Zoekresultaten 9591-9600 van de 48358 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:251 Raad van Discipline Amsterdam 22-872/A/NH
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:251
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat. De bijstand voldeed aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Het feit dat verweerder te laat op zitting was gekomen, betrof een overmachtssituatie en kan verweerder niet aangerekend worden. Bovendien heeft verweerder geregeld dat de zitting later begon, waardoor hij er alsnog vanaf het begin bij kon zijn.
-
ECLI:NL:TSCTS:2022:3 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2022-05 (2022.V5-Sydborg)
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 23-12-2022
- ECLI:NL:TSCTS:2022:3
Op 3 september 2021 vond aan boord van de Sydborg een arbeidsongeval plaats waarbij een stagiair gewond is geraakt. Dit gebeurde bij het laden van het schip in de haven van Antwerpen. Tijdens die belading gaf de stagiair aanwijzingen aan de kraanmachinist van de walkraan waar de lading (het ging om kunstmest) in het ruim moest worden geplaatst. Dat deed hij vanaf de aan de achterzijde van het ruim opgestapelde luiken. Betrokkene – die als eerste stuurman belast was met de leiding over het beladingsproces - heeft de stagiair vallend zien neerkomen in het gangboord aan stuurboord ter hoogte van de stapel luiken. Waar de stagiair vanaf viel heeft hij niet gezien. De stagiair heeft bij zijn val onder andere een gebroken kuitbeen, een klaplong, hoofdtrauma en drie gekneusde vingers opgelopen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:258 Raad van Discipline Amsterdam 22-586/A/A
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:258
Deels gegrond verzet. Klager klaagt er in klachtonderdeel a) over dat verweerster bewust feiten heeft verdraaid en de rechtbank bewust onjuist heeft geïnformeerd. In zijn klacht en in zijn repliek heeft klager daarvan een groot voorbeelden genoemd. De voorzitter heeft (alleen) één, door klager in zijn repliek genoemd, voorbeeld ten onrechte niet bij de beoordeling van klachtonderdeel a) betrokken. Het verzet is daarom ten aanzien van klachtonderdeel a) gegrond. Klachtonderdeel a) is ook gegrond, nu de raad het ervoor moet houden dat verweerster in haar antwoord op de klacht van klager inderdaad feiten heeft verdraaid. De raad acht hiervoor een waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3825
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 23-12-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:179
Klager verwijt de longarts samengevat weergegeven dat hij in 2016 een onvolledige diagnose heeft gesteld, ten onrechte klager niet heeft doorverwezen voor longfysiotherapie, de aan klager voorgeschreven puf heeft gestaakt en geen verder begeleidingstraject heeft ingezet. De klacht is door het college in raadkamer behandeld op basis van de stukken. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het college kan de longarts volgen in zijn relaas dat de fibrotische afwijkingen in 2016 beperkt waren en pasten bij het geschetste beeld van ernstig, deels fibrotisch emfyseem. Er was geen aanleiding voor longfysiotherapie op dat moment en geen reden om klager te vervolgen na terugverwijzing naar de huisarts.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:252 Raad van Discipline Amsterdam 22-879/A/A
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:252
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Gelet op de door verweerder gegeven toelichting is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat hij om opheldering heeft gevraagd over de officiële woonplaats van klager. Het is evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder het tussenvonnis van de kantonrechter niet in de kortgedingdagvaarding heeft genoemd.
-
ECLI:NL:TSCTS:2022:4 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2022-06 (2022.V1-Eemslift Hendrika)
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 23-12-2022
- ECLI:NL:TSCTS:2022:4
Op maandag 5 april 2021 was de Eemslift Hendrika tijdens stormweer op weg van Bremerhaven naar Kolvereid (Noorwegen). Zij voer langs de Noorse westkust ter hoogte van Ålesund. Aan dek stonden 2 catamarans, een jacht, een zeiljacht en een grote vissersboot. In het onderruim bestond de lading uit een catamaran en 6 azipod thrusters. Door het slechte weer is het schip zwaar gaan stampen en slingeren, met als gevolg grote versnellingskrachten op de lading. Van de 6 azipod thrusters zijn er 3 gaan schuiven. Hierdoor zijn uiteindelijk een paar gevulde ballastwatertanks vanuit het ruim lek geraakt. Een grote hoeveelheid ballastwater (120 - 300 m3) is toen het onderruim ingestroomd en bewoog zich hier als een vrij vloeistofoppervlak. Ook de catamaran in het onderruim bewoog. Door het vrij vloeistofoppervlak en de schuivende lading nam de stabiliteit drastisch af en werd er besloten om het schip te verlaten. De bemanning heeft het schip onder zware weersomstandigheden moeten verlaten. Acht van de twaalf bemanningsleden zijn rond 12.00 uur vanaf het achterdek geëvacueerd met een SAR-helikopter van de Noorse kustwacht. De kapitein, eerste stuurman, HWTK en CSI (Cargo Super Intendent) bleven aan boord om te proberen de situatie te stabiliseren. Om ca. 18.30 uur is besloten dat ook zij geëvacueerd zouden worden. Vanwege het slechte weer lukte het niet om deze bemanningsleden vanaf het achterdek op te pikken. Zij moesten in zee springen en werden daar opgepikt door de SAR-helikopter. Later is ook nog de grote vissersboot uit zijn sjorringen gebroken en van dek in zee geschoven, waarbij onder meer één van de boordkranen zwaar werd beschadigd. De Eemslift Hendrika is een paar dagen later door bergers op sleeptouw genomen. Daarmee is een milieuramp voorkomen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:259 Raad van Discipline Amsterdam 22-591/A/A
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:259
Ongegronde klacht over advocaat in hoedanigheid van bestuurder. De raad acht het niet aannemelijk dat er over de hoedanigheid van verweerder onduidelijkheid heeft kunnen bestaan bij klager. Dat verweerder direct en/of indirect betrokken is bij een groot aantal ernstige zaken en gedragingen kan niet worden vastgesteld. Evenmin kan worden vastgesteld dat verweerder schadeveroorzakend en/of in strijd met de belangen van de certificaathouders en de statuten heeft gehandeld. Dat verweerder onjuiste en zelfs valse documenten heeft aangeleverd, heeft klager niet onderbouwd. Klager heeft ook onvoldoende onderbouwd dat verweerder niet of niet adequaat reageert op e-mailberichten van klager.
-
ECLI:NL:TSCTS:2022:5 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2022-07 (2022.V4-Njord)
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 23-12-2022
- ECLI:NL:TSCTS:2022:5
Op donderdagavond 18 november 2021 is de Njord kort na vertrek uit Brevik (Noorwegen) bij Bjorkaybaersground aan de grond gelopen. Het schip, waarvan de bestemming Bremerhaven was, werd op dat moment bestuurd door een aan boord aanwezige loods. Die deed dat met de stuurautomaat. Bij vertrek was het zicht slecht. De diepgang voor was toen 5,9 meter en achter 6,1 meter (zomerdiepgang 7,30 meter).
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:260 Raad van Discipline Amsterdam 22-813/A/NH 22-619/A/NH/D
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:260
Gegronde klacht en dekenbezwaar. Verweerder heeft het tegenover klager gedurende ruim twee jaar doen voorkomen alsof er een procedure aanhangig was terwijl dat in werkelijkheid niet zo was. Hiermee heeft verweerder de kernwaarde integriteit in grove mate en gedurende langere tijd geschonden. De integriteit van een advocaat is een belangrijke, zo niet de belangrijkste, kernwaarde van de advocatuur. Ook heeft verweerder hiermee het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad. Wat het des te kwalijker maakt is dat verweerder wist dat klager in een kwetsbare financiële positie verkeerde en de gezondheid van klager te lijden had onder de kwestie en hij de schuld van het stilliggen van de zaak van klager voor een groot deel bij de rechtbank heeft gelegd. Bovendien is het niet de eerste keer dat verweerder het tegenover een cliënt heeft doen voorkomen dat er een procedure loopt, terwijl dat niet zo is. Verweerder is daarnaast meerdere verplichtingen uit de Wwft niet nagekomen waarmee hij de kernwaarden integriteit en deskundigheid heeft geschonden. Verweerder heeft op de zitting van de raad verklaard dat hij inmiddels een coach in de arm heeft genomen en dat hij met haar hulp en begeleiding al veel heeft bereikt, maar de raad heeft er onvoldoende vertrouwen in dat iets dergelijks als in deze zaak aan de orde is niet nog eens zal kunnen gebeuren. Daarbij speelt mee dat verweerder er op de zitting van de raad weinig blijk van heeft gegeven de ernst van zijn handelen werkelijk in te zien en de raad geen inhoudelijke informatie heeft verstrekt over het coachingstraject dat hij volgt. De raad acht het dan ook niet verantwoord dat verweerder nog langer advocaat is. De raad is daarom van oordeel dat de meest vergaande maatregel van schrapping van het tableau de enige passende maatregel is.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:229 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-997/DH/DH
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 23-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:229
Verzoek tot opheffing van een op grond van artikel 60ab Aw opgelegde schorsing toegewezen. Zie ook 22-825/DH/DH/D en 22-826/DH/DH/D.