Zoekresultaten 9651-9660 van de 48350 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:221 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-361/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:169 Hof van Discipline 's Gravenhage 220195W 220196W 220197W 220198W

    Wrakingsverzoek ziet op de procesbeslissing van verweerders de zaak op stukken af te doen. Een onwelgevallige procesbeslissing is geen grond voor wraking. Andere omstandigheden die zien op de persoon van verweerders zijn gesteld noch gebleken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:221 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1221

    Klacht tegen (destijds) arts-assistent niet in opleiding kindergeneeskunde. Klagers meldden zich in 2014 bij de spoedpoli kindergeneeskunde, omdat hun pasgeboren zoon 11% van zijn geboortegewicht was afgevallen en matig plaste. De arts heeft het zoontje op de poli gezien en behandeld, onder supervisie van de dienstdoende kinderarts. In de periode daarna is de art nog meermalen bij de zorg voor het zoontje betrokken geweest. Ongeveer twee maanden na het eerste polibezoek is de diagnose vesico-ureterale reflux (VUR) graag 4-5 beiderzijds gesteld. Klagers verwijten de arts dat zij 1. de diagnose VUR heeft gemist, ondanks positieve familieanamnese en signalen voor een UWI en 2. haar toezegging om contact op te nemen met de kinderuroloog van de broer van patiënt niet is nagekomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:228 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1434

    Klacht van een bedrijfsarts tegen een arts die destijds onder supervisie van een verzekeringsarts bij het UWV werkte, over een door de arts opgestelde en door de supervisor (zaak C2022/1435) getoetste en akkoord bevonden Verzekeringsgeneeskundige rapportage. Die rapportage ging over een werknemer die door klager als bedrijfsarts was begeleid. In die rapportage, die is opgesteld in het kader van een door de werknemer bij het UWV aangevraagd Deskundigenoordeel, heeft de arts geconcludeerd dat de eerder door de bedrijfsarts (klager) vastgestelde beperkingen, inclusief de urenbeperking tot 20 uur, op basis van de beschikbare informatie niet kon worden getoetst. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in de klacht niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is en daarom niet gerechtigd is om een klacht in te dienen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:222 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-414/DH/DH

    Verweerder heeft voor een CV een procedure aangespannen, maar heeft klager (een stille vennoot) daarover niet geïnformeerd, terwijl klager een groot (financieel) belang had en bovendien bij uitstek het verzoekschrift had kunnen onderbouwen en nadere informatie had kunnen verstrekken, op een ook voor de CV cruciaal punt. Verweerder heeft daarmee niet integer en onzorgvuldig gehandeld. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:222 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1258

    Klacht tegen kinderarts. Klaagster klaagt over de behandeling van haar overleden zoontje. Klaagster verwijt de kinderarts dat hij heeft nagelaten om cardiaal onderzoek uit te voeren. Gelet op de familiegeschiedenis waarin het syndroom van Beals voorkomt, had cardiaal onderzoek volgens klaagster wel moeten gebeuren. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:170 Hof van Discipline 's Gravenhage 220241

    Appelverbod. De door klager aangevoerde gronden zien in essentie op de inhoudelijke beoordeling van de zaak en raken niet aan fundamentele rechtsbeginselen. Als de raad het eens is met de beslissing van de voorzitter, volstaat een verkorte motivering met verwijzing naar de motivering in de beslissing waarvan verzet. Dat levert geen schending van enig artikel van de Grondwet, het EVRM, enig ander door klager aangehaald wetsartikel of van een fundamenteel rechtsbeginsel op. Beroep klager niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:229 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1435

    Klager is werkzaam als bedrijfsarts. Hij heeft een klacht ingediend tegen de arts, die destijds als verzekeringsarts bij het UWV werkte, over een door een andere arts (C2022/1434) opgestelde en door de arts als supervisor getoetste en akkoord bevonden Verzekeringsgeneeskundige rapportage. Die rapportage ging over een werknemer die door klager als bedrijfsarts was begeleid. In die rapportage, die is opgesteld in het kader van een door de werknemer bij het UWV aangevraagd Deskundigenoordeel, is geconcludeerd dat de eerder door de bedrijfsarts (klager) vastgestelde beperkingen, inclusief de urenbeperking tot 20 uur, op basis van de beschikbare informatie niet kon worden getoetst. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in de klacht niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is en daarom niet gerechtigd is om een klacht in te dienen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:187 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3900

    Ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klaagster werd, in verband met een verdraaide pink, door haar huisarts verwezen naar de kliniek waar de orthopedisch chirurg werkzaam is. Er werd gestart met handtherapie. Toen bleek dat deze therapie geen resultaat had, heeft de orthopedisch chirurg een operatie geadviseerd en verricht. Maanden later was klaagster niet tevreden over haar herstel. Zij verwijt de orthopedisch chirurg dat hij 1) haar onvoldoende heeft voorgelicht over de risico’s van de operatie, 2) heeft gekozen voor een operatie die te risicovol was, 3) de operatie niet goed heeft uitgevoerd. De orthopedisch chirurg erkent dat het resultaat van de operatie bij klaagster niet goed is en betreurt dit zeer, maar hij beschouwt dit als een complicatie die niet terug te voeren is op onzorgvuldig handelen. Het college overweegt dat klaagster voldoende is voorgelicht over de operatie opties en over de uitgevoerde operatie, zowel mondeling als schriftelijk, waarbij een informatieformulier wel ziet op een ingreep aan de duim. Het college gaat ervan uit dat de orthopedisch chirurg ervoor zal (doen) zorgen dat een dergelijk formulier betreffende de pink voor toekomstige patiënten beschikbaar komt. Het is het college niet gebleken dat de gekozen operatie te risicovol zou zijn. Het medisch dossier biedt geen aanknopingspunten voor het verwijt dat de operatie niet goed zou zijn uitgevoerd. De complicatie van klaagster - hoe onbevredigend en verdrietig ook - moet worden gezien als een zeldzame complicatie bij een verder juist uitgevoerde ingreep. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:168 Hof van Discipline 's Gravenhage 210288

    Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening in een echtscheidingszaak. Het hof verklaart anders dan de raad gegrond dat verweerder de mogelijkheid en kans van slagen van hoger beroep onvoldoende heeft besproken met klager. Dat verweerder hierover een brief in het Nederlands heeft verzonden aan klager is onvoldoende, nu hij wist dat klager ten tijde van de beroepstermijn niet per post bereikbaar zou zijn in Nederland. Verweerder heeft geen andere stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij aan zijn informatieplicht heeft voldaan, zoals whatsapp-berichten. Ook rekent het hof verweerder aan dat hij niet bij klager heeft geverifieerd of hij geen beroep wilde instellen maar de termijn zonder reactie op de brief heeft laten verstrijken. De overige onderdelen in hoger beroep falen bij gebrek aan feitelijke onderbouwing van klagers stellingen. Klacht deels gegrond, beroep slaagt. Berisping.