beklag van klaagster in dit stadium ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3571
- Datum publicatie: 28-11-2022
- Datum uitspraak: 25-11-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:154
Ongegronde klacht tegen arts-assistent. Klaagster verwijt de arts-assistent dat zij naar aanleiding van een telefonisch consult op twee onderdelen onjuiste aantekeningen in haar dossier heeft gemaakt.. Het college oordeelt dat de eerste aantekening in de context van andere aantekeningen in het dossier niet onjuist is. De tweede aantekening was een evidente vergissing zonder behandelconsequenties waarvoor de arts-assistent haar excuses heeft aangeboden. Het college acht dit onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt
-
ECLI:NL:TAHVD:2022:163 Hof van Discipline 's Gravenhage 220006
- Datum publicatie: 28-11-2022
- Datum uitspraak: 14-11-2022
- ECLI:NL:TAHVD:2022:163
Klacht over advocaat wederpartij. Verweerster wordt verweten dat zij als advocaat van de wederpartij de vrijheid van haar handelen heeft overschreden en bewust gebruik heeft gemaakt van onjuiste gegevens dan wel informatie. Het is het hof duidelijk geworden dat klaagster ernstig teleurgesteld is in de wijze waarop de gemeente met haar belangen is omgesprongen. In deze zaak staat echter de vraag centraal of verweerster in dit verband een persoonlijk tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. Het hof is van oordeel dat dit niet het geval is. Met de raad is het hof van oordeel dat het de taak van verweerster was om de belangen van haar cliënte te behartigen en om in en buiten rechte het standpunt van haar cliënte te verwoorden. Het is het hof niet gebleken dat verweerster bewust gebruik gemaakt van onjuiste gegevens dan wel informatie. De beslissing van de raad wordt bekrachtigd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3298
- Datum publicatie: 28-11-2022
- Datum uitspraak: 25-11-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:155
Klacht tegen neuroloog deels gegrond zonder oplegging van maatregel. De klacht heeft onder meer betrekking op het onderzoek door beklaagde en de door hem gestelde diagnose functionele dystonie. Een van de klachtonderdelen betreft het verwijt dat beklaagde, ondanks een verzoek daartoe van klager, geweigerd heeft de diagnostiek inzake functioneel uit zijn dossier te verwijderen. De klacht is in zoverre gegrond. Het betreft hier een expliciet verzoek om vernietiging waarop artikel 7:455 BW van toepassing is. Uit de stukken kan niet worden afgeleid dat beklaagde op dit verzoek heeft gereageerd. Ook blijkt niet dat klager zijn verzoek niet langer handhaafde. Beklaagde had daarom aan dit verzoek gehoor moeten geven. Door dit niet te doen heeft beklaagde tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Voor het overige is de klacht ongegrond. De gegrondverklaring is mede gebaseerd op geldende rechtspraak van het CTG over selectieve vernietiging van een dossier op verzoek van een patiënt (ECLI:NL:TGZCTG:2021:61). Omdat deze rechtspraak op het moment van handelen van beklaagde nog geen volledige duidelijkheid bood, legt het college geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4177
- Datum publicatie: 25-11-2022
- Datum uitspraak: 25-11-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:169
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij haar onheus heeft bejegend waardoor zij zich tijdens het consult ongemakkelijk en niet veilig heeft gevoeld. Dat het verloop van het consult minder gebruikelijk is geweest blijkt uit het medisch dossier. Dit zegt echter niets over hetgeen zich heeft afgespeeld tijdens het consult. Het college kan niet vaststellen hoe het consult is verlopen. De klacht over het medische beleid is eveneens ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.Kennelijk ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij haar onheus heeft bejegend waardoor zij zich tijdens het consult ongemakkelijk en niet veilig heeft gevoeld. Dat het verloop van het consult minder gebruikelijk is geweest blijkt uit het medisch dossier. Dit zegt echter niets over hetgeen zich heeft afgespeeld tijdens het consult. Het college kan niet vaststellen hoe het consult is verlopen. De klacht over het medische beleid is eveneens ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.059
- Datum publicatie: 24-11-2022
- Datum uitspraak: 23-11-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:191
Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klager deels niet-ontvankelijk is op grond van verjaring en acht de klacht verder onvoldoende feitelijk onderbouwd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2022:158 Hof van Discipline 's Gravenhage 210161D
- Datum publicatie: 24-11-2022
- Datum uitspraak: 14-11-2022
- ECLI:NL:TAHVD:2022:158
Dekenbezwaar, bestaande uit 9 onderdelen. De dekenbezwaren zijn onderverdeeld in drie hoofdonderdelen: 1) wachtwoord(wijziging) en toevoegingskwesties, 2) de wijze van optreden van verweerder ten aanzien van piketdiensten van mr. R en 3) de wijze van optreden van verweerder ten opzichte van derden. De dekenbezwaren worden grotendeels gegrond verklaard. Verweerder heeft toevoegingen op naam van mr. R laten declareren zonder de uitdrukkelijke toestemming van mr. R. Daarna heeft verweerder geweigerd om op verzoek van de Raad voor Rechtsbijstand de op zijn kantoorrekening ontvangen toevoegingsgelden terug te betalen. Verder heeft verweerder piketdiensten van mr. R overgezet en vervolgens geweigerd om, ondanks toezeggingen aan de deken, die piketoverzettingen weer ongedaan te maken. Tot slot is het hof met de raad van oordeel dat verweerder medewerkers van het ordebureau en raad van de orde op intimiderende en buitensporige wijze onder druk heeft gezet, waardoor de grenzen van het betamelijke verre zijn overschreden. Aan verweerder wordt de maatregel van voorwaardelijke schorsing van zes weken opgelegd. Het handelen van verweerder is in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit. Zijn escalerende houding jegens de raad van de orde en derden is bovendien niet professioneel. Hierdoor is het vertrouwen in de advocatuur in brede zin geschaad. Ook heeft verweerder met zijn handelen de deken buitensporig gehinderd in de uitvoering van zijn toezichthoudende taken