Zoekresultaten 9581-9590 van de 48358 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4167
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 23-12-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:197
Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster verwijt de fysiotherapeut dat hij tijdens de behandelrelatie een seksuele relatie met haar is aangegaan. De fysiotherapeut heeft hiermee misbruik gemaakt van de vertrouwensrelatie met klaagster. Verweerder erkent de seksuele relatie maar doet een beroep op de niet-ontvankelijkheid van klaagster. Volgens verweerder kan worden betwijfeld of klaagster ook instemt met de klacht ondanks ondertekening van het klaagschrift. De door de gemachtigde van klaagster naar voren gebrachte psychische problemen van klaagster die het grensoverschrijdend gedrag van verweerder extra kwalijk maken worden door verweerder betwist. Het college acht klaagster ontvankelijk (zie beslissing 6.1) en is van oordeel dat verweerder de beroepsnormen ernstig geschonden heeft door tijdens de behandelrelatie een seksuele relatie aan te gaan met een patiënte. Bovendien heeft verweerder deze contacten geruime tijd laten voortduren en heeft hij de seksuele en behandelrelatie niet actief beëindigd. Bij het opleggen van de maatregel houdt het college er rekening mee dat verweerder niet eerder voor enige overtreding van de beroepsnormen tuchtrechtelijk is aangesproken, verweerder nu inziet dat zijn gedrag niet door de beugel kon en in therapie is om herhaling in de toekomst te voorkomen. Daarnaast wordt de recidivekans van verweerder als bijzonder klein ingeschat (schriftelijke verklaring behandelend psycholoog verweerder) en heeft verweerder in zijn praktijk maatregelen getroffen om het onderwerp grensoverschrijdend gedrag beter bespreekbaar te maken. Bij het opleggen van de maatregel neemt het college daarnaast in aanmerking dat verweerder op zowel persoonlijk als professioneel vlak negatieve gevolgen heeft ondervonden als gevolg van alle gebeurtenissen. Alles overwegende is het college van oordeel dat een voorwaardelijk schorsing voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar de meest passende maatregel is. Klacht gegrond verklaard. Voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar die ingaat op de dag dat de beslissing onherroepelijk is geworden. Daarnaast wordt deze beslissing bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant en ter publicatie aangeboden aan het tijdschrift FysioPraxis.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:249 Raad van Discipline Amsterdam 22-847/A/A
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:249
Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:230 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-805/DH/RO
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 21-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:230
Voorzittersbeslissing. Identieke klacht tegen advocaat en verweerster, haar ondersteuner. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk voor zover deze ziet op de periode dat verweerster nog geen advocaat was. Kennelijk ongegrond voor het overige, omdat de klacht feitelijk ziet op de handelingen en keuzes van de behandelend advocaat.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:256 Raad van Discipline Amsterdam 22-278/A/A
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:256
Klacht over de advocaat van de wederpartij van de vennootschap waarvan klager bestuurder is deels niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang en voor het overige ongegrond. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder zich niet onnodig grievend over klager uitgelaten. Dat verweerder klager overigens onheus heeft bejegend, is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:231 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-804/DH/RO
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 21-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:231
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3840
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 23-12-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:177
Klager verwijt de longarts samengevat weergegeven dat hij in 2021 een onvolledige diagnose heeft gesteld, klager onjuist heeft behandeld en dat de longarts klager en zijn echtgenote onheus heeft bejegend in een gesprek.De klacht is door een college in raadkamer behandeld op basis van de stukken. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond. De longarts was alleen betrokken bij de laatste opname in september 2021, waarna meer onderzoek zou plaatsvinden. Het bedoelde gesprek is als naar en onprettig ervaren door klager, zijn echtgenote en de longarts. Uit de verslaglegging en het beschreven verloop van het gesprek is niet aannemelijk geworden dat klager en zijn echtgenote daarbij ook onheus zijn bejegend.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:250 Raad van Discipline Amsterdam 22-873/A/NH
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:250
Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerster in haar hoedanigheid van bijzondere curator kennelijk ongegrond. Niet kan worden vastgesteld dat het advies van verweerster niet zorgvuldig tot stand is gekomen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:257 Raad van Discipline Amsterdam 22-279/A/A
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 12-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:257
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:232 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-850/DH/DH
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 21-12-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:232
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke kwestie kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3839
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 23-12-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:178
Klager verwijt de longarts samengevat weergegeven dat hij in 2021 een onvolledige diagnose heeft gesteld, klager onjuist heeft behandeld, klager heeft doorverwezen voor longfysiotherapie op basis van de verouderde gegevens uit 2016 en dat de longarts in het kader van de second opinion gezegd zou hebben dat klager ‘de medische gegevens zelf maar met het ziekenhuis moest delen’ waar klager voor een second opinion heen ging. De klacht is door een college in raadkamer behandeld op basis van de stukken. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond. De longarts heeft geen onvolledige diagnose heeft gesteld en klager niet onjuist heeft behandeld, omdat het onderzoek en de verdere behandeling van klager werden voortgezet in een ander ziekenhuis. Er is voldoende onderzoek verricht en aandacht geweest voor de toename van ‘honeycombing’ en het vermoeden dat sprake was van IPF. Beklaagde was niet de longarts die klager voor longfysio verwees.