Zoekresultaten 9571-9580 van de 48358 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:270 Raad van Discipline Amsterdam 22-622/A/NH
- Datum publicatie: 27-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:270
Raadsbeslissing. Betreft een klacht van een moeder over de advocaat die haar minderjarige dochter (destijds 16 jaar oud) zonder haar toestemming (en zonder toestemming van de vader) als advocaat heeft bijgestaan. De raad oordeelt dat op het moment dat de minderjarige naar aanleiding van de e-mail van de gezinsvoogd bij verweerster aanklopte voor rechtshulp, verweerster die hulp in de concrete omstandigheden van het geval ook zonder toestemming van de ouders mocht verlenen. Niet alleen rechtvaardigen de concrete dreiging met de gesloten plaatsing die van de e-mail uitging en de paniek hierover bij de minderjarige het handelen van verweerster, maar ook valt uit het IVRK een rechtvaardiging voor verweersters handelen af te leiden. Op grond van het IVRK moeten kinderen namelijk vertegenwoordigd kunnen worden door een advocaat ook zonder dat hun ouders daarmee instemmen. Uitgangspunt in het IVRK is immers dat kinderen zelfstandig subjecten zijn van rechten. Zouden zij alleen vertegenwoordigd kunnen worden door een advocaat indien hun ouders daarmee instemmen, dan zou dat tot gevolg hebben dat zij wanneer ouders niet instemmen met de vertegenwoordiging (en de te volgen stappen) geen aanspraak meer kunnen maken op vertegenwoordiging. Nu juist in jeugdbeschermingszaken de belangen van ouders en kinderen vaak niet overeenkomen, zou dat problematisch zijn. Verweerster heeft dan ook niet onbetamelijk gehandeld jegens klaagster door de minderjarige rechtshulp te verlenen zonder toestemming van klaagster (of van de vader). Verder oordeelt de raad dat hoewel verweerster gelet op de uitspraak van het Hof van Discipline van 21 september 2020 (ECLI:NL:TAHVD:2020:197) ten opzichte van klaagster de advocaat van de wederpartij is, zij niet de vrijheden geniet die gebruikelijk zijn voor een advocaat van de wederpartij. Aan een advocaat die een minderjarige bijstaat in een kwestie waarin diens belangen tegenstrijdig zijn aan die van een of beide ouders, komt minder vrijheid toe met betrekking tot de wijze waarop hij of zij een zaak behandelt en met de keuzes waar de advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan dan in het algemeen het geval is. Die vrijheid wordt niet alleen begrensd door de eisen die aan de advocaat als opdrachtnemer in de uitvoering van de opdracht mogen worden gesteld en die met zich brengen dat zijn of haar werk dient te voldoen aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt, maar vergt een extra zorgvuldigheid jegens alle betrokken familieleden en/of eventuele gezinsvoogd. De raad is van oordeel dat verweerster niet heeft laten zien dat zij zich bewust was van die extra zorgvuldigheid die van haar werd verwacht. Verweerster heeft zich bediend van een deskundigenadvies dat uitsluitend tot stand gekomen is op basis van de door de minderjarige weergegeven feiten, en waarvoor ook verder door de deskundige amper de tijd is genomen. Daarnaast heeft verweerster zich afstandelijk, zakelijk en niet-coöperatief jegens klaagster opgesteld, terwijl klaagster juist contact zocht met verweerster. In zoverre heeft verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Aan verweerster is een waarschuwing met kostenveroordeling opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:264 Raad van Discipline Amsterdam 22-492/A/A
- Datum publicatie: 27-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:264
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2022:47 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/406963 / KL RK 22-94
- Datum publicatie: 27-12-2022
- Datum uitspraak: 18-11-2022
- ECLI:NL:TNORARL:2022:47
BFT constateert herhaald puntentekort permanente educatie. Vast staat dat het puntentekort over de tijdvakken 2016 - 2017 en 2018 - 2019 tijdig is ingehaald en dat na het tijdvak 2020 - 2021 per saldo een tekort van twee opleidingspunten bestaat. De notaris erkent de achterstand, klacht derhalve gegrond. Er wordt geen maatregel opgelegd want de notaris heeft aangegeven dat zij het belang van de permanente educatie volledig onderschrijft en dat zij door een ongelukkige samenloop van ter zitting toegelichte omstandigheden het aantal vereiste opleidingspunten niet heeft behaald en dat zij de ontbrekende twee punten alsnog zal gaan behalen in het lopende tijdvak.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:265 Raad van Discipline Amsterdam 22-702/A/A
- Datum publicatie: 27-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:265
Klacht van advocaat over advocaat wederpartij deels gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door uitlatingen aan de voorzieningenrechter te doen over de inhoud van confraternele schikkingsonderhandelingen. Nu het gaat om een zeer beperkte schending van gedragsregel 27 ziet de raad aanleiding om af te zien van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TNORARL:2022:48 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/406964 / KL RK 22-95
- Datum publicatie: 27-12-2022
- Datum uitspraak: 09-12-2022
- ECLI:NL:TNORARL:2022:48
Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij voor de derde keer niet heeft voldaan aan haar verplichting om voldoende opleidingspunten te behalen, ondanks de door klager geboden herstelmogelijkheden. Hiermee heeft de kandidaat-notaris in strijd gehandeld met artikel 2 Verordening bevordering vakbekwaamheid juncto artikel 5 Reglement bevordering vakbekwaamheid. Het verwijt van klager wordt door de kandidaat-notaris erkend. De klacht wordt daarom gegrond verklaard met oplegging van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:266 Raad van Discipline Amsterdam 22-664/A/A
- Datum publicatie: 27-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:266
Gegronde klacht over de eigen advocaat. Het valt verweerster tuchtrechtelijk te verwijten dat zij de rechtbank niet om een zitting heeft gevraagd waardoor klager zijn bezwaren tegen het rapport van de RvdK niet kenbaar heeft kunnen maken. De raad acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORARL:2022:49 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/403634 / KL RK 22-54
- Datum publicatie: 27-12-2022
- Datum uitspraak: 16-12-2022
- ECLI:NL:TNORARL:2022:49
Gegronde klacht. Artikel 17 Wna. Artikel 21 lid 1 Wna in verhouding tot artikel 21 lid 2 Wna. Klager verwijt de notaris dat hij ten aanzien van zijn werkzaamheden met betrekking tot de door hem gepasseerde aktes niet dan wel onvoldoende heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht en bovendien niet dan wel onvoldoende heeft voldaan aan zijn zorgplicht ten opzichte van derden. Wat betreft de onderzoeksplicht heeft de kamer de klacht gegrond verklaart. De kamer overweegt dat alle omstandigheden in onderlinge samenhang beschouwend het op de weg van de notaris had gelegen nader onderzoek te doen alvorens in deze zaak zijn ministerie te verlenen. Niet is gebleken dat de notaris dit nadere onderzoek heeft verricht en de resultaten hiervan afdoende heeft vastgelegd in het dossier. Daarmee is nog niet gezegd dat de notaris zijn dienst had moeten weigeren, maar door onvoldoende invulling te geven aan zijn onderzoeksplicht heeft hij zichzelf in de positie gebracht dat hij over onvoldoende informatie beschikte om daarover een voldoende afgewogen oordeel te kunnen vellen. De kamer heeft de notaris een berisping opgelegd. Wat betreft de zorgplicht tegenover derden heeft de kamer ongegrond verklaard. De kamer is het met de notaris eens dat het Novitaris-arrest niet van toepassing is, omdat op geen enkele manier sprake was van een concrete claim door een concrete derde die voor de notaris kenbaar had moeten zijn.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:267 Raad van Discipline Amsterdam 22-571/A/A/D
- Datum publicatie: 27-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:267
Gegrond dekenbezwaar. Verweerster heeft gedurende een periode van vijf jaar kilometers bij de Raad voor Rechtsbijstand gedeclareerd terwijl dat volgens de geldende regelgeving niet mocht. Hiermee heeft zij de kernwaarde integriteit geschonden. De raad laat daarbij in het midden of er sprake is van opzet. De integriteit van een advocaat is een belangrijke, zo niet de belangrijkste, kernwaarde van de advocatuur. Ook heeft verweerster hiermee het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Gelet op de ernst van de verweten gedraging, is een zware maatregel in beginsel aangewezen. In dit geval zal de raad echter volstaan met een berisping. De raad acht hierbij van belang dat verweerster een blanco tuchtrechtelijk verleden heeft, zij inmiddels een regeling met de Raad voor Rechtsbijstand heeft getroffen waarbij zij een groot gedeelte van de gelden heeft terugbetaald en het gelet op haar leeftijd en medische situatie vrijwel uitgesloten is dat zij zal terugkeren in de advocatuur.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:253 Raad van Discipline Amsterdam 22-880/A/A
- Datum publicatie: 26-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:253
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk van onvoldoende gewicht. Verweerster heeft erkend dat zij in haar pleitnota een arrest van het gerechtshof Amsterdam ten onrechte aan klager heeft toegeschreven. Zij heeft dat ook op de zitting van het hof, nadat zij daar door klager op was gewezen, erkend en daarvoor direct haar excuses aangeboden. Nu niet is gebleken dat verweerster bewust een onjuiste verwijzing in haar pleitnota heeft opgenomen en zij hiervoor direct haar excuses heeft aangeboden, is de voorzitter van oordeel dat de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is om tuchtrechtelijk verwijtbaar te zijn.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:255 Raad van Discipline Amsterdam 22-884/A/NH
- Datum publicatie: 23-12-2022
- Datum uitspraak: 19-12-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:255
Voorzittersbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Verweerder heeft namens zijn cliënte een tuchtklacht over klager ingediend. Niet valt in te zien waarom het tuchtrechtelijk verwijtbaar zou zijn dat verweerder zijn cliënte hiertoe heeft geadviseerd. Van misbruik van klachtrecht is geen sprake. Voor zover klager er ook over klaagt dat verweerder met zijn advies aan de notaris de echtgenote van klager beperkt in haar recht op een vrije advocaatkeuze geldt dat klager hierbij geen eigen, rechtstreeks belang heeft.