Zoekresultaten 9561-9570 van de 48358 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:342 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-639/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij melding heeft gemaakt van door klager ingediende tuchtklachten, terwijl de tuchtrechter nog geen uitspraak had gedaan. Verweerder gesteld: “Naar aanleiding van de klachten die [klager] indiende bij de Orde van Advocaten, blijkt dat onduidelijkheid is ontstaan (…)” Niet gebleken is dat die enkele verwijzing feitelijk onjuist is, terwijl verweerder met die verwijzing ook geen regel heeft overtreden. Verder ook geen onwaarheden verkondigd of grievende uitlatingen gedaan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:336 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-579/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft zich duidelijk gepresenteerd als advocaat van de dochter van klager. Dat zij heeft geprobeerd om de zaak in der minne te regelen is conform de gedragsregels en kan niet tot misverstand hebben geleid over haar hoedanigheid. Verweerster heeft klager wel op de hoogte gebracht van de verweertermijn. Dat zij feitelijk een andere cliënte heeft vertegenwoordigd heeft klager niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:181 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-871/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over curator deels niet-ontvankelijk vanwege het verstrijken van de in art. 46g genoemde termijn en deels kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder zich bij de vervulling van de functie van curator zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is ondermijnd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:261 Raad van Discipline Amsterdam 22-587/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij grotendeels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop. De raad heeft geoordeeld dat klagers begin 2016 en halverwege 2017 reeds bekend waren - of in ieder geval redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn - met de aan verweerder verweten gedragingen. Daarmee staat vast dat klagers buiten de termijn van drie jaar, neergelegd in artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet hebben geklaagd over verweerder. Het moment waarop klagers stellen naar eigen zeggen bekend te zijn geworden met de gedragingen van verweerder waarover wordt geklaagd, heeft plaatsgevonden voor het eind van de vervaltermijn zodat de raad ten aanzien van dat moment niet aan de uitzonderingsgrond van artikel 46g lid 2 Advocatenwet toekomt. Voor zover de klacht wel tijdig is, is de klacht ongegrond. Het stond verweerder in het partijdig belang van zijn cliënte vrij om de zorgmelding over klager aan te halen. Hoewel het begrijpelijk is dat klager dit als pijnlijk heeft ervaren, was het aanhalen van de zorgmelding niet onnodig om het standpunt van zijn cliënte te onderbouwen en haar belangen zo goed mogelijk te behartigen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:268 Raad van Discipline Amsterdam 22-177/A/A 22-463/A/A 22-464/A/A 22-524/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:262 Raad van Discipline Amsterdam 22-624/A/A

    Raadsbeslissing. Gedeeltelijk gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat. Verweerster heeft op het vlak van de schriftelijke vastlegging van haar communicatie met klager over essentiële zaken niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Aangezien de raad is gebleken dat het werk van verweerster verder voldoet aan datgene wat van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht, ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:269 Raad van Discipline Amsterdam 22-542/A/NH

    Deels gegrond verzet. De verwijzing in de voorzittersbeslissing naar artikel 434a Rv is niet juist omdat daarin geen grondslag staat voor een eventueel bevelschrift c.q. gehoudenheid tot betaling van nadere kosten. Het verzet is daarom gegrond. De klacht is evenwel ongegrond nu verweerder niet zonder grondslag om betaling van de executiekosten heeft verzocht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3993

    Gegronde klacht tegen een internist ouderengeneeskunde. Klager was als beleidsadviseur werkzaam in het ziekenhuis waar verweerster werkzaam is als internist ouderengeneeskunde. Klager is in 2020 tweemaal als patiënt op de SEH van het ziekenhuis behandeld. In 2021 heeft het ziekenhuis een ontbindingsverzoek met betrekking tot de arbeidsovereenkomst van klager bij de rechtbank ingediend. Daarbij heeft het ziekenhuis informatie ingebracht met betrekking tot de behandelingen van klager op de SEH. Gebleken is dat onder andere verweerster inzage heeft gehad in het dossier van klager. Klager verwijt verweerster, met wie klager geen behandelrelatie had, dat zij zonder toestemming zijn medisch dossier heeft ingezien. Verweerster heeft op beide behandeldata het overzichtsscherm van de SEH geopend (waarop beperkte (medische) informatie van de patiënt te zien is), en heeft vervolgens ‘doorgeklikt’ op de naam van klager (waarmee het overzichtsscherm van het EPD wordt geopend met veel meer actuele informatie). Verweerster was op die dagen belast met de COVID-19 zorg voor de geriatrische patiënten. Zij heeft verklaard dat zij EPD’s van patiënten op de SEH heeft geopend om te inventariseren hoeveel patiënten mogelijk naar de afdeling geriatrie zouden worden verwezen. Naar het oordeel van het college was het openen van het overzichtsscherm van de SEH gerechtvaardigd. Er zou immers sprake zijn sprake is van een mogelijk toekomstige behandelrelatie met deze patiënten en raadpleging is in het belang van goede zorg en de organisatie daarvan. Het vervolgens – tot twee keer toe - doorklikken op de naam van klager was niet gerechtvaardigd. Verweerster had immers op basis van de informatie op het overzichtsscherm van de SEH kunnen vaststellen dat klager niet zou worden doorverwezen naar haar afdeling en dat met klager niet een behandelrelatie zou ontstaan. Klacht gegrond. Waarschuwing. Publicatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:263 Raad van Discipline Amsterdam 22-585/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Er bestaat voor verweerder als advocaat van de wederpartij geen verplichting om klagers te informeren dat het jegens hen aangekondigde kort geding geen doorgang zal vinden. Ook overigens is niet gebleken dat verweerder bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de grenzen van de vrijheid die hem als advocaat wederpartij toekomt heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:173 Hof van Discipline 's Gravenhage 190158H

    Herziening. Het herzieningsverzoek is niet binnen een redelijke termijn gedaan. Het verzoek dateert van meer dan een jaar na het arrest waarop verzoeker zich beroept. Motiveringsklachten leveren geen schending van een fundamenteel rechtsbeginsel op. Het hof verklaart verzoeker niet-ontvankelijk.