Zoekresultaten 9641-9650 van de 48350 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:172 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/705753 / DW RK 21/359 LvB/RH

    De gerechtsdeurwaarder heeft op verzoek van de bewindvoerder op 30 april 2021 een overzicht gestuurd van de openstaande vorderingen. Daarna heeft de gerechtsdeurwaarder op 27 mei 2021 beslag gelegd op het door de bewindvoerder doorgegeven bank-rekeningnummer. Door het leggen van het beslag zonder enige aankondiging, terwijl de bewindvoerder heeft verzocht om een inventarisatie periode, heeft de gerechtsdeurwaarder het bepaalde in artikel 7 lid 1 van het Reglement Normen voor Kwaliteit waarin onder meer is bepaald dat de gerechtsdeurwaarder de justitiabele actief informeert over de consequenties van niet‐ handelen, overtreden. Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder de bepaling in artikel 8 van bovengenoemd reglement, waarin is bepaald dat de gerechtsdeurwaarder executiemaatregelen effectief inzet en de proportionaliteit bewaakt van toegepaste maatregelen en kosten, overtreden.In dit licht is de opmerking in het verweerschrift van de gerechtsdeurwaarder dat achteraf gezien het niet voor de hand had gelegen akkoord te gaan met een betalingsregeling omdat is gebleken dat de vordering gewoon betaald had kunnen worden met het aanwezige saldo, niet kies. Hieruit blijkt immers dat de gerechtsdeurwaarder zijn handelwijze kennelijk gerechtvaardigd vindt wanneer de ambtshandeling doel treft. De kamer legt de maatregel van berisping en een boete op.*****UITSPRAAK IN HOGER BEROEP: 9 januari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1, [- bevestigt de bestreden beslissing.]*****

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3413

    De klacht gaat over de verzuimbegeleiding door een bedrijfsarts. Het verwijt is dat de terugkoppelingen aan de werkgever niet overeenkomen met de gesprekken tussen klaagster en de bedrijfsarts. Ook zijn er klachten over dossiervoering en de overdracht van het dossier aan de opvolgend bedrijfsarts. Het college verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:226 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-680/DH/RO

    Klagers hebben het griffierecht te laat aan de deken betaald. De deken heeft de klacht niettemin naar de raad gestuurd. Uit het dossier blijkt niet of de deken dit bewust of abusievelijk heeft gedaan. De raad concludeert dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever niet-ontvankelijkheid als sanctie bij te late betaling van het griffierecht voor ogen heeft gehad en verklaart de klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:173 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/717654 / DW RK 22/188 LvB/RH

    Beslssing op verzet. In de beslissing van 3 mei 2022 is een overweging in de beslissing van de kamer van 29 maart 2021, die gedeeltelijk gegrond was verklaard, uitgelegd. Hetgeen klager in verzet heeft aangevoerd levert geen nieuw gezichtspunt op dat ertoe moet leiden een andere afweging te maken dan de voorzitter heeft gedaan in de beslissing van 3 mei 2022. Klager dient zich tot de civiele rechter te wenden in het onderliggende geschil. Een gerechtsdeurwaarder mag zijn declaratie verrekenen met opbrengsten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4284

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klager is betrokken geweest bij een auto-ongeval, waarbij zijn auto in botsing kwam met een andere auto. Omdat klager diverse klachten had, heeft beklaagde, op verzoek van de verzekeringsmaatschappij van de bestuurder van de andere auto, driemaal een medisch advies uitgebracht. Klager stelt zich op het standpunt dat beklaagde bij de beoordeling van het door klager opgelopen letsel niet als een arts handelt, maar als een tegenpartij. Uit de medische adviezen die zij heeft geschreven blijkt volgens klager dat zij niet onafhankelijk is en niet professioneel handelt. Haar adviezen stoelen volgens klager niet op conclusies van behandelaren, maar op haar eigen ongefundeerde aannames. Het college volgt dit niet. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:220 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-1022/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:220 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1205

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Klaagsters zijn de echtgenote en dochter van de overleden patiënt. Zij zijn erg ontevreden over het verloop van de behandeling van patiënt in het verpleeghuis voorafgaand aan zijn overlijden en vinden het moeilijk te verwerken dat zij geen kans hebben gehad om afscheid te nemen. Zij verwijten verweerster – kort gezegd – gebrek aan communicatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt die beslissing, verklaart de klacht alsnog gegrond, legt aan verweerster de maatregel van waarschuwing op en gelast geanonimiseerde publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:227 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-826/DH/DH/D

    Dekenbezwaar volgend op toegewezen 60ab-verzoek (22-825/DH/DH/D). De deken heeft verzocht om schrapping. De raad wijst dat niet toe. Een schrapping onder de gegeven omstandigheden zou erop neerkomen dat de tuchtrechter elk vertrouwen in het functioneren van verweerster heeft verloren. Weliswaar deelt de raad de zorgen van de deken over verweerster en haar praktijkvoering, maar het is niet zo dat elk vertrouwen in haar functioneren als advocaat ontbreekt. Verweerster zal van de raad nog een laatste kans krijgen om orde op zaken te stellen.Omdat de raad het bezwaar wel degelijk gegrond acht zal aan verweerster de maatregel van een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van 26 weken worden opgelegd. De raad zal daarbij, naast de algemene voorwaarde, bijzondere voorwaarden aan de schorsing verbinden. Bijzondere voorwaarden zijn onder meer coaching, regelmatig rapporteren aan de deken en herstel van de verhouding met de deken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:227 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1294

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager en de bedrijfsarts verrichten beiden bedrijfsgeneeskundige werkzaamheden voor dezelfde arbodienst. De bedrijfsarts verricht deze werkzaamheden als ZZP'er. De bedrijfsarts heeft de begeleiding van diverse werknemers op zich genomen. De begeleiding van (enkele van) deze werknemers is later overgedragen aan klager. Klager klaagt als collega-beroepsbeoefenaar. Hij verwijt de bedrijfsarts onder meer dat hij tekortschiet in zijn zorgplicht jegens meerdere werknemers, dat zijn dossiervorming onvoldoende is en dat hij oncollegiaal gedrag vertoont door opdrachten aan te nemen waarvan hij weet dat hij deze zal overdragen aan een andere bedrijfsarts. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in de klacht niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is en daarom niet gerechtigd is om een klacht in te dienen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/5080

    Voorzittersbeslissing. Klacht van meerdere klagers tegen psychiater die in een artikel vergelijkingen maakt tussen complotdenkers en bepaalde psychiatrische aandoeningen. Beklaagde noemt de klagers niet in het artikel. Klagers zien zichzelf niet als complotdenkers, maar hun omgeving wel. De voorzitter acht klagers niet rechtstreeks belanghebbend. Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.